Deel 1
Lieve Sa,
Ik durf dit bijna niet te schrijven uit angst dat ik opeens wakker word in Tokyo, en dat ik mijn bed uit moet om te gaan werken. Ik heb het gevoel dat ik droom en durf amper adem te halen uit angst in een zwart gat te vallen en wakker te worden. Dit kan bijna niet echt zijn. Het is te mooi om waar te zijn.
Meteen na aankomst in Hamburg zijn we vertrokken naar Loitsche en de hele reis heb ik in Bills armen doorgebracht. Het is zo onwerkelijk. Ik kan niet geloven dat het echt is, dat kan ik gewoon niet. Ik had gedacht dat dit nooit meer zou gebeuren, dat hij me zou vinden en ik terug zou kunnen gaan naar Duitsland, naar waar ik vandaan kom. Natuurlijk heb ik me gehecht aan jou en Liam, maar het is niet te vergelijken met alles wat ik hier heb en ik hoop dat je dat begrijpt. Waarschijnlijk zou jij het zelfde gedaan hebben als je in mijn schoenen stond.
Ik heb al mijn vrienden hier weer teruggezien en ik kan niet anders dan zeggen dat alles heel erg veranderd is. Niet alleen ik heb geleden onder mijn daden, maar ik ben erachter gekomen dat mijn vrienden ook het één en ander te verduren hebben gekregen. Niets is meer zoals het ooit geweest is.
Zodra ik voet aan land zette, voelde ik de grond zinderen en de lucht trilde, alsof het land op me had gewacht en blij was dat ik terug was. Alles wat er om me heen gebeurde, nam ik in me op en dat overweldigde me met een kracht waar ik U tegen zei. Het was alsof ik heel lang verkouden geweest was en opeens weer vrijuit kon ademen, zodat mijn hersenen weer wat lucht kregen en ik de kans kreeg om te leven. Want dat was hoe ik het zag. Ik leefde weer.
Ik voelde hoe een warme hand die van mij omsloot en keek naast me, in het glimlachende gezicht van Bill. Meteen kreeg ik het gevoel dat ik droomde, gewoon omdat ik dat kriebelende gevoel in mijn maag kreeg en ik dat niet meer gewend was geweest. Ik had zo lang gesmacht naar het moment weer thuis te zijn, Bill vast te kunnen houden wanneer ik maar wilde en toen het moment eindelijk daar was, kon ik er niet van genieten omdat ik het gevoel had dat alles zo weer voorbij kon zijn. De angst dat alles een droom was, overheerste mijn alles.
Na urenlang wachten op de bagage, droegen Bill en ik elkaars tassen omdat ik die van mij niet kon tillen. Vermoeid doch helder liep ik met hem achter de rest van de band aan. Op het gigantische parkeerterrein stond reeds een auto op ons te wachten, compleet met een chauffeur die de kofferbak voor ons opende en de koffers voor ons inlaadde terwijl wij instapten en ons doodmoe installeerden op de zachte achterbanken.
Terwijl ik me in Bills armen nestelde en mijn ogen sloot in een poging nog wat te slapen, bedacht ik me dat ik dat misschien beter niet kon doen. Ik was doodsbang om vijf minuten later weer wakker te schrikken in Japan. Direct kwam ik weer overeind en schudde de slaap van me af. Ik probeerde me te concentreren op de lantaarnpalen die voorbij zoefden, telde ze totdat Bill zich op een gegeven moment over me heen boog om zijn lippen zacht op die van mij te drukken.
Weer kreeg ik kriebels in mijn buik van zijn aanraking, van hoe zacht die was en hoe beladen van liefde. Ik legde mijn hand in zijn nek en verstrengelde mijn vingers met zijn haar om te voorkomen dat hij zijn hoofd terug zou trekken. Zijn tong drukte zachtjes tegen mijn lippen en ik kon niet anders dan hem toelaten. Toen ik zijn tongpiercing voelde, schokte ik heel zachtjes van schrik, want ik was opnieuw vergeten dat hij hem had. Net zoals vroeger.
Ik creëerde een kleine ruimte tussen onze lippen door mijn hoofd een klein beetje naar achteren te trekken en keek hem in zijn ogen. Zijn gezicht was volledig ontspannen en ik ontdekte een glans in zijn ogen die onnatuurlijk was, waaruit ik concludeerde dat hij zich net zo verward voelde als ik. Ik drukte mijn mond weer op zijn zachte lippen en voelde hem zachtjes reageren, hem dichterbij kruipen, alsof hij één met me wilde worden. Ik wilde niets liever dan dat.
Toen de afstand tussen onze gezichten weer groter werd, kroop ik dicht tegen hem aan en genoot van zijn geur toen hij zijn arm om me heen sloeg. Opnieuw sloot ik mijn ogen om te genieten van het moment, doodsbang dat het gauw weer over zou zijn maar me ook bewust van het feit dat ik - als het inderdaad een droom was - ervan moest genieten. Het leek allemaal zo echt: zijn aanraking, zijn geur, de band, de muziek die uit de radio kwam en het Duits dat ik overal om me heen hoorde. Het was allemaal zo realistisch dat ik wist dat het dodelijk veel zeer zou doen als ik wakker zou worden, als ik me zou beseffen dat het allemaal fantasie geweest was.
Ik voelde me zo vreemd dat ik niet eens wist of ik wel gelukkig was, maar dat kon eigenlijk niet anders. Al zo lang wachtte ik op hem, al zo vaak had ik over hem gedroomd en dus kon het niet anders dan dat ik ontzettend gelukkig was op dat moment, zo gelukkig zelfs dat ik erdoor verdoofd raakte. Ik leefde in een moment dat overgoten was met pure liefde en van het gevoel dat zich in mijn hele lichaam verspreid had, kon ik wel huilen. Het was zo vreemd om na meer dan een jaar weer terug te zijn in het land waarin ik geboren was, in het land waar de mensen mijn taal spraken en waar de mensen woonden die ik liefhad. Het zou niet lang meer duren voordat ik mijn twee beste vriendinnen zou zien, in ieder geval niet als het aan mij lag. Ik was eindelijk herenigd met Bill. Van binnen huilde ik van geluk, maar mijn tranen bleven binnen.
Ik besefte me dat ik bijna weggedoezeld was toen Bills telefoon opeens afging en ik wakker schrok. Denkbeeldig gaf ik mezelf een gigantisch harde schop omdat ik mezelf had voorgenomen niet in slaap te vallen en ik nam me voor me op het telefoongesprek tussen Bill en de persoon aan de andere kant van de lijn te concentreren.
Het enige dat ik eruit kon opmaken, was dat Bill de persoon aan de andere kant van de lijn heel erg mocht, want hij noemde haar lieverd en hoewel ieder ander daar achterdochtig van zou worden, voelde ik daar helemaal niets van. Terwijl hij bleef bellen, pakte ik zijn hand vast en verstrengelde mijn vingers met die van hem, waarna hij zacht de huid van mijn hand streelde. In die kleine aanraking zat meer liefde dan ooit in het woord ‘lieverd’ zou kunnen zitten.
Toen ik de volgende morgen wakker werd, schoot ik direct angstig overeind om binnen een seconde te concluderen dat in Bills bed lag. De plaats naast mij was echter leeg. Met een klap kwamen opeens de herinneringen van de vorige avond terug, van hoe we vanaf de luchthaven naar Loitsche gereden waren, hoe Simone me in haar armen gesloten had alsof ik een lang verloren dochter geweest was, hoe we met zijn allen een glas champagne gedronken hadden, dat Georg en Gustav toen besloten hadden te blijven slapen op Toms kamer en dat de chauffeur daarna vertrokken was.
Langzaam maar zeker begon ik me te beseffen dat ik niet droomde, dat alles wat ik meemaakte ook écht gebeurde en zodra dat tot me doorgedrongen was, sprong ik uit bed om op zoek te gaan naar Bill. Snel trok ik kleding aan waarmee ik voor de dag kon komen en daarna liep ik gauw de trap af, naar beneden.
Beneden zaten Georg, Tom en Bill aan de ontbijttafel, die eerste twee in hun ondergoed en die laatste met een extra T-shirt, wat me deed denken aan de twee littekens in zijn sleutelbeen. Ik vroeg me af of zijn vrienden ervan wisten. Direct toen ik de kamer binnen kwam, drukte Bill de sigaret die in zijn mondhoek gehangen had uit, alsof hij zich betrapt voelde. Er viel een ongemakkelijke stilte waarin ik de blikken van de jongens probeerde te vangen, maar ze lieten dat niet toe. Georg keek uit het raam, Tom leek iets boeiends op het tafelblad opgemerkt te hebben en Bill bestudeerde zogenaamd geïnteresseerd de nagels van zijn sierlijke handen.
De stilte werd verbroken door een piepje dat ik herkende als dat van de magnetron en ik nam Toms stoel toen die opstond om naar de keuken te lopen. Eindelijk slaagde ik erin Bills blik te vangen, zodat ik hem duidelijk kon maken dat het me niet kon schelen dat hij gerookt had: hij had gekeken als een klein kind en daar kon ik niet tegen. Hij schonk me een glimlachje en verstrengelde onze benen onder tafel alvorens mijn hand te pakken. Ik voelde Georgs ogen branden.
Niet veel later kwam Tom terug met drie bordjes waar slechts een verwarmde kant-en-klare cheeseburger op lag. Hij zette een bord neer voor Bill, die direct mijn hand los liet om zijn tanden in het voedsel te zetten. Onze benen bleven echter onder tafel verstrengeld, zodat ik toch dat gevoel van verbondenheid hield. Tom zette een tweede bord voor Georg neer en maakte die laatste door met zijn heup tegen zijn bovenarm te stoten duidelijk dat hij op moest schuiven. Georg deed gauw wat hij opgelegd kreeg uit angst voor nog zo’n heupstoot van Tom (menig meisje zou een moord doen voor een keer Toms enkel-door-stukje-katoen-omhulde heup tegen haar bovenarm te voelen, bedacht ik me, maar Georg was nu eenmaal een man) en Tom plantte zijn kont op het vrijgekomen stukje stoel om een hap uit zijn cheeseburger te nemen. Zodoende was hij er geen getuige van hoe Bill en Georg blikken wisselden en Georg me het moment daarna vroeg of ik niet ook iets wilde eten, op een toon die Bill duidelijk moest maken dat hij een zak zonder manieren was omdat hij het me niet aangeboden had.
