Deel 10
Lief dagboek,
Mirre heeft deze hele week bij mij gelogeerd en natuurlijk was het weer onmetelijk gezellig, net zoals vroeger. We kunnen nog steeds net zo goed praten als eerst, kunnen nog net zoveel met elkaar lachen als vroeger en vullen elkaar nog steeds aan op alle punten die belangrijk zijn voor een goede vriendschap. Ik vind het fijn dat ik het nog altijd zo goed met mijn nichtje kan vinden en dat ik er met haar een vriendin voor het leven bij heb.
We hebben vooral weer veel tijd doorgebracht met Fleur en Julia, hebben veel muziek gemaakt bij de supermarkt van Wolmirstedt en ook zij kunnen het nog goed met Mir vinden. We hebben een avond met zijn allen in de tuin geslapen, in een grote tent die mijn moeder nog ergens had liggen uit de tijd dat mijn vader nog bij ons woonde (hij hield van kamperen) en die hebben we met zijn allen opgezet om er vervolgens in te slapen. Het was geweldig.
Wat minder was, is dat we zaterdag in Magdeburg twee personen tegenkwamen die ik liever niet was tegengekomen. Ik zit nu vol met twijfels tegenover Georg, hoewel ik ook nog steeds iets voor hem voel en ik geloof dat Mir dat – anders dan Julia en Fleur – wél doorheeft.
Mirre zou op zondagavond in Wolmirstedt afgeleverd worden en dus zat ik vanaf zeven uur die avond, na het diner, paraat voor de televisie zodat ik haar door het raam aan zou kunnen zien komen. Ik keek naar een herhaling van Oprah en hoewel het onderwerp me wel boeide (kinderen die plastische chirurgie overwogen), had ik niet veel aandacht voor de televisie. Telkens dwaalde mijn blik af naar buiten – waar het zoals altijd in de buitenwijken heel erg stil en rustig bleef – en dan weer naar de klok, die maar langzaam vooruit ging.
Ik was benieuwd hoe Mirre eruit zou zien. Ik bedoel – onze band was dan wel niet veranderd, maar ik had haar al sowieso twee jaar niet meer gezien en ik was het levende bewijs dat een mens best veel kon veranderen in twee jaar. Had ik toen nog op – het moet gezegd – kleine hakjes gelopen en veel roze gedragen, nu had ik zwartgelakte nagels en gebruikte ik meer oogpotlood dan goed was voor mijn ogen. Ik was benieuwd of zij in dezelfde manier veranderd was, precies de andere kant op of dat ze nog precies dezelfde kleding droeg maar dan op een manier die meer volwassen was.
Ik was best zenuwachtig geweest die hele zondag lang, zelfs zo erg dat ik halverwege de dag de stofzuiger de trap op had gesjouwd en de vloer gestofzuigd had. Ieder ander zou misschien zijn kamer hebben opgeruimd, maar feit was dat er in mijn kamer bijna geen zooi te vinden was en dat dat dus niet mogelijk was. Ik had slechts mijn bed opgemaakt en een matras van de zolder gehaald (waarbij ik nog een paar fotolijstjes had gesloopt die onder de trap aan de muur gehangen hadden) zodat Mir daarop kon slapen.
Ik vroeg me af of mijn nichtje nog steeds vegetarisch was of dat ze dat op een gegeven moment had opgegeven. In één van de vele vakanties die we samen hadden doorgebracht, hadden we samen besloten vegetarisch te worden (ik was negen; zij acht) en hoewel ik het altijd had volgehouden, twijfelde ik een beetje aan haar doorzettingsvermogen. Ook vroeg ik me af of ze nog steeds haar rijstkorrel-ketting droeg, die we toen samen op de markt gekocht hadden en of we dus nog steeds in zekere zin ‘verbonden’ waren met elkaar.
Bijna al mijn vragen werden beantwoord toen er om half negen een auto voor ons huis stopte die ik herkende als die van oom Arne. Ik sprong meteen op en liep naar de deur, die ik gauw openzwaaide en ik zwaaide naar mijn nichtje toen ik haar uit zag stappen. Ze zwaaide terug en liep naar de achterkant van de auto om haar weekendtas uit de kofferbak te halen om daarna de klep weer dicht te slaan en naar mij toe te komen lopen.
Mirre was geen spat veranderd – of ja, ze was natuurlijk ouder geworden, maar haar gezicht was nog precies het zelfde als vroeger. Ze had een lief klein neusje en golvend donker haar waar ik jaloers op was omdat ik nog nooit iets gehad had dat ook maar léék op krul. Ze droeg een mooie donkerblauwe spijkerbroek en rode schoenen met hakken die bijna net zo hoog waren als ik lang was. Bij wijze van spreken dan.
“Hoi!” riep ze enthousiast uit, en ze viel me om de hals. Ik beantwoordde haar omhelzing met een brede lach op mijn gezicht, blij dat ze er eindelijk was, en ik nodigde haar uit naar binnen te komen. Ze trok haar jas uit terwijl ik haar tas van haar overnam (dat ding was zwaarder dan ik gedacht had) en hing hem op de kapstok naast die van mij. Toen ze haar haar naar achteren gooide, zag ik dat ook haar ketting nog steeds om haar hals hing en ik kreeg een klein glimlachje op mijn gezicht.
“Ga je mee naar boven?” vroeg ik haar en toen ze knikte, deed ik een poging haar zware tas op te tillen. Uiteindelijk lukte me dat, maar het was nogal moeilijk om het ding de trap op te slepen en ik riep dus al gauw Mirs hulp in.
“Wat zit er in Gods naam in?” vroeg ik toen we na een minuut of drie toch bovenaan de trap beland waren en ik de tas mijn kamer in sleepte.
“Rotzooi,” grijnsde ze, en vroeg me of ik nog even mee naar beneden ging om haar gitaar te halen, die nog achterin de auto lag. Ik knikte ja en volgde haar de trap af naar beneden, waar ze wonder boven wonder niet vanaf viel op die schoenen.
