Deel 2


Lieve Sa,

Op dit moment lig ik op Bills bed in de tourbus. We rijden ergens in de buurt van Hamburg, geloof ik, maar dat weet ik niet zeker. Ik ben deze afgelopen week al in meer steden geweest dan daarvoor in mijn hele leven en zodoende kan ik het niet meer bijhouden. Eerlijk gezegd doe ik ook de moeite niet, want het kan me vrij weinig schelen. Ik ben bij Bill en dat is waar het om gaat.
Zoals je misschien al hebt kunnen raden, ben ik mee op tournee. Het is Nathalia niet gelukt om een woning voor me te regelen voordat de jongens er vandoor moesten en omdat ik niet bij mijn vriendinnen wilde aankloppen, heb ik Bill toch maar zijn zin gegeven. Het is nu wachten totdat zij Bill belt om te zeggen dat ze een appartementje voor me gevonden heeft. Eigenlijk valt het touren me nog niet eens zo heel erg tegen. Hoewel Georg veel toenadering zoekt en Bill daardoor ontzettend op zijn hoede is, is het de meerderheid van de tijd heel erg gezellig.
Ik heb met Tom gepraat over wat er allemaal gebeurd is over toen ik in Japan was en ik moet zeggen dat ik daar best veel mee opgeschoten ben. Anders dan ik verwacht had, is het niet zo dat Tom alleen maar onvolwassen en vervelend is, maar kan hij ook heel serieus zijn. Gelukkig.



Ik tokkelde zachtjes voor me uit, liet de stilte om me heen langzaam verdwijnen en maakte zo dat ik me ontzettend gelukkig voelde. Ik zat in de tourbus, tussen de spullen van de vier jongens die op dat moment een spetterend optreden aan het geven waren. Ik was helemaal alleen, maar vond het niet erg. De rust die ik zo even had, was van harte welkom. De tourbus werd op ieder moment van de dag besprongen door fans en hoewel de jongens daar al aardig aan gewend waren, kon ík die hectiek nog niet goed verdragen. Zodoende was de eenzaamheid die ik bijna iedere avond kreeg, een cadeautje dat me blijer kon maken dan al het materiële in de wereld.
Ik zuchtte en zette het eerste akkoord van Durch den Monsun in zonder het vorige nummer af te maken. Nog steeds had dat nummer iets speciaals voor me. Waarschijnlijk was dat omdat Bill het voor mij geschreven had, maar dat was niet het enige dat me raakte. De puurheid van de melodie en de gevatheid van de akkoorden maakten iets in me los wat geen enkel ander lied ooit bij me had losgemaakt. Ik werd er altijd angstaanjagend kalm van, soezerig bijna, maar dat vond ik ook heerlijk. Dat nummer spelen fungeerde bijna als een vlucht uit de werkelijkheid en dat maakte dat ik me nog veel meer een vluchtelinge voelde.
Ik schrok op uit mijn droomwereldje toen de deur van de bus openzwaaide en de jongens binnen kwamen. Terwijl ik mijn gitaar voorzichtig naast me neerlegde, vulde de ruimte zich met enthousiaste geluiden waaruit ik kon opmaken dat het optreden goed gegaan was. Bill kwam direct op me af lopen. Hij stak zijn hand naar me uit en ik pakte hem aan, waarna hij me overeind trok en onmiddellijk een warme kus op mijn lippen drukte, zo één waarvan ik van binnen helemaal warm werd en waardoor ik zijn geluk kon voelen.
“Ga je morgen wel mee naar de kleedkamer?” fluisterde Bill in mijn haar, zo dichtbij me dat ik zijn warme adem kon voelen. Zijn armen lagen nog altijd om mijn middel en ik had mijn armen nog steeds om zijn nek geslagen. Ik kon over zijn schouder heen kijken en liet Georg mijn blik vangen terwijl hij een biertje pakte. Meteen toen onze blikken elkaar kruisten, wendde hij zijn blik af, alsof het niet de bedoeling was geweest dat ik hem aangekeken had. Ik wist echter wel beter.
“Ik weet het niet,” antwoordde ik zonder nog aandacht aan Georg te besteden. Ik zou graag met hem meegaan om de zenuwen voor en de euforie na het concert met hem te delen, want het leek me geweldig om daar deel van uit te maken. Ik was echter als de dood voor de fans die backstage kwamen voor meet & greets en het feit dat ze conclusies zouden kunnen trekken uit het feit dat daar een meisje rondliep. Ik wilde in geen geval dat die meiden foto’s van me zouden maken om aan tijdschriften te verkopen onder het mom van ‘Bill Kaulitz heeft een vriendin’. Zodoende hield ik me liever onzichtbaar.
Direct toen ik hem antwoord gegeven had, gaf Bill me een kus in mijn nek. Ik giechelde als een klein schoolmeisje omdat zijn haar vederlicht kriebelde. Daarna liet hij me los en nam me aan de hand mee naar de kleine zithoek achterin de bus, waar we ons naast elkaar op de lange bank lieten zakken. Hij ging expres eerst, omdat ik anders naast Georg zou komen te zitten, en dat was nog steeds iets dat hij uit alle macht probeerde te vermijden.
Tom, die ook op de bank zat, dook een pakje sigaretten en een aansteker op uit de diepe zak van zijn broek (het pakje hing waarschijnlijk ergens ter hoogte van zijn knieën) en bood de andere jongens er één aan. Gustav sloeg beleefd af, maar Georg en Bill stortten zich er direct bovenop en leenden om beurten Toms vuur, wat nog bijna een ruzie teweeg bracht. Gelukkig was Tom in het bezit van twee aanstekers en dus hadden de twee geen reden meer om elkaar in de haren te vliegen. Ik verdacht hem ervan dat hij altijd voor zulke situaties op zijn hoede was en dat hij er daarom altijd twee bij zich droeg. Toen ik hem aankeek, werd dat vermoeden min of meer bevestigd.
De paniek die ik heel eventjes gevoeld had, ebde langzaam weg. Ik liet mijn ogen even op de jongen naast me rusten, die heel langzaam de sigaret naar zijn mond bracht, traag inhaleerde, even inhield en daarna zijn hoofd in zijn nek legde om de rook zacht weer uit te blazen. Hoewel ik niet van roken hield, moest ik toegeven dat het Bill erg goed stond, dat het goed aansloot bij zijn wezen. Zelfs roken deed hij met sierlijke handbewegingen en zo’n verfijnde motoriek dat ik er de kriebels van kreeg, in positieve zin. Hij maakte het bijzonder en deed het lijken alsof het helemaal geen slechte gewoonte was.
“Die blonde van daarnet, wat vond je daarvan?” vroeg Tom aan Georg, met een onnatuurlijk brede grijns op zijn gezicht. Op dat soort momenten deed hij me denken aan de Tom die ik aanvankelijk had leren kennen; aan de Tom vóórdat hij en Julia iets met elkaar begonnen waren. Ook Tom was ontzettend veranderd, net zoals Bill. Hij was iets volwassener geworden in zijn gezicht, maar dat kon ook gezichtsbedrog zijn door de harde lijnen die zijn gezicht tekenden. Daar doorheen scheen echter nog altijd het kleine-jongetjes-gezicht van de oude Tom. Het was net alsof hij een masker droeg dat zijn gezicht niet helemaal bedekte: hij was veranderd, maar nog wel herkenbaar.
“Welke bedoel je?” vroeg Georg hem neutraal, alsof hij binnen twee uur een miljard blonde meisjes had geprobeerd te versieren en zich niet meer herinnerde op welk meisje Tom doelde. Hij deed ontzettend stoer, maar ik keek dwars door hem heen. Ik wist dat Tom en hij voorheen vaak samen zogenaamd op jacht gegaan waren, maar wist ook dat er iets in Georg veranderd was. Voorheen had ik hem en Tom vaak horen praten over hun veroveringen; pas op dat moment besefte ik me dat hij dat niet meer gedaan had sinds Bill en ik iets met elkaar hadden.
“Die ene. Van de meet & greet daarnet,” antwoordde Tom voordat hij nog een grote slok nam, gevolgd door een hijs van zijn sigaret. Anders dan Bill, deed Tom roken lijken alsof je er dood van zou gaan na enkel het proeven ervan en toen ik me dat bedacht, moest ik glimlachen om mezelf. De jongens schonken er geen aandacht aan: al hun aandacht ging naar Georgs antwoord.