“Nee, dankjewel,” sloeg ik het aanbod beleefd af omdat ik Bill geen reden wilde geven om kwaad op de bassist van zijn teer beminde band te worden.
“Je moet iets eten,” drong Georg echter aan. “Je bent mager geworden.”
Opnieuw zei ik dat ik geen honger had, met een glimlach op mijn gezicht. Toch stond hij op en liep naar de keuken, wat aan Bill een chagrijnig soort van grom ontlokte die zelfs mij angst inboezemde. Bill was niet heel vaak kwaad, maar als het gebeurde, dan was hij ook niet te zuinig met zijn woorden en daden. Ik herinnerde me nog hoe hij Georg had aangevlogen in hun studiowoning toen we net onze tatoeages hadden laten zetten en Georg net iets te dichtbij was gekomen naar zijn zin. Tom was de enige geweest die de twee uit elkaar had kunnen houden en zelfs David, hun manager, had eraan te pas moeten komen om te voorkomen dat ze elkaar niet opníeuw in de haren zouden vliegen.
Terwijl ik Georg in de keuken hoorde rommelen, bedacht ik me dat ik geen idee had of de ruzie die Bill en Georg altijd gehad hadden voordat ik vertrokken was, had voortgeduurd in de tijd dat ik in Japan was of dat ze in die periode vrede hadden gesloten en ze weer vrolijk verder waren gegaan met waar ze toentertijd gebleven waren. Zolang ik de jongens kende, hadden ze eigenlijk altijd ruzie gehad. Altijd als Georg in zijn ogen ook maar íets verkeerd deed, wond Bill zichzelf ontzettend op. Het was dan net alsof hij niet meer na kon denken, alsof hij totaal gedreven werd door woede en hij enkel kon slaan. Het leek alsof Georg op een negatieve manier adrenaline bij hem losmaakte, wat van Bill een stier en van Georg een rode lap maakte.
Komisch genoeg was ík altijd de oorzaak geweest van hun ruzies. De twee jongens hadden het volgens Tom altijd goed met elkaar kunnen vinden totdat ik op het toneel verschenen was. Georg en Bill waren beide geïnteresseerd in mij geweest en Georg had ooit mijn nummer uit Bills telefoon ‘gestolen’. Van de sms’jes die ik in de periode dat ik nogal close met Bill geweest was gehad had, had ik altijd gedacht dat ze van Bill geweest waren in plaats van van Georg. Toen ik er uiteindelijk achter gekomen was dat ze van Georg waren geweest, had ik gedacht dat ik verliefd was geworden op Bill vanwege de sms’jes waarvan ik dacht dat hij ze gestuurd had en zodoende had ik voor Georg gekozen. Een poosje later was ik er echter achter gekomen dat Bill toch echt beter bij me paste en - ach, het is ook te ingewikkeld om uit te leggen.
Het geluid van de magnetron onderbrak mijn gedachtestroom en ik hief mijn blik op van de tafel om Bill in zijn ogen te kunnen kijken. Hij had zijn cheeseburger na één hap genomen te hebben onberoerd gelaten en zat achterover geleund in zijn stoel, zijn armen over elkaar geslagen. Hij speelde ongeïnteresseerd met zijn tongpiercing en leek zo dwars mogelijk te willen doen tegenover Georg, als een vervelende puber die zijn vader zijn zin niet zou geven. Ik glimlachte om zijn koppigheid, gewoon omdat ik het leuk vond dat hij buiten die uiterlijke veranderingen nog precies dezelfde jongen was.
Georg kwam even later de keuken weer uit lopen en zette een bordje voor mijn neus waar Bill al iets over te zeggen had voordat ik er eenmaal naar had kunnen kijken.
“Ze eet geen vlees,” merkte hij zo laatdunkend op dat ik verbaasd naar hem opkeek zodra ik doorhad dat ik een cheeseburger voor me had staan. De minachting jegens Georg - die nog steeds in zijn boxershorts naast de tafel stond en even niet wist wat hij moest zeggen - droop van zijn van woede vertrokken gezicht af. Ik wilde heel luchtig mijn schouders ophalen en zeggen dat het niet gaf, zodat ik de situatie zou redden. Daarna kon ik mijn bordje doorschuiven naar Tom, die zijn lippen aflikte en gulzig naar mijn cheeseburger keek. Georg was me echter voor.
“Sorry,” zei hij, gewoon heel neutraal en zonder bijbedoelingen. “Ik was het verge-”
“Hoe kun je dat nou vergéten!” viel Bill tegen hem uit, nog altijd met diezelfde minachting in zijn stem en bijbehorende hand- en armgebaren. “Ze is één van je beste vriendinnen, man, of dat wás ze ten minste! Ben je haar na een jaar al vergeten?”
Georg leek van zijn apropos geblazen te zijn en leek niet te begrijpen waarom Bill zo tegen hem uitviel, al moet ik toegeven dat ik daar zelf ook weinig van begreep. Ik zag Bill nooit zo kwaad, en al zeker niet om zoiets onbenulligs als het feit dat een vriend van hem een cheeseburger voor een vegetariër neerzette.
“Ik ben Maren nooit-” begon Georg, maar werd al gauw onderbroken door Bill
“Waarom doe je het dan? Om mij te jennen?”
Bill stond op, waarbij zijn stoel achterover viel en kletterend op de grond terecht kwam. Meteen stoof ik ook op om in te kunnen grijpen als het mis ging, maar Tom greep al in voordat er überhaupt iets zou kunnen gebeuren.
“Rustig!” weerklonk zijn donkere stem door de stille kamer. Vreemd genoeg leek dat ene woord de situatie te verstillen. Bill en Georg stonden nog altijd als twee kemphanen tegenover elkaar, ieder aan een andere kant van de tafel, jachtig ademend, maar ze maakten geen aanstalten meer om elkaar aan te vliegen. Het leek alsof ze wachtten op een seintje dat hen duidelijk zou maken dat ze zich op elkaar zouden kunnen storten, maar natuurlijk zou hen dat nooit gegeven worden.
Toen mijn blik een seconde of twee lang die van Tom ontmoette, zag ik dat hij lang niet zo kalm was als hij klonk. Ik registreerde dat zijn half opgeheven hand trilde als een dor blaadje en zijn ogen straalden een soort van paniek uit, alsof hij bang was de controle over zijn vriend en broer te verliezen. Ik waardeerde hem erom dat hij ondanks die angst het heft in eigen handen nam en dat hij niet laf ging zitten toekijken, zoals ik dat waarschijnlijk zou doen.
“Ga zitten.”
Wonderbaarlijk genoeg had de dwingende toon waarop hij sprak een gunstige uitwerking. Bill hield zijn mond en ging weer zitten om zich op zijn inmiddels koude cheeseburger te storten. Georg draaide zich echter op zijn hakken om en liep de woonkamer uit, richting de hal. Tom liep direct achter hem aan, waarschijnlijk om te proberen hem tegen te houden, maar ik wist al dat dat hem niet zou gaan lukken. Bill laten zwijgen was één ding, Georg van zijn plannen weerhouden een ander.
Meteen toen de twee jongens de kamer verlaten hadden, viel er een doodse stilte die ik niet durfde te verbreken. Bill scheurde met een agressief gezicht met zijn tanden grote brokken van zijn eten en vermaalde het met een uitdrukking waardoor ik het liefst ineen wilde duiken. Toen hij, na het broodje in zijn geheel weggewerkt te hebben, zijn glas cola naar binnen goot en ik ineendook toen hij het met zo’n harde tik op het tafelblad terugzette dat ik bang was dat het zou breken, verzachtte de uitdrukking op zijn gezicht. Hij pakte mijn hand en ging over tafel hangen om mijn blik te vangen, waar ik hem in liet slagen en aan de blik in zijn ogen zag ik dat het hem speet, al zei hij dat niet met woorden.
Om de plotseling gevallen stilte te onderbreken, vroeg ik hem met wie hij de avond van tevoren gebeld had, toen in de auto. Blijkbaar was dat een goed onderwerp geweest om over te beginnen, want zijn gezicht klaarde meteen op en zijn ogen begonnen te blinken alsof ik hem zojuist had medegedeeld dat de nieuwe single van Tokio Hotel op nummer één was binnengekomen in de Amerikaanse hitlijsten.
“Nathalia,” antwoordde hij met een brede grijns en de zojuist verschenen glimlach op mijn gezicht verdween direct weer. Meteen toen hij die vier simpele lettergrepen uitgesproken had, waren bij mij de alarmbellen gaan rinkelen: Nathalia had vroeger met Julia, Fleur en mij in een bandje gespeeld en was er vlak voor het optreden waarbij we Tokio Hotel ontmoet hadden uitgestapt omdat ze het niet eens was met de manier waarop wij repeteerden. Sindsdien had ze ons min of meer gestalkt (of in ieder geval - zo had het gevoeld) om in contact met de jongens te komen zodat ze zelf wat meer in aanzien zou stijgen.
“Nathalia Freiling?” vroeg ik om te bevestigen dat we het over dezelfde Nathalia hadden. De walging kon ik niet uit mijn stem bannen, maar hij scheen er niets van gehoord te hebben. Toen hij blij knikte, voelde ik hoe mijn maag omdraaide en ik vrees dat dat aan mijn gezicht te zien was, want hij begon direct een enthousiast verhaal op te hangen over hoezeer ik me in haar vergist had en dat ze zijn beste vriendin was, dat ze hem door alle moeilijkheden omtrent het Japan-verhaal gesleept had en dat hij dat zo aan haar waardeerde. Ik wilde zeggen dat ze alleen met hem aanpapte in de hoop een keer met hem gefotografeerd te worden en zo een keer in het middelpunt van de belangstelling in showbizzland te staan, maar ik kon het niet over mijn lippen krijgen.
