Deel 15


Lief dagboek,

Zaterdag had ik een afspraak met Bill en ik kan niet anders zeggen dan dat het op het begin heel erg gezellig was, totdat een paar fans zich ermee begonnen te bemoeien en er een paar aantal dingen fout gegaan zijn. Bovendien heeft hij mijn grootste geheim ontdekt, maar ik weet niet zeker of ik dat erg vind. Bill kan er wel mee omgaan en hij begrijpt me ergens ook wel, wat me gelukkig maakt. We kunnen dus nog steeds zo goed met elkaar opschieten, ook al is het in het verleden fout gegaan tussen ons.
Julia komt er wel weer bovenop, heb ik al gemerkt. Tegenwoordig heeft ze een grondige hekel aan alles wat Tom Kaulitz heet of met die naam te maken heeft, Bill is de enige die ze daarbij uitsluit. En Gustav ook, want dat is nog steeds Fleurs beste vriend, maar de rest laat ze er niet heelhuids vanaf komen. Ik kan soms wel lachen om de slechte verhalen die ze over hem vertelt, hoe ze tegenwoordig alleen maar over zijn slechte punten praat. Ik wou dat ik dat ook over Georg kon.



Zaterdagnacht waren Fleur, Julia en ik wat eerder naar huis gegaan omdat Julia emotioneel totaal aan de grond zat. Ik had me de hele weg naar huis afgevraagd wat er nou eigenlijk tussen die twee was voorgevallen en had thuis het hele verhaal van Fleur te horen gekregen, toen Julia al uitgeput in slaap gevallen was. Tom was naar haar toe gekomen om haar het hele verhaal uit te leggen en had daarbij een vreselijk lulverhaal opgehangen. Hij zou zijn vreemdgegaan omdat hij de intimiteit met Julia zo gemist had en hij dat gevoel had willen terugkrijgen door met andere meisjes naar bed te gaan. Natuurlijk had Julia dat niet gepikt, maar ze was er wel overstuur door geraakt, op de één of andere manier, zeker toen hij geprobeerd had haar te zoenen.
De ochtend daarna was ik naar huis gegaan en was in bad gaan liggen om de lucht van bier en rook van me af te wassen, waarna ik Bill opgebeld had om hem te informeren over hoe we dat zaterdag zouden gaan doen met het winkelen. Gelukkig herinnerde hij zich nog dat hij die afspraak gemaakt had en zo kwam het dat ik op zaterdagmorgen in de bus stapte in een zwarte spijkerbroek en een wit bloesje met lange mouwen. Ik stempelde de laatste strippen van mijn kaart af (ik zou in Magdeburg een nieuwe kopen) en daarmee drong het tot me door dat ik wel heel veel tijd in de bus spendeerde, de laatste tijd. Normaal deed ik maanden lang met een strippenkaart en opeens was dat gereduceerd tot drie weken.
Gelukkig was het goed weer. Het was koel, maar het zonnetje deed dappere pogingen om door te breken en er waaide een zachte wind. Het werd duidelijk weer voorjaar en dat vond ik heerlijk. We hadden veel te vaak in de regen moeten lopen, de afgelopen paar maanden.
In de bus was het druk. Normaal gesproken zou dat mijn humeur verpesten maar toen deed dat het niet omdat ik het vooruitzicht had op wat ik dacht dat een geweldige middag ging worden. Zelfs twee jankerige kinderen in de bus waarvan er één per se een snoepje wilde, verpestten mijn humeur niet. Ik bedoel – hoe zou zoiets onbenulligs mijn bui kunnen verpesten als ik wist dat ik samen met een hele goede vriend – en misschien wel meer – zou gaan winkelen? Opeens vond ik het prachtig dat er een chinees meisje van een jaar of drie tegen me begon te brabbelen alsof ik haar grote zus was. Normaal had ik het niet zo op kinderen.
Toen ik uitstapte bij een halte waar ik het niet gewend was om uit te stappen en om me heen keek, dacht ik in eerste instantie dat Bill er nog niet was. Toen ik echter opeens iemand met een pet en een zonnebril op naar me zag zwaaien, herkende ik hem. Ik liep op hem af en liet me door hem omhelzen. Snel drukte ik een kus op zijn wang, waarna hij breed grijnsde en dicht bij me bleef staan, alsof hij me helemaal niet los wilde laten.