Ik liep met haar mee naar de auto, waar mijn moeder met oom Arne stond te praten en ik pakte de gitaartas van haar over toen ze hem me aangaf. Zelf pakte ze nog een rugzak die – te oordelen naar de vorm – vol met hooggehakte schoenen zat. Ik schonk haar een glimlachje en we liepen weer terug naar boven.
Niet lang daarna, toen Mirre al haar kleding aan het uitpakken was en haar schoenen op een rijtje neerzette bij die van mij, riep mijn moeder of we even iets kwamen drinken. Samen liepen we terug naar beneden, waar de twee volwassenen al aan tafel zaten met ieder een kop koffie in de hand. Mir en ik namen plaats op de andere bank en pakten een koekje uit de delftsblauw koektrommel (die had mijn moeder ooit van oom Arne gekregen, als clichématig geschenk uit Holland) die op tafel stond voordat we ieder een glas vruchtensap van de tafel pakten.
Vanaf dat moment waren we stil, maar het was ook niet echt nodig om te praten. Mijn moeder en Mirs vader praatten over iets dat we beide niet konden volgen omdat we midden in het gesprek vielen en dus zwegen we maar, af en toe grijnzende blikken uitwisselend. Haar ogen waren nog net zo vrolijk groen als de laatste keer dat ik haar gezien had en het feit dat ze vrijwel niet veranderd was, maakte dat ik me heel erg vertrouwd met haar voelde.
De eerste dag samen met Mir waren we alleen thuis omdat mijn moeder (waarschijnlijk) bij haar vriend was. Als ze vertelde dat ze de dag erna weg zou zijn, vroeg ik maar nooit wat ze ging doen omdat als ze naar Haar vriend ging, ik dat niet wilde weten.
We sliepen zo lang uit als ging met de hitte en stapten rond half elf uiteindelijk uit bed. In onze slaapkleding slopen we naar beneden en we bakten croissantjes af om die vervolgens op te eten voor de televisie. Een gewoonte die Mirre nog steeds had, was die om cola te drinken op de vroege morgen en omdat ik daarvan gruwelde, dronk ik gewoon sinaasappelsap.
In het uur daarna douchten we beide, maakten we ons op en kleedden we ons aan. Op advies van Mirre deed ik die dag mijn cupidoshirt aan omdat ze vond dat die kleur blauw me mooi stond en ik vond dat zij iets zwarts aan moest trekken omdat dat haar groene ogen zo mooi uit liet komen. Om twaalf uur waren we helemaal klaar en pakte ze mijn gitaar, waarmee ze op bed ging spelen en een paar akkoorden speelde van een nummer dat ik niet herkende. Ik liep naar haar gitaartas toe, die ongeopend in de hoek van mijn kamer stond en ik ging ermee naast haar zitten. Terwijl ze doorspeelde, opende ik het ding en onthulde een zwarte, akoestische gitaar.
“Heb je een nieuwe?” vroeg ik in het niets, al voordat ik haar aankeek.
Ze bleef geconcentreerd doorspelen en liet uit niets merken dat ze me gehoord had. Ik wendde daarom mijn ogen weer naar de gitaar toe en liet mijn vingers over de klankkast glijden, streek zachtjes langs de snaren zonder geluid te maken en keek pas weer op toen de klank wegstierf.
“Ja,” zei ze. “Hij is nieuw. Van pap gehad omdat hij op zakenreis moest toen mama ziek was en hij Elin en mij voor haar liet zorgen, zeg maar. Schuldgevoel. Elin kreeg een ring met diamanten.”
Ik gaf geen antwoord en glimlachte in stilte om haar slechte Duits terwijl ze een nieuw nummer inzette dat ik wel kende. Snel viel ik haar bij en zo’n drie minuten lang speelden we samen. Ik kon me niet meer herinneren waar ik het nummer van kende, maar feit was dat ik het kon spelen en dat was waar het om ging.
Na dat nummer viel een lange stilte en gingen we naast elkaar op mijn bed liggen, gewoon zonder iets te zeggen. Ik sloot mijn ogen en dacht na over Georg, over hoe Mirre hem zou vinden en of de twee wel met elkaar op zouden kunnen schieten. Ze leken wel op elkaar, in een zeker opzicht, in ieder geval hun stille kant en ze waren beide het perfecte voorbeeld van het feit dat stille wateren soms hele diepe gronden kunnen hebben.
Niet lang daarna hoorden we mijn moeder thuis komen en een poosje later was de geur van gebakken ei door het hele huis te ruiken.
“Zullen we naar beneden gaan?” hoorde ik Mir naast me vragen, en ik opende mijn ogen waarna ik knikte en opstond om achter haar de trap af te lopen. Het viel me op dat als Mir een trede lager stond dan ik, ze nog steeds groter was, maar dat kwam natuurlijk ook door die palen die ze onder haar hielen had.
We begroetten beide mijn moeder, die straalde alsof ze een miljoen gewonnen had (was het maar zo geweest) en gingen tegenover elkaar aan de eettafel zitten. Ik kon Mir haar kop wel inslaan toen ze in het gezelschap van mijn moeder over Georg begon. Het liefst zou ik haar met wilde armgebaren duidelijk gemaakt hebben dat ze daar niet over moest praten, maar mijn moeder kwam al meteen op de kop van de tafel zitten om mee te luisteren en dus was ik min of meer gedwongen iets over hem te vertellen. En dat deed ik dan maar.
Meer dan wat oppervlakkige informatie geven deed ik niet, maar ik maakte Mir toen mijn moeder zich omdraaide om de eieren uit de pannen te halen met een knipoog duidelijk dat meerdere details nog wel zouden volgen. Ze grijnsde breed, maar streek haar gezicht direct weer in de plooi toen mijn moeder een bord brood met gebakken ei voor haar neerzette: zonder ham, want Mirre was (net als ik) nog steeds vegetarisch.