Hij vertelde hoe ze elkaar ontmoet hadden en meer van dat soort dingen, maar ik luisterde niet. Ik probeerde me te bedenken hoe Nathalia in godsnaam zo dicht bij hem had kunnen komen en waarom Fleur en Julia daar geen stokje voor gestoken hadden. Zij haatten haar net zoveel als ik, wist ik, dus voor mij was het al gauw duidelijk dat Nathalia wel heel listig te werk was gegaan: Julia zou haar meteen onderuit gehaald hebben als ze ook maar een vínger naar Bill uitgestoken zou hebben, als ze het maar doorgehad had. Zo was ze nu eenmaal - of in ieder geval, zo was ze geweest.
Ik schrok half wakker uit die hatelijke gedachtestroom toen Simone met een nog verfrommeld gezicht van de slaap de woonkamer binnen kwam lopen. Helemaal wakker werd ik pas toen Bill haar vroeg of hij die dag de auto kon lenen. Meteen schoot ik overeind en liet mijn ogen van moeder naar zoon en weer terug glijden om te controleren of ik het niet verkeerd verstaan had, maar Simone schudde haar hoofd en zei dat ze hem die dag ergens voor nodig had.
“Kun je rijden dan?” vroeg ik Bill met een flinke dosis verbazing in mijn stem, wat hem deed grijnzen.
“Ja,” antwoordde hij trots, starend naar het tafelblad. “Vlak voordat ik achttien werd, heb ik samen met Tom mijn rijbewijs gehaald, met zo’n snelcursus of zoiets. Ik geloof eigenlijk niet dat Tom en ik het ook daadwerkelijk gehaald hebben, want hij reed drie keer door rood bij het examen en ik kon mijn knipperlichten niet meer vinden, maar David heeft ons ‘geholpen’. Als je begrijpt wat ik bedoel.”
Hij glimlachte bij die herinnering en ik deed precies het zelfde omdat ik het prettig vond hem te zien lachen. Onze handen lagen verstrengeld op tafel, precies zoals vroeger, maar toch voelde het nog niet echt vertrouwd. Ik moest ontzettend aan de zogenaamd ‘nieuwe’ situatie wennen. Er leek zo verschrikkelijk veel veranderd te zijn.
“Heb je zelf geen auto?” vroeg ik impulsief, maar wenste al direct dat ik dat niet gedaan had. Hij gaf geen antwoord, maar keek me aan op een manier waardoor ik meteen begreep dat dat was door zijn geldtekort vanwege zijn voormalige drugsverslaving. Meteen vroeg ik me af of Simone er vanaf geweten had, maar besloot het niet te vragen.
Onmiddellijk was de sfeer weer grimmig. Die ambiance werd nog eens versterkt toen we hoorden hoe de voordeur hard dichtgeslagen werd en Tom daarna in zijn eentje terug de woonkamer binnen kwam gelopen. Hij was chagrijniger dan ik hem ooit gezien had. Hij schonk geen enkele vorm van aandacht aan zijn moeder, die op de bank was gaan zitten en hem vrolijk een goede morgen wenste, maar liep meteen door naar ons. Hij nam de stoel naast mij, zodat hij tegenover Bill zat en vouwde zijn handen terwijl hij wat voorover boog, waarschijnlijk om Simone buiten het gesprek te houden.
“Moest dat nou?” vroeg hij met geveinsde kalmte, met zijn tanden op elkaar geklemd.
“Hij vroeg erom,” kaatste Bill direct stug terug. In eerste instantie had hij zijn blik in die van Tom geboord, maar later wendde hij zijn ogen af naar het raam, om te kijken of de zojuist vertrokken Georg nog ergens te zien was. De haat brandde achter zijn ogen. Ik wilde hem graag zeggen dat het oké was, dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, maar het was vreemd genoeg Toms bijzijn dat me tegenhield. Ik had het gevoel dat hij de situatie beter in handen had dan ik, waarschijnlijk omdat hij al wat vaker van die ruzietjes had meegemaakt.
“Bill,” zei Tom in een zucht. “Als hij nu zelfs niet meer naar haar mag kijken - ik bedoel - ik vind echt dat je overdr-”
“Hij mag wel naar haar kijken, maar niet op díé manier!” riep Bill gedempt uit, zo zacht dat hij onder het volume van de inmiddels aangezette televisie bleef. Plots had ik het gevoel dat ik teveel was, omdat ze op die manier over me praatten alsof ik er niet bij was en dat maakte dat ik me heen ongemakkelijk voelde. Onzichtbaar.
Het drong tot me door dat ik behalve de positieve dingen van mijn oude leven, ook de negatieve dingen weer terug had. Het geruzie tussen Bill en Georg was blijkbaar nog precies het zelfde en van andere spanningen rondom vroeger zou ik die dag ook nog notie krijgen. Ik had Bill terug, had mijn liefde teruggevonden, maar dat bracht ook de nodige moeilijkheden met zich mee. Jaloezie vooral, van Bill jegens Georg en van mij jegens Nathalia. Bovendien was het gewoon vreemd voor Bill en mij om na al die tijd weer samen te zijn. Het was ook niet zo raar dat we weer aan elkaar moesten wennen: we waren immers beide veranderd door alles wat we hadden meegemaakt. Niets in mijn hele leven was nog het zelfde als vroeger, leek het, en dat beangstigde me enigszins. Ik wist echter dat het wel goed zou komen. Bill en ik hadden al wel vaker bewezen tegen tegenslag bestendig te zijn en in de toekomst zou dat ook nog blijken.
Ik was weer thuis.
Gezien Bill die middag niet aan een auto kon komen (Tom - die in tegenstelling tot Bill wél een auto had - moest die middag ook weg) namen we de bus naar Magdeburg. Nog voordat het lunchtijd was, liepen wij al slenterend en hand in hand richting de bushalte en communiceerden zonder te spreken. Ik keek om me heen en probeerde me te herinneren wanneer ik voor het laatst in Loitsche geweest was, maar het wilde me niet te binnen schieten. In mijn hoofd spoelde ik het bandje telkens terug, tot vóór het moment dat Albert me gebeld had met de mededeling dat mijn moeder in het ziekenhuis lag, maar het bandje begon telkens te storen. De laatste keer die ik me kon herinneren, was die keer dat ik voor het eerst met Bill naar bed geweest was. Voor de rest was alles zwart.
Plots viel het moment me binnen dat ik naar huis gegaan was nadat we samen onze tatoeages hadden laten zetten. Bill had een bui gehad (zo noemde ik die dagen dat hij de hele dag op zijn bed lag, huilend zonder geluid, niet wetend wat hij op de wereld deed) en ik was ’s middags vertrokken. Thuis had mijn moeder al direct doorgehad wat ik op mijn heup had laten tatoeëren en ze had me huisarrest opgelegd. Ik was daarna door het raam, via de regenpijp, naar buiten gevlucht en zij was me toen met de auto komen zoeken, waarna ze fataal tegen een vrachtauto opgereden was. Ik kreeg weer een wee gevoel in mijn maag toen ik daaraan dacht, vooral omdat het mijn eigen schuld was. Ik had mijn eigen leven in mijn eigen handen gehad.
Even daarna dacht ik aan mijn twee vriendinnen, wie Bill even daarvoor beide aan de telefoon gehad had om te zeggen dat hij mij gevonden had en we naar hen toe zouden komen. Fleur had meteen aangeboden om naar Julia toe te gaan zodat wij minder hoefden te reizen. Bill en ik hadden daar niets op tegen gehad, want we waren allebei nog steeds duf van de reis naar Duitsland.
Toen we eenmaal bij het bushokje waren, sloeg hij zijn armen om mijn middel en legde zijn voorhoofd tegen die van mij om zijn blik in die van mij te verankeren. Even daarna verkortte ik de afstand tussen onze monden en legde in die simpele kus wat ik in woorden niet uit kon drukken.
Op het moment dat onze lippen zich weer scheidden, sloot ik even mijn ogen om in mijn hoofd al die zachtheid nog eventjes in stand te houden. Zijn ene hand liet hij op mijn heup liggen en de ander hief hij op naar mijn gezicht om mijn pony uit mijn gezicht te strijken. Ik voelde dat hij met het topje van zijn wijsvinger over mijn kaaklijn streek en ik opende mijn ogen pas weer toen ik zijn warme adem op mijn wang voelde. Hij drukte zacht zijn lippen op de huid die hij even daarvoor aangeraakt had en liet me rillen van - besefte ik me later - verlangen naar hem.
Hij nam even later afstand van me en bleef alleen contact met me houden via onze ogen. Het moment daarna begon hij zachtjes te praten over hoe het gegaan was met hun succes in binnen- en buitenland, toen ik niet bij hem geweest was, en al die tijd bleef ik naar zijn gezicht kijken, naar dat volmaakte gelaat, naar de gezichtsuitdrukkingen die elkaar in een razend tempo opvolgden naarmate het verhaal vorderde. Ik vond het niet alleen fijn om naar hem te luisteren, maar minstens zo heerlijk om op die manier naar hem te kijken.
Toen hij begon te vertellen over de tour van dat jaar die ze nog af moesten maken, drong het tot me door dat ik niet bij Bill in huis kon blijven wonen. Natuurlijk had ik dat al eens gedacht, maar ik had me er nog niet echt mee bezig gehouden. Ik had een woning nodig voor wanneer Bill op tour was en dus had ik eveneens werk nodig. Anders zou ik nooit iets kunnen betalen. Ik bleef erover nadenken, ook toen de bus uiteindelijk aankwam, wij instapten en een plekje achterin uitzochten. Al die tijd bleef Bill praten over de tour, maar dat dreef plotseling allemaal langs me heen. Ik bedacht me dat ik misschien bij Fleur of bij Julia kon gaan wonen - zij waren immers mijn beste vriendinnen - maar dat schoof ik al direct weer aan de kant. Ik zou niet van hen gaan profiteren omdat ik door eigen toedoen dakloos was.
