Deel 5


Lieve Sa,

Ik ben kwaad op de jongens. Of ja, niet echt kwaad, maar ik ben niet bepaald gelukkig met ze. Het onmogelijke is gebeurd, hoewel ze beloofd hebben dat het nooit uit zou komen, en het voelt vreselijk. Opeens zie ik in iedereen een potentiële moordenaar (dat is hoe ik iedere doorgedraaide fan zie, en aangezien Tokio Hotel er nogal wat heeft…) en ik vind het doodeng om in mijn eentje over straat te lopen. Aan de andere kant vind ik het nog enger om met Bill over straat te gaan.
Ik voel mijn angst om Bill te dicht bij te laten komen langzaam weg zakken. Nog steeds ben ik als de dood hem kwijt te raken, maar het besef dat we elkaar gewoon nooit meer laten gaan komt steeds meer naar boven drijven. We maken kleine stapjes, gaan steeds een beetje verder, en dat werkt goed.
Maar toch. Alsnog ben ik er niet tevreden mee dat mijn hoofd op alle nieuws- en roddelzenders geweest is en dat de hele wereld het weet. Ze hadden me beloofd dat het een geheim zou blijven, dat het niet uit zou komen, maar Bill heeft alles al bekend omdat het gewoon overduidelijk was dat we niet alleen maar vrienden waren. Ach, misschien zijn beloften er ook wel om te breken…



Dinsdagavond stond Julia opeens voor de deur. Ik was net teruggekomen van mijn werk en had net een kaaspizza in de supersonische magnetron van mijn al even moderne keukentje geschoven toen ze aangebeld had en toen ik de deur uiteindelijk geopend had, merkte ik dat ik verbaasd was dat ze daar stond. Ze zag eruit als een heroïneverslaafde, met dat bleke gezicht en dat haar dat eruit zag alsof het als sneeuw naar beneden zou dwarrelen als ik het aan zou raken. Haar ogen straalden een soort van vernieuwde kracht uit, stonden niet langer dof, alsof ze een nacht goed geslapen had.
“Hoi,” zei ik toen ik hersteld was van mijn verbazing. “Kom binnen.”
Ik stapte opzij en liet haar binnen, waarna ik de deur weer in het slot liet vallen. Vroeger zou ze gewoon op de bank geploft zijn en had ze haar verhaal gedaan, maar in de nieuwe situatie wachtte ze beleefd af tot ik haar een plaats op de zwarte bank wees en dook daarna pas haar tas in, waarover ik me al net zo verbaasde: ik vond het een vreemd idee hoe iemand die er zo zwak uit zag, nog zo’n tas kon dragen.
Ik ging naast haar zitten, met mijn rug tegen de zijleuning en mijn knieën opgetrokken zodat ik haar aan kon kijken als ze iets zou zeggen, maar ze bleef even in haar tas rommelen. De verstrooide uitdrukking op haar gezicht viel me al direct op, alsof ze haast had maar wist dat ze dat niet hoefde te hebben en ik vroeg me opnieuw af hoe ze zo gekomen was. Ze leek net op een pasgeboren kuikentje, zeker met dat weerbarstige haar van haar, dat beschermd moest worden. Ik wilde haar graag vragen hoe het tussen haar en Tom zat, of ze het erg gevonden had toen ze voor de tweede keer uit elkaar gingen en of ze Bill daar de schuld van gaf, maar ik durfde het niet uit angst dat ze zou gaan huilen of zoiets. Op de één of andere manier waren we zo van elkaar vervreemd dat ik amper nog wist hoe ik haar moest troosten. Ik was het verleerd haar vriendin te zijn.
“Ik vrees dat je een groot probleem hebt,” zei ze op een gegeven moment. Ik schrok op uit mijn gedachten en keek haar schaapachtig aan voordat ik me realiseerde dat ze een tijdschrift uit haar tas gehaald had. Op dat moment begon er al een lampje te branden, maar ik kon me niet voorstellen dat het uitgekomen was, dat kon niet. Ze hadden beloofd dat het geheim zou blijven.
Julia sloeg het tijdschrift open op een pagina ergens in het midden en gaf het daarna aan mij. Mijn vermoedens werden direct bevestigd toen ik mijn ogen over de foto’s liet glijden: die spraken eigenlijk boekdelen, net zoals de schreeuwende kop erboven, en maakten het overbodig de rest van het artikel te lezen. Over de twee pagina’s was een belabberde hoeveelheid tekst verspreid, zo’n negentig procent bestond uit foto’s van Bill en mij in de stad, Bill en mij in de bakkerij, Bill en mij op het station en van die ene keer dat ik op het podium gestaan had. Ik zag zelfs een paar foto’s van voordat ik naar Japan vertrokken was, van ons tweetjes winkelend in Magdeburg, wij zoenend op straat in Loitsche. Ik bedacht me of het te ontkennen viel dat we daadwerkelijk een stel waren, of we misschien konden claimen dat we enkel vrienden waren, maar het was zo overduidelijk dat dat een leugen was dat het me onzinnig leek om het te ontkennen.
Mijn emoties waren op dat moment een rommeltje. Aan de ene kant was ik er blij mee dat het eindelijk uitgekomen was, dat de fans eindelijk wisten dat Bill al jaren een vriendin had (dat stond in ieder geval in de tekst, die ik vluchtig gelezen had) en dat hij voor de volle honderd procent onbereikbaar was, maar aan de andere kant was ik mijn leven niet meer zeker. Ik stond redelijk herkenbaar op de foto’s, zeker op die ene in de bakkerij, en er waren vast opnamen van het concert gemaakt waarop ik ook te herkennen was. Er was geen ontsnapping aan de waarheid mogelijk: ik was op heterdaad betrapt en daar zou ik mijn hele verdere leven voor moeten boeten. Ik vroeg me af of het het werk van God was.
Ik sloeg het blad dicht en keek op de voorpagina, waarop in grote contrasterende letters ‘Bill al jarenlang bezet!’ op prijkte, met een foto van hem erbij. Mijn blik ontmoette die van Julia kort toen ik opkeek en uit dat korte moment oogcontact, maakte ik op dat zij mij al net zo had zitten bestuderen als ik een aantal minuten daarvoor. Hoewel het totaal niet het moment was om aan andere dingen dan de waarschijnlijk al verzonden bombrieven te denken, besefte ik me opeens dat zij wel eens precies dezelfde onzekerheid jegens mij kon voelen als ik dat deed jegens haar.
“Ik ga Bill bellen,” zei ik zachtjes terwijl ik al opstond en mijn telefoon van de keukentafel pakte. Ik zakte neer op een van de roomwitte stoelen, draaide zijn nummer en wisselde nog blikken met Julia voordat ik mijn ellebogen op tafel plantte en een zucht aan mijn lippen liet ontsnappen. De telefoon ging één keer over, twee keer, en met iedere keer meer sijpelde de moed meer uit mijn lichaam. Bill kon op dat moment al wel nietsvermoedend bij een talkshow zitten en binnen tien minuten de vraag voor zijn kiezen krijgen wie het meisje van de foto’s was. Ik moest hem spreken voordat het zover was.
Toen de telefoon voor de tiende keer overging en ik verwachtte dat hij niet meer op zou nemen, hoorde ik zijn stem. Ik schrok op omdat ik het niet meer verwacht had, wist op slag niet meer wat ik wilde zeggen, wat nog erger werd toen hij meteen na zijn stralende ‘hoi’ opnieuw het woord nam.
“Ik dacht dat je Nathalia was!”