Na de lunch besloten we Fleur en Julia te bellen of ze zin hadden om wat te musiceren voor de Wolmirstedtse supermarkt met een extra gitariste erbij. Julia voelde zich zwaar beledigd omdat ik niet van tevoren verteld had dat ons jeugdmaatje er weer was, maar Fleur was eigenlijk enkel blij en we spraken af dat we er om half twee zouden zitten. Dat gaf ons ieder een kwartier.
Mirre en ik vertrokken meteen. Ik wist dat we nogal wat tijd nodig zouden hebben om twee meisjes plus twee gitaren op één vermolmde fiets naar het centrum te vervoeren. Uit ervaring had ik geleerd dat we daar ontzettend melig van zouden worden en minstens drie keer zouden moeten afstappen omdat we teveel slingerden.
Uiteindelijk werd dat vierentwintig keer op nog geen negenhonderd meter fietsen. Mijn fiets was zo klein dat Mir haar benen op moest trekken om haar schoenen niet te beschadigen (ik gaf de schuld aan haar hakken) waardoor ze ontzettende spierpijn in haar bovenbenen kreeg en telkens als we een bocht om moesten, raakte de hele fiets uit balans waardoor we ten eerste af moesten stappen. Ten tweede kregen we een lachstuip waardoor we niet meer verder kónden en eigenlijk vond ik het best een wonder dat we slechts vijf minuten te laat waren.
Ik hield me een beetje op de vlakte toen de drie andere meiden elkaar herontmoetten omdat ik Mirre de ruimte wilde geven en ik pakte onze beide gitaren uit om vervolgens vast op een omgekeerde emmer (idee van Fleur) te gaan zitten. Niet lang daarna volgden de andere drie meiden, nog luid kwetterend en herinneringen uitwisselend en we zwegen pas allemaal toen Fleur haar pet omgekeerd voor ons op de grond had gelegd.
Hoewel Mir de nummers niet kende, kreeg ze ze gauw onder de knie door veel bij mij af te kijken en het werd pas helemaal perfect toen ik me bedacht dat ik de bladmuziek in mijn gitaartas had zitten. Op dat soort momenten vond ik het altijd jammer dat ze zo ver bij me vandaan woonde, want ze zou echt perfect bij de band passen, maar helaas. Tegenwoordig vind ik het maar vreemd dat ik de afstand Nederland-Duitsland ‘ver’ vond, want vergeleken met Europa-Japan was het natuurlijk een kippeneindje.
Op woensdag belde oom Arne ons op dat hij nog iets langer in Duitsland moest blijven en dat Mirre dus tot woensdag zou kunnen blijven, tenzij ze met de trein naar huis wilde. We waren intens blij en zelfs schoon ondergoed en kleding was geen probleem. Ze kon wel wat van mij lenen.
De hele verdere week deden we veel dingen met zijn viertjes, maakten we met zijn vieren muziek, keken films, aten kilo’s popcorn weg en voerden heerlijke gesprekken die nergens over gingen. Hoewel Mirre onze taal niet sprak, kon ze veel van ons verstaan en begrepen wij haar ook als ze iets vertelde in een half-Nederlands dialect.
Op donderdag kreeg ik een sms’je van Georg waarin hij vroeg of hij me binnenkort kon zien. Toen ik terugstuurde dat Mirre nog steeds bij me was, kreeg ik al gauw een berichtje terug dat dat hem niet uitmaakte, dat hij me graag wilde zien en dat hij Mirre wilde ontmoeten, als ze echt zo aardig was als ik hem verteld had. We spraken af dat hij vrijdag naar Wolmirstedt zou komen, om twee uur, en dat we met zijn drietjes de stad in zouden gaan.
Op vrijdagmiddag om twee uur stond Georg inderdaad voor de deur. We hoefden niet te haasten omdat mijn moeder opnieuw nergens te bekennen was en dus hoefde ik niet bang te zijn dat ze Georg zou bespringen om hem éindelijk eens te ontmoeten. Ik weet dat het misschien vreemd was dat mijn moeder hem na tien weken nog steeds niet ontmoet had, maar ik was gewoon bang dat ze hem niets zou vinden.
Hij kwam binnen en stelde zichzelf voor aan Mir zodat ik dat niet hoefde te doen en liep daarna door naar mij om me een kus op mijn wang te geven terwijl ik een glas cola voor hem inschonk. Hij nam het dankbaar aan en wachtte keurig met drinken totdat ook Mir en ik een glas in onze hand hadden en we proostten, al had ik geen idee waarop.
Toen we onze glazen leeggedronken hadden, stelde ik voor om maar eens naar het centrum te gaan en Mirre en Georg waren dat met me eens. Ik sloot de deur af, legde de sleutel die ik gebruikt had terug onder de bloempot en liep samen met mijn twee metgezellen richting het midden van het bescheiden stadje. Ik was ongemeen vrolijk die dag en moest moeite doen niet in lachen uit te barsten toen Mirre me een vette knipoog schonk met de betekenis dat ze Georg een goede vangst vond. Ik grijnsde heel breed en bleef nog steeds grijnzen toen ze mijn hand pakte en me meetrok, voor Georg uithuppelend over het warme asfalt.
Ik voelde me heel vrij toen we dat deden, had het gevoel dat ik op zou stijgen door de warmte als ik naar de hemel zou kijken en dus liet ik dat. Het leven leek zo groot als ik me vrij voelde, alsof ik nog ontelbaar veel jaren tijd had om dingen in te doen, alsof ik onsterfelijk was en voor altijd jong zou blijven of iets in die richting. Ik wisselde een grijnzende blik met Mirre, die pretoogjes had als die van een klein meisje en keek daarna achterom naar Georg, die nog steeds met zijn handen in zijn zakken liep en met een glimlach om zijn lippen naar ons keek. Ik stopte met huppelen en Mir deed dat ook, nog steeds mijn hand vasthoudend.