“Waar denk je aan?” vroeg Bill op een gegeven moment. Direct voelde ik me schuldig dat ik niet naar hem geluisterd had. Hij had zo enthousiast verteld over alles dat hem overkomen was en wat hem waarschijnlijk nog te gebeuren stond en ik was te beroerd geweest om naar hem te luisteren. Ik verontschuldigde me en deelde daarna mijn gedachten met hem, behalve die over dat ik misschien bij mijn vriendinnen kon gaan wonen. Dat was een belachelijk plan.
Het feit dat Bill wel heel goed naar mij luisterde en af en toe korte reacties gaf op wat ik zei, maakte dat ik me nog veel vervelender voelde dan eerst. Hij was heel geïnteresseerd in mij en ik had het niet op kunnen brengen om geïnteresseerd naar hem te luisteren, ook al waren er nog andere dingen die me bezig hielden. Het liefst zou ik tegen hem aangekropen zijn en hem nogmaals gezegd hebben dat het me speet, maar ik deed het niet omdat ik het oogcontact niet wilde verbreken. Hij betoverde me met zijn ogen, leek me te hypnotiseren en ik kon niet stoppen met vertellen voordat hij zijn blik af zou wenden.
“Ik vind dat je mee op tour moet,” opperde hij toen ik alles verteld had. Ik vroeg me onmiddellijk af of ik hem wel goed verstaan had, maar ik had geen idee wat ik anders had kunnen verstaan. Ik plakte een verbaasde uitdrukking op mijn gezicht.
“Hoe bedoel je?”
“Gewoon - met Fleur en Julia,” onderbrak hij me met zijn fluweelzachte stem. “Met Autumn Leaves. Dan kunnen jullie in ons voorprogramma spelen en dan zijn jullie altijd bij ons. Ik denk dat de andere jongens er niets tegen hebben…”
Meteen zei ik dat niet mogelijk was omdat we al te lang niet meer geoefend hadden (wat wil je, met één bandlid aan de andere kant van de wereld) en ik bovendien geen gitaar meer had, waar hij verbaasd op reageerde. Ik vertelde hem dat ik hem bij mijn vader had laten liggen zo gauw ik naar Tokyo vertrokken was en daarna begon ik over het feit dat Julia en Fleur het waarschijnlijk te druk hadden om op tour te gaan. Onze kans op beroemdwording was voor mijn gevoel al lang bekeken.
“Studeren Fleur en Julia eigenlijk?” vroeg ik willekeurig, meer om het gesprek op een ander onderwerp te brengen dan dat ik echt geïnteresseerd was. Natuurlijk had hij me door, te oordelen naar de serene glimlach die zich aftekende over zijn zoete lippen, maar hij ging gewoon op me in. Ik was hem zo dankbaar op dat moment.
“Ja,” beantwoordde hij mijn vraag. “Fleur wilde eigenlijk naar de kunstacademie, maar ze was te laat om zich nog in te kunnen schrijven, dus ze doet nu iets van communicatiewetenschappen, volgens mij. Ik geloof dat ze het best wel naar haar zin heeft, met veel vrienden en zo.”
Plotseling bekroop een gevoel van angst verhuld in kippenvel me. Opeens had het woord ‘veel vrienden’ iets heel bedreigends, alsof ze mij door die nieuwe vrienden niet meer nodig zou hebben. Misschien had Fleur wel een nieuw leven met nieuwe vrienden en had ze mij niet meer nodig.
Die angst maakte plaats voor verbazing toen hij daarna vertelde dat Julia psychologie studeerde. Voor zover ik Julia kende - en ik neem aan dat ik haar goed kende, want we waren al beste vriendinnen vanaf de eerste klas van de basisschool - was zij iemand die liever praatte dan luisterde. Toen ik dat tegen Bill zei, vertelde hij dat ze ontzettend veranderd was. Ik kon me toen nog niet voorstellen hoe groot die verandering was, mede doordat ik niet wist waardoor het kwam, maar op dat moment zag ik de borden met het woord Magdeburg erop al langs de weg staan. Zodoende zou het niet heel lang meer duren voordat ik oog in oog met haar zou staan.
“Zullen we nadat we bij de meiden geweest zijn nog even naar het centrum gaan?” stelde hij voor, na een korte doch hemelse stilte. “Dan kunnen we meteen even kijken of ze ergens nog werk voor je hebben.”
Ik knikte met een glimlach en pakte zijn hand vast. In wezen was het een klein gebaar, maar ik bedoelde er onmogelijk veel mee. Zijn handen fascineerden me zoals niets anders dat kon, misschien met uitzondering van zijn gezicht. Ik legde mijn handpalm vlak tegen die van hem en keek naar het gigantische verschil tussen onze handen. Die van hem waren groot en sierlijk, die van mij waren klein en ronduit plomp. Ik glimlachte stil bij dat besef. Zelfs op dat vlak waren we twee puzzelstukjes die perfect in elkaar pasten. Toen hij onze vingers uiteindelijk verstrengelde, bezegelde hij die wetenschap.
Het was te mooi om waar te kunnen zijn.
Niet veel later stonden we met zijn tweeën in de lift van een studentenflat en was ik zo zenuwachtig dat ik er bijna misselijk van werd. Ik ontweek Bills blik, want ik wist mezelf niet goed een houding te geven en door mijn ogen zou hij kunnen zien dat dat zo was. Die feilloze communicatie tussen ons was heel af en toe vervelend.
Het geluidje dat de lift maakte toen hij halt hield op de vierde verdieping (toen Bill met een zwart gelakte nagel het knopje met de 4 had ingedrukt, was het door me heen geschoten dat ik in een motel in Tokyo ook op verdieping nummer vier gelogeerd had) ging door merg en been en maakte me pijnlijk bewust van wat er voor me lag, ook al kon ik me er niet goed op voorbereiden. Bill pakte mijn hand vast en kneep er haast onopvallend in, waardoor ik me wat zekerder voelde. Door mijn zenuwen was ik bijna vergeten dat hij bij me was en ik werd er door die simpele aanraking aan herinnerd dat ik er niet langer alleen voor stond.
Hij nam me mee naar een houten deur waarop het nummer 483 in goud prijkte. Voor mijn gevoel vormde die deur opeens een scheiding tussen het heden en de toekomst. Als die deur open zou gaan, zou mijn leven in positieve of negatieve zin veranderen en op het moment dat Bill op de deurbel drukte, vroeg ik me sterk af of ik het niet liever wilde houden zoals het was. Diep van binnen wist ik natuurlijk dat ik hen wel terug wilde, want het leven was onmetelijk zwaar geweest zonder mijn twee beste vriendinnen, maar de stap leek opeens zo groot. Op dat moment was het echter al te laat om terug te gaan.
Toen de deur geopend werd, zag ik Fleur in de deuropening staan. Ik had verwacht dat ik enkel ontzettend blij zou zijn om mijn vriendinnen te zien, maar toen ik Fleur daar zo zag staan, moest ik een grote hap adem nemen om niet in huilen uit te barsten. Zonder iets te zeggen sloot ze me in de armen, heel teder en voorzichtig, alsof ik de porseleinen vaas van haar oma was (die ene die ze de nacht voordat mijn moeder overleed gebroken had) en ik liet de tranen gewoon over mijn wangen stromen. Ik vergat alles wat er om ons heen bestond, zelfs Bill, en ging kalm met mijn handen over haar rug toen haar schouders begonnen te schokken. Mijn hoofd begroef ik in haar nek.
Na een tijdje liet ik haar los om haar nog eens goed te bekijken. Hoewel mijn blik troebel was van de tranen, kon ik zien dat ze nog precies dezelfde was als vroeger. Misschien was ze enkel een beetje aangekomen. Direct daarna voelde ik weer het verlangen om haar vast te houden en trok ik haar opnieuw dicht tegen me aan. We lieten elkaar echter gauw weer los toen er ergens achter in het appartement een klap klonk. Fleur keek naar achter de hal in voordat ze haar rode ogen droog veegde en ons binnen liet.
“Julia slaapt,” zei ze zachtjes en gedempt, op een toon die een soort van jeugdsentiment bij me losmaakte. De klank van haar stem was iets dat ik ontzettend met vroeger associeerde en zodoende vond ik het heerlijk om haar weer te horen. Ze wees ons een plek op de bank maar ik bleef staan, mijn hand in die van Bill.
“Mag ik misschien bij Julia kijken?” vroeg ik min of meer vanuit het niets. Ik verbaasde mezelf erover dat ik het vroeg, want het verlangen haar te zien was niet ontzettend duidelijk aanwezig geweest vóórdat ik het uitgesproken had. Plotseling besefte ik me echter dat ik haar miste en dat ik haar – hoezeer ze ook veranderd was – alsnog onder ogen wilde komen. Misschien was het nogal roekeloos, maar ik kende mezelf. Als ik het op dat moment niet zou doen, zou ik er urenlang over blijven malen, totdat ik niet meer zou durven. Dat wilde ik niet riskeren.
“Natuurlijk,” glimlachte ze. “Je bent er niet voor niets.”
Ik schonk haar een glimlach terug en trok mijn hand los uit die van Bill. Hij ving mijn blik voor een kort moment en vulde me zo met een gevoel van warmte. Hij was bezorgd om me, dat zag ik al in één oogopslag. Hij was alles dat ik ooit gewenst had.