Ik was even in de war omdat dat zinnetje zoveel kon betekenen. Het kon verborgen teleurstelling zijn omdat hij gehoopt had dat ik Nathalia geweest was, maar het kon ook zijn dat hij om die reden zo lang gewacht had met het opnemen van zijn telefoon. Het kon zowel in mijn nadeel werken als in dat van Nathalia (en natuurlijk hoopte ik op dat laatste) maar ik besloot er niet naar te vragen omdat er iets anders veel belangrijker was. Mijn leven, namelijk.
“Heb je het gelezen? In de Bravo?” vroeg ik hem zonder hem nog te vragen hoe het met hem ging of in te gaan op het Nathalia-onderwerp. Toen hij liet blijken dat hij van het hele artikel nog niets gehoord had, legde ik hem precies uit hoe het zat met de foto’s en de tekst en hoe bang ik stiekem was om besprongen en vermoord te worden door suïcidale fans. Dat ik eigenlijk ook een beetje kwaad op de jongens was omdat ze me beloofd hadden dat het niet uit zou komen, liet ik voor het gemak maar achterwege.
Toen ik uitverteld was, viel er zo’n doodse stilte dat ik even controleerde of de verbinding nog wel intact was. Mijn display gaf echter aan dat zo was en dus zei ik zacht zijn naam, waarna ik direct respons kreeg. Hij praatte op zo’n toon waardoor ik wist dat hij op dat moment letterlijk met zijn handen in het haar zat en wanhopig naar een oplossing groef, in zijn hoofd, net zoals ik dat deed. Ik zocht oogcontact met Julia en haalde een hand door mijn haar, bijtend op mijn lip om mijn zenuwen in bedwang te houden en niet in huilen uit te barsten, want het moge duidelijk zijn dat ik daar veel voor voelde op dat moment. Het stond me in ieder geval nader dan het lachen.
“Serieus?” vroeg hij daarna op precies dezelfde toon als waarop Tom een aantal dagen eerder aan me gevraagd had of het echt waar was of Nathalia Bills drugsdealer geweest was. Zijn stem klonk echter nog fragieler dan die van zijn broer, heel triest en zacht, alsof hij in dat kleine woordje al de woorden ‘het spijt me’ door wilde laten klinken. Ik kon niet kwaad op hem zijn als hij zo praatte, echt niet, en dat wist hij.
“Ja,” antwoordde ik zachtjes, met het gevoel alsof ik een mes in mijn buik had. De rampscenario’s die ik in mijn hoofd vormde, volgden elkaar in een razendsnel tempo op en maakten me misselijk. Ik wilde op dat moment het liefst bij Bill zijn, in zijn armen liggen en horen dat alles goed zou komen, maar hij was zo verschrikkelijk ver weg.
“Voor de fans moet je niet bang zijn,” zei hij na nog een korte stilte. “Als het goede fans zijn, gunnen ze me mijn geluk en ik weet zeker dat ze dat doen, echt waar…”
Ik viel stil en vroeg me af of Bill wel wist hoe krankzinnig zijn fans waren. Hij deed het opeens lijken alsof ik me aanstelde, maar dat was niet zo, dat wist ik zeker. Ik was ooit met Fleur naar de opnamen van een videoclip van de band geweest en de hysterie was daar zo enorm geweest dat ik vond dat ik wel een reden had om bang te zijn. Ik deelde mijn gedachten met hem terwijl ik opstond en naast Julia weer neerplofte, vlak naast haar, want ik had behoefte aan haar steun. Ze sloeg een magere arm om me heen en veegde een ontsnapte traan van mijn wang.
“Ik beloof je dat het goed komt,” fluisterde Bill zachtjes. “Echt – ik zal alles uitleggen en ik zweer je dat ze je niets doen, goed?”
“Kun je dat?” vroeg ik hem. “Ga je het eerlijk vertellen?”
Ik merkte dat mijn onderlip trilde en voelde hoe Julia zachtjes met haar vingers door mijn haar ging, net zoals Bill dat vaak deed. Ik sloot mijn ogen en probeerde me voor te stellen dat het Bill was die dat deed, maar Julia’s nagels waren afgekloven en ze volgde niet het zelfde patroon als de jongen aan de andere kant van de lijn dat deed. Hij was verschrikkelijk ver weg, verder dan ooit, leek het, hoewel ik wist dat dat niet zo was. Hij zou naar me toe komen als ik dat wilde, zou er altijd voor me zijn, waar hij dan ook was.
“Ik denk dat dat het beste is, Maren,” zei hij opnieuw zacht. Als hij bij me geweest zou zijn, zou hij waarschijnlijk zacht met zijn vingertoppen mijn gezicht aangeraakt hebben en mijn wangen drooggemaakt hebben, maar hij was er niet. “Als die foto’s echt zo duidelijk zijn, dan hebben we geen schijn van kans. Maar maak je geen zorgen – ik zorg ervoor dat alles goed komt.”

Toen ik de volgende morgen wakker werd, mijn ogen nog gezwollen van het huilen en mijn keel droog door dezelfde oorzaak, greep ik vrijwel meteen naar de telefoon die op mijn nachtkastje lag en draaide ik het nummer van de bakkerij. Ik voelde me verschrikkelijk slecht en bovendien bang, en dus zou het niet echt slim zijn om te gaan werken. De klanten zouden waarschijnlijk al weg rennen bij het zien van de blik in mijn ogen alleen al. Gelukkig was het geen probleem, volgens Heinrich, want het was ten slotte woensdag en dan was het nooit druk. Ik bedankte hem met schorre stem, nam afscheid en hing op, waarna ik mijn telefoon op het nachtkastje legde en de dekens ver over mijn hoofd heen trok, zodat ik eventjes alleen op de wereld was.
Het had de avond ervoor lang geduurd voordat ik in slaap gevallen was, omdat ik telkens beelden voor me zag van fans die kwaad waren op mij of op Bill en de band zouden verlaten met als stomme reden dat Bill al bezet was. Ik was tevens bang om spanningen binnen de band te veroorzaken, want waarschijnlijk zouden ze telkens weer bestookt worden met vragen over mij en misschien zou Georg daar jaloers van worden en Bill tot waanzin drijven. En waarschijnlijk zou Nathalia jaloers zijn op mij omdat ik wel in de bladen stond en zij niet. Uiteindelijk was ik van vermoeidheid in slaap gevallen – de laatste keer dat ik op mijn klok gekeken had, was het half vier geweest.
Ik kon niet meer in slaap komen toen ik eenmaal wakker geworden was. Ik lag net als de avond daarvoor alleen maar te draaien en te proberen mijn gedachten van de hysterische fans af te leiden. Telkens als ik op straat iets hoorde, verwachtte ik min of meer dat er een meute onder mijn raam stond, maar dat sloeg nergens op. Ze konden immers niet weten waar ik woonde, wisten niet hoe ik heette en dus was ik onvindbaar voor hen. Ze wisten nog niet eens dat ik echt Bills vriendin was.
Toen het twee uur was, kreeg ik een sms’je van Bill met de mededeling dat het interview dat de dag daarvoor was opgenomen, om vijf uur op televisie zou zijn en of ik alsjeblieft wilde kijken. Na dat bericht gelezen te hebben, draaide ik nog één uur rond in bed en daarna besloot ik dat het tijd was om een douche te nemen. Ik sleepte mezelf uit bed met een gevoel dat ik me herinnerde uit de tijd dat ik nog op school zat. Toen had ik mezelf ook iedere morgen met zo’n gevoel uit bed moeten hijsen en vaak had mijn moeder me daar nog bij moeten helpen ook. Ik had echter geen moeder meer om me te kunnen helpen en dus moest ik het zelf doen.