“Wanneer gaan jullie het eigenlijk bekend maken?” vroeg die echter aan Bill in plaats van een antwoord op de eerder gestelde vraag te geven. Bill kreeg direct een niet-begrijpende uitdrukking op zijn gezicht en ook ik begreep niet precies waar hij op doelde.
“Hoe bedoel je?” vroeg Bill, min of meer direct in de verdediging schietend. Ik had geweten dat dat zou gebeuren; Bill was al gespannen geweest vanaf het moment dat het onderwerp ‘meisjes’ aan Georg gelinkt was. Tom stelde hem iedere avond weer dezelfde vraag, waarschijnlijk omdat hij wist dat Bill naar rust verlangde. Bill zou geen rust vinden voordat Georg getrouwd zou zijn met een meisje dat mij niet was. Ik had hem al minstens een miljoen keer gezegd dat hij niet bang hoefde te zijn voor Georg omdat ik hem nooit terug zou nemen, ook al was dat van zijn kant misschien anders. Hij had zijn angst echter nooit kunnen laten varen, had het verleden nooit echt los kunnen laten. Zijn figuurlijke wonden waren te diep.
“Dat jullie een stel zijn,” antwoordde Georg. “Ik bedoel - ze is mee op tour, jullie lopen vaak samen door de stad en kunnen overal gezien worden. Jullie zullen vast wel eens iets minder stiekem willen doen, toch? Dat zou ik in ieder geval willen. Misschien is het wel slim om het gewoon op te biechten: dan kan ze ook eens mee naar - ja, weet ik veel. Premières en zo. In zo’n mooie jurk.”
Het was de manier waarop hij die laatste vier woorden zei, half dromerig, half pesterig, die Bill zijn vuisten liet ballen. Hij bleef echter kalm op de bank zitten en maakte geen aanstalten om op te stuiven. Ik wilde het liefst zijn hand vast pakken om er zeker van te zijn dat ten minste íémand hem vast had als hij Georg aan zou vliegen, maar ik was als de dood dat dat het vuur zou zijn dat het kruit zou doen ontploffen. Zodoende vertrouwde ik maar op zijn zelfdiscipline en beheersing.
Ik probeerde oogcontact met hem te maken om hem duidelijk te maken dat hij maar antwoord moest geven. Ten eerste was dat omdat ik het antwoord niet wist en ten tweede omdat ik hem wilde afleiden van Georgs laatste paar woorden. Mijn raad had hij echter niet nodig: hij bleef ogenschijnlijk kalm toen hij antwoord gaf; waarschijnlijk omdat hij zich niet zou gauw gewonnen wilde geven. Hij wist donders goed dat Georg een spel met hem speelde en hij was door de omstandigheden inmiddels wel zo volwassen dat hij wist dat hij er niet aan mee wilde doen.
“Ik weet niet of ik het wel moet doen,” zei hij, zijn hand nog altijd omsloten door die van mij. “Het is waarschijnlijk beter voor Maren als het nooit uitkomt, maar het zou ons wel een hoop stiekem gedoe kunnen besparen.”
Ik was vertederd door zijn uitspraak, door het feit dat hij me wilde beschermen tegen de boze buitenwereld ondanks dat het voor hem gemakkelijker zou zijn om alles eerlijk op te biechten. Aan de andere kant leek het me ook heerlijk om de wereld te laten weten dat we bij elkaar hoorden, maar de angst voor bedreigingen of bombrieven won het altijd van dat verlangen. Desondanks bleef ik dromen. De media had onze relatie nog nooit opgemerkt, maar dat kwam waarschijnlijk enkel omdat we zo verschrikkelijk voorzichtig deden. Het leek me echter heerlijk om een keer ongeremd door de straten van Magdeburg te kunnen lopen; met hem, maar zonder zijn muts, zonnebril en het risico dat mijn hoofd eraf geschoten zou worden.
“Ja,” zei Tom misplaatst en weinig geïnteresseerd. “Maar - Georg. Wat vond je van haar?”
Georg leek heel goed te weten dat hij in de val zat en dat er geen uitvluchten meer mogelijk waren. Ik kon de radertjes in zijn hoofd bijna zien draaien op zoek naar iets waar hij nog naar kon vragen zodat het onderwerp misschien vergeten zou worden, maar al gauw werd duidelijk dat dat niet zou gaan gebeuren.
“Ik vond haar niet leuk,” antwoordde hij terwijl hij zijn enkel op de knie van het andere been legde en nonchalant achterover leunde. Hij klonk heel serieus en ik wist zeker dat hij – net zoals de avonden daarvoor - niet loog. Waarschijnlijk had Bill dat ook gehoord, want vanuit mijn ooghoeken zag ik zijn gelaatstrekken verstrakken. Ik voelde het verlangen op te staan, bij hem op schoot te kruipen, hem vast te houden en te zeggen dat hij zich geen zorgen moest maken, maar ik bleef zitten waar ik zat.
“Vond je haar lekker?” vroeg Tom, nog steeds staand, rokend en drinkend terwijl Bill voorover leunde om zijn sigaret uit te drukken. Hij deed dat met zoveel kracht dat ik bang was dat hij zijn controle zou gaan verliezen, maar hij zakte gewoon weer rustig terug op de bank en keek naar het gezicht van Georg. Die laatste knikte langzaam en bedenkelijk met zijn hoofd, wat Tom ontzettend breed deed grijnzen. Hij pakte joviaal een stukje papier uit zijn broekzak, liep op Georg af en liet het papiertje in zijn schoot dwarrelen. Georg pakte het verbaasd op.
“Wat is -”
“Drie keer raden wie haar haar nummer ontfutseld heeft!” riep hij uit met een grijns die zijn fijne gezicht in tweeën leek te splijten en een zangerige toon in zijn stem, piepend van vreugde. Georg keek met verbazing naar hem op en richtte daarna zijn aandacht weer op het kleine stukje papier, dat hij met een bedenkelijke uitdrukking op zijn gezicht openvouwde. Toen hij het nummer las, lachte hij ongemakkelijk. Tom scheen het niet te merken, te oordelen naar hoe hij in zijn handen wreef en zei dat hij wel had geweten ‘wat’ zijn vriend lekker vond.
“Ik doe het niet,” zei Georg op een gegeven moment. Tom stopte met stuiteren en keek hem met een blik vol verbazing aan, met zijn ogen groot als schoteltjes en zijn sigaret losjes bungelend in zijn mondhoek. “Nee, Tom, echt niet. Ik bedoel - ze gaf jou haar nummer. Ze wil jou, niet mij.”
Tom hervatte zijn grijnzen en maakte een afwerend gebaar toen Georg het briefje met het nummer naar hem uitstak. Toen bleek dat Tom het niet aan wilde pakken, liet Georg het in de asbak vallen en drukte hij zijn sigaret erop uit, zodat er twee getallen in het nummer ontbraken.
“Ach, je hebt wel gelijk,” zei Tom terwijl hij naast Gustav op de bank schoof. “Ik zou ook liever met mezelf naar bed gaan dan met jou, maar hé, ik ben daar al lang mee gestopt en jíj, Georg, jij moet er echt weer eens opuit gaan. Een beetje flirten, zoenen, rondneuken. Dat zal je goed doen.”
Georg grijnsde opnieuw ongemakkelijk en hij ving even mijn blik, waarna ik gauw mijn ogen neersloeg en zo zag hoe Bill zijn hand zowel beschermend als bezitterig op mijn bovenbeen legde. Bill klemde zijn tanden op elkaar, zag ik toen ik naar zijn gezicht keek, en ik waardeerde het ontzettend aan hem dat hij zichzelf probeerde in te houden. Hij deed het voor mij.
Op dat moment al, toen Georg over Marens in mooie jurken begonnen was, wist ik al dat het nooit meer goed zou komen. Of ik er nu was of niet, de rivaliteit zou altijd blijven, de ruzies zouden voort blijven duren en waarschijnlijk zouden Bill en Georg nooit meer de vrienden worden die ze geweest waren vóórdat ze mij ontmoetten. Wat ik alleen niet wist, was dat die ruzies zouden leiden tot iets dat nog veel groter was; iets dat zo vernietigend zou zijn dat ik er op dat moment nog lang niet op voorbereid was.