Op mijn tenen liep ik naar de deur die Fleur me aangewezen had alvorens ze naar het keukentje liep om wat te drinken in te schenken. Ik was vergeten dat Bill me verteld had dat Julia veranderd was, wat zeer waarschijnlijk door de zenuwen kwam. Zodoende schrok ik toen ik de deur langzaam opende en Julia in bed zag liggen. Haar gezicht was zo bleek dat ik dacht dat haar huid doorzichtig was en haar ogen waren omgeven door donkere kringen waarvan ik niet wist of het make-up was of niet. Ze zag er doods uit. Er kwam een magere arm van onder het dekbed vandaan waarvan ze de hand in haar gebleekte haar verstopt had. Er kwam een brok in mijn keel te zitten toen ik me bedacht hoe mooi ze vroeger geweest was, met haar rode haar en sproetjes die op dat moment nergens meer te bekennen waren (ik verdacht haar ze verstopt te hebben onder een dikke laag make-up) en hoe breekbaar ze er uitzag. Mijn oude Julia was nergens meer te bekennen.
Ik kon het niet weerstaan naast haar te kruipen en haar vast te houden zoals ik met Fleur gedaan had. Ze zag er zo verschrikkelijk breekbaar uit. Ik stapte uit mijn schoenen en ging naast haar liggen. Heel zachtjes sloeg ik mijn armen om haar heen om haar niet wakker te maken en al direct nestelde ze zich tegen me aan, alsof ze mijn warmte zocht. Ik zuchtte terwijl ik haar in mijn armen nam en ging langzaam met mijn vingers over haar rug, waarbij ik haar ribben kon voelen. Ze ademde rustig door, klampte zich aan me vast en ik durf te zweren dat ze mijn naam fluisterde, heel zachtjes.
De tranen begonnen direct uit mijn ogen te lopen, zonder enige waarschuwing, en ik beet op mijn lip om geen geluid te maken. Ik trok Julia nog dichter tegen me aan en begroef mijn gezicht in haar blonde haar, waar zoute tranen in belandden naarmate ik me meer ging beseffen dat alles veranderd was. Julia studeerde psychologie en was blond - ik bedoel, zouden er nog grotere verschillen kunnen zijn met vroeger? Als het breekbare meisje dat ik op dat moment in mijn armen was de voorheen zo sterke Julia Friedrichs was, dan kon ik me niet voorstellen dat er nog meer was waarvan ik zou kunnen schrikken.
Ik bedacht me dat het zou kunnen zijn dat mijn deal gewoon had doorgewerkt terwijl ik in Japan was en dat het niet alleen mijn moeder geraakt had, maar ook de andere mensen waarvan ik hield. Waarschijnlijk waren er dingen gebeurd waar ik nog geen weet van had of waar ik nooit weet van zou hebben en dat had Julia misschien wel zo veranderd dat ze nooit meer de oude zou worden, hoezeer we daar ook ons best voor zouden doen. Ik had geen idee.
Plotseling opende ze haar ogen en keek ze me recht aan, waardoor de tranen in mijn ogen sprongen. Opnieuw fluisterde ze mijn naam, stiller dan de zonsopgang na een hevige storm. Ik zei dat ik bij haar was en dat ik nooit meer weg zou gaan, iets waarvan ik niet wist of het een leugen was of niet. Op dat moment wilde ik ook bij haar blijven en nooit meer weg gaan, maar ik had geen idee wat er in de toekomst nog zou gebeuren. Ik huilde gewoon en hield haar stevig vast, met een hol gevoel in mijn maag, gewoon omdat er niets meer was zoals vroeger.
Toen het lunchtijd was en Bill en ik afscheid genomen hadden van de meiden (het had vreselijk veel moeite gekost om hen weer los te laten, gewoon omdat ik weer het gevoel had dat ik hen nooit meer terug zou zien) liepen we samen door het centrum van de stad. Godzijdank werd Bill niet herkend door middel van zijn gigantische Prada-zonnebril en de pet waaronder hij het merendeel van zijn zwarte haar verstopt had, want ik kon me nog goed herinneren hoe ik ooit een elleboogstoot gekregen had van een hysterische fan. We konden rustig over straat en voor het eerst sinds weken had ik weer het gevoel dat we echt samen waren.
Hij wees me telkens op cafeetjes waar ik zou kunnen werken, maar dat was niet echt wat ik wilde. Ik vond het werk in een café leuk, daar niet van, maar het zou me teveel aan mijn tijd in Japan herinneren en daar wilde ik eigenlijk het liefst vanaf. Toen ik hem dat zei, begon hij me te wijzen op snackbars en bakkerijtjes, maar dat wilde ik al evenmin. Eigenlijk wilde ik helemaal niet werken. Ik was zo verschrikkelijk uitgeput van alles dat me het afgelopen jaar overkomen was dat ik het liefst een jaar lang in Bills armen zou willen slapen.
Toen we honger kregen, liepen we een croissanterie in waarvan Bill zei dat ze er heel lekkere broodjes verkochten. Direct toen ik er binnenliep, merkte ik hoe koud het buiten eigenlijk was. De warmte die vanuit de bakkerij kwam, voelde aangenaam aan op mijn koele wangen. De geur van pas gebakken brood deed me denken aan kerstmis en voor een kort moment dacht ik aan Sa en Liam, met wie ik mijn laatste kerstmis had doorgebracht. Een glimlachje kroop over mijn lippen. Ik hoopte dat het hen goed afging.
“Zoek jij maar vast een plaatsje, dan haal ik wel een broodje,” zei hij stilletjes, zijn lippen vlak bij mijn oor, bang dat zijn stem herkend zou worden. “Wat wil jij?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Doe maar iets. Zonder vlees,” antwoordde ik al even stil, mijn hand nog steeds verborgen in de zijne. Op het moment dat hij mijn hand losliet en na me nog een kleine glimlach geschonken te hebben naar de counter liep, voelde ik me opeens heel alleen, heel verlaten, alsof ik er plotseling weer helemaal alleen voor stond. Heel even stond ik als versteend tussen alle andere mensen in, mijn ogen op Bill gericht, net zoals de rest van mijn wezen. Pas daarna besefte ik me dat ik een tafel moest gaan zoeken, zoals Bill me gevraagd had.
Ik drong me een weg door de mensen heen en moest door mijn beschaafde lengte een aantal keer op mijn tenen gaan staan om een leeg tafeltje te kunnen vinden. Uiteindelijk vond ik er één voor twee personen, helemaal achterin de zaak, in een donker hoekje dat bijna perfect voor ons was. Niemand zou ons daar vinden, niemand zou Bill herkennen. We konden daar samenzijn tussen de massa van mensen om ons heen.
Ik trok mijn jas uit en drapeerde die over de leuning van de stoel waarop ik ging zitten. Daarna wachtte ik op Bill, wie ik begluurde vanuit mijn ooghoeken. Nog steeds was ik doodsbang plotseling wakker te schrikken en me te beseffen dat het allemaal een visioen geweest was, een hersenspinsel. Het was onwerkelijk hoe hij daar stond, in levende lijve, nog steeds zo mooi als altijd. Het had iets magisch om zo naar hem te kijken. Het was net alsof ik mezelf niet was, alsof hij niet bij mij hoorde en ik hem opeens vanuit een ander oogpunt kon bekijken. Toch zag ik nog altijd het zelfde: een jongen die ondanks de fysieke en mentale beschadigingen die hij in de loop van zijn leven opgedaan had, nog steeds prachtig was. Vanuit ieder oogpunt.
Na een hele poos kwam hij terug met twee broodjes eiersalade in zijn beide handen. De glimlach die zijn lippen zegende, bracht me in hogere sferen. Plotseling wilde ik hem aanraken, er zeker van zijn dat mijn hand niet recht door die van hem zou vallen, maar ik wist niet zeker of ik dat wel durfde.
Het was ontzettend druk vanwege het tijdstip en zodoende hield Bill zijn zonnebril op. Pas toen de zaak wat leeg begon te lopen en de wijzers van de klok richting half drie kropen, durfde hij hem af te zetten en maakte ik oogcontact door zijn blik te vangen. Direct waande ik me weer in een soort van droom, alsof het allemaal niet echt was. Nooit had ik durven hopen dat ik ooit nog terug zou komen naar Duitsland en plotseling was het gebeurd, zomaar, zonder dat ik erop voorbereid was geweest. De stilte die tussen ons in hing, durfde ik niet te verbreken omdat het het moment nog eens versterkte, het nog eens een extra lading gaf die ik prettig vond. Zonder iets te zeggen konden we met elkaar communiceren, gewoon door elkaar in de ogen te kijken. Ik zag dat hij gelukkig was.
“Zou je hier niet willen werken?” vroeg hij na een lang moment van stilte.
Ik keek verbaasd op en keek de ruimte rond om te zien of ik het inderdaad leuk zou vinden om er te werken. Eerst was het er zo druk geweest dat het interieur amper te zien was geweest, maar op dat moment waren wij de enigen in de winkel en dus kon ik eens goed om me heen kijken. De tafels waren van een geelachtig soort marmer - een kleur die ook terugkwam in de muren, vloer en in de lampen die boven de tafeltjes hingen. Ze wierpen een speels licht op de ruimte die sowieso al rijk was aan zonlicht door de gigantische ramen aan de voorkant. De balie was van donker hout, daarachter stonden mensen die er vriendelijk uit zagen en ik kon niet anders concluderen dan dat ik het als gezellig ervoer. Er hing een fijne sfeer.
Toen ik stil bleef, stond hij op na zijn zonnebril weer op zijn neus gezet te hebben en deelde me mee dat hij een sollicitatieformulier voor me ging halen. Ik stribbelde niet tegen en keek hem met mijn kin in mijn handpalm aan, glimlachend om zijn ietwat vrouwelijke manier van lopen. Hij sprak een jongen aan die me een beetje aan Liam deed denken. Direct begon ik te twijfelen aan of ik het plan door moest zetten, maar ik bedacht me dat het wel de beste werkplek die ik tot dan toe gezien had. Als ik deze kans niet zou grijpen, zou er misschien wel helemaal geen kans meer komen.