Ik slenterde met gebogen rug naar de badkamer, zwelgend in zelfmedelijden, en trok in een moedeloos gebaar de deur achter me dicht. Ik zette de kraan op achtendertig graden zodat ik het lekker warm zou hebben als ik op de bank zou kruipen, trok mijn kleren uit en ging onder de straal zitten, op de grond, zoals Bill dat ook altijd deed. Ik hief mijn hoofd op en liet het warme water mijn zoute gezicht schoon spoelen, waarna ik mijn hoofd op mijn knieën liet rusten, met mijn vingers rondjes tekenend in het reeds gevallen water. Zo bleef ik een hele tijd zitten, net zo lang tot mijn rug begon te tintelen en gevoelloos werd.
Na een onbepaalde hoeveelheid tijd besloot het warme water op te zijn en dus stapte ik alsnog rillend onder de douche vandaan. Ik droogde mezelf gauw af, wikkelde mijn haar in een handdoek en boende mezelf droog, zodat mijn huid ging tintelen en ik toch nog een beetje warm werd. Het enige plekje van mijn lichaam dat ik zorgvuldig droogde, was mijn tatoeage, want ondanks dat hij daar voor eeuwig stond, wilde ik er voorzichtig mee zijn.
Ik kleedde me aan, droogde mijn haar zo snel dat het eigenlijk niet eens als een ‘poging tot’ beschouwd kon worden en liep daarna terug naar mijn slaapkamer om mijn telefoon te pakken en die in mijn broekzak te stoppen. In het voorbij gaan zag ik dat het kwart voor vijf was, wat betekende dat ik ongeveer twee en een half uur onder de douche gezeten had. Dat wil wel wat zeggen over mijn bui op dat moment, denk ik zo.
Ik zette de televisie vast op de goede zender en liep daarna naar de keuken. Uit de vriezer haalde ik de laatste kaaspizza (het was twee halen, één betalen geweest bij de Aldi) en ik schoof hem in de supersonische magnetron. Tijdens het wachten keek ik door het kleine ruitje hoe mijn voedsel langzaam opwarmde, totdat dat me begon te vervelen en ik een kapot kookwekkertje probeerde te repareren. De ping van de magnetron kwam ongeveer tegelijk met het begin van de overbekende talkshow-jingle, dus kon ik meteen met mijn pizza voor de televisie gaan zitten. Ik beschouwde het als een grappig toeval.
Op het moment dat de host in beeld kwam en zijn naam onderaan in een balkje verscheen, voelde ik al dat hij iets in de zin had. Hij hield een inleidend praatje over de band die naast hem op de bank zat, vertelde dingen die iedereen al wist en er volgde een gigantisch applaus nadat hij zichzelf overbodig aan het publiek had voorgesteld. Aan de voldane grijns die hij vervolgens op zijn gezicht kreeg, zag ik dat hij ontzettend zelfingenomen was om het feit dat hij als eerste TV-persoonlijkheid het nieuws over de vriendin van Bill Kaulitz kon presenteren.
Toen het applaus langzaam wegebde, draaide de camera zich op de jongens en ik fixeerde mijn ogen meteen op de fragielste jongen in het midden. Bill was ook op televisie prachtig, maar niet zo mooi als in het echt. Op het beeld was het contrast in zijn gezicht minder – wat misschien ook maar beter was voor hem wat betreft de donkere kringen om zijn ogen – en ook de fijne lijnen waren minder goed te zien. Ik kon mezelf normaal gesproken helemaal verliezen in de lijnen van zijn gezicht, van de mooie imperfecties op zijn gladde huid, maar dat alles was op televisie niet te zien. Toch, ondanks dat zijn expressie niet zo duidelijk was als normaal, kon ik zien dat hij zenuwachtig was, dat hij stiekem al wist wat er zou gaan komen. Eerst werd er echter een half uur slap geluld over hun carrière tot dan toe en toen de host op het onderwerp roddels kwam, wist ik dat Het Onderwerp ter sprake zou komen. Ik schoof mijn nog half volle bord aan de kant omdat ik me volledig wilde concentreren op ieder woord dat Bills goddelijke lippen zou verlaten en ging op het puntje van de bank zitten, het puntje van mijn neus recht vooruit, volledig geconcentreerd.
Bill was zenuwachtig toen hij de vragen beantwoordde, zag ik, want hij maakte nog meer handgebaren dan normaal en hij zocht telkens oogcontact met zijn tweelingbroer. Ik was echter blij dat Tom hem niet te hulp schoot, iets waar Bill hem overduidelijk om smeekte, want Tom zou de situatie er nog hachelijker op gemaakt hebben, hem kennende. De host stelde vragen over ons samenzijn terwijl er foto’s van ons tweetjes één voor één over het beeldscherm floepten: van het afscheid op het station tot de kus in Loitsche, en ook de host merkte op dat die foto al vrij oud was.
“Dat klopt,” antwoordde Bill met een nerveus trekje om zijn volmaakte mond. “Dat was in April, twee jaar geleden. Toen waren we nog maar net samen – of nog niet eens, denk ik.”
Er ging een geluid door het publiek heen dat ik moeilijk kan uitleggen: het klonk zowel verbaasd en beledigd als bewonderend en ik vroeg me af hoe de vele fans die het interview keken op dat moment reageerden. Misschien huilden ze wel, kresen ze, zochten ze steun bij elkaar of misschien renden ze naar het raam en sprongen ze de diepte in. Ik kon me niet voorstellen dat er ook maar één enkele fan zou zijn die blij voor ons was, dat er ook maar íémand was die Bill en mij het geluk gunde, maar wel kon ik me voorstellen dat ze naar Bill zouden luisteren als hij zou zeggen dat ze mij met rust moesten laten. Ze zouden alles voor hem doen.
“Jullie hebben het wel ontzettend lang geheim kunnen houden!” sprak de host bewonderend. Ik glimlachte door mijn opkomende tranen heen toen ik zag dat Tom Bill – het zij heel onopvallend – een klein duwtje gaf en hem zo wat moed inboezemde. Hij zorgde echt voor zijn broertje en ieder persoon kon zien dat Bill dat nodig had op dat moment. Het was ook niet niets, tegenover al je naar-jou-hunkerende fans bekennen dat je eigenlijk al twee jaar lang een vriendin had.
“Ja,” lachte hij. “Daar sta ik zelf ook wel versteld van…”
Ik genoot van de glimlach op zijn gezicht toen hij dat zei, van dat kleine overbeetje dat zijn gezicht zowel imperfect als perfect maakte. Ik had hem vreselijk hard nodig, voelde ik, ik miste hem en het deed zeer hem op televisie te zien, zo ver weg maar toch ook binnen handbereik.
“Hoe heet ze?” was de laatste vraag die hij stelde. Hij had een soort van vastberaden trek op zijn kwabbige gezicht, alsof hij het wel uit Bill zou sláán als dat nodig zou zijn om er een naam uit te wringen. Als ik in Bills plaats gezeten had, had ik zeven kleuren stront gescheten en meteen ook de woonplaats, bloedgroep en pincode bij de naam vermeld, maar ondanks Bills fragiele voorkomen had hij heel wat in zijn mars. Hij was een slimme jongen en liet zich niet gemakkelijk in banen lijden, rebels als hij was.
“Dat zeg ik liever niet,” antwoordde Bill. “Ik geef erg veel om haar en ik wil niet dat zij hier de dupe van wordt. Ik hoop dat de fans het in ieder geval begrijpen en ons de rust gunnen die we de afgelopen twee jaren ook gehad hebben – daar zou ik in ieder geval heel blij mee zijn. Het is het afgelopen jaar nogal moeilijk geweest en we hebben echt rust nodig op dit moment, alle rust die we kunnen krijgen. Ik hou van haar.”