Op één van die avonden dat we in de tourbus sliepen, kon ik niet in slaap komen. Ik lag maar te draaien en te keren, naar het plafond te staren en het meest verschrikkelijke was nog wel dat ik niets had om over na te denken. Het enige dat ik kon doen, was wachten totdat een plotselinge slaap me zou overvallen, maar ik wist dat dat nog heel lang zou gaan duren. Ik had zin om gitaar te spelen, maar dan zou ik de jongens wakker maken en ik had zomaar het vage vermoeden dat ze me dat niet in dank af zouden nemen. En terecht.
Naast me lag Bill vredig te slapen, dicht tegen me aan omdat het bed ontzettend klein was, zijn ogen gesloten zodat zijn lange en donkere wimpers een waaier vormden tegen de bleke huid van zijn gezicht. Hij had een vaag soort glimlach op zijn gezicht, alsof hij een fijne droom had en ik kon het bij tijd en wijle niet weerstaan teder zijn gelaat aan te raken. Zijn gezicht was, hoewel hij misschien iets bleker was, nog net zo zacht als vroeger.
Op een gegeven moment was ik het liggen zat en besloot ik naar de WC te gaan. Ik strekte mijn benen en zwaaide ze over de rand van het hoge bed heen. Met een zachte bonk belandde ik op de vloer van de bus. Ik wilde net naar het toilet lopen toen ik opeens zag dat het gordijn voor Toms bed onder dat van Bill nog open was. Tom zat half overeind, met een flesje bier dat hij ronddraaide tussen zijn trillende handen. Toen er buiten een auto langs reed, verlichtte dat zijn gezicht en zo zag ik hoe er een stille traan over zijn wang liep.
“Wat doe je?” vroeg ik hem direct, half fluisterend, half hardop omdat ik bang was dat hij het anders niet zou horen. Hij schrok op en veegde zijn wang droog alvorens nog een slok te nemen. Pas daarna keek hij me aan, zonder iets te zeggen. Het viel me op hoe breekbaar hij eruit zag. Normaal gesproken deden zijn kleren lijken alsof hij breder was, maar zonder shirt was het net alsof ik hem zo in tweeën kon knakken.
Ik had natuurlijk door kunnen lopen, maar dat zou harteloos geweest zijn en dus ging ik op de grond zitten, naast zijn bed. Het was dat mijn geweten me dwong om dat te doen, want ik had na drie seconden uit bed zijn alweer ijskoude benen gekregen; het was ten slotte januari en de bus was niet goed verwarmd. Ik probeerde oogcontact te maken, maar dat ontweek hij en ik zag dat er opnieuw een traan uit zijn oog biggelde. Dit maal deed hij geen moeite om hem weg te vegen en zodoende drupte hij op zijn borstkas, die langzaam op en neer ging doordat hij rustig ademde.
Ik vroeg me af waarom Tom zichzelf in Godsnaam midden in de nacht zat te bezatten, huilend, moederziel alleen. Het was een kant van Tom die ik totaal niet gewend was en daarom wist ik niet goed hoe ik ermee om moest gaan. Vol rust bleef ik op de grond zitten, nog steeds proberend oogcontact te maken, maar hij bleef me hardnekkig negeren totdat hij uiteindelijk, na zijn keel geschraapt te hebben, naar me opkeek.
“Het is niets,” zei hij met een stem die zo hees was dat ik het vermoeden kreeg dat er al óf veel drank doorheen gegaan was óf hij al uren zat te huilen. Het klonk zo hartverscheurend dat er een rilling over mijn ruggengraat liep. Ik had het gevoel dat ik me plotseling in de omgekeerde wereld bevond. Ik had medelijden met hem, maar ik had geen idee of hij mijn medelijden wel wilde accepteren.
“Natuurlijk is er wel iets,” bracht ik daar fluisterend tegenin. “Anders zat je niet-”
“Nee, het is niets,” antwoordde hij bruusk alvorens nog een slok van zijn bier te nemen. Ik klapte dicht van de manier waarop hij die zin uitgesproken had; alsof er wel iets was maar ik er niets mee te maken had en ik mijn mond dicht moest houden omdat ik er zogenaamd toch niets van zou begrijpen. Opeens had ik de neiging om op te staan, weer in bed te kruipen en te zeggen dat hij het dan maar moest uitzoeken, maar ik voelde dat hij steun nodig had. Ook al wist ik niet of hij mijn steun wel wilde, toch bleef ik zitten.
Plotseling veerde ik op doordat ik een telefoon hoorde zoemen. Toen Tom naast zich in het dekbed graaide, trok ik de conclusie dat het die van hem moest zijn. Ik volgde de verandering van zijn gezichtsuitdrukking toen hij het tekstbericht las en voelde daarbij een nieuwe steek van medelijden. Hij keek getergd en sloot zijn ogen kort. Het leek net alsof hij het gevoel had dat zijn leven niet meer erger kon worden dan dat het op dat moment was. Ik zag dat hij wilde huilen, maar hij hield zich dapper in en deed een poging die emoties voor mij te verbergen. Hij faalde.
“Van wie-”
“Slaapt Bill al?” onderbrak hij me met een zachte stem, gewoon over mijn vraag heen sprekend. Door de zachtheid die hij in zijn toon gelegd had, was het feit dat hij de vraag heel gauw bedacht moest hebben bijna niet te horen. Bijna; niet helemaal. Blijkbaar wilde hij niet dat ik ernaar vroeg en dat accepteerde ik, dus haakte ik in op zijn nieuwe onderwerp.
“Ja,” antwoordde ik in een zucht. “Al vanaf dat hij ging liggen…”
Ik zag dat Tom zijn mondhoeken een beetje optrok in een poging te glimlachen. Hij nam nog een slokje uit het flesje, dat hij op die manier leegmaakte. Om het op de grond te zetten, leunde hij een stukje uit bed en daarbij gleed zijn dekbed een stukje naar beneden. Ik had onwillekeurig zicht op zijn heupen en ik glimlachte min of meer toen ik me besefte dat hij precies dezelfde had als Bill. Het enige verschil was, dat hij niet datgene had dat Bill en mij verbond: drie in elkaar gesloten sterren.
“Ik ben blij dat hij weer de oude is,” zei hij zachtjes om de overige drie jongens niet wakker te maken. Zijn fluistering klonk zo vredig in mijn oren, wat opnieuw tegenovergesteld leek aan het moment daarvoor. Zijn stem trilde nog lichtjes na van het voor mij onbekende verdriet dat hij in korte tijd had moeten verwerken, maar hij was ogenschijnlijk heel rustig.
“Hoe bedoel je dat?” vroeg ik hem op mijn beurt, omdat ik niet begreep wat hij bedoelde. Ik sloeg mijn armen om mijn knieën heen en probeerde zijn naar beneden gerichte blik te vangen. Hij liet me er echter wederom niet in slagen. Hij blikte in de duisternis, rustig ademend, zoekend naar een antwoord dat op zijn plaats zou zijn. Uiteindelijk haalde hij zijn schouders op, nog steeds zonder me aan te kijken.
“Ik ben gewoon blij dat al dat gedoe voorbij is nu jij weer terug bent,” verklaarde hij simpel. Ik glimlachte sereen, nog steeds niet helemaal begrijpend wat hij bedoelde, maar dat deed er ook niet echt toe. Het ging meer om de manier waarop hij het zei dan de betekenis ervan.
“Was het heel… erg?” vroeg ik, niet precies wetend welk woord het best in mijn zin paste. Direct toen ik die korte zin had uitgesproken, begon ik te aarzelen omdat ik niet wist of ik het antwoord wel wilde weten. Ik trok mijn nachthemd over mijn knieën heen om mezelf te verwarmen. Tom haalde zijn schouders op en trok zijn dekens wat verder over zich heen, alsof hij dezelfde ingeving had gehad als ik.
“Het was gewoon - ja…” begon hij zacht en stil. “Toen jij net weg was - ik bedoel, je weet wel. Hij kwam zijn bed niet uit, kon alleen maar huilen, jouw naam roepen en ik durf te wedden dat hij het halve servies tegen de muur kapot gesmeten heeft.”
Onwillekeurig moest ik glimlachen toen Tom bij het servies aanbelandde. Als Bill een ‘bui’ had - dat wil zeggen: als hij een dag in bed bleef liggen omdat hij niet wist wat hij in godsnaam op de wereld deed en hij alleen maar stille tranen kon huilen - dan was hij ontzettend licht ontvlambaar. Zelfs Tom moest op zulke dagen niet proberen hem op te beuren omdat hij dan een bord naar zijn kop gesmeten kreeg. Ik kon precies voor me zien hoe het gebeurd moest zijn, hoe Tom Bill iedere paar uur een bord eten ging brengen en dan als dank datzelfde bord in zijn richting geworpen kreeg. In mijn hoofd zag het er grappig uit, maar ik wist dat het in werkelijkheid veel minder leuk geweest moest zijn.
