Deel 8
Lieve Sa,
Langzaam maar zeker vallen alle puzzelstukjes van het verleden in elkaar. Toen ik hier net kwam, had ik duizenden losse puzzelstukjes, maar ik kom steeds meer dingen te weten waardoor ik er steeds meer in elkaar kan passen. Eindelijk weet ik waardoor Julia is geworden zoals ze is, waarom ze zo op zichzelf is en waarom ze totaal het tegenovergestelde geworden is van wat ze ooit geweest is. Het kwam ook zo onverwacht, zo totaal onvoorbereid, maar ik ben blij dat ze het me verteld heeft. Echte vriendinnen hebben geen geheimen voor elkaar en ik vind het fijn dat ze mij haar grootste heeft toevertrouwd.
De awardshow was trouwens min of meer verschrikkelijk. Ja, het was fijn dat de jongens bij me waren (anders had ik het waarschijnlijk niet eens overleefd) maar voor de rest was het een regelrechte ramp, om het zacht uit te drukken. De media wil Bill en mij niet met rust laten en hoewel ik dat wel begrijp (ik bedoel – ik smulde vroeger ook van die verhalen uit paparazzibladen) vind ik het niet bepaald grappig. Bill en ik hebben onze rust hard nodig.
Uiteindelijk had ik een zwart jurkje gekocht waar ik totaal verliefd op was geworden toen ik het uit het rek getrokken had: het had dunne bandjes, een ronde, ietwat geplooide hals, en viel losjes tot aan mijn knieën. Het was simpel maar toch mooi en het was niet zeer opvallend. Julia had me het liefst in een fluorescerende, gele jurk laten gaan, maar toen ik haar duidelijk gemaakt had niet licht te willen geven in het donker omdat ik de paparazzi en andere media het liefst de hele avond op grote afstand wilde houden, had ze me begrepen en waren we de rest van de avond alleen nog maar op zoek gegaan naar zwarte jurkjes. Ik was dolgelukkig met het uitverkoopje dat ik uiteindelijk op de kop getikt had en zag er opeens – vreemd genoeg – naar uit om naar de show toe te gaan. Ik hoefde in ieder geval niet meer bang te zijn dat Bill er vrouwelijker uit zag dan ik.
Op de desbetreffende avond in mei zat ik met zorgvuldig opgemaakte ogen tegenover Julia aan tafel. Ze lakte mijn nagels rood, want dat vond ze mooier dan zwart en bovendien vond ze ook dat ik niet aan moest komen kakken als een exacte kopie van mijn vriend. Ik had willen tegenstribbelen, want ik vond niet dat ik enkel door mijn zwarte nagels als kopie van Bill gezien kon worden, maar ik hield mijn mond om Julia een plezier te doen. Ze lakte met precisie die ik nog nooit eerder bij Julia gezien had, wat ik plotseling ook terug zag in de manier waarop haar eigen nagels parelmoerroze gelakt waren. Vroeger zaten er altijd barstjes en deuken in haar lelijke paarse nagellak, maar de kalmte die ze zichzelf aangeleerd had, keerde blijkbaar ook terug in haar uiterlijk. Julia was geen wildebras meer, geen tomboy, maar een dame.
Het ging weer iets beter met haar. Na mijn opmerking van donderdagavond hadden we het niet meer over Tom gehad en dat probeerde ik zo te houden, hoewel ik zo’n vijfendertig keer per dag de neiging voelde haar er nogmaals naar te vragen. Het feit dat ze er zo geheimzinnig over deed, maakte me natuurlijk nóg nieuwsgieriger dan dat ik al was, ook al probeerde ik die nieuwsgierigheid te onderdrukken. Ze was alweer wat opener dan donderdag, maar nog niet zo open als ze ooit geweest was. Met Julia was het eigenlijk precies het zelfde als met Bills drugsverslaving: ze kon best uit het dal kruipen, maar er was maar een klein duwtje voor nodig of ze zou weer naar de bodem vallen, om dan opnieuw aan die vermoeiende reis naar boven te beginnen. Het feit dat ze echter wel probéérde te klimmen en niet neerslachtig op de bodem bleef zitten, maakte me blij. Julia wilde gelukkig worden en was bereid daarvoor te strijden. Ze was een vechter.
Nadat Julia mijn nagels gelakt had, stond ze op en haalde ze lakrode schoenen voor me, met schattige zwarte strikjes aan op de ronde neuzen. Er zaten hakjes onder, maar ondanks mijn panische angst voor hakken wilde ik er wel op proberen te lopen omdat ik ze zo onmetelijk schattig vond. Uiteindelijk bleek het lopen erop nog niet eens zo heel moeilijk te zijn, als ik me er maar op concentreerde hoe ik mijn voeten neer moest zetten en dat zou wel lukken, verwachtte ik, ondanks dat ik een gigantische chaoot was.
“Ik denk dat ik nog wel een rode ceintuur heb, voor om je taille,” mompelde Julia bedenkelijk toen ik uiteindelijk ronddraaiend voor de grote spiegel in de woonkamer stond. Ze liep nog wat in zichzelf pratend naar haar slaapkamer, waarvan ik verwachtte dat ze er een gigantische collectie kleding verborgen hield en verdween uiteindelijk in de duisternis terwijl ik mijn spiegelbeeld nogmaals van top tot teen bestudeerde. Toen ik in Japan gewoon had, had ik altijd een hekel gehad aan spiegels, maar ik was er bij mijn terugkeer weer van gaan houden. Ik vond het heerlijk om mezelf van alle kanten te kunnen bekijken, vond het fijn om het gevoel te hebben dat ik er goed uit zag – en dat gevoel had ik. Misschien voelde van je eigen spiegelbeeld houden nog wel fijner dan knap gevonden worden door anderen.
“Pas even op voor je nagellak,” zei ze toen ze me gebood mijn armen op te tillen zodat ze het ceintuur om mijn middel kon knopen. Ze maakte het met zoveel zorg vast dat ik me afvroeg of ik wel de goede Julia voor me had, of ze niet toevallig bezeten was door geesten die haar hersenen opaten en het haar zo onmogelijk maakten zich te herinneren wie ze ooit geweest was. Ze was zo precies opeens, helemaal niet meer zo grof als ze vroeger geweest was; het was net alsof haar fijne motoriek ongeveer zestien jaar te laat ontwikkeld was. Alles aan Julia was anders, maar toch waren er nog steeds de kleine sporen van de oude, onafhankelijke Julia te vinden. Ze had nog altijd die lijzige lichaamsbouw en die onhandige, ietwat mannelijke manier van lopen. Onder haar dikke make-uplaag schenen nog altijd de sproetjes door die haar gezicht altijd gesierd hadden en ik kon de rode uitgroei bij haar haarwortels zien. Julia kon zichzelf proberen te veranderen, maar onder dat masker bleef ze toch altijd dezelfde.
“Ben je eigenlijk kwaad op Bill?” vroeg ik op een gegeven moment, en ik had al spijt dat ik het gevraagd had voordat de vraag eenmaal in zijn geheel mijn mond verlaten had. Ik voelde me zo verschrikkelijk stom dat ik dingen zei zonder er eerst bij na te denken dat ik zowaar kwaad op mezelf werd, maar wonder boven wonder veranderde de sfeer niet opeens. Ze bleef rustig aan het ceintuur frunniken en toen ik haar blik controleerde, leek het eerder alsof ze probeerde in haar hoofd een antwoord te formuleren dan dat ze wanhopig zocht naar een excuus om er vanaf te komen. Ik verbaasde me erover, want het was een totaal andere reactie die ik had verwacht.
“Om Tom, bedoel je?” vroeg ze uiteindelijk. “Om die drugs?”
Ik maakte een geluid dat ‘ja’ moest voorstellen en ze schudde direct haar hoofd, een geluid makend dat ‘nee’ betekende. Vreemd genoeg voelde ik een soort van opluchting in mijn borst toen ze dat deed, alsof de wereld afhing van haar oordeel. Ik betrapte mezelf erop dat ik moest denken aan de dag dat Bill mijn moeder zou ontmoeten, dat ik toen zo verschrikkelijk zenuwachtig geweest was omdat ik zwaar tilde aan haar oordeel. Ik was als de dood geweest dat ze hem zou afkeuren, maar uiteindelijk had ze hem lachend met Albert vergeleken en sindsdien had ik geweten dat het goed zat. Bill had het altijd goed met mijn moeder kunnen vinden, omdat ze het allebei nogal interessant vonden om over oninteressante dingen te praten en mijn moeder in Bill de ideale schoonzoon zag. Ze had altijd zwaar getild aan mijn veiligheid en Bill deed precies het zelfde, dus op dat vlak konden die twee elkaar prima vinden.