Door Bills woorden had ik kracht gekregen en zodoende durfde ik te gaan werken. Mijn humeur was stukken beter en ik had zelfs zin om te werken, want dan zou ik Justin weer zien en op de één of andere vreemde manier had ik daar behoefte aan. Met een opperbest humeur stapte ik die morgen de winkel in, waar Justin al achter de counter stond, en ik merkte de glinstering in zijn ogen op. Het leek alsof hij blij was dat ik blij was, maar hij ging daar verder niet op in.
“Gaat het al wat beter met je?” vroeg hij me met oprechte interesse, alsof het hem echt kon boeien hoe rot ik me gevoeld had.
“Het was gewoon een griepje,” antwoordde ik schouderophalend. “Het was niet zo heel erg – ik voelde me gisteravond al veel beter…”
Ik sloot mijn zin af met een glimlach en sloeg mijn blik naar hem op, waar ik onaangenaam verrast werd. Het was duidelijk dat hij wist dat ik niet volledig de waarheid sprak, of misschien wist hij wel zeker dat ik alles bij elkaar loog, maar hij wist dat hij zijn mond moest houden. Het enige dat hem behalve zijn naam anders maakte dan Liam Terrence, was zijn timing en de manier waarop hij dingen wist te brengen.
De hele verdere morgen hadden we het over hoe druk het de vorige dag geweest was en tussen het helpen van de klanten door vertelde Justin een verhaal over een ontzettend dikke mevrouw die klem had gezeten in haar stoel. Ik moest hard lachen toen hij beschreef hoe ongeveer vijf personen haar geholpen hadden, omdat ik het voor me kon zien hoe belachelijk iemand eruit moest zien met een stoel aan haar kont, en zodoende was de toon voor die dag gezet. Ik was vrolijk, gezellig, en niemand leek daar een eind aan te kunnen maken.
Rond de middagpauze legden Justin en ik ons werk neer en werden we afgelost door Janita en een meisje dat ik niet kende. We vertrokken naar buiten waar het, ondanks dat het voorjaar eraan kwam, nog ontzettend grauw was en begonnen aan een rondje door de binnenstad, waar de straten bijna uitgestorven waren. Justin stak een sigaret op, schermde het vlammetje af met zijn grote handen zodat de wind het niet zou doven en inhaleerde daarna diep. Ik had hem afgeleerd mij er ook één aan te bieden, want ik zou nooit een roker worden.
Toen we de lunchroom voorbij liepen die ik me herinnerde als de plaats waar we ooit met de hele groep gegeten hadden voordat de jongens voor het eerst op tour zouden vertrekken, kreeg ik een vreemde kriebel in mijn buik. Ook dat was zo’n plek waar een deel van mijn verleden lag, net zoals in heel Magdeburg en ik besefte me dat zo lang ik in de stad zou blijven, ik nooit afscheid zou kunnen nemen van de persoon die ik ooit geweest was. Het werd me onmogelijk gemaakt door alles om me heen dat nog het zelfde gebleven was.
“Zullen we hier wat eten?” vroeg Justin vanuit het niets aan me terwijl hij zijn half opgerookte sigaret met een al net zo sierlijk gebaar op de grond gooide en uitmaakte. Ik schrok op vanuit mijn gedachten en realiseerde me dat ik heel uitgebreid het interieur van de lunchroom had staan bestuderen, alsof ik Justin een soort stille hint had willen geven. Ik stamelde een paar onsamenhangende woorden, waar hij me direct in onderbrak. “Ik betaal.”
Ik haalde mijn schouders op en knikte daarna maar, waarna we de deur van het mooie gebouw opzochten en naar binnen stapten. Het was behaaglijk warm en nog precies zoals ik het me herinnerde: over de tafels lagen witte kleden, de servetten waren om en om spierwit en zwart en er hing een prettig wit licht in de ruimte, wat niet koel maar juist heel warm was. Ik liep Justin achterna naar een tafeltje voor twee ergens achterin de ruimte en nam plaats tegenover hem na mijn jas over mijn leuning gedrapeerd te hebben. Ik kon het niet laten even naar buiten te kijken om te zien of er nog steeds duiven rondhupsten om verloren kruimels op te pikken en glimlachte even in mezelf toen ik zag dat ook dat nog steeds het zelfde was. We bestelden wat te eten bij een meisje met zichtbaar geblondeerd haar en een imponerend décolleté (ik bedacht me dat zij wel iets voor Tom geweest zou zijn, als Julia niet bestaan zou hebben) en ik keek om me heen of ik het meisje van drie jaar geleden ergens zag, maar ze was nergens bekennen.
Toen ik Justin van over tafel aankeek, voelde ik dat er een vraag in de lucht hing. Ik probeerde zijn ogen te ontwijken, maar hij liet ze onafgebroken op mijn gezicht rusten en op een gegeven moment kon ik het niet meer ontwijken. Er speelde een soort glimlachje om zijn mond dat onheilspellend was, maar niet zo dat het me angst aanjoeg. Ik legde mijn handen naast elkaar op tafel, alsof ik mijn nagels ging bestuderen, maar ik bleef hem aankijken, hem uitnodigend om zijn vraag te stellen. Hij hapte direct.
“Je was op televisie, gisteravond,” zei hij op een normaal volume. Als de lunchroom vol gezeten zou hebben, zou ik hem direct het zwijgen opgelegd hebben en hem gedwongen hebben te fluisteren, maar er was bijna niemand en dus vond ik het niet erg. “Op het nieuws.”
Het feit dat ik ook op het nieuws geweest was, was totaal nieuw voor mij, maar ik knikte maar gewoon alsof ik er alles al van wist. Ik wist waar zijn monoloog ongeveer toe zou leiden, maar wist zijn reactie erop niet en zodoende vond ik het niet nodig om hem middenin te onderbreken en mezelf te gaan verdedigen terwijl ik nog niet eens wist of dat wel nodig zou zijn. Het oogcontact behield ik en ik voelde dat hij het liever wilde verbreken dan dat ik dat wilde. Hij maakte een ietwat nerveuze indruk, net zoals Bill de vorige dag op televisie, maar dan zonder handgebaren. Zijn handen lagen net zoals die van mij naast elkaar op tafel.
“Hij heet geen Aiden hè?” vroeg hij, overduidelijk doelend op Bill.
Ik schudde mijn hoofd en sloeg mijn ogen daarna neer. Hij viel ook stil na de conclusie getrokken te hebben dat ik de vriendin van Bill Kaulitz was en keek naar zijn handen, net zoals ik dat deed. Ik had geen idee van zijn reactie, want hij was nogal beschouwend en liet niet veel van zijn emoties doorschemeren in de manier waarop hij zijn woorden uitsprak. Een idee van hoe hij zich kon voelen, had ik ook niet. Hij kon zowel verdrietig als kwaad zijn over het feit dat ik hem niet over dat feit in vertrouwen had genomen, gelukkig zijn omdat ik Bill had, maar ook heel beschermend worden omdat de hele wereld ervan wist en er zeer waarschijnlijk een paar opperfans een beloning uitloofden voor de persoon die mij zou ombrengen. Toen ik mijn blik op hem wendde en hij me aankeek, zag ik een mengeling van die emoties in zijn ogen.
“Ben je boos?” vroeg ik hem.
Direct toen ik dat gezegd had, verdween even alles uit zijn ogen. Ik vond het angstaanjagend hoe leeg hij er opeens uit zag, hoe vreemd Justin was zonder emoties in zijn ogen, en schrok van hoe dood hij leek. Hij leek zich afgesloten te hebben voor mij, alsof er achter zijn ogen een luikje dicht ging dat mij verbood bij hem naar binnen te kijken. Het duurde echter maar een seconde – daarna kwamen de gevoelens weer terug, dat keer zonder de kwaadheid die er eerst geweest was.