“Toen ik hem eenmaal zijn bed uit gekregen had en hem mee nam om uit te gaan in Magdeburg, wilde hij opeens niet anders meer - weet je wel? Hij was echt straalbezopen die avond en ik denk dat hij doorkreeg dat dat hielp, of zoiets, hielp om te vergeten wat hij had meegemaakt en dat hij jou kwijt was.”
Ik rilde bij de gedachte aan Bill, ladderzat hangend over de bar, enkel om te vergeten. Ik kon er met mijn hoofd niet bij dat alles hem nog meer kapot had gemaakt dan het met mij had gedaan - of in ieder geval, zo leek het. De tranen brandden achter mijn ogen.
“Mag ik bij je komen liggen?” vroeg ik schor. Ik merkte dat mijn stem meer trilde dan ik gedacht had. Hij glimlachte en tilde de punt van zijn dekbed op, als een soort van stille uitnodiging die ik dankbaar aannam. Ik stapte het warme bed in en toen mijn been per ongeluk die van hem raakte, voelde ik dat hij een stukje achteruit schrok.
“Je bent koud,” zei hij lacherig, in een poging de ongemakkelijke situatie er wat gemakkelijker op te maken. Hij had echter een bloedserieuze ondertoon in zijn stem. Ik besloot geen respons te geven omdat ik wilde weten hoe het Bill verder vergaan was. Hoewel hij me al ongeveer verteld had hoe het gegaan was, had ik het precieze verhaal nooit gehoord en ik bedacht me dat Tom wel eens degene zou kunnen zijn die er het meest vanaf wist. Hij was ten slotte zijn tweelingbroer, zijn wederhelft, en hij wist alles van hem.
“Nou ja - en we raakten hem steeds vaker kwijt op van die zaterdagavonden. Letterlijk. Het ene moment zat hij nog aan de bar en het andere moment was hij hem opeens gesmeerd, wel uren, soms. Als hij dan terug kwam, dan zei hij dat hij even een luchtje was gaan scheppen of iets anders vaags. We wisten alledrie dat het een leugen was, maar ook niet precies wat hij dan wel deed.”
Hij vertelde me over de dag waarop hij een zakje coke in Bills broekzak had gevonden toen hij op zoek was geweest naar een aansteker. Ik kreeg kippenvel op mijn armen; en dat kwam niet enkel door de kou. Het verhaal raakte me. Tom vertelde met een brok in zijn keel over de ruzie die ze vervolgens gehad hadden, wat ze elkaar allemaal voor verwijten en beschuldigingen toegeworpen hadden en hoeveel zeer hem dat had gedaan. Het was moeilijk te bevatten hoeveel er gebeurd was toen ik in Tokyo leefde en dat maakte dat ik onophoudelijk begon te rillen. De tranen achter mijn ogen bevroren. Ik verlangde ernaar vastgehouden te worden.
Het verhaal over hoe hij Bill had laten afkicken in een hotelkamer, greep me nog veel meer aan. Ik kon alles wat hij vertelde precies voor me zien en ik voelde op dat moment de paniek die hij gevoeld moest hebben. Hij verwoordde Bills zwakte zo prachtig dat ik er kippenvel van kreeg en de tranen stroomden over mijn wangen toen hij vertelde dat hij om mij geschreeuwd had op zijn dieptepunt, even voordat het weer beter zou gaan. Ik vond het verschrikkelijk dat ik er toen niet geweest was om hem mijn hand te reiken en hem uit die put had kunnen trekken. Alles was mijn schuld geweest; Bills verslaving, de manier waarop Julia veranderd was en ook het feit dat Tom en Julia uit elkaar gegaan waren - dat was ten slotte gebeurd doordát Bill verslaafd geweest was.
“Hij heeft ook nog een tijdje bij Julia gewoond, daarna,” vertelde Tom me fluisterend, waardoor ik direct opschrok uit de beelden die ik voor mijn geestesoog voorbij had zien flitsen. Ongewenst kwam er een argwanend gevoel bij me los; niet omdat ik Bill en Julia niet vertrouwde, maar gewoon omdat hij me er niets over verteld had. Ik vroeg me af of hij het bewust verzwegen had of dat hij er gewoon niet aan gedacht had toen hij me vertelde over wat er in de tussentijd gebeurd was.
Ik hief mijn gezicht vragend naar Tom op. Het was niet nodig woorden te gebruiken om duidelijk te maken wat ik van hem wilde weten. Op dat gebied was hij precies hetzelfde als zijn jongere tweelingbroer. Ook al was de band tussen Bill en mij vele malen sterker; ook Tom had het vermogen om gezichtsuitdrukkingen feilloos te kunnen interpreteren, als een landkaart waar geen windroos op stond aangegeven.
“Ze hebben elkaar een beetje geholpen, geloof ik,” verklaarde hij, starend naar het bed van Bill boven hem. “Julia studeerde toch heel veel thuis, dus zij kon er gemakkelijk op letten dat hij geen terugval zou krijgen en Julia vond het prettig om wat gezelschap te hebben, zeg maar. Hij zat voornamelijk te schrijven, maar hij wás er wel en dat nam wat eenzaamheid van haar weg, denk ik.”
Ik trok triestig een mondhoek op en liet mijn gedachten me meevoeren naar tijden waarin Bill en Julia samen waren, in het appartement. Ik kon precies voor me zien hoe ze samen uren van stilte doorgebracht moesten hebben, met enkel het gekrabbel van pennen op de achtergrond, hoe Bill aan de lopende band songteksten had geproduceerd waarvan meer dan de helft het niet eens waard was gelezen te worden door iemand anders dan hijzelf. Een vredig gevoel bekroop me toen ik de twee zo voor me zag en ik besloot voor mezelf dat ik het niet erg vond dat hij het me niet verteld had. Het leek me zo veilig, zo intiem – waarschijnlijk zou ik als de situatie andersom geweest was precies hetzelfde gedaan hebben.
“Waar dacht je anders dat de titel van het album vandaan kwam?” vroeg Tom me na een moment van stilte, terwijl hij zijn hoofd naar me toe draaide. Nadat zijn vraag tot me doorgedrongen was, herinnerde ik me dat de kamer van Julia het nummer 483 droeg en ik glimlachte daarom, met waterige ogen. Tom draaide zich op zijn buik en veegde mijn gezicht droog met een stukje van zijn dekbed. Ik keek hem dankbaar aan, verbaasd door de lieve Tom die ik opeens zag. Ik vond het fijn dat ik één van de weinige mensen was die hem van zijn zachte kant zag.
De stilte legde zich als een warme deken over ons heen. We deden beide een moment niets anders dan voor ons uit staren en onze gedachten afwegen, nadenkend over alles dat ons overkomen was. De vrede die ik op dat moment voelde, was meer dan perfect. Het maakte me rustig en kalm en het was best een tijd geleden dat ik me zo gevoeld had. Bill was voorheen eigenlijk de enige die me zo tot mezelf kon laten komen; nu bleek dat Tom dat ook kon. Een glimlachje kroop over mijn gezicht, simpelweg omdat ik het zo leuk vond om opnieuw te ontdekken hoeveel de jongens onder hun uiterlijk op elkaar leken.
“En Nathalia?” vroeg ik, de hemelse stilte doorbrekend. Ook al wist ik niet zeker of ik wilde weten wat er tussen die twee afspeelde, iets in mij wilde de waarheid weten. Het was niet zo dat ik Bill niet op zijn woord vertrouwde, maar ik kende hem lang genoeg om te weten dat hij die eerlijkheid soms manipuleerde door een aantal aspecten in een verhaal weg te laten, zodat hij er niet over hóéfde te liegen. Aangezien Tom vrij weinig wist over de situatie tussen Nathalia en mij, simpelweg omdat ik hem daar nooit over verteld had, kon hij geen reden zien iets te verzwijgen. Ik wist van Tom dat hij eerlijk tegen me zou zijn, voor honderd procent.