Bij de herinnering aan mijn moeder zuchtte ik even, vooral om de nogal loszittende emoties de baas te worden. Het deed me nog steeds zeer om aan haar te denken, wat vooral kwam doordat ik wist dat alles mijn schuld was. Het was doodvermoeiend om telkens maar weer met mezelf geconfronteerd te worden, om telkens weer te realiseren wat ik in gang gezet had omdat werkelijk waar álles dat mij en mijn vrienden overkwam terug te voeren was naar die ene deal. Het liet me niet met rust en dat zou het ook nooit doen.
Ik voelde me net een bloedend konijn dat in de ogen van een hongerige arend keek. Overal om me heen zag ik flitsende camera’s, cameramannen met presentatrices en fans achter dranghekken waarvan ik bang was dat ze uit zouden breken en me een kopje kleiner zouden maken. De jongens stonden als vier pilaren beschermend om me heen, maar toch voelde ik me niet echt veilig. De manier waarop de meisjes wapperden met kladblokjes, posters en ander signeerbaar materiaal deed me denken aan de vlaggen van een aanvallend middeleeuws leger – en er was maar één ding van alle geschiedenislessen dat ik onthouden had: hoe bloeddorstig middeleeuwse oorlogen eraan toe gingen en hoe de verliezers uiteindelijk toegetakeld waren. Hun gegil ging door merg en been en liet mijn trommelvliezen bijna klappen. Beroemdheid was niets voor mij.
Zodra we dichterbij de gillende meute kwamen, liepen Tom, Georg en Gustav met merkstiften op hen af en begonnen ze handtekeningen uit te delen, precies wat de fans wilden. Bill bleef echter bij mij staan, hield mijn hand in de zijne geklemd en schonk de fans niet eens een glimlach waaruit bleek dat hij blij was dat ze er waren. Het kwam me vreemd voor dat hij dat deed: dat hij er niet naar toe ging, oké, maar ik vond dat negeren nogal ver ging. Hij had me gezegd zijn fans minder geluk te schenken omdat zij hem zijn geluk ook niet schonken, maar ik vond het belachelijk dat hij dat vond. Niet iedere fan was tegen mij, niet iedere fan vond het vervelend dat we samen waren, en ik vond het rot dat hij het een kleine groep voor de rest liet verpesten.
De fans dachten er blijkbaar net zo over als ik. Ze lieten een aantal verontwaardigde kreten horen en gilden Bills naam zo hard dat ik bang was dat ze niet alleen mij maar ook hem te grazen zouden nemen als ze de kans kregen. Toen ik achterom keek, zag ik hoe Tom ze probeerde te sussen, maar het hielp niet bepaald. Ze staken massaal hun armen uit, alsof ze hoopten hem zo te kunnen bereiken maar hij reageerde er niet op, alsof hij doof was voor hun roep. Ik trok hem zachtjes aan zijn arm in een poging hem om te laten draaien zodat hij kon zien wat hij zijn fans liet missen, maar hij gaf geen krimp en zette een aantal stappen naar voren, zodat ik geen andere keus had behalve hem achterna lopen naar binnen en daar te wachten totdat de rest van de band ons zou volgen.
“Je ziet er mooi uit,” fluisterde hij op een gegeven moment in mijn oor, wat een glimlach op mijn gezicht toverde, maar hij zag er zelf twintig keer zo geweldig uit, door de manier waarop hij iets simpels en Bill-achtigs toch weer chique wist te maken. Hij droeg laarzen die me aan die van een motorrijder deden denken, een zwarte spijkerbroek en een zwart shirt waarop een rode stropdas met zwarte doodskopjes gedrukt was. Bij iemand anders zou het heel normaal gestaan hebben, maar Bill maakte het speciaal door de manier waarop hij zijn accessoires droeg en zijn stijle haar maakte het klassieke plaatje af. Ik kon mijn ogen bijna niet van hem afhouden en voelde me onmetelijk trots dat ik bij hem hoorde. Opeens maakte het me niet meer uit dat hij zijn fans in de kou had laten staan, hoe lang ze ook hadden staan wachten. Hij hield van mij, meer kon ik me niet wensen.
De ruimte binnen was gevuld met ronde tafels die omringd waren door oerlelijke, maar zeer comfortabele fauteuils en mensen die de rest van het interieur eigenlijk onzichtbaar maakten. Het was donker, behalve dan het podium, dat verlicht werd door ongeveer vijftien spots en in de belangstelling stond van een legioen cameramannen. Ik stond als bevroren om me heen te kijken toen Bill me op een gegeven moment mee leidde naar een tafel in de hoek waar we redelijk goed zicht op het podium hadden – althans, waar de jongens goed zicht op het podium zouden hebben. Ik was, ondanks het feit dat ik hakken droeg, te klein om over de hoofden van de andere binnendrommende mensen heen te kijken. Toch had ik voor het eerst in mijn hele leven vrede met mijn lengte: het feit dat ik nog geen één meter zestig lang was, maakte dat ik niet al teveel opviel en dat was precies wat ik wilde.
Toen ik de ruimte nog eens doorkeek, viel het me pas op hoe groot het eigenlijk was, en hoe overbevolkt. Ieder tafeltje was bezet door artiesten, acteurs en andere mensen die ik van televisie kende en overal liepen mensen rond met fototoestellen en filmcamera’s. Ik had het vreemde gevoel dat alle lenzen op mij gericht waren, had het gevoel dat ik in het vizier gehouden werd door een stuk of vijfhonderd scherpschutters, hoewel ik toch zeker was van het feit dat ik niet opviel. Ik had het gevoel dat iedereen om me heen over me praatte, behalve de vier jongens die zich nog steeds beschermend tegenover mij opstelden en dat maakte dat ik me nog kleiner voelde dan ik al was. Ik zag in iedereen een potentiële binnengedrongen fan die zo een mitrailleur tevoorschijn zou kunnen halen en me vol met lood zou pompen. Het was gestoord, ik weet het, maar ik voelde me totaal niet op mijn gemak.
Op een gegeven moment kwamen de andere jongens ook binnen, nog naglunderend van het contact met de fans. Ik zag hoe Tom een briefje met – vermoedelijk – een telefoonnummer erop verfrommelde en op de grond gooide terwijl hij de ruimte doorkeek op zoek naar mij en zijn broer. Bill stak zijn hand op en zwaaide even, waarna Gustav ons in het oog kreeg en de andere twee jongens naar ons toe liepen. Ze zetten zich op drie andere stoelen die al net zo lelijk en oud waren als die waar Bill en ik op zaten en vielen even stil. Bill pakte een bierviltje tussen zijn vingers en begon daarmee te spelen, terwijl zijn andere hand nog altijd verstrengeld was met die van mij. Hij voelde zich overduidelijk al net zo oncomfortabel als ik. Ik bleef maar naar zijn verfijnde handen kijken terwijl hij het onderzettertje tussen zijn vingers liet ronddraaien, hoe hij er dingen mee deed waarvan ik niet eens wist dat het mogelijk was zonder ze te laten breken en stond opnieuw versteld van zijn verfijnde motoriek. Als hij wat minder ongeduldig zou zijn geweest, dan had hij ongetwijfeld een goede gitarist kunnen worden, net zoals zijn broer.
“Ze vonden het echt niet leuk, Bill,” verbrak Tom de onaangename stilte tussen ons uiteindelijk, die nog ongemakkelijker werd doordat Bill hem negeerde. Hij ging onverstoord verder met het ronddraaien van het bierviltje en deed net alsof de vraag van Tom zijn oren niet bereikt had. Ik kneep zachtjes in zijn hand, waarna hij het ding uiteindelijk met rust liet en hij zijn ogen naar me opsloeg. Hij straalde schuldbewustheid uit, maar geen berouw. Hij had geen spijt van zijn daden, maar vond het desondanks wel rot dat hij het gedaan had. Ik voelde de behoefte mijn lippen op die van hem te drukken, maar ik durfde het niet door alle camera’s die er om ons heen zoefden. Ik haatte het dat ik het gevoel had dat Bill kussen iets verbodens was terwijl het dat niet was – hij was immers mijn vriend – maar het feit dat ik mensen pijn kon doen door het toch te doen, zette een rem op me. Het feit dat er opeens zoveel mensen waren waarmee ik rekening moest houden, was totaal nieuw voor me en ik moest er nog even aan wennen.
“Zou je dit niet ook willen?” vroeg Bill op een gegeven moment terwijl hij me aanstootte. Ik had even de tijd nodig om terug te vallen in de werkelijkheid, want ik dacht dat hij het had over aangestaard worden door moordlustige fans en het gevoel te hebben dat alleen al kíjken naar je eigen vriend verboden was, maar uiteindelijk begreep ik dat hij het over zijn beroemdheid had en schudde ik mijn hoofd. Ik moest er niet aan denken altijd zo in de spotlights te staan en was opeens blij dat ik nooit een platencontract aangeboden had gekregen toen Julia, Fleur en ik nog een band vormden. Gitaar spelen was nog altijd een hobby van me (hoewel ik er de laatste weken wat minder tijd voor gekregen had) maar ik moest er niet aan denken iedere dag verhalen over mezelf te lezen, mezelf op de radio te horen en mezelf telkens moest vermommen omdat ik anders niet zeker van mijn leven was.