“Georg, kom!” riep ik hem toe, maar hij bleef rustig lopen, zijn glimlach omgetoverd in een brede grijns. Ik keek Mirre aan en we wachtten op het enige manspersoon in ons gezelschap om daarna rustig verder te lopen, met zijn drieën arm in arm. Het schoot door me heen dat Bill vast met ons meegehuppeld zou hebben.
Het was niet druk in het centrum die dag, waarschijnlijk omdat het zo warm was en de meeste mensen liever naar het zwembad gingen om af te koelen dan naar de supermarkt. Ik zag het als iets positiefs, omdat er dan tenminste niet zulke lange rijen voor de paskamers zouden staan en we lekker door konden lopen zonder dat er irritante, langzaamlopende toeristen in onze weg zouden lopen. Ik vond het bijna perfect, alleen was het jammer dat de hitte zo lang aanhield.
“Zullen we eerst wat drinken?” stelde Georg voor omdat hij dorst had gekregen van de niet-zo-heel-lange-maar-wel-uitputtende wandeling van mijn huis tot aan de rand van het centrum. Mirre en ik knikten synchroon en liepen met hem het eerste café in dat we tegenkwamen. Ik was heel gelukkig met de koelte die daar heerste en stelde lachend voor of we daar niet de hele dag konden blijven in plaats van weer de hitte in te gaan. Mir viel me bij in mijn schaterlach maar Georg glimlachte enkel breed, zijn blik verankerd in die van mij.
“Waar hebben jullie elkaar eigenlijk leren kennen?” vroeg mijn nichtje terwijl ze haar dikke donkere haar in een staart bond omdat het eigenlijk te warm was om het los te laten hangen, en keek ons om beurten aan. Georg en ik wisselden blikken om te polsen wie het verhaal zou gaan vertellen en uiteindelijk was hij het die een hap adem nam.
“Bij een soort van open podium,” zei hij. “In april.”
Er viel daarna een lange stilte die ik maar vulde door een slok uit mijn flesje fristi te nemen en te spelen met de asbak die op tafel stond zodat het gerammel daarvan de stilte toch enigszins verbrak.
“Was je meteen verliefd?” vroeg Mir, ongeremd maar toch een beetje verlegen als ze was, en vreemd genoeg deed dat zijn uitwerking. Toen ik opkeek, zag ik dat Georg een glimlach op zijn gezicht had en dat maakte dat ook ik moest lachen.
“Min of meer,” antwoordde hij vaagjes en ik hoopte dat Mirre uit die manier van antwoorden opmaakte dat ze niet verder moest vragen. Gelukkig begreep ze dat.
Zaterdagavond besloten we samen uit te gaan in Magdeburg. We deden onze nieuwe kleren aan, die we vrijdag gekocht hadden, en besteedden veel tijd aan het opmaken en het doen van ons haar. Normaal gesproken vond ik het onzin om zo lang aan mijn uiterlijk te besteden voor een paar uur die ik in een donker café door zou brengen, maar met meisjes onder elkaar was het meestal toch wel weer leuk.
Mirre wist met een heleboel haarspul en een krultang wat slag in mijn haar te fabriceren en ik stak haar haar op met een klem die ik zelf ooit gekocht had, maar nooit kon gebruiken omdat mijn haar er te glad voor was. We maakten beide onze ogen op met veel zwart, wat Mir wel mooi vond bij zichzelf, maar te overdreven voor overdag. Rond half tien gingen we de deur uit, zodat we precies wanneer het druk zou worden in Magdeburg zouden zijn.
“Ja,” zei Mir op een gegeven moment goedkeurend terwijl ze me van top tot teen bekeek. “Ik vind dat echt een heel leuk shirt. Ik ben blij dat ik het je aangesmeerd heb.”
Ik glimlachte en ging met mijn vingers over de zachte stof van het kobaltblauwe shirt dat ik aanhad. Mir had gevonden dat ik wat meer kleur in mijn kledingkast nodig had en had me, zodra ik het aangetrokken had, overladen met complimentjes en argumenten waarom ik het moest kopen. Ze was net zo vastbesloten geweest als Julia soms kon zijn, maar met verschil dat ze betere argumenten had dan ‘alle jongens vallen flauw als ze je zo zien’ en ‘zo wil iedereen wel met je zoenen, zelfs ik’.
De bus was een beetje laat, maar dat kon ons eigenlijk weinig schelen en we zochten een plekje achterin de bus zodat we het nog een beetje over jongens, kleding en muziek konden hebben voordat het echt propvol zou worden en de privacy ver te zoeken zou zijn. Na een poosje werd de bus inderdaad veel drukker en werden we stil omdat we niet de behoefte hadden afgeluisterd te worden of zoiets. We zaten naast elkaar en wisselden steeds blikken alsof we zo elkaars gedachten konden lezen en dat was min of meer ook wel zo. Als ik naar haar keek, zag ik precies hoe ze zich voelde, ook al deed ze het lijken alsof het anders was, en dat vond ik heel bijzonder. Die band tussen ons, die was dus toch bewaard gebleven.
Na een poos stapten we uit, samen met de hele groep andere jonge mensen die bij ons in de bus gezeten hadden en we volgden hen naar het centrum. Hoewel ook ik de weg niet goed wist, deed ik tegenover Mir net alsof dat wel zo was en ik nam haar mee naar het café waar ik ooit met Georg, Gustav, Bill, Tom, Fleur en Julia naartoe geweest was. Eenmaal binnen liepen we meteen naar de bar om wat te drinken te bestellen (we hadden geen jassen bij en hoefden die dus niet op te hangen) en ik was best zenuwachtig omdat noch ik noch Mirre zestien jaar of ouder was. Uiteindelijk kregen we toch beide een biertje mee, waarschijnlijk omdat we er door onze opmaaktechnieken iets ouder uit zagen en het voordeel van de twijfel kregen.