“Ik weet eigenlijk niet precies wanneer die zich er nu eigenlijk mee begon te bemoeien,” antwoordde hij bedachtzaam en met een frons in zijn voorhoofd, alsof hij diep in zijn geheugen groef. “Ik weet alleen dat ze er was voor Bill toen hij het nodig had en dat is waar het om gaat. Hij praat niet zo heel veel over haar.”
Ik voelde hoe mijn mond zich onwillekeurig omkrulde in een grijns, zielsgelukkig om dat te horen. Tom had me ooit eens een keer verteld dat Bill een spraakwaterval was wanneer het onderwerp op mij kwam en als dat niet het geval was met Nathalia, dan kon dat in mijn ogen niet anders dan positief zijn.
“Vertrouw je haar?” vroeg ik hem vervolgens zachtjes.
Hij haalde zijn schouders op, zijn borstelige wenkbrauwen een beetje opgetrokken. Hij leek zo kinderlijk, plotseling, en dat vond ik lief. Hij was veranderd; verbitterd misschien, maar hij had nog altijd iets van een klein en onschuldig jongetje over zich. Het was alsof Tom nooit daadwerkelijk op zou groeien.
“Ik weet het eigenlijk niet,” antwoordde hij. “Als Bill haar vertrouwt, kan ik eigenlijk niets anders dan dat ook doen, maar toch weet ik niet wat ik van haar moet vinden. Ze doet wel aardig tegen me, maar ze heeft gewoon iets dat – ja. Iets dat me niet aanstaat.”
Ik zweeg, blij met de conclusie die hij voor zichzelf getrokken had. Aangezien Nathalia het vertrouwen van Bill, Fleur en zelfs Julia terug had weten te winnen, was ik blij dat er nog iemand was die zich aan mijn kant leek te bevinden. Ik had geen idee hoe ze dat voor elkaar had weten te krijgen; Nathalia, hoe ze zichzelf na alles gewoon weer uit de nesten had kunnen werken. Wat ik wel wist, was dat het me niet beviel.

Een dag later zaten we ’s middags al in het hotel waar we die avond zouden blijven slapen. We hadden ons met zijn vijven verzameld in de kamer van Bill en mij en keken televisie, met zijn vijven hangend op het zachte tweepersoonsbed dat een verademing was na de te kleine stapelbedjes in de toch al niet zo ruime tourbus. Bill leunde tegen de muur en ik zat tussen zijn lange benen in, zodat hij mijn haar kon borstelen. Hij had een nieuwe hobby gevonden in het maken van vlechten in mijn lange en donkere haar.
Er was nauwelijks iets te merken van de spanning tussen Georg en Bill omdat Tom rustig gitaar speelde en dat zachte geluid alles overheerste. Ik had mijn ogen gesloten en genoot van de muziek die ik hoorde, vermengd met de klanken van de soap die Gustav bleek te volgen. Soms hoorde ik een wanhopige kreeg uit de boxen van de televisie komen en op de één of andere vreemde manier leken al die kreten perfect samen te smelten met de klanken van de muziek. Het was wonderbaarlijk vreemd en ik kreeg zin om ook gitaar te spelen. Vandaar dat ik op een gegeven moment langzaam naar de rand van het bed toe bewoog en tegen Bill zei dat ik even mijn gitaar wilde pakken.
“Maar dan gaat je vlecht weer los!” riep hij uit als een klein jongetje dat een zandkasteel gebouwd had dat opgeslokt dreigde te worden door de aankomende golven en hij met alle mogelijkheden wilde beschermen. Ik glimlachte doordat het me deed denken aan vroeger, aan hoe ik altijd vlechten in mijn moeders haar gemaakt had wanneer ik merkte dat ze verdrietig was over de scheiding met mijn vader. Altijd wanneer het haar teveel werd, wilde ze opstaan, maar ik liet haar altijd zitten en huilde samen met haar de tranen die ons zo dwars zaten.
“Dan doe je er een elastiekje omheen en ga je zo weer verder,” opperde ik vriendelijk, maar het bleek zo te zijn dat hij dat niet wilde. Als een klein kind sloeg hij zijn armen over elkaar, zijn gezicht in een semi-verdrietige grimas die me diep in mijn hart raakte. Hij was zo schattig als hij dat deed en opnieuw besefte ik me dat ik dat veel te lang had moeten missen.
“Nee,” zei hij koppig. “Dan gaan alle haren alsnog door de war.”
Ik glimlachte en zag hoe hij moeite moest doen om verdrietig te blijven kijken; hoe hij vocht om me niet te vergezellen in het lachen. Zijn mondhoeken trilden en zijn ogen sprankelden van plezier. Ik kuste zijn gepruilde lippen en nam daarna opnieuw afstand, vertederd kijkend naar zijn kinderlijke gezichtje. Ik hield ervan om naar hem te kijken als dat zo deed, als zijn ogen schitterden, als ik kon zien dat hij min of meer gelukkig was.
“Dan maak je hem straks overnieuw en dan wordt die nóg mooier dan deze,” zei ik zo zachtjes dat niemand het kon horen behalve hij en ik. Pas toen ik zag hoe zijn gezicht zich ontspande en hoe een klein glimlachje zijn lippen zegende, besefte ik me dat ik de woorden van mijn moeder gekopieerd had: zij had dat vroeger ook altijd tegen mij gezegd. Ook op Bill leken die woorden effect te hebben, want hij liet mijn haar los en liet me gaan.
Ik pakte mijn gitaar, die ik in de hoek van de kamer gezet had en liep meteen daarna terug naar het bed om weer tussen Bills benen neer te ploffen. Meteen greep hij mijn haar weer vast en begon het weer met trage slagen te borstelen, mopperend dat het nu weer ‘helemaal door de war’ zat. Ik lachte om die kinderlijkheid van hem en besloot er verder geen aandacht aan te besteden.
Zachtjes tokkelde ik een liedje dat ik ter plekke bedacht en toen ik in het liedje dat Tom inzette Durch den Monsun herkende, viel ik in. Ik speelde en zong heel zachtjes, liet Bill en Tom het meeste werk doen en ik genoot van hoe alle klanken samenvloeiden. Bills warme adem danste in mijn nek, zijn gezang streelde de huid van mijn oren. Het werkte als een soort van drug op me, maakte me helemaal rustig. Altijd als ik het nummer hoorde, voelde ik me schoon van binnen, alsof ik helemaal gereinigd was.
“Je moet een keer mee doen,” zei Tom toen het nummer afgelopen was en er een stilte viel die, voordat Tom begon te spreken, al verbroken werd door een soap-jongen die ongeveer net zo hard schreeuwde als ik verwachtte dat Bill gedaan had toen hij had moeten afkicken. Ik zag opnieuw voor mijn geestesoog voorbijflitsen wat er in die hotelkamer gebeurd moest zijn en voelde hoe mijn maag salto’s maakte bij dat verschrikkelijke idee. Ik verkeerde nog half ik shock toen ik antwoordde op Toms suggestie.
“Hoezo meedoen? Waarmee?” vroeg ik verbaasd. Ik had oprecht geen idee van wat hij bedoelde.
“Gewoon - een keer met een optreden,” antwoordde hij. “Vanavond bijvoorbeeld.”
Direct schudde ik mijn hoofd en zei dat het niet ging gebeuren. De andere jongens waren razend enthousiast en probeerden me over te halen door te zeggen dat het een geweldig plan was, dat we zo goed klonken met zijn allen en dat het een kans voor me zou zijn om door te breken, maar ik gaf geen krimp. Ik bracht er tegenin dat de fans zich af zouden vragen wie ik was en waarom ik met hen mee was, dat de media erover zou gaan speculeren en dat ze niet meer met rust gelaten zouden worden totdat de waarheid boven tafel kwam, maar Bill zei dat hij daar wel iets op zou bedenken. Toen ik geen argumenten meer wist die me zouden kunnen redden, gaf ik gewoon de meest simpele en effectieve: dat ik gewoon niet wilde. Daar moesten ze het maar mee doen.
Er viel weer een stilte en Bill begon weer overnieuw met het vlechten van mijn haar omdat de vlecht er door al het enthousiasme weer uitgeraakt was. Ik begon zachtjes Iris te spelen, mijn favoriete nummer na Durch den Monsun en ik zong zo zacht dat ik er absoluut zeker van was dat ik de enige was die het kon horen.