Terwijl hij daar zo stond en wachtte totdat de blonde jongen met een formulier terug kwam, staarde ik naar hem. Zijn profiel was duidelijk te zien doordat hij voor het raam stond en zo werden de vrijwel perfecte lijnen van zijn figuur nog eens extra benadrukt. Hij stond met zijn handen in zijn kontzakken, op de buitenkant van zijn voeten, precies zoals ik altijd stond als ik me geen houding wist te geven en ik voelde me opeens intens gelukkig, gewoon omdat ik weer naar hem kon kijken. Gewoon omdat ik hem weer bij me had.
Na een hele poos kwam de blonde jongen weer terug met een papier en een pen, welke hij aan Bill gaf. Ik zag dat hij iets vroeg, waarna Bill naar mij wees en daarna keek ook de jongen mijn richting uit. Ik glimlachte vriendelijk, met mijn hand nog onder mijn hoofd en zwaaide met de hand die ik op tafel had liggen. Hij glimlachte terug en wendde zich weer tot Bill, waarna die zich omdraaide en weer naar mij toe gelopen kwam. Toen hij weer tegenover me kwam zitten en hij de pen en het papier naar me toe schoof, boog ik over de tafel heen en drukte mijn lippen kort op die van hem, mijn angst voor de droom vergeten, gewoon omdat ik plotseling weer wist wat ik al die tijd had moeten missen en ik hem wilde laten weten dat ik altijd bij hem zou blijven.
Ik had eens moeten weten.
Ik las gauw het formulier door, waar veel meer in stond dan ik gewend was: ik had nog nooit eerder in hoeven vullen wat mijn bloedgroep was en er was ook nog nooit naar mijn ouders gevraagd. Die laatste vraag vond ik nog wel het meest verschrikkelijk. Telkens keek ik even op naar Bill, wiens blik ik probeerde te vangen maar hij keek afwezig naar buiten en scheen niet door te hebben dat ik hem aanstaarde. Ik liet mijn blik een poosje over de zachte lijnen van zijn gezicht gaan, naar zijn hals en dat plekje waar zijn sleutelbeen onder zijn shirt verdween. Met een weemoedige glimlach en een melancholisch gevoel dacht ik aan de littekens en ik richtte mijn aandacht weer op mijn sollicitatie.
Toen ik mijn naam had in gevuld en opgeschreven had dat ik nog geen adres had, stond hij plotseling op. Hij schoof de zonnebril weer op zijn neus alvorens zijn jas te pakken en die over zijn schouders te slaan. Ik keek verbaasd op.
“Ik ben zo terug,” zei hij voordat hij me een kus gaf. Daarna liep hij naar de uitgang, opnieuw met zijn handen in zijn kontzakken. Ik bleef zitten en richtte mijn aandacht pas weer op het papier dat voor me lag toen de glazen deur dicht sloeg en Bill uit mijn zicht verdween. Ik zette de punt van de pen, waarop het logootje van de croissanterie prijkte, weer op het papier en schreef het telefoonnummer op waarop ik altijd te bereiken was. Vooral dat laatste was een vereiste.
Toen ik ongeveer halverwege was, zag ik vanuit mijn ooghoeken dat er iemand tegenover me kwam zitten. Ik had verwacht dat het Bill zou zijn, maar ik keek recht in het gezicht van de blonde jongen die even daarvoor nog achter de counter gestaan had. Hij glimlachte en ik zag dat hij op mijn papier keek. Aan de fronsrimpel in zijn voorhoofd te zien, probeerde hij een aantal woorden te lezen. Ik legde mijn pen op tafel en trok mijn wenkbrauwen een beetje op, benieuwd wat hij te zeggen had.
“Hoi, Maren,” zei hij op een gegeven moment, en hij sloeg zijn ogen naar me op. Ik kreeg een blos op mijn wangen toen ik me besefte dat hij mijn naam had proberen te lezen en had sterk de neiging mijn handen over het formulier te leggen zodat hij niet ook mijn mobiele nummer te zien kreeg (vooral Bill had daar nogal nare herinneringen aan) maar ik deed het niet omdat ik wist dat ik dan zou overkomen als een verlegen schoolmeisje. Ik zei hem heel neutraal gedag en glimlachte zoet om vast een goede indruk te wekken - als het goed was, zou hij immers mijn nieuwe collega worden.
“Ik ben Justin Engelmaier,” stelde hij met een opgewekte stem voor, en hij stak zijn hand uit. Ik pakte hem vast en kneep er zacht in in plaats van hem te schudden. Zijn handen waren groot, maar aangenaam zacht en mannelijk. Zijn nagels waren keurig geknipt en vierkant, heel anders dan die van Bill. Plotseling voelde ik me min of meer onrustig worden; onveilig ook wel, misschien, al was er niets om bang voor te zijn.
“Maren,” zei ik overbodig. “Meyer.”
Hij liet mijn hand niet los toen we ons aan elkaar voorgesteld hadden, maar hield hem nog even vast in die van hem en bleef me aankijken, met een grappig soort glimlach op zijn gezicht. Ons lichaamscontact maakte dat ik me ongemakkelijk voelde, maar die glimlach stelde me weer gerust. Het was ontzettend vreemd allemaal.
Zijn ogen waren lichtbruin, bijna geel. Hypnotiserend. Ik had nog nooit iemand gezien die zo’n oogkleur had en daardoor werd ik erdoor gebiologeerd. Op een gegeven moment had ik niet eens meer door dat ik hem in zijn ogen staarde; ik had enkel maar oog voor de kleur.
Hij liet mijn hand los, een kleine glimlach dansend rond zijn lippen. Plotseling leek hij heel timide en sloeg hij zijn betoverende ogen neer. Direct viel ik weer terug in de werkelijkheid en kleurde mijn hoofd rood van gene, gewoon omdat ik zo onbeschaamd naar hem had zitten kijken. Het voelde alsof ik Bill verried, ook al was en geen enkele reden om dat te voelen.
“Woon je in de buurt?” vroeg hij me, nog altijd met zijn blik op het tafelblad gericht. Zijn vingers speelden met het servetje waarmee Bill even daarvoor zijn mond had afgeveegd. Hij scheurde er telkens kleine stukjes vanaf, om daar bolletjes van te draaien en die naar grootte te rangschikken op het tafelblad. Ik vond het vreemd wat hij deed, want het had iets weg van een dwangneurose, maar ook dat biologeerde me. Hij had iets over zich dat heel pakkend was, iets mystieks en ook al vond ik hem een beetje vreemd, ik wist wel direct dat hij een goed hart had.
“Ik zoek een woning in de buurt,” antwoordde ik. “Daar heb ik het geld voor nodig.”
Hij knikte op een rustige manier en maakte dat ik me daarmee wat meer op mijn gemak voelde. Hij was misschien een beetje angstaanjagend door de zweem van mysterie die er om hem heen hing, maar er ging een soort van rust van hem uit die zijn weerslag had op mij. Ik vond hem interessant omdat ik het gevoel had dat er een hele wereld schuilging onder de oppervlakte van zijn huid. Ik werd nieuwsgierig naar wat hij meegemaakt had – want ik kon in één oogopslag zien dat hij veel dingen verborgen hield. Op dat moment al wist ik zeker dat ik al zijn geheimen wilde ontrafelen.
“Waarschijnlijk duurt het niet zo heel lang voordat je wordt aangenomen,” zei hij met een schittering in zijn gele ogen. “Er werkt hier een meisje dat pas geleden getrouwd is en naar het buitenland gaat verhuizen, dus waarschijnlijk kun je haar plaats innemen.”
Ik glimlachte naar hem. Hij deed me echt aan Liam denken. Het was gewoon de manier waarop hij zijn gezicht bewoog als hij sprak en de manier waarop hij zijn haar - dat een tikje lichter was dan dat van Liam - geknipt had. Ook Justin zou make-up geweldig staan.
Op een gegeven moment hoorden we de deur open gaan (ik keek op in de hoop dat het Bill was) en kwamen er twee klanten binnen. Justin excuseerde zich, zei dat hij zijn klanten moest helpen en wenste me veel succes met het invullen van het formulier. Daarna liep hij weg.
Ik richtte mijn aandacht weer op het formulier en vulde nog een paar vragen in (rekeningnummer, allergieen, telefoonnummer van mijn huisarts) voordat ik me sterk af ging vragen waar Bill uithing. Toen ik op mijn horloge keek, zag ik dat hij al een half uur weg was en op dat moment begonnen de rampscenario’s door mijn hoofd te razen, die gingen van Bill die uit elkaar getrokken was door bloeddorstige fans tot Bill die een verhouding had met Nathalia. Telkens keek ik op van mijn papier om door het raam te kijken of hij al terug kwam, maar ik zag allemaal mensen die in de verste verte nog niet op hem leken. Ik glimlachte bij het idee dat zijn perfectheid ook met geen mogelijkheid te evenaren was.
Op het moment dat ik het laatste witte regeltje had gevuld en ik mijn pen naast het papier neerlegde, hoorde ik de deur dichtslaan. Direct sloeg ik mijn ogen op en ik werd aangenaam verrast toen ik zag hoe Bill binnen kwam lopen, met een betoverende glimlach die zijn gezicht en een gigantische ingepakte doos onder zijn arm. De twee mensen waarvoor Justin was opgestaan, keken hem verbaasd na en ook ik kon amper geloven wat ik zag. Het verbaasde me dat Bill het kon dragen.
Hij legde het pakket voor me op tafel, ging weer tegenover me zitten en trok zijn jas uit zonder het oogcontact tussen ons te verbreken. Al die tijd bleef hij grijnzen, als een onschuldig en klein jongetje dat zijn moeder met moederdag verrast met een auto.
“Voor jou,” verduidelijkte hij met een grijns toen ik geen aanstalten maakte om het pak open te maken, al was dat alleen maar omdat ik te verbaasd was om iets te doen. Hij keek me verwachtingsvol aan en vouwde zijn handen op tafel. Plotseling schoot ik wakker uit een soort van trance en begon ik met mijn nagels, waar de zwarte nagellak vanaf bladderde, de plakbandjes los te pulken, voorzichtig om het pakpapier niet kapot te maken. Vroeger had ik dat ook altijd gedaan, op alle verjaardagen dat mijn ouders nog bij elkaar waren geweest.