“Dus jij hebt hem ook nog niet gevonden?” vroeg Mirre, en ze wees toen ik niet-begrijpend keek op de ketting om mijn nek. Meteen daarna ging er een lichtje branden en ik schudde mijn hoofd.
Toen Mir en ik de ketting kochten, hadden we afgesproken hem te geven aan de jongen waarmee we ons leven zouden willen delen, onze grote liefde zeg maar, maar die had ik natuurlijk nog niet gevonden. Ik bedoel – ik was amper zestien. Er waren nog zoveel jongens die ik tegen kon komen en de man waarmee ik ooit zou sterven, zou ik heus niet voor mijn achttiende tegenkomen. Dat was tenminste wat ik toen dacht.
De hele verdere avond gingen er nog best veel drankjes doorheen en de gedachte aan mijn ketting bleef door mijn hoofd malen. Ik was eigenlijk een beetje vergeten waar hij voor stond, al was ik nooit vergeten dat ik hem had en ik vroeg me af of ik hem aan Georg zou geven voor hij op tournee ging. Dat zette ik echter meteen weer uit mijn hoofd met als reden dat er nog drie miljard andere jongens op de aarde waren en dat het heus niet zo zou zijn dat ik ‘de ware’ al op mijn vijftiende tegen gekomen zou zijn. Misschien zou ik hem wel nooit leren kennen en zou ik gecremeerd worden met de ketting om mijn nek.
Nadat we ons derde glas geleegd hadden, zei Mirre dat ze naar de WC moest en omdat ik dat kon beamen, ging ik met haar mee. We drongen ons door de mensenmassa heen en gingen in de rij staan om te wachten toen we eenmaal bij de damestoiletten waren. Fluisterend begonnen we een gesprek over een meisje in een kort latex rokje dat voor de besmeurde spiegel bij de wasbakken haar lippen zwart stiftte.
Na wat wel een eeuwigheid leek te duren, kwamen er eindelijk twee hokjes vrij en konden Mir en ik onszelf opsluiten. Nog geen drie minuten later ontmoetten we elkaar weer bij de wasbak, waar ze mijn oogpotlood te leen vroeg en ik in mijn broekzak naar het ding zocht om tot de conclusie te komen dat het ding gebroken was. Ik gaf Mirre het nog-functionerende stuk en bewaarde ook het ander, dat vast nog wel te gebruiken viel als ik het geslepen had.
Ik nam mijn nichtje mee terug naar de bar om nog een drankje te halen en hield daarbij haar hand vast omdat de kans groot was dat we elkaar anders kwijt zouden raken. Om bij de bar te komen, moesten we over de dansvloer en daar was het een drukte van jewelste, zoals altijd.
Bij de bar bestelde ik nog twee biertjes voor ons, alweer in de zenuwen of ik het mee zou krijgen, maar de barkeeper deed niet moeilijk en dus draaide ik me een halve minuut later om naar Mirre om haar haar glas aan te geven. Toen ik het haar in haar handen drukte, sprong er iets in mijn oog dat ik totaal niet verwacht had en niet wílde zien: Tom, met zijn tweelingbroer in zijn kielzog. Ik wilde Mirre eigenlijk snel wegtrekken en naar een ander hoekje gaan om ze te ontwijken, maar Tom had me al gezien en kwam snel op me af lopen, Bill met zich mee sleurend.
Hij begroette ons heel enthousiast, maar dat ging een beetje aan me voorbij. Ik schonk hem een flauw glimlachje en gaf hem een knuffel, maar daar bleef het ook bij. Tom stelde zichzelf voor aan Mirre en begon een gesprek met haar terwijl mijn ogen op Bill bleven hangen alsof ze vastgeplakt waren. Hij keek naar het plafond, alsof hij zich heel verveeld afvroeg hoe lang het nog ging duren en hij had zijn handen al net zo ongeïnteresseerd in zijn broekzakken gestopt. Ik had het gevoel dat hij me negeerde en dat vond ik totaal niet prettig.
Hij wendde zijn blik pas van het plafond af toen Tom Mirre aan hem voorstelde en met een overdreven soort vrolijkheid zei hij zijn naam, alsof hij zich geen houding wist te geven. Ik bevroor toen zijn ogen die van mij ontmoetten, toen hij mijn blik ving en ik verdrong Georg naar de achtergrond toen hij glimlachte, maar dat kan ook slechts mijn verbeelding geweest zijn.
Toen Mirre en ik ons drankje op hadden, bood Bill ons er nog één aan, wat we graag aannamen omdat het bloedheet en we dus behoefte hadden aan vocht.
“Nog steeds vastbesloten beroemd en rijk te worden?” vroeg ik hem zo zacht dat alleen hij het kon horen en hij grijnsde scheef naar me, waarna hij doorliep naar de bar.
Toen hij ons allemaal een biertje in de hand drukte en het wisselgeld in zijn broekzak stopte, keek ik even naar zijn hand. Onwillekeurig bedacht ik me dat dat de handen waren die mij ooit vastgehouden hadden, voordat ik erachter kwam dat het niet zíjn sms’jes waren geweest die me verliefd gemaakt hadden maar die van Georg en dat ik Bill had laten zitten, met zijn prachtige broze handen. Misschien was ik wel verliefd geweest op twee jongens tegelijk: op Georg door de sms’jes en op Bill vanwege de manier waarop – ja, gewoon. Hoe hij was.
Ik werd wakker geschud uit mijn peinzen toen Mir me aanstootte en lachte om iets dat ik niet gevolgd had. Blijkbaar was het heel grappig geweest, want ook de tweeling lag dubbel van het lachen en het enige dat ik kon doen, was een grijns op mijn gezicht plakken in de hoop dat het dan leek alsof ik het ook grappig gevonden was. Het enige waar ik op dat moment aan kon denken, waren Bills prachtige handen, zijn smaak en ik kan me zelfs de kleur van het shirt dat hij die avond droeg nog herinneren. Blauw met witte letters.