Toen Bill de vlecht bijna voltooid had, ging plotseling mijn telefoon af, de symfonie van heerlijke geluiden doorbrekend. Ik schrok er zo van dat ik direct naar mijn broekzak dook, vergetend dat Bill nog altijd trachtte mijn haar netjes te houden. De verontwaardigde kreet van zijn lippen deed me daaraan herinneren, maar op dat moment was het al te laat. Snel pakte ik mijn telefoon uit mijn broekzak, voordat de verbinding alweer verbroken zou worden voordat ik opgenomen had; dat gebeurde me namelijk veel te vaak, en dan vooral als de telefoontjes belangrijk waren.
“Met Maren?” zei ik toen ik opnam. Gustav zette - waarschijnlijk uit een beleefde gewoonte - direct de televisie zachter toen hij doorkreeg dat ik aan het bellen was. Zodoende werd het plotseling ongewoon stil in de ruimte, ook doordat de jongens stuk voor stuk doodstil waren. Mijn blik ontmoette die van Georg kort en ik besloot het oogcontact in stand te houden, onwillend mijn ogen neer te slaan en zo de zwakste te zijn. Uiteindelijk deed ik het echter toch, toen me duidelijk werd dat hij niet van plan was weg te kijken en ik niet afgeleid wilde worden.
“Met Heinrich Kerner,” verstond ik vaag, maar het kon ook zijn dat er iets anders gezegd werd. Ik probeerde me te bedenken of ik ooit ene Heinrich Kerner ontmoet had, of iets dat erop kon lijken, en mijn nummer gegeven had, maar er schoot me niets te binnen. Er viel een korte stilte, waarna hij opnieuw begon te praten en ik me besefte dat ik misschien wel een onbeleefd lange stilte had laten vallen. “Eh - je had gesolliciteerd?”
Direct ging er een lampje branden: Heinrich Kerner moest de baas van de bakkerij zijn en het feit dat hij belde, moest betekenen dat ze werk voor me hadden. Ik liet me weer tegen Bill aan zakken, die meteen mijn haar weer vastpakte en overnieuw begon met het vertonen van zijn vlechtkunsten. Meneer Kerner (ik besloot hem uit beleefdheid maar zo te noemen) vertelde dat hij inderdaad van de bakkerij was en dat ik er kon komen werken omdat het meisje waar Justin me over verteld had inderdaad vertrokken was. Ze hadden liefst dat ik er morgen al zou zijn, maar ik vertelde dat dat niet zou gaan omdat ik nog geen woonruimte had in Magdeburg en dat ik - als het me niet lukte om voor die tijd een woning te krijgen - pas de volgende week weer in de buurt zou zijn. Hij antwoordde dat hij me een week tijd zou geven en dat hij anders de volgende sollicitant zou bellen. Het was niet zo heel erg druk omdat de feestdagen net voorbij waren, maar met zijn vijven konden ze het blijkbaar niet redden.
“Maar je moet meedoen,” zei Tom toen ik opgehangen had en mijn telefoon weer terug probeerde te proppen in mijn broekzak - dit maal zonder Bills vlechtwerk te verstoren. Ik glimlachte en zei dat ik gevleid was (“Terecht,” antwoordde Tom ondeugend) maar dat ik het echt niet durfde vanwege de fans, de roddels die het teweeg zou brengen en dat ik hen gewoon indirect teveel last zou bezorgen daarmee.
Toen Georg Tom begon te ondersteunen en zei dat hij ook wilde dat ik mee zou doen - Gustav keek nog steeds televisie - voelde ik hoe Bill’s handen stopten waar ze mee bezig waren. Ik was bang dat hij tegen Georg in zou gaan, zou zeggen dat ik niet wilde en dat hij er ‘godverdomme mee moest stoppen,’ maar na drie seconden ging hij weer verder met vlechten - langzaam en precies maar ook met een vleugje ongeduld, zoals hij bijna alles deed.
Ik kreeg het vage gevoel van perfectie op dat moment - niet dat ik perfect was, maar dat de situatie gewoon niet beter kon zijn op dat moment. Ik was temidden van vier vrienden waar ik tegenop keek, speelde gitaar met één van hen en het moment leek nergens door verziekt te kunnen worden, zelfs niet door Bill en Georg. Het leek alsof Bill zijn haat jegens Georg overwon, en dat na alles dat hij al overwonnen had. Eerst had ik ons de mooiste verliezers gevonden, maar het drong tot me door dat we juist winnaars waren. Andere stelletjes hadden het al lang opgegeven, maar wij waren doorgegaan. We waren bijzonder.

Ergens verderop in de week - iedere dag was het zelfde, dus ik hield ze niet meer bij - zat ik samen met mijn gitaar in de kleedkamer van de band, enkel omdat Bill me even daarvoor overgehaald had te komen en ik na de smekende blik in zijn ogen niet had kunnen weigeren. Ik had alle jassen die ik had kunnen vinden op een berg gegooid, was daarop gaan zitten zodat mijn kont niet zou verkleumen en speelde een paar nummers die in me opkwamen, volledig willekeurig. Af en toe liepen er wat mensen in en uit die keer op keer naar me glimlachten of vroegen waarom ik daar nog steeds zat. Ik glimlachte dan sereen terug en antwoordde niet. Niemand hoefde te weten wie ik was; het deed er ook niet toe.
Omdat ik met de jongens was en zij eigenlijk al mijn aandacht opslokten omdat ik hen al zo lang niet meer gesproken had, had ik nog niet echt de tijd gehad om over andere dingen na te denken. Dat moment, toen ik zo met mijn gitaar op die hoop jassen zat, was een soort moment van bezinning voor me. Eindelijk had ik de tijd om te denken over vroeger, opnieuw en opnieuw, zoals ik dat al veel te vaak had gedaan. Iedere avond ging dat zo.
Ik had het altijd heel goed met mijn moeder kunnen vinden. Ik hield van haar; niet zoals iedere dochter onvoorwaardelijk van haar moeder houdt, maar écht houden van. Zij was belangrijk voor me en dat is waarom ik God op haar gezworen had dat ik mijn leven zou beteren. Dan zou hij weten dat het menens was, dat ik echt meende wat ik zei. Mijn moeder was op dat moment de belangrijkste persoon in mijn hele leven en dus kwam het hard aan toen God haar inderdaad van me afnam, omdat ik me niet aan mijn belofte gehouden had. Samen met mijn moeder nam hij me daarna ook Bill af, Julia, Fleur, Tom, Gustav en Georg, omdat ik naar Japan moest vertrekken. Ik had geen idee wat het betekende dat ik hen nu weer terug had, of hij me vergeven had of dat hij me een tweede kans gaf om mijn leven te verbeteren. Ik koos maar voor de gulden middenweg: ik ging nog steeds niet naar de kerk, bad niet, maar ik leidde verder een keurig leventje waarin niet gevloekt werd of dingen werden gedaan die niet acceptabel waren. Ik had voor mezelf besloten dat seks voor het huwelijk best mocht van God.
Ik werd uit mijn gedachten getrokken doordat ik plotseling een telefoon hoorde afgaan, tussen de jassen waarop ik zat. Meteen schoot ik overeind en greep ik met mijn enige vrije hand (de ander had ik om de hals van de gitaar geklemd) de één na de andere jas uit de hoop, telkens controlerend of het zoemende geluid misschien uit de zak van de desbetreffende jas kwam. Ik had die van Georg en Tom al achter me op de grond laten vallen toen ik erachter kwam dat het Bills telefoon was die afging. Ik ritste zijn jaszak open en pakte de telefoon eruit - ik vond dat ik Bills privacy best mocht schenden, gezien we geen geheimen voor elkaar hadden.
‘Nathalia belt’ stond er in onverbiddelijke zwarte letters op het lichtgevende display. Ik stond even als verstard, vreemd genoeg. Natuurlijk wist ik dat ze wel eens belde, maar toen ik haar naam zo zag staan, vond ik het opeens heel erg dichtbij. Ik kon nog steeds niet geloven dat uitgerekend één van de mensen die ik het meest haatte op de hele wereld, de beste vriendin was van de persoon van wie ik het meest hield. De hele tijd bleef ik naar het schermpje kijken, gebiologeerd door de naam van de persoon die nog steeds opdringerig contact probeerde te zoeken, totdat het zoemen uiteindelijk stopte en de boodschap ‘één oproep gemist’ de plaats van Nathalia’s naam innam.