“Natuurlijk wil je het,” zei Bill op zo’n toontje alsof hij doorhad dat ik loog of zoiets, maar ik sprak de volle waarheid. “Je was niet zonder reden op het Open Podium toen – ik bedoel, je was daar om een droom waar te maken en je hebt die droom écht niet zomaar opeens opgegeven. Je hóúdt van gitaarspelen.”
“Als ze niet wil, wil ze niet,” ging Georg tegen Bill in. Toen ik mijn ogen waarschuwend naar hem opsloeg, hopend hem duidelijk te maken dat hij vooral niet verder moest gaan met kleineren, werd ik me opeens pijnlijk bewust van mijn beschaafde décolleté. Ik hoopte maar dat Bill niet merkte hoe Georg me van top tot teen bekeek, maar te oordelen naar de manier waarop hij onder tafel mijn hand vastpakte en onze vingers verstrengelde, was hij zich daar wel degelijk van bewust. Ik liet Georg voor wat hij was en richtte mijn aandacht op Bill, die zijn blik direct in die van mij verankerde toen hij de kans kreeg en keek hem indringend aan. Ik kon nooit genoeg van zijn aanblik krijgen, zeker niet als hij zo ontzettend zijn best op zijn uiterlijk gedaan had als op die bewuste avond, alsof hij een soort onuitputbare bron van lust was. Hij ging met zijn vingertoppen heel verfijnd over zijn zachte lippen en hypnotiseerde me daarmee, zorgde dat mijn ogen zich op zijn lippen fixeerden. Hij wist heel goed wat hij moest doen om me naar hem te laten verlangen. Heel goed.
Toen iedereen uiteindelijk binnen was, betrad een presentator die direct aan een inleiden praatje begon het podium en vanaf toen zette ik mezelf op de automatische piloot. Ik concentreerde me niet op het podium, maar concentreerde me op mijn gedachten en observeerde tegelijkertijd de situatie tussen Bill en Georg. Er schoten allerlei verschillende scenario’s aan mijn geestesoog voorbij: een fan die zichzelf naar binnen had weten te vechten en zich aan Bill vast zou klampen met de mededeling hem niet los te laten voordat hij met mij zou breken, de jongens die naar elkaar met verwijten zouden gooien omdat ze de award niet gewonnen hadden en meer van dat soort dingen. De meest verschrikkelijke was nog wel dat Bill en Georg uiteindelijk vechtend zouden eindigen en de paparazzi zou gaan speculeren over een driehoeksverhouding, niet wetend hoe dicht ze eigenlijk bij de waarheid zaten. Ik bedacht me hoe zulke berichten zoveel spanning binnen de band zouden veroorzaken dat er op een gegeven moment zoveel gevochten zou worden en ze besloten uit elkaar te gaan.
Ik had geen idee hoe dicht ik bij de waarheid zat.
De rest van de avond ging een beetje aan me voorbij. Ik hoorde praatjes aan van presentatoren die awards uit mochten reiken, maar eigenlijk gingen die het ene oor in en het ander uit, net zoals de dankzeggingen van de dolgelukkige winnaars en winnaressen. Het was net alsof ik droomde, op de één of andere vage manier, want ik nam echt niets in me op. Het enige dat in mijn wereldje nog bestond, dat waren ikzelf en de jongen wiens vingers verstrengeld waren met die van mij. Ik voelde zijn spanning, voelde hoe hij meer en meer nerveus werd naarmate de avond vorderde en hun categorie dichterbij kwam, maar ik was me er niet echt van bewust. Ik was verzonken in gedachten en staarde wezenloos voor me uit, alsof ik niet bestond. Mijn gedachten waren meer bij mijn moeder dan bij de grappen van de man op het podium, waar ik op de één of andere manier wel weer blij om was. Ik vond dat ik te weinig aan haar dacht.
Ik vroeg me af waar ik zou zijn als ze nog geleefd zou hebben, of ik dan op dezelfde plaats zou zitten als op dat moment. Het had zo anders kunnen lopen als ik geen jaar in Duitsland gemist had: het had uit kunnen gaan met Bill, hij had vreemd kunnen gaan met Nathalia, Tom en Julia hadden nog samen kunnen zijn, Julia’s haar had nog rood kunnen zijn, Bill’s schouder zou geen littekens gehad hebben en nog zoveel andere dingen hadden anders kunnen zijn als ik in het verleden anders besloten had. Het was zo vreemd hoeveel één beslissing, één seconde in een leven kon veranderen aan de toekomst en hoe drastisch dat kon zijn. Ook al had ik er al een miljoen keer aan gedacht, toch bleef het me telkens boeien. Die éne van de duizenden seconden uit mijn leven had alles omgegooid en dat vond ik zo verschrikkelijk oneerlijk.
Ik had alles anders kunnen laten zijn. Dan hadden Bill en Nathalia elkaar niet gekend, waren Tom en Julia nog samen, had mijn moeder nog geleefd en had zij de relatie tussen mij en Bill kunnen zien groeien. Jammer genoeg was het niet waar. Er was geen weg meer terug.
Een luid gejuich haalde me uit mijn overpeinzingen en liet me opschrikken. Met een klap belandde ik terug in de werkelijkheid en werd ik meteen meegesleept in het enthousiasme van de vier jongens naast me. Ze vielen elkaar om de hals en knuffelden elkaar totaal plat, behalve Georg en Bill: in plaats daarvan werd ik door Bill plat geknuffeld – iets waar ik totaal geen problemen mee had ondanks het feit dat ik het gevoel had dat ik nog maar net wakker was. Ik leefde mee in hun vreugde, want ik wist hoe fijn ze het vonden om te winnen, ook al hadden ze al meer prijzen gewonnen dan er in een doorsnee prijzenkast kon en wonnen ze alles waar ze voor genomineerd werden. Nog voordat Bill me een openbare kus kon geven, liepen de overige drie jongens al in de richting van het podium en maakte ik hem duidelijk dat hij het zelfde moest doen. De prachtige, trotse en stralende glimlach op zijn gezicht toen hij mijn hand los liet, zal ik nooit vergeten. Hij bleef me aankijken toen hij naar het podium liep en ik trok mijn mondhoeken op toen ik een gevoel van blijdschap door mijn buik voelde schieten. Er waren ten minste nog vier mensen in mijn leven die het voor elkaar kregen hun droom waar te maken en daar was ik blij om, omdat me zo duidelijk werd dat het leven misschien toch nog wel zin had.
Mijn ogen bleven op Bill gericht toen hij het podium betrad en met een stralend gezicht de trofee van de presentator overnam. Toen hij zijn hand schudde en grijnzend het publiek in keek, voelde ik me opeens onmetelijk trots. Ik vond het zo verschrikkelijk knap van hem dat hij nog altijd deed waar hij gelukkig van werd, ondanks dat het leven hem al zovaak teleurgesteld had. Opeens besefte ik me dat hij ontzettend sterk was, sterker nog dan ik gedacht had, dat hij in principe schijt had aan God en gewoon doorging met wat hij het liefste deed: muziek maken. Hij was door een diep dal gegaan, maar had daaruit weten te klimmen en hij ging gewoon door met leven. Hij stond niet te lang stil bij wat er gebeurd was – zo leek het, althans – en dat maakte dat ik hem nog meer bewonderde dan dat ik dat al deed.
“Dankjewel,” zei Bill lachend in de microfoon terwijl hij nogmaals bewonderend naar het beeldje in zijn handen keek alsof hij nog altijd niet kon geloven dat hij hem mocht houden. Ik kon me bijna niet voorstellen dat hij na het winnen van zoveel prijzen nog steeds blij kon zijn met nóg een award, maar ik vond het ontzettend schattig. Hij was zo dankbaar voor wat het leven hem schonk dat ik me bijna schuldig voelde dat ik dat niet was, dat ik juist treurde om wat ik verloren was en niet meer dacht aan wat ik nog wel had. Bill had een vreemde uitwerking op me. “Ik wil graag Nathalia bedanken -”
Ik voelde meteen iets samentrekken in mijn maag toen ik haar naam hoorde. Ik was niet jaloers of zoiets omdat hij haar noemde, want zij had hem ten slotte – volgens hem – ontzettend geholpen met zijn problemen en dus verdiende ze een bedankje, maar ik kon niet zeggen dat ik er gelukkig mee was. Ik was nog altijd heilig overtuigd van haar slechtheid. Nog altijd kon ik het niet uitstaan dat hij geloofde in haar zoete praatjes, dat hij geloofde dat ze het beste met hem voorhad terwijl ze eigenlijk uit was op zijn geld en ze hem ten onder wilde brengen. Al zo vaak had ik hem geprobeerd te waarschuwen, op de meest onmogelijke momenten, maar hij wuifde het iedere keer weer weg, alsof ik een naïef meisje was dat zich niet met de problemen van de wereld moest bezighouden terwijl ik bijna alles al op me afgevuurd gekregen had. Als er iemand was die alles van problemen afwist, dan was ik dat wel.