Zodra we dat drankje ook op hadden, stelde Mirre voor om even naar een ander hoekje toe te gaan, met zijn vieren, omdat het zo druk was vlak bij de dansvloer en de jongens stemden beide toe. Ik was gedwongen hen te volgen en liep naast hen naar het hoekje vlak bij de deur, waar niemand stond omdat het er zo donker was. Toen ik een blik naar buiten wierp, was ik blij dat ze niet had voorgesteld naar buiten te gaan omdat ik nog steeds een panische angst voor donkere straten had na die keer dat ik achtervolgd was, zelfs al waren we met zijn vieren.
Ik volgde het gesprek tussen Mirre en Bill, dat ging over het feit dat Bill gauw hoopte beroemd te worden met de band en pas na een half uur over dat onderwerp kwam Mir erachter dat míjn Georg ook deel uitmaakte van die band. Ze verweet me lachend dat ik veel te bescheiden was en dat ik haar dat best wel eens had mogen vertellen.
Na een poosje werd het gesprek meer lachen en ging het over kleine dingetjes die er niet toe deden. Tom en ik hielden ons buiten het gesprek en stonden er maar een beetje bij terwijl Bill en Mir elkaar steeds duwtjes gaven en iets langer oogcontact vasthielden dan gebruikelijk was tussen mensen die elkaar gewoon net hadden leren kennen. Op een gegeven moment werd het heel ergerlijk dat Mir zo klef tegen hem deed en voorál dat hij er zo op inging, wat weer tot gevolg had dat ik me ging ergeren aan mezélf. Ik was jaloers op Mirre, zou graag zelf in haar plaats gestaan hebben, maar dat ging natuurlijk niet. Ik had Georg.
Ja, ik had Georg, en ik was verliefd op hem, of niet dan? Misschien zat Bill toch dieper bij me dan ik gedacht had, misschien zat hij wel dieper dan Georg. Misschien had die laatste slechts een maandje de boventoon gevoerd om daarna weer te vervagen en plaats te maken voor Bill zodat ik uiteindelijk met hangende pootjes terug zou gaan naar waar ik dit wilde avontuur begonnen was. Dan zou hij me niet meer willen omdat hij inmiddels hopeloos verliefd geworden was op mijn nichtje van veertien. Ik haatte haar echt even op dat moment.
Op een gegeven moment stelde Mirre voor om nog wat te drinken te halen, maar alleen als Bill mee zou gaan en nog voordat hij ‘nee’ had kunnen zeggen, pakte ze hem bij de hand en sleurde hem mee in de richting van de bar waardoor Tom en ik alleen achterbleven. Er heerste een onoverbrugbare stilte tussen ons en dus was het enige waar ik me op kon concentreren het feit dat Mirre Bills hand vast bleef houden toen ze bij de bar stonden en dat Bill hem niet uit die van haar trok. Ik balde mijn vuisten en sloeg mijn armen over elkaar zodat het Tom niet op zou vallen.
“Hoe gaat het met Julia?” vroeg hij me op een gegeven moment, en hij trok de klep van zijn pet wat meer omlaag. Ik keek verbaasd op bij het horen van die vraag, want hij was tenslotte haar vriend en hij zou dus degene moeten zijn die dat wist.
“Goed,” zei ik met een verbaasd toontje in mijn stem. “Hoezo?”
Hij haalde zijn schouders kort op, waardoor zijn shirt een beetje op een zwemmende kwal leek.
“Ik weet niet,” zei hij, zijn ogen weer op het donkere wegdek gericht. “Ze doet zo – ja, ik weet niet. Achterdochtig. Denkt ze dat ik vreemd ga of zoiets?”
Ik spitste mijn oren bij die vraag, wetend dat we in een de fase beland waren dat ik ieder woord dat hij zei in me op moest zuigen en moest onthouden alsof het van levensbelang was. Ik woog ieder woord dat ik wilde zeggen af om te kijken of ik er geen schade aan hun relatie mee zou toebrengen en kwam uiteindelijk uit bij één simpel woordje.
“Nee,” loog ik.
“Mooi zo,” antwoordde hij. “Want dat is ook niet zo.”
Ik dacht aan Julia’s gezicht toen hij die woorden uitsprak, hoezeer ze zou glunderen van verliefdheid en geluk en het deed me zeer dat ze op dat moment waarschijnlijk op bed lag, slapeloos omdat ze zich in haar hoofd allemaal rampscenario’s afspeelde van wat Tom op dit moment aan het doen zou kunnen zijn.
“Ik hou echt van haar, weet je,” zuchtte hij terwijl hij tegen een drijfnat bierviltje schopte. “Eigenlijk val ik niet op rood, normaal gesproken, maar Julia is gewoon… Je weet wel…”
Hij zuchtte en zweeg daarna, naar de vloer kijkend. Ik probeerde zijn blik te vangen, maar de klep van zijn pet verhulde zijn ogen en dus lukte het me niet. Weer dacht ik aan Julia en ik kreeg precies dat gevoel in mijn maag dat zij op dat moment zou moeten voelen, alsof we telepathisch verbonden waren en ik voelde wat zij voelde, als een tweeling.
“Weet je,” zei ik daarom. “Doe me een lol en bel haar straks op om haar dat te zeggen.”
Hij keek op en ik ving zijn blik, geen aandacht meer schenkend aan Mirre en Bill die nog steeds bij de bar stonden, omdat Julia nu even de belangrijkste was in mijn gedachten en niet – egoïstisch als ik was – ikzelf. Tom sloeg zijn ogen even op en ik zag hoe ze dofjes glinsterden in het licht van een lamp boven een tafeltje dat een paar meter van ons weg stond. Ik glimlachte bij het besef dat Tom in tegenstelling tot zijn broer niet bepaald emotioneel was.