“Waarom zou ik kwaad zijn?” vroeg hij zachtjes, en hij leunde een klein beetje voorover om ons oogcontact wat indringender te maken. “Omdat je het niet gezegd hebt?”
Ik knikte, hij schudde zijn hoofd. Daarna zwegen we, en op dat moment wist ik dat we het onderwerp voor altijd zouden laten rusten. Anders dan Liam, die er iedere keer op teruggekomen zou zijn door te vragen hoe het met ‘mijn rockster’ ging, wist ik dat Justin het gewoon zou begraven en Bill altijd Aiden zou blijven noemen als hij naar hem vroeg, altijd. We hadden erover gepraat, maar eigenlijk hadden we dat beide liever niet en dus zouden we het erbij laten. In onze wereld bestond er niet zoiets als Bill.

Die avond was Bill bij mij en dat was maar goed ook, want ik leek wel een dode die weer tot leven gewekt was maar iets teveel leven toegediend had gekregen. Bill, die kwam voor de genegenheid en liefde die hij op het podium nogal vaak moest missen, bleef maar geduldig hoewel ik wist dat ik hem mateloos irriteerde, en dat waardeerde ik zo aan hem. Ik moest even stoom afblazen, even iemand hebben die ook daadwerkelijk iemand van de situatie begreep, en Bill was daar de aangewezen persoon voor.
Ik was die middag, nadat Justin en ik teruggekomen waren, herkend door een aantal fans die een hysterie in het kleine bakkerijtje hadden veroorzaakt die ik voorheen niet voor mogelijk gehouden had. Eigenlijk had ik achteraf geen idee meer wat ze allemaal tegen me gezegd hadden, of ze bewonderend gedaan hadden of hatelijk, want ik was zo geschrokken geweest dat ik eigenlijk zo gauw mogelijk naar de personeelsruimte achter de winkel vertrokken was om op adem te komen en te bedenken wat ik zou kunnen doen. Toen ik me bedacht had dat ik gewoon zou ontkennen dat ik het was, dat ik gewoon op Bills vriendin leek, waren ze echter alweer vertrokken.
Maar dat was nog niet het einde geweest – nee, de hele dag door waren er Magdeburgers die het interieur van de bakkerij herkend hadden van de foto en besloten hadden me die dag te stalken. Hoe vaak ik ook zei dat ik Bills vriendin niet was, ze bleven maar zeggen dat ik een stomme kuthoer was die hun leven vernield had. Ik had me verschrikkelijk gevoeld, was gedwongen vriendelijk gebleven omdat de klant nu eenmaal koning was terwijl ik er veel voor gevoeld had die meiden stuk voor stuk een klap te geven. Het was een ramp geweest en pas na een half uur had Heinrich ingegrepen en de meiden eruit gezet, waarna ik mezelf had opgesloten in de WC en gejankt had totdat Justin op de deur geklopt had om te zeggen dat ik eruit moest komen. Dat laatste stuk verzweeg ik echter voor Bill, want ik wist dat hij er niet blij mee zou zijn.
“Kom nu eens even rustig zitten,” zei hij toen ik opnieuw opsprong om een verhaal over hoe ze me aan mijn haar hadden willen grijpen uit de doeken te doen. Ik viel even stil, realiseerde me toen hoe debiel ik me gedroeg en liet me toen zakken op de lege plaats naast hem. Mijn hoofd legde ik op zijn schouder en hij begon meteen te spelen met een loshangend plukje haar naast mijn oor, iets wat aangenaam kriebelde. Toen ik eenmaal zo vreedzaam bij hem zat, voelde ik dat mijn hart bonkte in mijn keel, maar dat verminderde naarmate ik rustiger werd, totdat het helemaal verdween.
“Maar het was niet leuk,” zei ik toen, zachtjes, met een stemmetje alsof ik een schoolkind was dat straf gekregen had van de juf terwijl het helemaal niets verkeerd gedaan had. Zo voelde het in principe ook: ik kreeg straf van de wereld terwijl ik in wezen niets verkeerd had gedaan, want ik kon er toch niets aan doen dat ik verliefd was geworden op Bill en hij op mij? Het sloeg nergens op, het sloeg verdomme allemaal nergens op, maar er moest iemand de dupe worden van het hele verhaal en het was duidelijk dat ik dat was. Ergens kon ik het ook nog wel begrijpen ook.
“Het spijt me,” zei hij nog zachter dan ik gesproken had, zijn gezicht voor de helft verborgen in mijn haar. Ik antwoordde niet, want ik wist wel dat het zijn schuld niet was en dat hij nergens spijt voor hoefde te hebben, maar ergens diep in mij zat een stemmetje dat het hem wel degelijk kwalijk nam. Het waren zíjn fans, zíjn gillende meute, en híj kon ze niet in de hand houden. Natuurlijk was dat logisch, want de fans waren met miljoenen en hij was alleen, en met mijn verstand kon ik het ook allemaal best beredeneren, maar ik wilde het niet.
“We hadden het nooit moeten bekennen,” fluisterde ik met mijn gezicht heel dicht bij het zijne, zo dicht dat ik de klontjes mascara aan zijn wimpers kon zien kleven. “Als je gewoon gezegd had dat ik gewoon ‘een’ vriendin van je was, dan had jij de media nu niet op je dak gehad en dan was ons leven nog net zo rustig als eerst…”
“Maar dat had niet gekund,” antwoordde hij, en hij wreef met zijn neus even tegen die van mij. Zijn adem weerkaatste tegen mijn lippen en ik voelde dat ik de neiging had de afstand tussen onze lippen te verkorten, maar ik liet het. Ik wachtte op zijn woorden, want ik wist dat hij nog niet uitgesproken was. “Iedereen die die foto’s ziet, ziet direct dat wij van elkaar houden.”
Ik was even lamgeslagen door hoe mooi die woorden eigenlijk klonken. Omdat het zo bijzonder was dat Bill tegen mij zei dat hij van me hield, koesterde ik iedere keer dát hij het zei als een geschenk uit de hemel. Nog steeds was ik er niet aan gewend dat de woorden al lang uitgesproken waren, nog steeds sloeg mijn hart een slag over als die klanken mijn gehoororgaan bereikten, en daar was ik blij om. Het had zijn waarde nog niet verloren.
Doordat ik een kort moment bevroren geweest was, kwam het moment dat zijn mond de mijne verwarmde heel onverwacht. Ik schrok eventjes en kuste hem toen terug, kwam wat meer overeind zodat onze gezichten min of meer op gelijke hoogte kwamen en verbrak het contact toen. Zijn handen lagen in mijn nek en zo was de weg naar de zoom van zijn shirt vrij. Als in een automatisme greep ik het katoen vast en trok ik het langzaam omhoog, zonder het oogcontact tussen de jongen tegenover me en mezelf te verbreken. Hij hief zijn armen gewillig op en hielp me het shirt over zijn hoofd te trekken, waarna ik het doelloos op de grond liet vallen omdat ik gebiologeerd werd door de zachte huid op zijn borst. Ik verbond alles aan Bill direct aan het woord ‘perfectie’, enkel en alleen omdat ik alles aan hem perfect vond.
Hij trok me tegen zich aan en vond de zoom van mijn shirt. Opnieuw maakte hij oogcontact, stelde opnieuw een vraag zonder woorden te gebruiken en ik wenste dat hij dat niet deed. Ik wilde niet dat hij me als een zwak persoon zou zien, want ik werd liever bewonderd om mijn kracht dan beschermd om mijn zwakte en hij behandelde me op de laatste manier. Ik wilde gewoon dat alles weer zo zou zijn als het ooit geweest was, zo heerlijk onbezorgd.