“- en de fans, en mijn moeder, vrienden en – ja, gewoon iedereen die ons steunt in-”
De rest van de zin zweefde aan me voorbij toen er opeens een man met een camera voor mijn neus stond en een vrouw een microfoon in mijn gezicht duwde. Ik deinsde achteruit omdat ik schrok, waarna ze direct een stap dichterbij zette en me zowaar klem zette tegen de tafel. Toen een fotograaf het tafereel opmerkte, dook die er op af en begon foto’s te maken, waardoor flits na flits mijn gezicht verlichtte. Ik voelde me als verlamd, had geen idee wat te doen.
“Ben jij Nathalia?” vroeg de vrouw met de microfoon met zo’n nepzoete stem waar ik de kriebels van kreeg. Ik was zo geschrokken dat ik geen idee had wat ik moest antwoorden, had geen idee wat ik kon doen om haar van me weg te houden. Ze stond zo dichtbij dat ik niet wist hoe ik adem moest halen. “Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? Heb je je ooit gerealiseerd wat jullie relatie zou aanrichten? Heb je ooit stilgestaan bij de gevoelens van de fans? Wist je-”
“Ik ben Nathalia niet,” zei ik toen ik me uiteindelijk herinnerde dat ik kon spreken, want ik moest er niet aan denken dat Nathalia’s heksennaam in een willekeurig tijdschrift onder mijn hoofd geplaatst zou worden. Toen de microfoon-vrouw me daarna ongelovig aankeek, voelde ik iets paniekerigs door mijn lichaam schieten. Ik wilde haar uitleggen hoe het zat, dat Nathalia niet Bills vriendin was maar dat ze gewoon ‘een’ vriendin was, maar ik wist zeker dat daar een onsamenhangend verhaal uit zou komen dat nog ongeloofwaardiger zou klinken, waarna ze gewoon een artikel zou schrijven over ‘Nathalia en Bill, de tortelduifjes’ en dat was niet bepaald wat ik wilde.
Voordat ik het wist, werd er nog een opname-apparaat in mijn gezicht geduwd en kreeg ik een aantal vergelijkbare vragen op me afgevuurd. Ik freakte totaal, raakte in paniek en voelde hoe de tranen in mijn ogen schoten van wanhopigheid. Ik had geen idee wat ik moest zeggen, wát ik precies moest doen om hen van me af te schudden en of dat wel zo’n goed idee was. Er was niets meer dat ik kon zeggen, want mijn keel zat dicht door alle opkroppende paniek en emoties en ik was opeens doodsbang voor alles om me heen. Mijn instinct zei me te rennen, maar ten eerste kon dat niet omdat mijn benen aanvoelden als pudding en ten tweede zou ik hen daarmee een prachtig verhaal geven. Dat zou ik hen nooit cadeau doen.
“Hé, laat haar met rust!” hoorde ik op een gegeven moment een vertrouwde stem over de hoofden van de mensen. Even sloot ik mijn ogen van opluchting, genietend van het stemgeluid dat klonk als dat van een engel. Ik zag hoe Bill zich een weg door de mensen drong, hoe hij hen één voor één opzij duwde om bij mij te komen en hoe hij onhoorbaar vloekte. Hij duwde een journalist opzij toen die hem een vraag stelde en schold hem daarna uit, kwaad en agressief om wat er gebeurde. De journalist leek opeens zijn tong kwijt te zijn, waarschijnlijk omdat hij niet verwacht had dat hij voor alles uitgemaakt zou worden dat God ooit verboden had. Ik gaf er niet om dat Bill zich daar schuldig aan maakte – ik was al lang blij dat de aandacht van mij naar hem was verplaatst.
Toen hij uiteindelijk zijn hand om die van mij sloot, hij me even beschermend een kus in mijn haar gaf en me daarna meetrok naar ergens waar het rustig was, liet ik mijn ingehouden adem ontsnappen. Ik keek achterom en zag dat de media ons niet volgde maar dat ze slechts beduusd bleven staan, alsof het niet tot hen doordrong dat de normaalgesproken altijd vriendelijke Bill Kaulitz hen afgesnauwd had en hen hun prooi had afgenomen. Ik had heel kinderachtig mijn middelvinger naar hen op kunnen steken of hen slechts een zelfingenomen grijns kunnen schenken, maar ik was nog half in shock van wat me overkomen was. Ik had van alles voorzien, maar niet dat ik besprongen zou worden door journalisten die alles over me wilden weten.
“Hoe durven ze, verdomme,” foeterde Bill. De woorden zeilden langs me heen zonder dat er ook maar één mijn bewustzijn bereikte. “Ik kan nog niet eens drie seconden weg blijven en ze springen al bovenop je – wie denken ze verdomme wel niet dat ze zijn? Fucking halfgoden die alles zomaar kunnen maken? Wat vroegen ze je?”
“Ik wil naar huis,” zei ik enkel, zijn vraag onbeantwoord latend.
“Ja, dat snap ik,” antwoordde hij, nog altijd verontwaardigd. “Verdomme.”
Ik vond Bill prachtig als hij emotioneel was. Zijn verdriet uitte zich altijd in zijn ontspannen mond en triestige ogen, vaak gevuld met tranen, en één en al zachtheid. Hij was extreem aaibaar als hij verdriet had, net zoals wanneer hij vrolijk was, met de sprankelende ogen en de prachtige grijns die een deel van zijn imperfectie weergaf, net zoals jaloezie dat bij hem deed. Als hij jaloers was, had hij zo’n trek om zijn mond waaruit bleek dat hij zijn woede inhield en dat gaf zijn gezicht iets slechts, iets imperfects dat hem weer perfect maakte. Maar het mooist vond ik hem – denk ik – nog wel als hij kwaad was: het brandende vuur achter zijn bruine ogen, iedere spier in zijn gezicht gespannen en alles in zijn lichaam strak en hoekig. Hij was ontzettend mannelijk als hij kwaad was en stiekem vond ik hem dan het mooist.
Ik schrok op toen hij me opeens tegen een willekeurige muur aandrukte, hij zijn knie tussen mijn benen situeerde zodat ik niet weg kon komen en hij zijn lippen op die van mij drukte, nog steeds vol vuur door de woede. Zodra zijn mond echter eenmaal die van mij beroerd had, werd hij echter iets rustiger, leek het alsof hij iets van zijn kwaadheid op mij overhevelde. Toen hij zijn hoofd een beetje terugtrok, waren zijn ogen nog onvoorstelbaar dicht bij die van mij en zo zag ik zijn woede overgaan in bezorgdheid, langzaam, alsof hij zich opeens realiseerde wat hij gedaan had. Zijn vingers kriebelden in mijn nek, waar hij een aantal plukjes haar los trok uit de klemmetjes (ik dacht aan Julia, die een aantal uren daarvoor zorgvuldig in mijn haar gestoken had) en die door zijn vingers liet glippen. Daarna liet hij zijn lippen nog een keer op die van mij belanden, een stuk zachter dan de keer daarvoor. Opeens was ik niet bang meer voor de media, vreemd genoeg, het boeide me niet meer of ze opeens bovenop ons zouden springen, ook al zouden ze een miljoen foto’s van ons maken en die stuk voor stuk publiceren. Zolang we maar samen waren, dan vond ik het goed.
“Ik wil naar huis,” herhaalde ik toen hij met het topje van zijn wijsvinger over mijn onderlip streek en aanstalten maakte opnieuw me opnieuw te zoenen. Ik richtte mijn blik op mijn schoenen, Julia’s schoenen, en voelde hoe hij afstand van me nam om mijn hand vast te pakken. De manier waarop hij zijn vingers met die van mij verstrengelde, had iets vertrouwds en heerlijks, iets dat er voor mijn gevoel voor eeuwig zou zijn en zou blijven, ook al wist ik ergens al dat dat niet zo zou zijn.
“Ik loop met je mee,” antwoordde hij zachtjes, weer in alle kalmte. Ik wilde nog zeggen dat het niet nodig was, dat hij terug moest naar de zaal om gelukkige glimlachjes te schenken aan alles wat maar een foto kon maken van zijn prachtige gezicht, maar ik herinnerde me net op tijd dat ik een angst had voor Magdeburgse buitenwijken, zeker in het donker, en dat ik doodsangsten uit zou staan als ik in mijn eentje terug zou moeten lopen naar Julia’s appartement, ook al was het helemaal niet zo ver. Ik dacht aan die keer dat ik ingesloten geweest was door een jongen, dat ik toen die deal gesloten had, en ik wist direct dat ik dat niet nog een keer mee wilde maken.