Mijn hart bonkte in mijn keel en de tranen maakten mijn ogen vochtig toen ik het papier uitvouwde en er voor me een in een doos verpakte gitaar lag. Een Fender. Zwart. Het liefst was ik over de tafel gesprongen om Bill te omhelzen en te bedanken met wel duizend kusjes, maar ik was als verlamd en kon alleen maar huilen van blijdschap. Opeens voelde ik hoezeer ik het gemist had, het muziek maken, en hoezeer ik dat verlangen had weggedrukt. Toen ik opeens weer een gitaar binnen handbereik had, wilde ik er meteen op gaan spelen, maar dat ging nu eenmaal niet.
Ik keek Bill aan en zag dat mijn blik vertroebeld was door de tranen. Ik wilde hem graag zeggen dat ik het zo waardeerde, dat ik het fantastisch vond dat hij me zomaar een gitaar cadeau gaf, maar ik kon het niet omdat er een brok in mijn keel zat. Hij stond op en kwam naast me op mijn stoel zitten toen ik hem met wat plompverloren armgebaren duidelijk maakte dat het me niet ging lukken om iets te zeggen. Ik was op dat moment zo gelukkig dat het me niet lukte om ook maar iets van emotie te uiten. Hij hield me stevig vast en ik begroef mijn hoofd in zijn shirt om het geluid dat ik maakte enigszins te dempen. Hij hielp me door kalmerend over mijn rug te strijken en sussend Durch den Monsun voor me te zingen. Langzaam werd ik wat rustiger, hoewel ik nog steeds niets uit kon brengen. Ik veegde mijn ogen droog en hief mijn hoofd naar hem op, zodat ik een kus op zijn warme lippen kon drukken en hem zo maar vertelde dat ik ontzettend veel van hem hield. Ik hoopte dat hij dat zou begrijpen.
“Zorg dat ik trots op je kan zijn,” fluisterde hij zachtjes. Ik zag dat zijn ogen blonken van de ongehuilde tranen en sloeg mijn armen om zijn nek. Natuurlijk wilde ik hem trots maken - ik wilde niets liever dan dat. Ik hield verschrikkelijk veel van hem en dat zei ik hem dan ook, al wist ik niet of hij het kon horen. Het liefste zou ik het van de daken schreeuwen, schreeuwen dat ik van hem hield en dat hij ook van mij hield, maar dat kon niet. Er was teveel waar we rekening mee moesten houden. Ik hield nog precies zoveel van hem als vroeger, besefte ik me, misschien zelfs nog wel meer. Het deed me verschrikkelijk veel zeer dat we zo lang zonder elkaar hadden moeten leven en dat er zoveel veranderd was in de tussentijd. Ook wij waren veranderd, de situatie tussen ons al evenveel, maar onze liefde niet. Die was altijd het zelfde geweest en die zou ook altijd het zelfde blijven, enkel de manier waarop we ermee omgingen veranderde van tijd tot tijd. Ik kon me niet voorstellen dat ik hem ooit nog kwijt zou raken, omdat ik wist dat we van elkaar hielden en we dat altijd zouden blijven doen.
Ik vergiste me wel vaker.
Die avond zat ik op Bills bed met mijn spiksplinternieuwe gitaar op mijn schoot. Mijn vingers waren het niet meer gewend om te spelen en zodoende deden ze al gauw zeer, maar ik speelde gewoon door omdat het me zo’n heerlijk gevoel gaf. Ik had al niet meer gespeeld sinds mijn moeder overleden was en dat was al bijna anderhalf jaar geleden. Spelen op een gitaar die me niet aan vroegere tijden deed herinneren, voelde als een verademing en joeg een heerlijk gevoel door mijn lichaam. Het was alsof ik een lange tijd onder water had geleefd en plotseling weer boven gekomen was, zodat ik weer kon ademen, frisse lucht op mijn lichaam voelde en eindelijk de zon weer kon zien.
Keer op keer probeerde ik het nummer Iris te spelen, wat ik ooit gespeeld had op het Song & Rhyme contest in Sachsen-Anhalt. Telkens weer zong ik het mee in mijn hoofd. Het zinnetje ‘You bleed just to know you’re alive’ liet ik bewust weg, omdat Bill ooit over mijn littekens gezegd had dat het hem aan dat nummer deed denken. Dat kwam allemaal uit een tijd waar ik niet teveel meer over na wilde denken. Ik wilde in het heden leven, niet meer in het verleden. Ik had Bill nu, had mijn oude vrienden terug en het was voor mijn gevoel tijd om weer overnieuw te beginnen met leven. Ik had toen nog geen idee dat mijn verleden me zou blijven achtervolgen.
Ook Durch den Monsun speelde ik keer op keer, waarvan ik in tegenstelling tot Iris de akkoorden niet vergeten was. Ik fluisterde de tekst zachtjes mee en voelde hoe ik daar rustig van werd. Ik liet me niet afleiden toen ik het nummer al voor de vierde keer zong en de deur van de slaapkamer langzaam open ging. Hoewel ik niet opkeek, wist ik zeker dat het Bill was, want dat voelde ik op de één of de andere manier aan. Hij bleef bij de deur staan, onderbrak me niet en bleef rustig wachten tot ik bij het einde was.
“Dat klonk mooi,” zei hij op een gegeven moment met een serene glimlach op zijn gezicht terwijl hij naast me op bed kwam zitten en zijn arm om mijn middel sloeg. “Je moet echt mee gaan op tour en dan dat nummer met ons spelen. En zingen, samen met mij.”
Ik trok mijn mondhoeken op, vertederd door zijn voorstel. Het klonk zo kinderlijk, alsof het een droom van hem was die hij eigenlijk nooit had kunnen laten varen, ook al was hij al zoveel jaren ouder. Bill was ontzettend veel veranderd, maar ergens in hem zag ik nog steeds dat kleine jongetje dat hij ooit geweest was; de persoon waarop ik verliefd geworden was.
“Dat kan niet,” zei ik, berouwvol omdat ik bang was zijn droom te vernielen. “Autumn Leaves bestaat niet meer. We hebben al te lang niet meer geoefend en bovendien hebben Julia en Fleur nu een leven om te leven. De band past daar niet meer tussen.”
Ik keek naar opzij en streelde de hals van mijn gitaar. Naast me voelde ik Bill bewegen, nog iets dichter naar mij toe, alsof hij me nog steviger vast wilde houden dan daarvoor. Ik glimlachte vertederd. Het was zo vreselijk fijn te merken dat hij nog ongeveer hetzelfde voor mij voelde als ik voor hem.
“Je kunt ook alleen meegaan,” stelde hij me voor, met een smekende toon in zijn zachte stem. “Om ons te ondersteunen.”
Ik keek hem aan, liet mijn blik gevangen worden door zijn onwaarschijnlijk bruine ogen en voelde mezelf week worden in zijn armen. Het was bijna onmogelijk om weerstand te bieden tegen wat ik in zijn ogen zag; de angst om weer alleen te moeten zijn. Ik voelde precies het zelfde, maar ik wist dat ik niet met hem mee moest gaan. Ook ik behoefte had aan een stabieler leven. Ik had te lang heen en weer geslingerd tussen steden, landen, continenten en gevoelens en het was tijd dat er eens rust in mijn leven zou komen. Natuurlijk wilde ik graag bij Bill zijn, maar ik had zomaar het gevoel dat het beter zou zijn om thuis te blijven. Misschien was dat omdat Georg dan altijd in de buurt zou zijn, maar misschien ook niet. Ik weet het niet meer.
Het voelde vreemd om Duitsland weer mijn thuis te noemen, om Magdeburg al als mijn thuis te zien. Verschrikkelijk vaak had ik gedacht dat ik het gevoel zou hebben er niet meer bij te horen. Heel even was dat ook zo geweest, maar toen ik eenmaal bij Julia en Fleur geweest was, was dat op slag verdwenen. Opeens had ik het gevoel gekregen dat ik in Duitsland thuishoorde en dat het inderdáád mijn thuis was. Ik was er geboren, opgegroeid en hoewel ik door eigen toedoen uit mijn geboorteland was weggehaald, was het nog altijd mijn thuis. Ik kon me toen nog niet voorstellen dat dat ooit nog zou veranderen.
“Misschien heb je wel gelijk,” zei hij met een kleine glimlach waar de triestheid doorheen scheen. Na me een klein kneepje in mijn hand gegeven te hebben, stond hij op en liep hij naar zijn kledingkast, om daar een schoon shirt uit te zoeken. Ik zette Durch den Monsun opnieuw in, maar nu ondersteund door zijn zachte stem. Hij zong zacht en zuiver de woorden mee terwijl hij het schone shirt op bed gooide en degene die hij op dat moment droeg over zijn hoofd trok. Ik kreeg kippenvel van het zicht op zijn prachtige blanke huid, die volledig glad en ononderbroken was, behalve dan die twee -
Ik stopte met spelen en zingen, wat een stilte teweeg bracht die enkel nog onderbroken werd door het zachte zingen van Bill. Toen hij merkte dat ik stil was, stopte hij echter ook. Met grote ogen keek ik naar de huid van zijn sleutelbeen, waar voordat ik naar Japan vertrok nog twee rode strepen in stonden. Op dat moment waren het er echt vele malen meer, door elkaar, over elkaar, wat de huid dik maakte en ik voelde hoe mijn mond een stukje open zakte van ongeloof en verbazing. Een ijzige stilte vulde de kamer toen onze blikken elkaar ontmoetten, omdat we beide niet wisten wat we moesten doen of zeggen. Hij wendde al gauw zijn blik weer af en trok gauw het tweede shirt over zijn hoofd heen om te verbergen wat ik even daarvoor ontdekt had. Heel langzaam schreed hij naar de overkant van zijn kamer. Toen hij tegen de deur bleef leunen, ontmoetten onze ogen elkaar weer en toen ik mijn gitaar aan de kant legde, voelde ik hoe de tranen zich een weg naar buiten vochten. Het kon niet. Het mocht niet.