Op het moment dat ik de telefoon weer in Bills jaszak propte, schrok ik op omdat de deur van de kleedkamer met een gigantische snelheid opengegooid werd. Het geluid uit de arena, dat eerst zachtjes te horen was geweest door de dikke muren, kwam opeens in een golf over me heen geslagen. Ik hoorde hoe Bill iedereen bedankte voor de geweldige avond en het gigantische applaus, me afvragend wat Tom in godsnaam al backstage deed: ze moesten immers Durch den Monsun nog spelen, de toegift voor die avond.
“Kom mee,” gebood hij me op een toon die zowel kalm als dwingend was. Hij gaf me het gevoel dat het gebouw in brand stond en dat ik daarom mee moest, maar de kalmte waarmee hij sprak, paste niet in dat scenario. Bovendien zou dat wel te horen zijn geweest aan gepanikeerd gegil uit de grote zaal en de geluiden van daar waren, zoals eerder die avond, enkel zielsgelukkig.
“Waarom?” vroeg ik, mijn gitaar nog steeds in de hand.
“Daarom,” antwoordde hij stug. “Kom nou maar mee, snel.”
De gitaar om zijn nek bungelde een beetje heen en weer toen hij op me af liep en me aan mijn vrije arm pakte om me mee naar buiten te sleuren. Eerst wilde ik nog tegenstribbelen, maar ik besefte me dat dat waarschijnlijk alleen maar in mijn nadeel zou werken en dus liet ik het maar gewoon gebeuren. Hij nam me mee door een donkere hal en ik hoorde het geluid uit de stampvolle arena steeds dichterbij komen. Pas toen ik het trapje zag dat ons het podium op zou brengen, begon er een lichtje bij me te branden.
“Oh nee, Tom,” zei ik, schuddend met mijn hoofd. “Hier doe ik niet aan mee. Laat los.”
Hij draaide zich naar me om en vroeg me zacht genoeg om nog verstaanbaar te zijn waarom ik het dan niet wilde, waarom ik mijn droom had weggegooid en waarom ik het niet wilde probéren. Ik bracht daar tegenin dat ik hem al verteld had dat het voor hun eigen bestwil was, dat ze overspoeld zouden worden met vragen over roddels en dat als ik uiteindelijk ontmaskerd zou worden als de vriendin van Bill, de rapen helemaal gaar waren.
“Daar geven we niets om!” riep Tom uit, zijn hand nog steeds stevig om mijn pols geklemd, zodat ik niet kon weg lopen. “Kom op nou, Maren, het klinkt zo gaaf!”
“Nee!” riep ik uit. “Dat jullie er niet om geven, betekent niet dat ik er niet om geef! Ik bedoel - als ze erachter komen, dan heb ik geen normaal leven meer. Dan word ik achtervolgd door hysterische fans die me willen lynchen en daar pas ik voor. Sorry.”
Hij zuchtte diep en ik voelde hoe de greep om mijn pols wat losser werd. Hij boorde zijn blik in die van mij en ik zag hoe hij al zijn charmes in de strijd probeerde de gooien om me om te krijgen, maar ik trapte er niet in. Ik wist zeker dat hij ook zo naar Julia gekeken moest hebben toen hij haar vroeg of ze het weer goed wilde maken met hem, toen hij vreemdgegaan was en ik kon me goed in haar verplaatsen. Als ik verliefd geweest zou zijn op Tom, dan zou ik zo ingestemd hebben, maar dat was nu eenmaal niet het geval en dus ging het niet gebeuren.
“Goed dan,” verzuchtte hij, en hij liet mijn arm los. “Wacht hier.”
Eigenlijk wilde ik het niet zo nauw nemen met dat gebod en gewoon terug lopen naar de kleedkamer waar ik me even daarvoor nog zo veilig had gevoeld, maar ik was als de dood om te verdwalen in die donkere gangen. Zodoende bleef ik staan. Ik trilde van de zenuwen, zag ik toen ik mijn hand even optilde en die voor mijn gezicht hield, en een vreemd en paniekerig gevoel overheerste binnenin me. Ik hoorde het applaus en het gegil van de fans die op dat moment nog uitzinnig van vreugde waren, maar ik wist dat er maar een klein dingetje zou hoeven gebeuren en dat ze dan zouden veranderen in een gevaarlijke en allesverwoestende storm. Één van die kleine dingetjes, was waarschijnlijk mij het podium op halen.
Ik sloeg mijn ogen op toen ik hakken op het metaal van het trapje hoorde bonken en zag dat het Bill was. Zonder iets te zeggen legde hij zijn handen op mijn heupen en liet hij zijn voorhoofd leunen tegen dat van mij, zijn blik in die van mij verankerend. Ik kon een smeekbede lezen in zijn ogen en anders dan Tom, kon ik Bill niet weerstaan. Ik sloeg mijn ogen neer omdat ik niet toe wilde geven, omdat ik gewoon niet wilde, maar hij legde zijn vingers onder mijn kin en oefende een lichte druk naar boven uit, zodat ik gedwongen was hem in de ogen te kijken. Zijn mond belandde in een kort moment vol zachtheid bovenop die van mij.
“Ik zorg ervoor dat het goed komt,” zei hij zacht, nog steeds met die smekende blik in zijn ogen. “Echt waar, Maren. Alsjeblieft, doe het voor mij. Ik zou het zo gaaf vinden als je dit voor me wil doen!”
Ik vond mezelf ontzettend slap op dat moment, maar ik kon niet anders dan toegeven. De smekende blik in zijn ogen, gecombineerd met zijn zachte stem en de manier waarop hij me aanraakte, zorgden ervoor dat ik week en weerloos werd. Ik haalde mijn schouders op en ademde heel diep uit, waarna ik me vermande, mijn gitaar wat steviger vastpakte en zei dat ik het wel wilde doen, op voorwaarde dat het maar voor één keer was. Direct kreeg hij een grijns van oor tot oor en was hij blij als een klein kind, waarna hij me impulsief zoende en me daarna bij de hand pakte.
Toen we samen het trapje op liepen, het podium betraden en ik de gigantische menigte onder ons zag, wilde ik dat ik nooit toegegeven had. Bill had mijn hand al losgelaten op het moment dat we in het licht kwamen en dus voelde ik me vreemd alleen. Een vreemd gevoel dat op angst leek, maakte zich van me meester en zenuwen begonnen plotsklaps te kriebelen in mijn onderbuik. Al die mensen - ik dacht dat ik gek werd. Dat de jongens dat iedere avond aankonden, die gillende meisjes, huilende meisjes, meisjes zonder shirts en meer gekheid, dat kon ik me niet voorstellen.
Ik zag dat Gustav was opgestaan van achter zijn drumstel en dat hij het publiek aanmoedigde te applaudisseren, waarschijnlijk voor mij. Mijn ogen ontmoetten die van Georg, welke me een bemoedigend lachje schonk. Onwillekeurig gleed er ook bij mij een glimlachje over mijn gezicht en ik voelde de behoefte Bills hand te pakken, maar ik wist dat ik dat niet moest doen. Ik stond op dat moment op een plaats waar niets mogelijk was, voor mijn gevoel, behalve het maken van muziek en het entertainen van de mensen onder ons. Het was voor de jongens een plaats om vrij te zijn, wist ik, maar voor mij was het niet meer dan een gevangenis.
Terwijl ik een kruk toegeschoven kreeg, Tom en Georg hun gitaren inwisselden voor een akoestisch exemplaar en iemand een aantal microfoons pakte om de gitaren te versterken, hield Bill een verhaaltje over een getalenteerd meisje dat ontzettend verlegen was. Eerst had ik geen idee over wie hij het had - daar kwam ik pas achter toen ik het podium weer af was. Op dat moment werd ik teveel gebiologeerd door het feit dat er behalve een microfoon ter versterking van mijn instrument, er ook nog één recht op mijn gezicht gericht werd. Ik werd doodsbang bij het feit dat er blijkbaar ook van me verwacht werd dat ik zou gaan zingen.
Bill nam een kruk naast me en kondigde het publiek aan dat we het nummer akoestisch zouden spelen, voor de verandering omdat ze hun ‘goede vriendin’ een kansje wilden geven haar talent te laten zien. Ik had geen idee over welk talent het had, omdat ik moest bijkomen van de schok dat het inderdaad de bedoeling was dat ik zou gaan spélen. Ik kon er nog steeds niet bij dat ze me gewoon het podium op gepraat hadden terwijl ze wisten dat ik niet wilde en waaróm ik het niet wilde. Ik kon al voor me zien hoe ze telkens ondervraagd zouden worden over mij, dat Bill uiteindelijk mijn naam zou zeggen en zou toegeven dat ik zijn vriendin was. Daarna zou de ellende waarschijnlijk beginnen, al wist ik niet in hoe een grote mate.