Ik gaf hem toestemming, vastberaden en zelfverzekerd, en ik voelde dat ik niet bang meer was. Ik was ervan overtuigd dat we bij elkaar zouden blijven, waar de stromen van het leven ons ook naar toe zouden leiden, en dus was er een enkele reden om de boot nog steeds af te houden. We hoorden bij elkaar, hij hield van mij, dus wat viel er te verliezen? Als ik hem zou verliezen, dan zou ik misschien zijn lichaam kwijtraken, maar zijn woorden zou ik altijd bij me dragen en zodoende waren we onafscheidelijk. We bleven altijd samen.
Ik drukte zijn lippen op die van hem en duwde hem zachtjes achterover op de bank, waarbij ik half over hem heen gebogen zat. Het zwarte leer contrasteerde prachtig met zijn porseleinen huid en stond hemels mooi bij zijn donkere haar en ogen. Ik verstarde weer eventjes, niet van angst, maar gewoon omdat ik verbijsterd was door zijn schoonheid. Ik kon me niet voorstellen dat ík de vriendin van die jongen was, ík, uit al die duizenden meisjes die hij ook had kunnen uitkiezen en ik voelde me merkwaardig genoeg uitverkoren. Hij hield van mij, van niemand anders, en dat ontroerde me.
“Wat is er?” fluisterde hij zachtjes terwijl hij op zijn ene elleboog steunde en met zijn vrije hand langs mijn gezicht streek. Ik voelde opnieuw zwakte opkomen, want hij was zo oogverblindend prachtig dat ik er wel van kon huilen, maar ik hield alles dapper binnen. Ik moest lachen, blij zijn, me gezegend voelen omdat ik Bill had, maar eigenlijk voelde ik me alleen maar melancholisch onder mijn allesoverheersende gevoel van geluk.
“Je bent zo mooi,” fluisterde ik al net zo zacht terug, nog steeds verbijsterd. Opeens zag ik een engel in hem, met zijn blanke huid en verfijnde gezicht, en ik prees mezelf gelukkig niemand anders dan mezelf te zijn. Hij was mijn beschermengel en meer had ik niet nodig.

Op zaterdagavond zaten we met de vaste groep in de woonkamer van Julia’s studentenflatje. De spanning was net zo geladen als de vorige keer, wat voornamelijk kwam door Tom, die Julia al het werk uit handen nam. Ik begreep maar niet waarom hij zo beschermend tegenover haar deed, want goed, ze had het nodig, maar hij was haar niets meer verplicht. Ik probeerde te begrijpen waarom hij zo aan haar bleef plakken terwijl ze uit elkaar waren, maar ik kon er maar niet achter komen.
Een tweede reden was het feit dat Bill tussen mij en Nathalia in zat en er een soort koude oorlog aan de gang was. We voerden onderling strijd, Nathalia en ik, misschien bewust en misschien onbewust, maar ik vond het alles behalve fijn. Telkens als Bill met haar praatte, en dat was nogal veel, dan realiseerde ik me dat zij mijn plaats had ingenomen toen ik aan de andere kant van de wereld zat en dat het moeilijk zou zijn voor mij om die positie weer terug te krijgen. Ik zou ervoor moeten vechten, maar ik had het ervoor over. Misschien vond ik het zelfs wel leuk om te vechten als het tegen Nathalia was – of eigenlijk wist ik dat wel zeker.
“Jullie zijn weer op TV,” zei Gustav op een gegeven moment, toen hij zijn favoriete soap weg zapte en omschakelde naar een zender waar een roddelprogramma op bezig was. Voor de duizendste keer die week werd ik geconfronteerd met de al volledig ingeburgerde foto’s en een moedeloos gevoel overspoelde me opnieuw. Ik werd het zat om mezelf steeds op televisie te zien, om me telkens als ik die foto’s zag te realiseren dat er nog miljoenen andere Duitsers waren die het ook konden zien en weer al die rampscenario’s voorbij te laten flitsen. Ik werd er doodmoe van, net zoals Bill, en ik vroeg me af of we het wel zouden overleven, samen. Misschien was het vreemd om zo te denken, want we hadden een jaar lang uit elkaar zijn ook overleefd, maar het feit dat de hele wereld wist dat we bij elkaar waren, dat was misschien nog wel een grotere proef.
Ik wendde mijn blik van het scherm af omdat ik er misselijk van werd maar hetgeen ik daarna zag, maakte me al net zo misselijk. Nathalia was zó doorzichtig, zó nep dat mijn maag er salto’s van ging maken. Haar ronde gezicht irriteerde me, die oogjes waarmee ze Bill indringend aankeken maakten me woedend en het haar dat zet telkens weer over haar schouder zwiepte als ze lachte om iets dat hij zei, maakten dat ik het liefst met mijn vuist tegen haar blozende wang wilde slaan. Ik kon er niet tegen dat niemand haar leek te doorzien behalve ik.
“Maren,” trok Tom mijn aandacht nadat Gustav de televisie had uitgezet en hij een handje chips uit een bakje nam. Hij zat naast Julia op de bank die haaks stond op die waar ik op zat en ook hij had niemand om mee te praten, gezien Julia nog steeds niet spraakzaam was. Toen hij mijn aandacht eenmaal had, boog hij zich half over mij heen en onderbrak het gesprek tussen Bill en Nathalia om ook Bills aandacht te verkrijgen. “Over een poosje met die awarduitreiking – kan ze misschien mee? Iedereen weet het toch al!”
Er viel een bedenkelijke stilte die leek te trillen in de lucht. Gustav en Fleur braken ook hun gesprek af, hoewel ze helemaal niet wisten waar het gesprek tussen de tweelingbroers over ging, en zodoende stonden we in het middelpunt van de belangstelling. Bill ving mijn blik en keek me aan alsof hij een vraag gesteld had en op antwoord wachtte, terwijl ik heel zeker wist dat er geen enkel woord van zijn lippen gekomen was. Ik wist dat hij het me niet zou vragen, dat hij de keuze volledig aan mij liet en zijn mening niet zou verkondigen voordat ik een antwoord gegeven had.
“Ik – eh…” stamelde ik, nogal overdonderd door de snelheid waarmee alles ging. In gedachten zag ik al gebeuren hoe de fans compleet zouden flippen, door zouden draaien en hoe ik bekogeld zou worden met rotte groenten. Mijn geesteswereld maakte een voorstelling van hoe het zou zijn als mijn foto overal op het internet zou verschijnen met doodverwensingen eronder en hoe ik uiteindelijk steeds banger zou worden totdat ik niet eens meer voor het raam durfde te gaan staan uit angst door een kogel doorboord te worden. In de werkelijke wereld zag ik slechts Bills gezicht, Bills prachtige gezicht en hoewel hij zijn mening niet prijs wilde geven, zag ik hoezeer hij ernaar verlangde met mij in het openbaar te verschijnen.
“Je moet het echt doen,” zei Gustav. “Ze kunnen je echt niets maken daar.”
“Inderdaad – wij beschermen je wel.”
Ik zag de trekken in Bills gezicht enigszins verharden toen Georg die laatste zin uitsprak, maar gelukkig vloog hij hem niet aan. Ik waardeerde het ontzettend dat hij zichzelf zo inhield, want ik wist hoeveel moeite hij ermee had dat Georg nog altijd zo deed tegenover mij, en het had al zo’n duizend keer voor kunnen komen dat hij de controle over zichzelf had kunnen verliezen. Bill was stabieler dan ik dacht en daar was ik blij om. Ik was de ruzies zat.