“Waarom dan?” vroeg ik hem terwijl ik mijn hoofd in mijn handen begroef. Plotseling voelde ik me ontzettend machteloos. Bill had al die tijd dat ik in Japan gewoond had geleden en dat was allemaal mijn schuld. Hij was een gevaar voor zichzelf geworden; niet alleen door de drugs, maar ook doordat hij in alle scherpe voorwerpen een bevrijding zag. Ik begreep maar niet waarom.
“Zoiets vroeg ik ook aan jou toen – je weet wel,” zei hij zo zachtjes dat ik niet eens zeker wist of hij wel echt sprak. Zijn stem klonk geraakt en gebroken en ik bespeurde een kleine trilling, alsof hij op het punt stond te gaan huilen. Het zou me niet eens verbazen als hij dat zou doen – ik wist immers hoe verschrikkelijk het was om betrapt te worden op dingen waar je niet trots op was. Ik wist hoe het was om geconfronteerd te worden met jezelf op die manier. Ik wist hoe het was om te ontdekken hoeveel pijn je andere mensen deed door jezelf te bevrijden van de leegte binnenin. Automutileren was als een bevrijding, maar het sloot je eveneens op in een web van leugens.
Ik keek naar hem op en zag hoe hij daar tegen de deur aan geleund stond, zijn vingers verstrengeld in de zoom van zijn T-shirt. Hij zag er zo fragiel uit, zo breekbaar. Plotseling voelde ik me mijlenver van hem verwijderd, alsof ik hem niet meer kon bereiken. In principe kon ik dat ook niet. Ik kon hem niet tegen zichzelf beschermen; ik kon er hooguit voor hem zijn.
“Ik heb je alle tijd gegeven die je nodig had,” zei hij, zijn gezicht nog altijd met zijn gezicht naar de grond gericht. Zijn donkere haar viel in strengen langs zijn ingevallen gezicht, een beeld dat me zodanig betoverde dat ik op slag niets anders kon doen dan hem vergeven. Ik wist hoe het voelde om leeg te zijn, hoe het was om je te voelen alsof je alleen op de wereld was. Ik zei hem dat ik hem alle tijd van de wereld zou schenken als hij het maar nooit meer zou doen. Hij zei dat hij dat niet kon beloven.
Het moment daarna kwam hij naast me zitten en hield me in zijn armen, wat bij mij nog veel meer tranen losmaakte. Zodra ik eenmaal begonnen was, kon ik niet meer stoppen, wat vooral kwam door zijn zachtheid en de liefde die hij met een aantal simpele aanrakingen over kon brengen. Dat maakte me week van binnen en zorgde ervoor dat ik nog veel vatbaarder werd voor emoties die zich door mijn lichaam verspreidden. Als ik gelukkig was en hij hield me op die manier vast, dan werd ik uitzinnig van vreugde. Was ik verdrietig, dan werd ik diep treurig. Bill had een uitwerking op me die ik tot voor kort niet voor mogelijk had gehouden en ik besefte me dat dat vreselijk bijzonder was. In principe had hij mijn emoties in de hand.
We zakten op bed en hij hield me stevig vast, totdat het huilen uiteindelijk stopte en de tranen op mijn gezicht alweer opgedroogd waren. Met mijn vingers ging ik even over de huid onder mijn ogen om het overtollige zwart daar te verwijderen en daarna maakte ik me los uit de omhelzing om hem aan te kijken. Ik zag dat hij ook tranen in zijn ogen had en ook al wilde ik hem vragen te beloven dat hij zichzelf nooit meer zoiets aan zou doen, deed ik het niet omdat ik wist dat hij toch wel bij zijn eerste antwoord zou blijven. Als hij het niet kón beloven, zóú hij het ook niet beloven, was mijn ervaring. Zo was hij nu eenmaal.
“Nathalia belde daarnet,” zei hij en ik knipperde verbaasd met mijn ogen omdat hij zo plotseling van onderwerp veranderde. “Ze heeft van Fleur gehoord dat je een woonruimte zoekt en een achteroom van haar stiefmoeder heeft een appartementencomplex, dus zij zou in principe wel iets voor je kunnen regelen. Als je dat zou willen, tenminste.”
Ik stond even perplex en wist niet wat ik moest zeggen. Het liefste zou ik weigeren, want ik wilde eigenlijk zo min mogelijk met Nathalia te maken hebben en ja - als ik via haar een woning zou krijgen, zou ik zodoende met haar te maken hebben. Ik wilde niet dat ze me zou helpen, gewoon omdat ik wist dat het niet gemeend was. Nathalia haatte me en ik was er zeker van dat het een valstrik was. Ze zou nooit iets voor me doen uit goede wil. Nooit.
“Ik heb eigenlijk liever dat je bij mij blijft, maar ik begrijp het wel,” zei hij stilletjes, zijn vingers strelend door mijn loshangende haren. Ik voelde hoe mijn hart een sprongetje maken door zijn tederheid. De vlinders fladderden zoals vanouds door mijn buik en heel eventjes had ik het gevoel dat alles weer precies zo was als vroeger. In feite was er tussen ons ook niets veranderd. Ik hield van hem en hij van mij – dat was alles dat telde.
“Het kan niet,” antwoordde ik hem, met een klein glimlachje dat tintelde op mijn lippen. Ik hoefde hem niet eens uit te leggen waarom; aan zijn blik kon ik zien dat hij me begreep. Er was tijd genoeg om samen te kunnen zijn wanneer hij terug zou komen. Bovendien gaf het feit dat hij weg ging me de kans om rustig mijn leven weer op te bouwen. Ik had iets stabiels nodig, een fundament waar ik de rest van mijn leven op zou kunnen gaan bouwen. Iets zei me dat me dat niet zou gaan lukken wanneer ik Bill in de buurt zou hebben.
“Ik begrijp het ook wel, maar ik weet zeker dat je het geweldig zou vinden om mee te gaan,” antwoordde hij me. “Ik bedoel; je vindt het geweldig om muziek te maken – en zeg nu niet dat het niet zo is, want ik waarom ben je anders ooit begonnen met Autumn Leaves?”
“Tijden veranderen,” zei ik met een triestig glimlachje, want ik wist dat het waar was. Altijd had ik plezier gehad in het maken van muziek en ik wist dat dat voor Fleur en Julia ook gegolden had, maar ik wist niet of dat nog steeds zo was. Het zou me niet verbazen als Fleur haar basgitaar al weggedaan had en ik vroeg me af of Julia nog wel een drumstokje kon vasthouden met haar krachteloze handen. Alles kon kapot, bleek maar weer, zelfs dromen die al jaren in mijn hoofd geleefd hadden.
“Maar het is zo zonde,” zei hij zachtjes terwijl hij zichzelf achterover op bed liet vallen, met zijn handen onder zijn hoofd gevouwen. “Jullie waren echt heel goed, weet je wel, ik bedoel - ik snap gewoon niet dat jullie nooit benaderd zijn voor een platencontract…”
Ik ging naast hem liggen, op mijn zij, steunend op mijn elleboog. Met mijn vingertoppen streek ik zachtjes langs de huid van zijn buik, die vrijgekomen was doordat hij met zijn armen omhoog lag. De haartjes op zijn huid gingen recht overeind staan. Langzaam trok ik met mijn nagel de contouren van de ster in zijn huid over. Hij bracht me uit balans door mijn arm van onder mijn hoofd weg te trekken en draaide me op mijn rug, om me vervolgens vast te pinnen met zijn lichaam. Hij drukte zijn lippen op die van mij en verwarmde mijn mond zo met een heerlijk zachte kus die voor mij wel tot in de oneindigheid mocht duren. Ik sloot mijn ogen en voelde zijn vingers over mijn lichaam dwalen, steeds iets verder naar beneden en ik voelde direct hoe er zenuwen in mijn maag begonnen te kriebelen, alsof het de eerste keer was dat het gebeurde, maar dat was niet zo. Een vaag gevoel van paniek overviel me, gewoon omdat ik niet wist waarom ik opeens dat gevoel kreeg en omdat ik het niet wílde voelen. Ik wilde me gewoon aan hem over kunnen geven, maar het ging niet. Mijn gevoel werkte me tegen.
Nog geen twee seconden later voelde ik hoe zijn gewicht zich naast me verplaatste en durfde ik mijn ogen weer open te doen. Hij stopte zijn aanrakingen en keek me diep in de ogen terwijl hij een sussend soort geluidje maakte. Ik wilde fluisteren dat het me speet, maar kreeg de kans niet. Hij gaf me een lichte kus die de zenuwen weer deed vervagen. Zodra hij zijn hoofd weer terugtrok, hield hij me stevig vast. Ik voelde hoe hij zijn tatoeage tegen die van mij drukte en direct voelde ik een steek van verlangen door mijn maag gaan, ééntje waarvan ik wist dat hij weer zou vervagen als hij te dichtbij zou komen. Het was niet zo dat ik niet wilde, maar ik kon het niet. Achterin mijn hoofd leefde de gedachte dat ik hem zo weer kwijt zou raken en dat het dan alleen maar meer zeer zou doen als ik het zo ver zou laten komen dat ik weer naar bed zou gaan. Ik zei hem dat ik gewoon wat tijd nodig had en hoewel ik niet vertelde waarom, denk ik toch dat hij me begreep.
“We doen het rustig aan,” zei hij zachtjes, en hij ging met zijn vingers door mijn haar. Ik ademde langzaam in en uit en luisterde naar het bonken van zijn hartslag, wat in snelheid afnam naarmate de seconden verstreken. Ik fluisterde dat het me speet en hij antwoordde heel luchtig dat het niet gaf maar ik geloofde hem niet, al weet ik niet waarom.