Gustav telde af, waarna ik inzette. Alles daarna is aan mijn bewustzijn voorbij gegaan, omdat alles op de automatische piloot gebeurde. Ik hield het zo, bang dat als ik mezelf teveel bewust zou worden van dat moment, ik de akkoorden niet meer zou weten en de tekst woord voor woord uit mijn hoofd zou lekken. Ik speelde gewoon, zong op zo’n volume dat mijn stem samenvloeide met die van die prachtige jongen naast me, de jongen waarvan niemand op dat moment mocht zien dat hij de jongen was van wie ik hield. En niemand mocht weten dat ik het meisje was waarvoor het nummer dat ik op dat moment zong, geschreven was. Ik hield niet van liegen, maar ik wist dat het moest, dat het noodzakelijk was, voor ons eigen bestwil. Het was een harde wereld.

Toen Bill Nathalia teruggebeld had na het zien van zijn gemiste oproep, bleek dat zij een appartement voor me geregeld had en dat het dus voor mij tijd was om terug te gaan naar Magdeburg. Ik zou blij moeten zijn, want ik had in eerste instantie helemaal geen zin gehad om mee te gaan, maar vreemd genoeg voelde ik me ontzettend rot toen Bill me met een grijns op zijn gezicht vertelde dat ik een woning had. Ik was net gewend om in de tourbus te slapen en om rond te reizen en plotseling moest ik mijn leven weer veranderen. Het was net alsof ik telkens weer moest omschakelen naar een andere situatie, net als ik ergens weer gewend had. Ik voelde me net een vluchtelinge, opnieuw.
Dat gevoel versterkte zich nog eens omdat ik de volgende dag samen met een vermomde Bill op het station van Leipzig stond, wat de boel er nog eens absurder op maakte. Omdat we extra voorzichtig moesten doen, had ik echt het gevoel dat ik weg gesmokkeld werd, dat we vluchtten voor iets dat ons op de hielen zat en ons nooit te pakken mocht krijgen. Het was zo bizar dat het eigenlijk wel weer lachwekkend was.
Het schoot door me heen dat ik twee jaar geleden nog niet met de trein durfde te reizen omdat ik altijd als de dood was dat ik ergens aan de andere kant van het land weer uit zou komen. Het verschil tussen dat moment en vroeger, was enkel dat alles veranderd was. Sinds ik een jaar op eigen benen gestaan had en alles overwonnen had dat er op aarde maar te overwinnen viel, was een treinreis van Leipzig naar Magdeburg opeens heel simpel.
We kochten een kaartje bij zo’n automaat waar ik niets van snapte. Met wat hulp van Bill kwam ik er echter uiteindelijk achter hoe het werkte en zo kwam het dat we een kwartier voordat de trein zou komen op het perron stonden, tussen allemaal andere mensen. Sommigen waren alleen, sommigen stonden met iemand anders, net zoals ik met Bill, klaar om afscheid te nemen. Ik vond het een vreemd idee dat ik hem weer los zou moeten laten en hoewel ik wist dat het niet voor eeuwig was, voelde dat wel zo.
Mijn hand zocht die van hem; mijn vingers verstrengelden zich met die van hem als in een automatisme. Zijn onopgemaakte ogen ontmoetten die van mij, van onder de wollen muts die hij tot net boven zijn wenkbrauwen naar beneden had getrokken om onherkenbaar te zijn. Hij zette mijn loodzware koffer naast ons neer en pakte ook mijn andere hand vast, waarbij hij me min of meer dwong tegenover hem te gaan staan. Hij helde zijn hoofd een klein stukje naar de zijkant en keek me aan alsof hij me wilde hypnotiseren.
“Nathalia haalt je op in Magdeburg,” zei hij zachtjes terwijl hij met zijn neus even zachtjes langs die van mij streek. Na het volmaakte moment van even geleden, kwam die zin als een klap in mijn gezicht en zonder dat ik er erg in had, deed ik een stapje achteruit om hem niet-begrijpend aan te kijken. Toen ik vragend haar naam herhaalde, zei hij dat ze dat zelf had voorgesteld, zodat ze me direct naar mijn appartement kon brengen en me kon laten zien hoe alles werkte en in elkaar stak. Na het ontzettende individuele gevoel dat ik even daarvoor nog gevoeld had, toen ik me beseft had dat ik het niet eng meer vond om met de trein te reizen, kreeg ik het gevoel dat hij dacht dat ik een klein meisje was dat Nathalia nodig had om haar hand vast te houden.
“Weet je dat Nathalia onbetrouwbaar is?” gooide ik eruit, niet wetend wat ik met dat zinnetje aan zou kunnen richten. “Weet je dat ze een slang is, dat ze stiekem is, dat ze gemeen is en dat ze je gebruikt voor eigen doeleinden?”
De manier waarop ik het zei, met mijn gezicht heel dicht bij het zijne, mijn lippen bijna in contact met die van hem, deed me denken aan een film die ik ooit gezien had toen ik nog in Japan woonde. Ik had niet kunnen verstaan wat de vrouw in mijn plaats gezegd had, maar het was er ongeveer net zo giftig uitgekomen als ik zojuist tegen Bill gesproken had, misschien wel feller dat ik bedoeld had. De sfeer was opeens heel dicht en drukkend, anders in ieder geval dan daarvoor en de glans verdween uit zijn ogen. Ik dacht eerst dat hij geen antwoord zou gaan geven, maar dat deed hij toch, op een soort van doodse manier.
“Je vergist je,” zei hij terwijl hij zacht zijn hoofd schudde. “Echt waar - ze is niet zoals je denkt dat ze is. Ik zweer je dat-”
Er klapte iets in me toen hij zijn vingers in een V-teken omhoog bracht en dreigde te gaan zweren op iets dat hem lief was dat ik het mis had over zijn beste vriendin. Ik had ooit op mijn moeder gezworen mijn leven te beteren en dat had me alles gekost wat me lief was. Ik kon niet aanzien hoe hij het zelfde lot als ik zou ondergaan en dus greep ik zijn hand vast, in een vlaag van paniek, en drukte die naar beneden. De tranen welden op in mijn ogen toen ik een reeks flashbacks zag waarin mijn moeder telkens weer voorkwam, mijn moeder, de vrouw die ik zo ontzettend miste en was kwijtgeraakt door mijn eigen stomme schuld. Hij keek me aan met een blik die een mengeling was van onbegrip en bezorgdheid.
“Niet zweren,” bracht ik uit. Ik zou hem zoveel meer willen zeggen, hem alles uit willen leggen over de deal die ik ooit gemaakt had, maar ik wist dat hij me allereerst niet zou geloven, dat ik daar ten tweede nog te weinig tijd voor had en dat ik het tot slotte gewoon niet uit mijn keel kon krijgen op dat moment. De tranen deden het werk voor me en hij hield me stevig vast, zo stevig dat ik wist dat het zeer zou doen als ik hem weer los moest laten. Het zou voelen alsof ik met hem vergroeid was en dat ik me weer los moest trekken als ik weg moest, alsof ik alles zou moeten achterlaten wat ik bezat. In principe was dat ook waar. Bill was een groot deel van alles wat ik had.
Op een gegeven moment duwde hij me van zich af en knikte met zijn hoofd naar ergens achter mij. Ik draaide mijn hoofd en zag dat de trein het perron opgegleden was zonder dat ik het gemerkt had, wat betekende dat ik afscheid moest nemen. Om ons heen bewogen de mensen al, maar ik zou het liefst dat moment tussen ons bevroren hebben en daar voor eeuwig hebben blijven staan, totdat iedereen ons vergeten zou zijn en wij nog de enigen waren die onze namen kenden. Voor mijn gevoel konden we dan pas echt samen zijn.
“Beloof me dat je nooit meer iets zweert,” zei ik hem zacht. Hij knikte langzaam en keek nog steeds niet-begrijpend, maar hij beloofde het en gaf me een zachte kus die hij alweer veel te snel verbrak, alsof hij het me kwalijk nam dat ik zijn beste vriendin beschuldigd had. Toen onze lippen zich van elkaar scheidden, voelde ik dat ik hem los moest laten en dat deed ik dan ook, al zou het niet voor lang zijn.