“Als wij erbij zijn, doen ze je niets,” zei Tom met een glimlachje op zijn gezicht waar ik direct al wat zekerder van werd. Natuurlijk zouden ze me niets aandoen als ik vlak bij Bill bleef, want ze zouden als de dood zijn hem ook te raken met wat-ze-dan-ook-wilden-gooien en dat maakte dat ik buiten schot zou blijven.
“Moet ik dan een jurk aan?” vroeg ik met een verafschuwende toon in mijn stem. Ik moest er niet aan denken de hele avond in een avondjurk rond te lopen en mezelf daarna terug te vinden in één van die glossy’s waar ze cijfers geven voor hoe de celebrity-in-kwestie eruit zag. Ik had geen idee waar ik een avondjurk vandaan moest halen, laat staan een betaalbare, en ik was als de dood dat ik een dikke onvoldoende zou krijgen na zoveel moeite gedaan te hebben.
“Liefst wel, natuurlijk,” zei Georg, maar Tom schudde zijn hoofd.
“Nee,” antwoordde hij. “Dat doen wij ook niet. Wees maar liever gewoon jezelf – want dat is hoe we zijn en hoe we gezien willen worden, goed?”
Ik aarzelde nog even en wierp een laatste blik op Fleur, die breed grijnsde en een duidelijke ‘ja’ uitstraalde, en op Julia, die het hele gebeuren zonder enige emotie gadesloeg. Ik kon niet tot haar doordringen en zodoende ook niet zien of ze me aanraadde mee te gaan of me aanraadde het niet te doen. Toen mijn ogen die van Bill ontmoetten, kon ik echter niet meer weigeren. Hij wilde graag dat ik mee zou gaan en ik wilde graag dat hij gelukkig was. Ik wilde dat hij trots op me zou zijn, dat hij me even vast zou houden en zou zeggen dat hij blij was dat ik toestemde, dat hij blij was dat hij me weer terug had. Toen ik zei dat ik best mee wilde gaan, was dat precies wat er gebeurde.
“Maar ik vind wel dat je een jurk aan moet,” zaagde Georg door. Ik moet zeggen dat hoewel ik helemaal niets tegen hem had, zelfs niet na wat hij me in het verleden allemaal geflikt had, ik me een beetje aan hem begon te ergeren. Hij bleef maar doorzeuren over wat ík aan zou doen terwijl dat mijn eigen keuze was.
“Waarom zou ze?” vroeg Gustav. “Als wij het niet doen, waarom moet Maren zich dan per se helemaal opdirken voor zo’n uitreiking?”
Georg haalde zijn schouders op op de manier waarop hij dat altijd deed als hij voelde dat hij het onderspit ging delven: nonchalant en alsof het hem opeens niet meer zoveel kon schelen, maar tegelijkertijd alsof hij hoopte door die onverschillige houding alsnog zijn gelijk te krijgen.
“Omdat ik vind dat áls we dan eindelijk eens een dame bij ons hebben, we daar ook gebruik van moeten maken en dat ze dus een jurk aanmoet…”
Er viel een doodse stilte waarin Georg nogmaals zijn schouders ophaalde. Naast me voelde ik een soort opzwellende brok woede en ik zocht naar Bills hand, waar ik zachtjes in kneep toen ik hem uiteindelijk vond. Ik wilde hem kalmeren, maar ik voelde dat ik hem niet in de hand zou kunnen houden als hij dat zelf ook niet kon. Als Bill zichzelf eenmaal verloor, was hij net als een allesverwoestende tornado: vernietigend en ongrijpbaar.
“Wat wil je daarmee zeggen?” zei die laatste op een toon die onheil voorspelde. “Bedoel je dat Maren er niet vrouwelijk uit ziet? Wil je dat beweren?”
Het leek net alsof ik iets zwaars vasthield aan een touw en dat mijn vingers de kracht niet meer hadden om het vast te houden. Het touw begon langzaam weg te glijden, hoe hard ik er ook in kneep, en ik kon er geen grip meer op krijgen.
“Bill, overdrijf niet zo,” greep Tom in, en ik hoopte dat hij controle over de situatie zou kunnen krijgen. Tom was meer bedreven in situaties zoals die op dat moment, sowieso omdat hij de jongens beter kende dan ik dat deed en ik bovendien een chaoot van formaat was. “Georg bedoelde het niet zo, toch, Georg?”
Er viel zo’n lange stilte dat ik als de dood was dat Georg zou antwoorden dat hij het wel degelijk zo bedoeld had, maar op een gegeven moment schudde hij zijn hoofd. De spanning werd al wat minder, maar hij bleef wel in de lucht hangen als een altijd aanwezige geest. Ik voelde vanaf toen al dat het een beetje uit de hand zou lopen die avond, dat er dingen zouden gebeuren die me door de vingers zouden glippen, en ook wist ik dat dat waarschijnlijk om Georg en Bill zou draaien. Ik begreep maar niet hoe zij van vrienden uit hadden kunnen groeien tot aartsvijanden, dat heel dat vijandschap gebaseerd was op mij en waarom ze gewoon geen vrede konden sluiten. Het was zo zonde dat zo’n minimaal conflict uiteindelijk het einde zou betekenen van waar iedereen voor gevochten had.

De hele verdere avond werd de sfeer niet echt gemakkelijk meer, of in ieder geval nog minder gemakkelijk dan die al geweest was. Julia werd nog duisterder en kroop nog veel verder weg in haar schulp, zodat Tom zich overduidelijk schuldig voelde (en ik snapte maar niet waarom). Georg en Bill maakten om de zoveel tijd oogcontact, wat ze volhielden totdat één van de twee uiteindelijk de strijd opgaf. Meestal was dat Georg, wat bij Bill een arrogante glimlach op zijn gezicht toverde. Nathalia probeerde Bill de ganse tijd rustig te houden, iets dat ik als mijn taak beschouwde, en dus werd ik pisnijdig op haar. De enigen die de sfeer er nog een beetje in hielden, waren Fleur en Gustav, die vrolijk praatten en net deden alsof er niets aan de hand was. Hoewel ik me irriteerde aan hun gelach om dingen waar ik totaal de humor niet van inzag, besefte ik me wel dat het de beste methode was om de avond tot een goed einde te brengen.
Om mijn aandacht maar niet op Nathalia en Bill te richten, besloot ik me te concentreren op het stel dat op de andere bank zat: Tom en Julia. Ik haalde me voor de geest hoe gelukkig ze ooit waren geweest, in de tijd dat het van Julia nog zichtbaar was geweest dat ze een levend wezen was, en ik vroeg me af waarom ze niet meer bij elkaar waren. De eerste keer ging het uit omdat Tom vreemd was gegaan, de tweede keer was hun relatie op de klippen gelopen omdat Bill aan de drugs gezeten had, maar ik zag geen obstakels meer waarom ze het niet nog een keer zouden proberen. Ze pasten zo goed bij elkaar, of hadden in ieder geval altijd goed bij elkaar gepast, en ik wist zeker dat het Julia goed zou doen als ze weer eens in het openbaar geliefd zou worden. Ze was dood en zou pas weer opbloeien als ze liefde zou krijgen, in mijn opzicht.
Op een gegeven moment wilde ze opstaan om wat te drinken te pakken, maar Tom pakte haar bij haar pols, dwong haar terug op de bank en maakte duidelijk dat hij het wel voor haar zou halen. Ik voelde me weemoedig worden bij dat trieste beeld, hoe hij haar probeerde te beschermen en hoe zij dat wilde afweren terwijl ze het toch zo nodig had. Ik kon niet aanzien hoe hij probeerde nader tot haar te komen en dat zij een muur om zich heen gebouwd had die we zelfs met zijn zevenen niet af konden breken. Ze was onbereikbaar geworden voor iedereen en ik wilde graag weten waarom dat was, maar ik wist dat ik er niet achter zou komen voordat zij daar klaar voor was.