“Oké,” knikte ik, en ik sloeg mijn ogen naar hem op. Er vielen een aantal plukjes donker haar in zijn gezicht, wat hem iets onschuldigs gaf. Ik kon het niet laten mijn hand naar zijn gezicht op te heffen en de loshangende lokjes opzij te schuiven, alsof ik een gordijn opende, zodat ik zijn gezicht kon zien. Hij glimlachte.
“Kom op dan,” zei hij zachtjes, en hij nam mijn hand.
Het geluid van Bills voetstappen weerklonk door de straten, het sneed door het geluid van de wind heen. Het enige licht was afkomstig van een aantal straatlantaarns en het lichtje van Bills sigaret dat steeds dichter naar zijn lippen kroop naarmate de tijd verstreek. Hij probeerde zich enigszins te ontspannen door te roken, maar zijn handen trilden nog altijd. Ik had geen jas bij, net zoals hij, en had daarom mijn armen zo om me heen geslagen dat het leek alsof ik mezelf omhelde, maar het hielp niet veel. In mijn beide handen hield ik Julia’s schoenen, want ik had blaren op mijn inmiddels half bevroren voeten en ik voelde hoe ik ladder na ladder in mijn panty liep. Het interesseerde me allemaal niet meer, het hele leven, de dingen die ik even daarvoor nog belangrijk gevonden had. Opeens kon ik het gewoon niet meer bevatten, begreep ik niet meer waarom mij mijn geluk niet gegund werd en waarom de dingen waren zoals ze waren.
Hij probeerde een aantal keer mijn blik te vangen, maar ik liet het niet toe. Ik was kwaad op hem, ondanks het feit dat hij me gered had uit de handen van die aasgieren, want ik begreep niet waarom hij die feeks bedankt had. Eerst had ik het best kunnen relativeren en er rustig onder kunnen blijven, maar opeens kon ik dat niet meer. Ze had hem een verslaving aangepraat en hem daarmee ongelukkig gemaakt, maar hij scheen dat niet door te hebben. Er was zo weinig begrip tussen ons dat het me ervan duizelde, want ik had geen idee wie er nu precies fout zat. Ik dacht dat ík het bij het juiste eind had, maar hij leek al even overtuigd van zijn gelijk en dat bracht mij aan het twijfelen. Ik begreep verschrikkelijk weinig van alles dat er om me heen gebeurde en dat maakte dat ik me naïef voelde, dat ik het gevoel had dat ik overal buiten gehouden werd en ik begreep niet waarom. Ik zat zo vol met vragen die ik niet durfde te stellen omdat ik bang was voor de antwoorden dat ik soms het gevoel had uit elkaar te spatten. Ik voelde me net een ballon waar teveel lucht in gepompt werd en ik was bang dat ik op een gegeven moment té vol zou komen te zitten. Tegelijkertijd was ik bang de lucht los te laten.
“Het komt goed, oké?” hoorde ik Bill op een gegeven moment zeggen, toen hij opnieuw mijn blik probeerde te vangen. Ik hield mijn ogen echter strak op de straat gericht en weigerde hem aan te kijken, niet overtuigd van wat hij beweerde. “Ik beloof het.”
Ik geloofde hem niet, kón hem niet geloven. Ik kon me niet voorstellen hoe een situatie als die van ons ooit nog goed zou kunnen komen omdat wat er gebeurd was onomkeerbaar was. Alles was zo verschrikkelijk veranderd dat ik niet zeker wist of ik me er ooit wel aan kon aanpassen, of ik me ooit nog in dat leven zou kunnen mengen. Meer en meer begon ik te twijfelen of ik misschien niet beter in Japan had kunnen blijven, zodat Bills leven niet opnieuw op zijn kop gezet was, net zoals dat van mijn vriendinnen. Het was verschrikkelijk om telkens weer in een nieuwe situatie gesmeten te worden, enkel maar om aan mezelf te ontkomen.
Ik zuchtte toen we bij de ingang van het appartementencomplex aankwamen en hield langzaam halt. Hij stopte bij me, ging tegenover me staan en schoof zijn handen onder mijn inmiddels loshangende haar, wat een ongemeende kleine glimlach bij me losmaakte. Ik was boos op hem, boos op Nathalia, boos op hen allebei omdat ze elkaar zomaar gevonden hadden zonder dat ik daar een stokje voor had kunnen steken en – gewoon. Ik was gewoon boos. Nog altijd kon ik niet begrijpen dat hij steeds partij voor haar koos als ik hem ervan probeerde te overtuigen dat ze écht niet deugde, dat ze écht niet uit was op zijn vriendschap maar op zijn geld. Ik was kwaad omdat er zoveel onrecht in de wereld was, wat nogal egoïstisch was omdat ik best wist dat een willekeurig iemand uit een ontwikkelingsland een moord zou doen om in mijn schoenen te staan, maar ik vond gewoon dat mij onrecht aangedaan werd en daar hield ik niet van.
“Ze is echt niet zo erg als je denkt,” fluisterde hij zachtjes, zijn gezicht zo dicht bij het mijne dat ik de mascaraklontjes aan zijn wimpers kon zien kleven. Ik zweeg alleen maar, wilde hem een rotgevoel geven. Ik had geen idee waarom ik dat eigenlijk deed, want ik wist dat ik er spijt van zou krijgen zodra ik in mijn bed lag en tot bezinning kwam, maar het voelde goed om iemand anders onrecht aan te doen als ik me zelf net zo voelde.
Ik deed een stap achteruit en maakte aanstalten om naar binnen te lopen, waardoor hij me los moest laten. Zonder hem een kus te geven, hem nog aan te raken of iets te zeggen, liep ik het trapje naar de glazen schuifdeuren op, ik keek niet eens achterom. Ik voelde hoe zijn blik op mijn rug gericht bleef, hoe hij hoopte dat ik om zou kijken, maar ik wilde hem zijn zin niet geven. Ik wist dat ik me als een kinderachtig kutkind gedroeg, maar soms moest ik gewoon een sadist zijn en andere mensen pijn doen. Dat maakte het makkelijker voor mij.
“Het spijt me, oké?” hoorde ik op een gegeven moment zachtjes. Ik hield mijn pas in en liet de woorden even op me inwerken, sloot mijn ogen om ze te verheerlijken en draaide me daarna langzaam om. Bill stond nog altijd onderaan de trap, zijn handen in de zakken van zijn spijkerbroek gestoken en zijn blik gericht op zijn schuifelende voeten. Hij zag er breekbaar uit, verdrietig en gepijnigd en opeens had ik spijt. Ik voelde de grote behoefte om gewoon ineen te zakken op de plaats waar ik stond, maar had geen idee waarom dat was. Zijn verschijning raakte me, net zoals de zwakte in zijn stem dat deed en hoewel ik wist dat hij het was die de meeste steun nodig had, wilde ik zelf ook vastgehouden worden. We hadden telkens dezelfde behoeften, Bill en ik, en waren niet in staat die te bevredigen.
“Mij ook,” antwoordde ik gemeend. Alles speet me op dat moment: dat ik hem pijn deed, dat ik zijn avond verpest had, dat ik teruggekomen was, dat ik zijn leven verpest had, dat ik bestond. Ik had ooit een film gezien waarin de hoofdpersoon telkens weer terug kon in het verleden om zijn vriendin te redden, maar uiteindelijk veranderde het heden telkens weer op een negatieve manier, deed hij haar alleen nog maar meer pijn door haar te laten leven. Uiteindelijk nam hij de beslissing haar nooit te leren kennen, zodat alle pijn haar bespaard bleef. Ik bedacht me dat ik precies het zelfde zou doen als ik ooit de kans zou krijgen mijn verleden te wijzigen: dan zou ik nooit naar dat open podium in Magdeburg geweest zijn zodat Bill een leven zonder pijn zou kunnen leiden. Een leven zonder mij en vol geluk was alles wat ik hem gunde. “Ik hou van je.”
Hij zweeg. Hij zweeg zo prachtig dat het eigenlijk helemaal niet meer uitmaakte dat hij niet antwoordde. Het enige dat hij deed, was zijn handen in zijn kontzakken steken en zijn ogen opslaan met zo’n blik erin waaruit ik zelf wel op kon maken dat hij ook van mij hield. Ik kon wel huilen van alle emoties die ik voelde, maar het ging niet. Het was net alsof een onzichtbare macht me tegenhield te huilen, me tegenhield alle verdriet en pijn eruit te gooien. Ik draaide me weer om en liep de schuifdeuren door, hem alleen buiten achterlatend en de neiging om te kijken negerend. Als ik om zou kijken, dan zou ik waarschijnlijk teruglopen en dan zou ik het trieste toch prachtige einde van onze conversatie teniet doen. Toch voelde ik dat hij me nakeek toen ik de lift in liep en het knopje van de vierde verdieping indrukte, als een soort zwijgzame beschermengel. Toen de deuren sloten en ik geluidloos naar boven gedragen werd, voelde ik het verlangen vastgehouden te worden, het verlangen getroost te worden door iemand die me begreep maar totaal buiten de gehele situatie stond. Ik miste Justin.