“Waarom?” vroeg hij.
“Daarom,” antwoordde ik voorspelbaar. “Doe het nou maar; dat bespaart je een hoop ellende.”
Hij glimlachte en richtte zijn blik weer naar de grond waarop we stonden. Omdat het weer stil was, verplaatste ik mijn aandacht weer naar de twee tortelduifjes en weer voelde ik een steek van jaloezie die ik snel wegduwde. Ik had sterk de behoefte mijn hoofd tegen een muur aan te slaan in een poging mijn gedachten en gevoelens uit te schakelen, maar dat deed ik natuurlijk niet omdat dat soort dingen in de praktijk erger zijn dan ze in theorie lijken. Als ik niets meer voelde, voelde ik geen jaloezie meer, maar ook geen liefde en dat zou ik missen. Nooit meer denken betekende nooit meer denken aan Bill – ik bedoel Georg. Georg, Georg, Georg.
Ik zag Tom op een gegeven moment ook naar hen kijken en afkeurend zijn hoofd schudden in de overtuiging dat ik het niet zag en dat maakte me nieuwsgierig. Waarom schudde hij zijn hoofd? Vond hij Mirre niet aardig? Vond hij hen niet bij elkaar passen? Vond hij het niet leuk dat zijn tweelingbroer zo omging met mijn nichtje? Om wat voor reden? In het algemeen deed het wat hoop waarvan ik schrok dat het er zat in me opleven.
Na nog een poosje wachten, viel het me op dat Tom een paar keer klaaglijk zuchtte en nog een paar blikken naar voren wierp, waar Mirre en Bill heel dicht tegen elkaar aan stonden. Wanhopig probeerde ik aan Georg te denken, hoe lief hij was en hoe gelukkig wij samen wel niet waren, maar ik kon niets toen tegen het jaloerse gevoel dat zich in mijn lichaam verspreidde alsof het een virus was. Ik haatte niet alleen Mirre toen, maar ook mezelf, want ik kon het niet maken tegenover mijn vriend om jaloers te zijn op wat mijn nichtje overkwam.
Na vijf minuten pas kwamen ze terug, ieder met twee glazen in de hand. Eigenlijk wilde ik het glas van Bill aanpakken, maar Tom was me voor omdat hij dichterbij stond en dus nam ik dat van Mir aan. Toen Tom al bij zijn eerste slok een golf bier over zijn shirt morste, begon Mirre keihard te lachen en Bill viel haar bij, schaterend. Ik probeerde met de geblokte zakdoek die ik standaard in mijn broekzak had zitten de schade wat te beperken, maar Tom droeg wit en dus was het niet te doen. Ik vouwde de drijfnatte en naar-bier-meurende zakdoek weer op en stopte hem in mijn broekzak terwijl ik naar Tom glimlachte toen die me bedankte. De andere twee lachten nog steeds, ik zag zelfs dat bij Mir de tranen over haar wangen liepen maar toen Bills blik die van mij ving, viel het me op dat zijn ogen niet meelachten.
Niet veel later stonden we weer vlak bij de dansvloer, samengepakt tussen de andere groepen mensen, allemaal met een drankje in de hand dat ik betaald had uit een beleefdheid die ik zelfs in een dergelijke kritieke situatie nog wel kon opbrengen. Ik kon mijn ogen niet van de twee mensen afhouden die voor me stonden: Mirre stond heel dicht tegen Bill aan, hij had zijn ene hand in zijn broekzak en in de ander hield hij het glas bier vast.
Toms glas bier stond nog vol op de bar waar ik tegenaan leunde omdat hij even naar buiten was gegaan om Julia te bellen. Voor mijn vriendin was het goed geweest dat ik het haar verteld had, maar voor mezelf totaal niet omdat ik gedwongen was met de twee mensen tegenover me te praten. Mirre straalde ‘ik vind Bill het einde’ uit en Bill – ja, die straalde eigenlijk niets uit. Ik zag dat hij de suggestie wilde wekken dat hij ook op Mirre viel, maar ik zag dat ook dat een leugen was. Ik vroeg me af wie hij nou eigenlijk voor de gek hield.
Toen Tom na tien minuten nog niet terug was, pakte ik ook zijn bier van de bar af en goot het achterover in mijn keel. Ik was zo verschrikkelijk jaloers op Mirre dat ik niet meer met mezelf kon leven en ik wilde het liefst straalbezopen worden, hoewel ik wist dat we daar geen tijd meer voor hadden: over iets minder dan een uurtje zouden we de bus moeten halen. Normaal gesproken vond ik dat jammer, maar op dat moment vond ik het uitermate geweldig omdat ik Mirre dan eindelijk van Bill af zou kunnen peuteren.
Eigenlijk waren zij het vooral die praatten. Ik hield me vooral op de vlakte en gaf alleen antwoord als er iets aan mij gevraagd werd, wat dan meestal bij ‘ja’ of ‘nee’ bleef, waarna Bill en Mirre weer verder leuterden over onzinnige dingen. De gehele tijd bleef ik om me heen kijken om te zien of er niet ergens iemand van school rondliep waarbij ik dekking kon zoeken totdat het tijd was, maar die waren er niet en tegelijkertijd bedacht ik me dat ik gewoon bij hen moest blijven omdat Mirre Bill vast niet zou proberen te zoenen wanneer ik erbij zou staan. Het was best een aardig risico, zo na één avond, en Mir zou zich vast een afgang willen besparen.
Toen ik nog een tijdje om me heen bleef kijken, zag ik op een gegeven moment Tom lopen met een meisje dat zulk overdreven blond haar had dat het bijna geel was, met wat donkerbruine uitgroei. Meteen voelde ik een steek in mijn maag en ik ging op mijn tenen staan om goed te kunnen zien wat ze deden. Dat was vrij weinig, maar toch bleef ik achterdochtig. Ik hoopte dat Julia niet kon voelen wat ik op dat moment voelde.