“Ik haal het wel even,” zei ik, en ik stond al op voordat mijn aanbod afgewezen zou kunnen worden. Ik zag hoe Tom zijn mondhoeken even optrok als blijk van waardering en ik lachte terug, waarna ik naar het kleine keukentje liep om een glas cola voor Julia te halen. Het was niet echt dat ik het leuk vond om dingen voor anderen te doen of zo, maar ik voelde het als mijn plicht om Julia en Tom wat rust te geven, hoewel ze daar misschien helemaal geen behoefte aan hadden. Daar bovenop kwam nog het feit dat ik misselijk werd van Nathalia en dat ik het niet aankon al te lang in haar aanwezigheid te verkeren. Het was algemeen bekend dat ik Nathalia haatte, zelfs Tom wist daar de details van, maar tot Nathalia zelf leek het nog niet door te dringen.
Ik sloot de deur van de keuken achter me om mezelf van de rest van de groep af te scheiden en bleef eventjes tegen het aanrecht leunen. Een zucht ontsnapte aan mijn lippen terwijl ik als in een dwangneurose de vetspetters op het fornuis probeerde te tellen. Het waren er veel te veel, die bruine vlekjes, verspreid over de witte ondergrond, en het deed me denken aan hoe de keuken er bij ons thuis altijd uit had gezien: rommelig, volledig mijn moeders stijl, knus en gezellig. Ik glimlachte zelfmedelijdend, pakte een vaatdoekje en maakte het fornuis schoon.
Daarna opende ik de koelkast en pakte een fles cola, die al uit mijn handen gleed voordat ik hem eenmaal op het aanrecht had kunnen zetten. Ik vloekte, want ik zag het koolzuur al bubbelen en wist dat ik de keuken niet schoon zou kunnen houden als ik de fles zou openen, want dat was nooit één van mijn talenten geweest. Vroeger hadden Fleur, Julia en ik er altijd zo’n ontzettende lol om gehad wanneer iemand een fles cola liet vallen, omdat het altijd zo grappig was wanneer Julia cola in haar haar kreeg of Fleur cassis op haar witte bloesje. Die tijden waren helaas voorbij.
Op het moment dat ik op mijn tenen ging staan om een glas uit één van de bovenste keukenkastjes te pakken, voelde ik opeens twee handen op mijn heupen. Ik draaide me om in de overtuiging dat het Bill was die me gevolgd was, maar ik werd onaangenaam verrast toen ik in het gezicht van Georg keek. Een blik van verbazing gleed over mijn gezicht, want van alle mensen die mij zouden kunnen volgen naar de keuken was Georg de laatste die ik verwacht had, en ik wist zeker dat het uit de hand zou lopen als hij niet gauw terug ging naar de woonkamer.
Hij zette me klem tegen het aanrecht, zo stevig dat ik nergens heen kon. Ik schrok van de hoeveelheid kracht die hij in zich had, werd er een beetje angstig van, maar tegelijkertijd durfde ik niet te gillen omdat ik verwachtte op die manier een vechtpartij uit te lokken tussen Georg en Bill en dat wilde ik niet. Georgs gezicht kwam steeds dichterbij het mijne en ik wendde mijn hoofd af terwijl ik mogelijkheden bedacht om te ontsnappen. Ik wilde hem eigenlijk een knietje geven, maar ten eerste stond hij te dichtbij en ten tweede waren er nettere manieren om de nogal hachelijke situatie op te lossen.
“Georg, flikker op,” zei ik daarom, proberend kalm en beheerst te klinken, maar ik besefte me dat het net zo bang klonk als ik geweest was op de alles veranderende avond, toen ik die jongen met zijn hoofd tegen de muur geslagen had en hem bewusteloos had achtergelaten.
“Maar ik hou van je,” fluisterde hij, zijn lippen bijna tegen mijn oor. Mijn maag maakte salto’s in mijn buik en ik wilde liefs schreeuwen om Bill, maar wilde Georg tegelijkertijd sparen. Voor het eerst in mijn leven besefte ik me dat de woorden ‘ik hou van je’ niets voor Georg betekenden, dat ze misschien wel nooit iets voor hem betekend hadden en dat hij nooit echt van me gehouden had. “Flikker op,” herhaalde ik. “Je hebt gedronken.”
“Of ik nou gedronken heb of niet – ik hou-”
Plotseling, als in een bliksemflits, werd Georg van me vandaan getrokken en met een ongekende kracht tegen de vloer gesmeten. Eerst voelde ik me opgelucht, maar dat duurde slechts een nanoseconde omdat ik daarna doorkreeg dat het Bill geweest was en dat die laatstgenoemde op Georg intrapte alsof zijn leven ervan afhing. Een schreeuw ontsnapte aan mijn lippen, een schreeuw die precies de paniek weergaf die ik voelde. Ik werd doodsbang van Bill als hij zo was, zo blind van woede, als hij de controle over zichzelf verloor, zo bang zelfs dat ik niet in durfde te grijpen, hoe graag ik dat misschien ook wilde. Hij zou me nooit pijn doen, dat wist ik zeker, maar zijn agressie joeg me zo’n angst aan dat ik verlamd was. Het was maar goed dat Tom en Nathalia op een gegeven moment het kleine keukentje instormden, want ik heb geen idee wat er gebeurd zou zijn als zij niet gekomen waren.
“Bill!” riep Tom uit terwijl hij razendsnel grip op de situatie probeerde te krijgen, maar Bill was behalve blind ook nog doof van woede. Hij bleef maar tegen de ineengedoken Georg schoppen, met een uitdrukking op zijn gezicht die duidelijk maakte dat alle stoppen totaal doorgeslagen waren. Tom sprong op de twee jongens af, trok Bill van Georg vandaan en knielde direct naast de ineengedoken Georg neer om te zien of hij niets gebroken had. Nathalia ontfermde zich over de zwaar ademende Bill, greep hem vast aan zijn polsen, draaide hem naar haar toe en probeerde hem op haar manier te kalmeren: ze praatte op hem in, zei zacht dat het voorbij was en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Haar woorden klonken als leugens, stuk voor stuk.
“Ik zweer je – als hij Maren nog één keer iets flikt, of zo’n fúcking opmerking maakt, dan zweer ik je dat ik hem gódverdomme iets aandoe!”
Met een schok besefte ik me dat hij huilde, dat hij gebroken was na het opkroppen van al die haatgevoelens, en dat brak mijn hart. Nathalia suste hem en nam hem daarna in haar armen, wat hij gewillig toeliet. Ik haatte haar op dat moment, maar tegelijkertijd ook niet omdat zij er ten minste voor hem was terwijl ik slechts het tafereel met grote ogen gadesloeg. Ik voelde me opeens een ontzettend slechte vriendin en wilde eigenlijk heel hard huilen, hoewel ik daar geen reden toe had. Bill hield van mij, maar op dat moment had ik het gevoel dat dat ontzettend onterecht was. Nathalia was er om hem te troosten, want dat was wat hij nodig had, maar ik had slechts medelijden met mezelf en dat maakte dat ik mezelf meer haatte dan dat ik Nathalia haatte. Bill had iemand nodig die er voor hem was, maar ik had precies het zelfde nodig. God had alles omgegooid en wilde me verrot maken, want hij deed alsof hij me vergeven had door me Bill terug te geven, maar eigenlijk wilde hij me gewoon bewust maken van het feit dat we elkaar niet konden geven waar we naar op zoek waren.