Ik liet een zucht ontsnappen toen de deuren weer open gleden en ik zicht kreeg op de verduisterde gang vol identieke deuren. Ik dacht terug aan die dag dat Bill me had meegenomen naar Julia, toen ik haar voor het eerst weer gezien had, samen met Fleur, aan hoe ik me tegelijkertijd zo leeg en vol gevoeld had. De tijd ging snel, daar werd ik aan herinnerd, want alles was alweer veranderd sinds ik weer in Duitsland was. Ik had Justin leren kennen en werd ingehaald door mijn verleden. Behalve alles dat ik al verloren had, verloor ik ook de wedstrijd tegen het verleden. Waarschijnlijk zou God de finishlijn bereiken voordat ik hem eenmaal in zicht zou krijgen.
Met ferme stappen liep ik de gang door, op weg naar kamer 483, waar een warme bank op me wachtte. Ik kon niet wachten om mezelf op het zachte leer te laten vallen na mijn kleding in een willekeurige hoek van de kamer neergesmeten te hebben en in een diepe slaap weg te zinken waarin de buitenwereld niet bestond. Ik wilde het liefst nergens meer aan denken, de hele wereld achter me laten en voor altijd in dromenland blijven, waar mijn moeder nog leefde en de relatie tussen Bill en mij nog over rozen ging. Mijn verlangen naar vroeger was zo sterk dat ik er soms de kriebels van kreeg.
Toen ik de deur open probeerde te duwen, gaf die echter niet mee. Eerst dacht ik nog dat ik niet hard genoeg duwde of dat de deur klemde maar hoe langer ik probeerde hem open te krijgen, hoe meer ik ervan overtuigd raakte dat Julia me buitengesloten had, het zij expres of per ongeluk. De deur gaf met geen mogelijkheid mee en ik voelde hoe ik in paniek raakte, hoe ik het liefst hard op de deur wilde bonken en Julia’s naam wilde schreeuwen, haar gebieden de deur te openen, maar ik liet het omdat ik wist dat Julia haar nachtrust hard nodig had. Bovendien was het mijn eigen schuld, want ik had geen tas mee willen nemen omdat ik dat als onnodige ballast ervaren had. Zodoende had ik ook geen telefoon om eender wie op te bellen. Ik zat gevangen – of beter gezegd – dat zat ik juist niet.
Ik nam afstand van de deur en liet mezelf langs de daar tegenoverstaande muur naar beneden zakken. De enige dingen die ik kon doen, waren óf blijven zitten, óf terug gaan naar buiten en proberen Bill in te halen, maar ik wist dat dat me nooit zou lukken en dus koos ik voor de eerste optie. Ik liet mijn hoofd rusten tegen de wand achter me en probeerde een aantal opkomende tranen weg te knipperen, maar op een gegeven moment begonnen ze te rollen en was er geen houden meer aan. Opeens voelde ik me vreselijk, want buitengesloten worden door je beste vriendin was ook echt iets dat alleen mij kon overkomen. Bovendien kwam er een schuldgevoel jegens Bill bovendrijven. Ik herbeleefde het moment van even geleden, zag opnieuw die blik in zijn ogen en voelde hoe mijn hart brak bij het idee dat hij pijn leed door mijn schuld. Ik wilde hem zo graag sparen, maar dan zou ik zelf finaal ten onder gaan. Het enige dat ik moest doen, was hem loslaten, maar hij was de enige reddingsboei die ik had, het enige waar ik me aan vast kon klampen in tijden dat de stroming te sterk was en ik naar beneden gezogen dreigde te worden. Zonder hem was ik reddeloos verloren.
“Maren? Maren – word wakker.”
Na het horen van die paar korte woorden, opende ik mijn ogen en probeerde wat overeind te komen, maar die poging staakte ik direct al na het voelen van een aantal pijnlijke steken in mijn onderrug. Ik kreunde getergd en bleef stil liggen, waardoor ik de harde ondergrond onder mijn rug voelde en me langzaam begon te beseffen waar ik was. Seconde voor seconde druppelden de details van de avond van tevoren mijn herinnering in terwijl ik ze probeerde af te weren omdat de doezelige staat waarin ik verkeerde me wel beviel. Ik durfde niet te bewegen uit angst voor nog meer fysieke pijn en probeerde mijn gedachten uit te schakelen om de mentale pijn ook uit de weg te gaan.
“Hé, word eens wakker.”
Bij het horen van die ‘hé’ realiseerde ik me wie het was en toen was ik opeens klaarwakker. Met een ruk kwam ik overeind, waardoor de zeurende pijn die eerst alleen in mijn onderrug gezeten had over mijn ruggengraat schoot, maar ik liet niets merken. Ze had haar handen naar me uitgestoken als stille uitnodiging me overeind te trekken, Nathalia, maar ik maakte een afwerend gebaar. Ik voelde me ontzettend betrapt, op de één of andere manier, terwijl het totaal niet strafbaar was om op een willekeurige plaats in slaap te vallen – voor zover ik wist, althans. Het voelde als een enorme afgang om door Nathalia wakker gemaakt te worden op de grond van de hal in een flatgebouw.
“Wat doe je hier?” snauwde ik chagrijnig terwijl ik mijn hand naar mijn gezicht omhoog bracht. Op het moment dat ik echter in mijn oog wilde wrijven, bedacht ik me dat ik de dag van tevoren de kans niet gekregen had mijn make-up te verwijderen en dat mijn gezicht waarschijnlijk óf al onder de zwarte vegen zát óf eronder zou kómen te zitten als ik zou gaan wrijven. Bij het idee hoe triomfantelijk en geweldig ik me zou voelen als ik in Nathalia’s schoenen zou staan, voelde ik me nog veel belachelijker worden.
“Dat kan ik beter aan jou vragen,” antwoordde ze zo vriendelijk dat ik zeker wist dat ze het niet meende, dat ze van binnen eigenlijk een vreugdedansje deed en zich een breuk zou lachen zodra ik uit het zicht zou zijn. Dat was in ieder geval wat ik zou doen als ik haar een keer slapend op de vloer van een kille en betonnen hal zou vinden. Ik keek haar koppig aan en deed dat spelletje dat Bill ook vaak met Georg deed: elkaar zo lang mogelijk aankijken totdat er één zijn blik afwendt. Dat keer was het Nathalia die het verloor, tot mijn genoegen. Ze keek naar de sleutel in haar hand en beantwoordde toen mijn vraag. “Julia was haar armband vergeten, dus die kom ik even terug brengen.”
Ze sloeg haar ogen weer naar me op en hield haar hoofd een beetje schuin, alsof ze lief over wilde komen, maar ik het enige dat mijn ogen registreerden was een heks die de liefde van mijn leven aan de drugs geholpen had. Als ik niet nog zo slaperig geweest was, had ik haar waarschijnlijk besprongen en haar nek omgedraaid, maar feit was dat ik nog half in dromenland verkeerde en dus kwam ik niet op het idee.
“Waarom kom je helemaal hier heen voor een armband?” vroeg ik terwijl ik de slaap uit mijn ogen probeerde te knipperen en ik met mijn vingertoppen over de rand onder mijn ogen ging. Toen ik mijn vingers daarna bestudeerde, zag ik dat die pikzwart waren en schaamde ik me nog meer voor mijn verloederde verschijning. Van alle personen op de hele wereld was het uitgerekend Nathalia die me wakker had moeten maken en me had moeten aantreffen met meters uitgelopen make-up op mijn gezicht en een kop waaraan te zien was dat ik niet bepaald lekker geslapen had. Ik vroeg me af of God haar expres op me had afgestuurd, om me nog maar eens extra in het zonnetje te zetten – maar niet heus.
“Ze kreeg hem van Tom,” antwoordde ze neutraal, misschien een beetje optimistisch. “Hij is belangrijk voor haar.”
Dat kleine zinnetje zette me even aan het denken, vreemd genoeg, wat de toch al debiele uitdrukking op mijn gezicht niet bepaald ten goede kwam. Ik had nooit geweten dat Julia een armband droeg die ze van Tom gekregen had, dus al helemaal niet dat die ook nog belangrijk voor haar was. Alsof de situatie waarin ik beland was nog niet beschamend genoeg was, voelde ik me opeens nog veel kleiner worden omdat ik het gevoel had als een klein kind behandeld te worden. Ik wist zeker dat er dingen gaande waren waar ik geen weet van had, dat er van alles voor me verzwegen werd. Toen Bill me verteld had over dat Nathalia zijn drugsdealer was geweest, had ik gehoopt dat daarmee de geheimzinnige sfeer doorbroken zou worden, maar die was er gewoon gebleven. Iedereen zat vol met geheimen die maar niet prijsgegeven werden en ik, nieuwsgierig als ik was, werd daar totaal gestoord en paranoia van. Ik wilde weten wat iedereen verzweeg, zodat ik niet voor verrassingen zou komen te staan en wist waar ik aan toe was. De relatie tussen Julia en Tom was er daar één van.