“Wie is dat?” onderbrak ik het gesprek over schoenen zonder mijn blik van het stel af te wenden uit angst dat ik ze dan kwijt zou raken.
“Wie?” vroeg Bill terwijl ook hij zijn nek uitrekte om te zien wie ik bedoelde.
“Dat meisje bij Tom,” antwoordde ik weer. Ik zag hoe hij het blonde meisje een drankje aanbood en hoe zij het glimlachend aanpakte, waarna ze proostten en het glimlachend opdronken.
“Oh, zíj!” lachte Bill. “Dat is een meisje uit onze klas, zeg maar. Niets bijzonders.”
Ik had nog steeds mijn blik nog niet van het stel aan de bar afgewend en twijfelde ten zeerste aan Bills woorden toen ik zag hoe Tom met het ringetje in zijn lip speelde terwijl zij naar hem toe boog om iets in zijn oor te fluisteren.
“Weet je het zeker?” vroeg ik met een blik op haar behoorlijk imponerende voorgevel.
“Honderd procent,” zei Bill met een overtuiging in zijn stem die ervoor zorgde dat ik mijn ogen losscheurde en Bill aankeek, iets wat ik beter niet had kunnen doen. Zodra ik zijn bruine ogen zag, had ik het gevoel dat ik een stomp in mijn maag kreeg en ik werd misselijk van de kriebels in mijn buik, dus sloeg ik mijn ogen maar weer neer.
“Goed,” zei ik, nog een keer achterom kijkend om te controleren of Tom echt niets met het meisje uitspookte en daarna keek ik naar Mirre. “We moeten gaan.”
“Maar het is nog m-”
“We moeten gaan,” herhaalde ik. “We moeten nog helemaal naar de bushalte lopen en ik kan je niet garanderen dat ik niet verdwaal in het donker…”
Bij het idee dat ik de donkere straten in moest, kreeg ik kriebels in mijn buik, maar ik zou het Mir niet toegeven omdat ze dan waarschijnlijk zou denken dat ik één of ander zielig persoon was en ik zou haar al zéker niet vertellen dat ik ooit achtervolgd was door een enge jongen die me waarschijnlijk had willen verkrachten of zoiets. Ik had hem trouwens niet vermoord, wist ik, want ik had de hele week daarna de kranten en het nieuws in de gaten gehouden om te kijken of er geen dode jongen gevonden was in Magdeburg, maar ik had er niets over gehoord en dus was hij slechts buiten bewustzijn geweest.
“Ik loop wel even met jullie mee, anders,” stelde Bill voor. “Dan verdwalen jullie in ieder geval niet. Wil je nu weg?”
Ik knikte en zei dat ik dat het liefst had omdat we dan zeker wisten dat we op tijd thuis zouden zijn en daar was mijn moeder – als ze thuis was – nogal alert op. Ik vroeg aan Mir of ze mee ging en ze knikte nors, waarschijnlijk omdat ze het vooruitzicht Bill nooit meer te zien nogal onplezierig vond, maar ik kon daar uiterst goed mee leven.
We vertrokken meteen en kregen bij de deur gezelschap van Tom, die het blonde meisje achterliet bij de bar en me met een grijns begroette voordat hij zijn arm door die van mij haakte en me de deur uit begeleidde alsof ik een soort prinsesje was. Onwillekeurig glimlachte ik, totaal weggeblazen door die vrolijke en gentleman-achtige kant van Tom.
De hele verdere weg bleven we arm in arm achter Mir en Bill lopen, wat voor mij voornamelijk was om hen in de gaten te houden. Ik kende Mir wel goed genoeg om te weten dat ze er niet voor terug zou deinzen om Bill een donker steegje in te slepen en het zou beter zijn om daarachter te komen vóórdat ze dat van plan was dan wanneer Tom en ik hen pas zouden missen als we al bij de bushalte waren.
Terwijl Mirre en Bill lachten, hadden Tom en ik het over gitaren en het feit dat ik een nieuwe wilde omdat die die ik op dat moment had me aan mijn vader deed herinneren. Dat laatste zei ik er natuurlijk niet bij. Hoe hyper Tom soms deed, zo rustig deed hij op dat moment, maar nog steeds wel met dezelfde coolheid die bij hem hoorde. Dat was waarschijnlijk de kant die Julia ook heel vaak te zien kreeg.
Bij de bushalte stonden al wat andere mensen die veel kabaal maakten, hoogstwaarschijnlijk omdat ze dronken waren. Voor onze eigen veiligheid gingen we wat verderop staan wachten, want er was een groepje grote jongens dat het bushokje aan het slopen was en Tom had naar eigen zeggen niet zoveel zin om daarbij betrokken te raken. Ik was het meteen met hem eens en bleef met mijn drie metgezellen zo’n tien meter verderop wachten.
Ik voelde me niet zo op mijn gemak in het donker en dat was niet alleen omdat ik ooit in mijn eentje zin zo’n donkere straat gelopen had. Het had voornamelijk te maken met het feit dat ik Mirre het liefst een ram wilde verkopen om haar daarna mee te sleuren naar een rustig hoekje om haar te zeggen dat ze met haar poten van Bill af moest blijven en haar daarna over te leveren aan de bushokje-slopers, maar ik liet het uit mijn hoofd en hield hen slechts scherp in de gaten om te kunnen voorkomen dat ze hem zou zoenen.
Na wat een eeuwigheid leek te duren, kwam eindelijk de bus. Ik wachtte met naar de bus lopen voordat Mirre afscheid genomen had, zodat ze niet achter mijn rug allemaal door-Maren-ongewenste-intimiteiten konden uithalen en ik zag met lede ogen toe hoe Bill haar een kleine kus op de wang gaf, net zoals hij de eerste keer bij mij had gedaan en hoe hij een kneepje in haar hand gaf voordat zijn ogen die van mij ontmoetten.