“Waar is je haar?” vroeg ik lachend terwijl ik met mijn vingertoppen zachtjes over de rug van zijn hand streek. Ik vond dat Bill er heel apart uitzag in zijn vermomming, hoewel het wel logisch was dat hij zichzelf moest vermommen. Toch kwam het me heel vreemd voor, omdat ik het eigenlijk een heel vreemd idee vond dat een mens zich moest vermommen omdat hij anders de dag niet ongestoord door zou komen. Dat vond ik ziek.
“Onder mijn pet!” zei hij nog steeds grijnzend. “Gelukkig schijnt de zon, anders loop je zo voor gek met een zonnebril op je neus…”
“En winkelen in de regen is natuurlijk niet zo prettig,” voegde ik daaraan toe, met net zo’n stralende grijns op mijn gezicht. Ik vond het immens stom hoe hyperactief ik deed als ik bij hem in de buurt was, hoe krankzinnig het wel niet moest staan dat ik niet meer kon stoppen met lachen als ik hem alleen al zag of hoorde en het zou me niet verbazen als er mensen waren die dachten dat ik verliefd op hem was. Misschien was dat ook wel zo, ergens diep van binnen, maar wilde het er nog niet uit. Ik wilde Bill geen pijn meer doen.
“Ja, maar in de regen zijn er minder fotografen,” antwoordde hij terwijl hij de kraag van zijn jasje overeind zette om zijn tatoeage aan het zicht te onttrekken. “Maar goed, ze klikken maar raak. Ik maak me meer zorgen om hysterisch gillende fans. Heel leuk op het podium, niet leuk tijdens het winkelen. Ga je mee?”
Hij stak zijn hand uit, waarin ik de mijne legde en hand in hand liepen we richting het centrum. Mijn andere hand had ik in mijn jaszak gestoken. Normaal gesproken speelden mijn vingers altijd met een kapot armbandje dat daar altijd in gezeten had, maar het zat er niet meer en ik ging er vanuit dat ik het ding verloren was, ooit. Ik had het niet eens gemist.
Ik bekeek Bill: zijn adidas-schoenen en hij waren blijkbaar nog steeds onafscheidelijk en hij was ook nog altijd beste maatjes met zijn Diesel-broek. Het jasje dat hij droeg was roodkleurig en volgens mij nieuw. Hij zag er aanbiddelijk uit, zacht uitgedrukt. Ik waardeerde het zo aan hem dat hij, ondanks dat de halve wereld vond dat hij eruit zag als een vrouw, toch nog altijd de kleding droeg die hij wílde dagen. Ik vond het zo knap dat hij deed alsof hij er niets van aantrok en dat hij gewoon doorging met wat hij deed terwijl ik wist dat hij er van binnen best mee zat. Dat kon niet anders.
“Is dit wel zo’n goed idee?” vroeg ik en ik kneep in zijn hand ten teken dat ik daarop doelde. Hij lachte zijn aanbiddelijke tanden bloot en liet me totaal smelten van binnen, zo erg zelfs dat ik liefs even stil wilde blijven staan om diep in en uit te ademen, maar dat kon natuurlijk niet.
“Ik zei toch: de paparazzi doet maar,” antwoordde hij net zo ernstig als ik mijn vraag gesteld had. Toen hij even stil bleef staan en tegenover me ging staan om ook mijn andere hand te pakken en hij me diep in de ogen keek, ademde ik alsnog diep in en uit, maar het hielp niet om het smeltende gevoel te verdrijven. “Je moet je echt niet laten remmen door -”
“Nee, ik bedoel zeg maar -” hakkelde ik, hem onderbrekend. Ik moest mijn hoofd zo ongeveer in mijn nek leggen om hem aan te kunnen kijken, zoveel als hij gegroeid was in het afgelopen halfjaar. “Is het wel verstandig om zeg maar – je weet wel, hand in hand lopen na wat er allemaal -”
“Dat moet je gewoon vergeten, Maren,” onderbrak hij me zachtaardig, en ik richtte mijn ogen op zijn schoenen. “Gewoon met een schone lei beginnen, net zoals we vorig jaar begonnen zijn, toen we elkaar net leerden kennen. Snap je?”