“Ga je nog mee naar binnen?” onderbrak ze mijn gedachtestroom voordat ik me beelden kon gaan vormen bij wat er allemaal tussen de twee ex-geliefden gebeurd zou kunnen zijn. “Of blijf je hier nog een nachtje slapen?”
Ik wierp haar een strenge blik toe bij het horen van haar sarcasme om haar te laten weten dat ze niet met me moest sollen op de vroege morgen, zeker niet als ik de nacht had doorgebracht op onvervalst beton en al helemáál niet als je Nathalia Freiling heette. Toen ik overeind probeerde te krabbelen, schoot er een verschrikkelijke pijn door mijn rug die een vloek over mijn lippen deed rollen. Nathalia deed een stapje dichterbij en bood haar hand aan, maar ik maakte een afwerend gebaar, klemde mijn kiezen op elkaar, verbeet de pijn en kwam uiteindelijk overeind. Ik probeerde sterk over te komen, want ik had totaal geen behoefte aan haar medelijden, maar ik kon een gepijnigd geluid niet tegenhouden toen ik mezelf uitrekte. Ze wierp een bezorgde blik achterom terwijl ze de haar sleutel in de deur stak (ik vroeg me nog af waarom ze in godsnaam een sleutel had van het appartement waarin ík woonde) maar ik wierp haar een kwade blik toe en dus richtte ze haar aandacht weer op de deur.
“Juul!” riep ze met haar harde, schelle stem door het appartement toen ze de deur uiteindelijk had open gezwaaid en ze door de hal liep. “Kijk eens wat er voor je deur lag!”
Ik voelde de neiging haar op de grond te gooien en haar net zo lang te schoppen en te slaan tot ze niet meer bewoog, maar anders dan Bill kon ik dat verlangen de kop in drukken. Hoewel ik waarschijnlijk precies het zelfde gedaan had als de situatie omgekeerd was geweest, haatte ik het dat ze me met zoveel sarcasme behandelde. Toen bleek dat de woonkamer leeg was, liep ze direct door naar Julia’s slaapkamer, waarvan ze de deur zachtjes opende en even om het hoekje keek, om hem daarna weer te sluiten. Ik liet mezelf op de bank vallen, waarbij ik opnieuw een pijnscheut door mijn rug voelde gaan, en sloot mijn ogen om te proberen opnieuw de slaap te vatten.
“Die slaapt nog,” zei ze, en ze zakte neer op de andere bank. Ik hoorde hoe ze haar jas uittrok en daar wat mee rommelde, om daarna een sigaret op te steken. Het geluid van de aansteker en de geur die niet lang daarna mijn reukorgaan bereikte, maakten een kwaad gevoel in me los, iets waarvan ik niet wist waar het vandaan kwam. Als Bill een sigaret opstak, was het net alsof ik daarmee net zo ontspande als hij deed. Als Justin rookte, werd ik net zo onverschillig als hij. Bij het horen van Nathalia’s aansteker voelde ik echter een gigantisch gevoel van woede – of nee, dat is een understatement – het maakte me razend. Ik had geen idee waarom dat was, maar ik probeerde het te onderdrukken door een aantal keer diep in en uit te ademen.
“Wat heb je met Bill gedaan, trouwens?” vroeg ze nog voordat het me gelukt was om kalm te worden. Dat was dan ook de reden dat ik me direct aangevallen voelde en half overeind schoot nadat ze die woorden had uitgesproken. Ik deed het zo snel dat de pijn in mijn rug me nauwelijks nog opviel – of dat het in ieder geval niet belangrijk genoeg meer was om er nog aandacht aan te besteden. “Je moet het niet als aanval zien – maar gisteravond belde hij me op en hij klonk nogal verdrietig…”
Onmiddellijk voelde ik me weer verschrikkelijk, omdat naast de schaamte en de woede jegens Nathalia ook het schuldgevoel jegens Bill weer terugkwam. Daar nog bovenop werd ik ook aan onze ruzie in het bos herinnerd, aan het telefoongesprek met Tom toen ik aan de andere kant van het meer gezeten had, omdat hij ongeveer dezelfde vraag gesteld had, het zij op een heel andere toon. Ik kon niet echt op een antwoord komen en voelde me in een hoekje gedreven door haar. De enige ontsnappingsmogelijkheid die er bestond, was antwoord te geven, maar ik kon niets goeds verzinnen onder druk. Ook al bedoelde ze het misschien niet als aanval, het voelde wel zo.
“Ik-”
“Het is zijn schuld niet dat alles veranderd is, Maren,” kapte ze me af voordat ze een trekje van haar sigaret nam. “Hij heeft een beetje het gevoel dat je hem van alles kwalijk neemt, maar hij kan er niets aan doen dat alles zo geworden is.”
Ik voelde me nog slechter worden. Het drong met een soortement klap tot me door dat Nathalia gelijk had, dat ik hem inderdaad nogal wat dingen kwalijk nam waar hij helemaal niets aan kon doen – want dat kón hij ook niet, het was immers allemaal mijn schuld. Het was oneerlijk dat ik andere mensen min of meer de schuld gaf, dat ik zelfs de schuld op God afschoof, terwijl eigenlijk alles op mij neerkwam, uiteindelijk. Ik was de starter geweest van alles, ik had alles in gang gezet, het hele proces, ík droeg de schuld en niet Bill.
“Nee,” zei ik zachtjes, en ik verborg mijn met-zwarte-strepen-besmeurde gezicht tussen mijn handen. Ik zag Bills gezicht weer voor me, zag weer die blik in zijn ogen toen hij me zei dat het hem speet en begon voor het eerst te denken aan waarom hij dat gezegd had. Waarschijnlijk was dat om dezelfde reden als waarom ik het ook gezegd had, omdat hij het gevoel had mijn leven verpest te hebben terwijl het eigenlijk andersom was. Hij had niets om spijt van te hebben en het deed me zeer dat hij dacht even veel of zelfs meer schuld te dragen als ik. De enige die het recht had spijt te hebben, was ik, de aanstichter van de brand die onze levens vernielde. Ik moest hem blussen, maar er was zoveel vuur dat ik alleen maar verlamd toe kon schouwen hoe het alles opat wat me lief was. Ik hoopte dat er iemand anders zou komen die me zou kunnen helpen te zoeken naar water of andere middelen om het vuur te doven, maar ik was de enige die wist hoe de brand gesticht was – behalve Justin dan – en was dus ook de enige die wist hoe het te blussen viel. De brand was te groot om geblust te worden door water of zand alleen en had alles al vernield voordat ik uiteindelijk gevoel in mijn benen terugkreeg. Ik wilde er alles voor doen om de ruïne van mijn leven te redden, om in ieder geval het fundament over te houden zodat ik opnieuw kon beginnen met bouwen.
Het was niet zijn schuld.
“Ik was zwanger, weet je…”
Ze zei het heel terloops die middag, probeerde het heel luchtig te brengen, maar het sloeg zo ongeveer in als een bom. Ik stond voor de grote spiegel in de woonkamer, probeerde mijn make-up zo zorgvuldig mogelijk op te doen als mogelijk was, en kon in de spiegel zien hoe ze voor het raam naar buiten stond te kijken. Toen dat korte zinnetje haar lippen verliet, schoot ik uit met mijn eyeliner en draaide ik me verbaasd om, met zo’n zwaar gevoel in mijn maag, alsof ik even daarvoor een baksteen gegeten had. Ze bleef onbeweeglijk staan, met haar armen beschermend om zichzelf heen geslagen en liet uit niets merken dat ze iets gezegd had, zodat ik even twijfelde of ik het misschien niet alleen in mijn gedachten gehoord had.
Maar ik had het echt gehoord, was alleen te geschokt om iets te antwoorden. Er was een deel in mij dat schreeuwde dat ik haar vast moest houden, een deel dat allemaal vragen wilden stellen over hoe en wat, maar ook een deel dat zei dat Julia alleen maar haar verhaal wilde doen en dat ik haar niet moest onderbreken. Dat was het deel dat ik mijn doen en laten liet leiden. Ik bleef staan en was stil zodat ze ongestoord kon vertellen wat ze kwijt wilde.
“Van Tom.”
Haar stem was al net zo zwak als haar lichaam, waarvan ik me niet kon voorstellen dat er een baby in had gezeten, en opeens begreep ik Julia’s zelfbeschermende houding, Julia’s terughoudendheid en de pijn die ze geleden moest hebben. Julia was zwanger geweest. Julia had een baby verwacht. Het kon mijn hoofd niet in, ik kon het me niet voorstellen, maar ik wist zeker dat ze de waarheid sprak. Julia zou nooit liegen over dat soort dingen, en al zeker niet als het op haarzelf van toepassing was.
Ik nam haar magere gestalte eventjes waar. De uitgroei bij haar haarwortels was verdwenen: haar haar was weer egaal blond, maar niet zo witblond als het eerder geweest was. De goudblonde tint paste beter bij haar gezicht, maakte haar ogen vrolijker en het deed al wat meer denken aan de oude Julia. Ik had het gevoel dat ze langzaam wilde terugveranderen naar wie ze ooit geweest was maar dat ze dat langzaamaan deed omdat ze bang was dat het teveel zeer zou doen. Ze zou telkens stapje voor stapje teruggaan naar het verleden, even stoppen als ze pijn voelde en weer verder gaan als ze zichzelf daartoe capabel achtte. Ze klom uit haar put, heel langzaam, maar ze deed het dan toch en ze zou niet terugvallen zolang ik nog leefde. Ik zou haar hand vasthouden zodra ze los dreigde te laten.
“Hij-”
Ze zweeg. Haar stem had bij dat eerste woord zo breekbaar geklonken dat ze er waarschijnlijk zelf van geschrokken was. Het was zo stil dat ik zeker wist dat je een speld zou kunnen horen vallen en waarvan ik bang was om hem te verbreken, zo wonderschoon als hij was. Ik ademde heel langzaam om maar stil te blijven. Ze begon langzaam een beetje te wiegen, ze keek naar haar voeten in plaats van uit het raam en speelde met de armband die ik herkende als die die Nathalia haar die morgen teruggegeven had. Ik had de neiging naar haar toe te lopen en mijn armen om haar heen te slaan zodat haar duidelijk werd dat ze niet alleen was, dat ze zichzelf niet hoefde te beschermen omdat ik er was om dat voor haar te doen, maar ik kon me op de één of andere manier niet bewegen. Haar breekbaarheid verbaasde me opnieuw, verlamde me, maakte me sprakeloos. Het nieuws dat ze bracht, was totaal onverwacht gekomen en dat maakte dat ik gewoon niet wist wat ik moest zeggen. Het idee dat Tom en Julia samen in zo’n benarde situatie gezeten hadden, dat ze samen de beslissing hadden moeten nemen over een kind dat nog niet eens geboren was, maakte dat ik totaal stil viel, ook omdat ik het meteen in mijn eigen situatie toepaste. Ik kon me niet eens voorstellen wat er tussen Bill en mij zou gebeuren als ik opeens zwanger zou blijken te zijn.
“Het was drie maanden nadat jij weg was, geloof ik, toen was ik heel veel afgevallen en-”
Ze zag eruit als de hoofdpersoon in zo’n goedkope B-film, zo ééntje waarin de hoofdpersoon in haar jeugd seksueel misbruikt is en door haar ouders werd mishandeld, waarna ze op straat belandde, een aantal mensen vermoordde om aan geld te komen, in het criminele circuit terecht kwam en uiteindelijk zelfmoord pleegde met een overdosis heroïne. Julia was overduidelijk net zo gebroken als de persoon in zo’n soort verhaal, alleen was dat van haar zoveel gecompliceerder, op de één of andere manier. Wat Julia had meegemaakt, viel een beetje in het niet naast dat van die hoofdpersoon, maar eigenlijk was dat oneerlijk. De hoofdpersoon had alles te danken aan beïnvloedbare mensen, Julia had te doen met een God die haar beste vriendin strafte. Dat was veel ingewikkelder.
Zonder dat ik het doorhad, zette ik een stapje naar voren en voelde ik het gevoel in mijn benen terugkeren. Heel zachtjes, met weloverwogen passen liep ik op haar af, om de stilte maar niet van zijn lading te ontdoen. Er was een deel in mij dat schreeuwde dat ik haar vast moest houden, een deel dat allemaal vragen wilden stellen over hoe en wat, maar ook een deel dat zei dat Julia alleen maar wilde praten en dat ik niet moest laten merken dat ik er was. Dat was het deel dat ik mijn doen en laten liet leiden.
“Tom wilde-”
Ze haperde. Ik zette de laatste paar stappen en overbrugde zo de afstand die er nog restte tussen ons. In een liefdevol gebaar sloeg ik mijn armen om haar heen en liet mijn kin op haar schouder rusten zodat ik met haar naar buiten kon kijken. Normaal gesproken kon ik van het uitzicht over de stad genieten, ondanks dat het een grauwe boel was, maar op dat moment kon ik helemaal niets van vreugde of geluk in mezelf vinden. Nog altijd probeerde ik me voor te stellen hoe het moest zijn om met zijn tweeën door zo’n dergelijke situatie heen te moeten, om samen een beslissing te moeten maken over iets dat van jullie samen is, maar ik kon me dat maar niet voorstellen. Het enige dat ik wist, was dat ik trots op haar was, dat ik het knap vond dat ze zich er op zo’n manier uit had gevochten, want ik wist zeker dat ik er zelf heel wat minder goed uitgekomen zou zijn.
Julia ademde kalm in en uit, maar ik voelde dat ze onderhuids totaal niet kalm was. Doordat ik haar vasthield en haar zo van heel dichtbij beleefde, voelde ik hoe haar emoties zich mengden met die van mij en zo kwam het dat ik me heel mistroostig voelde, opeens. Ik had haar leven verwoest en dat maakte dat ik me, boven het verschrikkelijke gevoel over haar zwangerschap, ook nog eens schuldig voelde tegenover haar. Julia’s leven was het nooit waard geweest verwoest te worden, ze was altijd een goed meisje geweest en ik vond het oneerlijk dat zij gestraft werd voor iets dat ik gedaan had. De emoties zaten me hoog en probeerden zich een weg naar buiten te vechten, maar ik wilde kalm blijven, zowel voor Julia als voor mezelf.
“Als we het – je weet wel.”
Er druppelde een traan over haar wang die ik van haar overnam door mijn wang tegen die van haar te drukken, als in een klein gebaar van steun. Ze liet haar ingehouden adem trillend los en probeerde zichzelf weer onder controle te krijgen, wat haar wonder boven wonder nog lukte ook. Ik had zo verschrikkelijk veel bewondering voor haar, nog meer dan ik ooit gehad had, gewoon omdat ze zich er zo goed doorheen geslagen had en ze haar geheim voor zich had weten te houden. Direct vroeg ik me af wie er wel en niet van op de hoogte waren, of Bill überhaupt wel wist dat zijn broer Julia ooit zwanger gemaakt had, of hij wist van de beslissing die zijn broer had moeten nemen, maar ik kon de woorden niet vinden om een zin te maken die Julia zou begrijpen. Ik vond het zo verschrikkelijk fijn dat ze me in vertrouwen nam dat ik er lamgeslagen van was.
“Als het een meisje geweest was, had ik haar Maren genoemd.”
Ik had het gevoel dat ik een stomp in mijn buik kreeg, op de één of andere manier. De manier waarop ze haar hoofd een beetje draaide, zodat ik de glinstering in haar ogen kon zien, wat de emotie die al in haar stem lag nog maar eens versterkte. Het idee dat ze haar baby naar mij vernoemd zou hebben, raakte me diep in mijn hart. Opeens zag ik visioenen van hoe het zou kunnen zijn als ze het kind gehouden hadden, hoe Tom en Julia samen een huis gekocht zouden hebben en hoe ze gelukkig geweest zouden kunnen zijn, maar ik wist dat dat beeld niet realistisch was. Tom had nog altijd de band, Tom moest nog altijd op tour, Julia had nog altijd haar verlies en ik wist zeker dat het kind zich nooit gewenst gevoeld zou hebben, hoeveel liefde Tom en Julia het ook zouden geven. Ze zaten teveel verwikkeld in hun eigen ellende om een baby een warm thuis te kunnen geven en ik was ervan overtuigd dat ze een goede beslissing genomen hadden, hoe desastreus dat ook geweest was.
“Huil je?”
Pas toen ze dat vroeg, merkte ik dat mijn wangen nat waren. Verbaasd om het feit dat ik het niet eens gemerkt had, bracht ik mijn hand omhoog naar mijn gezicht en veegde ik mijn gezicht droog. Julia maakte zich los uit mijn armen en omhelsde me zachtjes en warm met haar magere lichaam. Ik vond het egoïstisch van mezelf dat ik mijn zwakte de boventoon liet voeren, want zij was degene die mijn steun nodig had en niet andersom, maar ze leek het niet vervelend te vinden. Haar warmte was oprecht en lief en dus kon ik niets anders doen dan me gewoon aan haar overgeven.
“Het spijt me,” zei ik zacht, want het was waar. Het speet me dat ik haar leven verpest had, dat ik haar kansen ontnomen had en dat ik haar als het ware in die donkere put gesmeten had, want dat was waar ik schuldig aan was.
“Dat is niet nodig,” antwoordde ze zachtjes. “Het is nu allemaal weer voorbij.”