Toen ik knikte, plakte hij een prachtige glimlach op zijn gezicht en liepen we verder alsof we helemaal niet stilgestaan hadden. Vanaf dat moment begonnen we te winkelen en liepen we telkens winkel in winkel uit, alle kleding kritisch bekijkend. We kochten heel weinig, pasten enkel veel en tegen de tijd dat mijn maag begon te rammelen, had ik alleen nog maar een tasje van een sieradenwinkel omdat Bill me zo nodig een armband cadeau had willen doen.
“Patat!” riep Bill uit toen we langs een snackbar liepen. Ik keek hem aan alsof hij gek was en lachte daarna. Zelf had ik aan een broodje of zoiets gedacht, maar als Bill vet voer wilde, dan vond ik dat oké. Het was net zo lekker en ik kon het wel hebben. Gelukkig waren mijn Japanse genen toch nog érgens goed voor.
“Ik trakteer!” riep hij uit terwijl hij met mij in zijn kielzog naar de ingang van het tentje liep. Hij had mijn hand los gelaten om zijn portemonnee uit zijn tas te halen, maar ik greep die hand meteen weer vast en dwong hem om stil te staan.
“Laat mij trakteren,” zei ik en toen hij zijn mond opentrok om te protesteren voegde ik daar gauw ‘omdat ik het zo leuk vind om je weer te zien en omdat je mij die armband gegeven hebt’ aan toe.
“Ja maar,” protesteerde hij toch. “Ik voel me zo’n zak als ik een meisje laat betalen!”
Ik kreeg de ontzettende neiging om hem te knuffelen toen ik het woord ‘zak’ met Bill in verband probeerde te brengen en ik doorkreeg dat dat onmogelijk was. Een brede lach sierde mijn gezicht toen ik me besefte wat voor een geluk ik had dat Bill me vergeven had en dat hij niet eens kwaad op me was. Hij was echt – ja, wat kan ik daar nu over zeggen? Ik vond Bill een schat en dat vind ik nu nog steeds.
“En wat dan als ik jou het geld geef en jij het haalt?” stelde ik voor. “Dan is het net alsof het je eigen geld is en dan voel jij je compleet man. En ik heb ook m’n zin.”
Een betoverende grijns sierde zijn gezicht en ik voelde me opeens heel erg gelukkig, alsof alle ongelukkige dingen die ik ooit had meegemaakt uit mijn herinnering gewist waren en geluk het enige was dat ik ooit gekend was. Het was een heel vreemd gevoel, heel onwerkelijk en ook dat gaf me het gevoel dat ik kon gaan zweven als ik mijn adem te lang inhield.
“Goed dan,” antwoordde hij zogenaamd geïrriteerd zuchtend. “Omdat jij het bent.”
Ik dook mijn tas in voor mijn portemonnee en viste er een briefje van tien euro uit, dat ik in Bills hand drukte terwijl we samen de snackbar in liepen. Het was binnen verlicht door TL-buizen en het was er niet druk omdat het nog geen etenstijd was. De meubeltjes waren van wit plastic en aan de wit-blauw-gestreepte muren hingen coca-cola reclames uit de jaren vijftig. Achter de bar stond precies zo iemand die je in een snackbar zou verwachten: een grote man met een hoog voorhoofd en een grotere cupmaat dan ik.
Ik ging vast in een plastic kuipstoeltje aan een tafeltje zitten terwijl Bill naar de balie liep. Hij bestelde twee puntzakken friet met een grote klodder mayonaise en kwam daarna tegenover me zitten. Ik was aan het spelen met een zoutvaatje, waar hij me mee op liet houden door die hand te pakken, mijn vingers van het vaatje los te pulken en mijn hand op tafel duwde met die van hem.
“Niet zo zenuwachtig doen,” zei hij met een lachje. Ik voelde het bloed naar mijn wangen stijgen. Mijn hand, die onder de zijne lag, tintelde uit alle macht.
Ik vroeg me af of ik wel echt van Georg gehouden had. Achteraf gezien had ik het gevoel dat het gewoon kortstondige verliefdheid was geweest. Wat hadden we nou eigenlijk gemeen? Totaal niets. Eigenlijk had onze relatie vrij weinig voorgesteld, want we hadden nooit echt een goed gesprek of zoiets gevoerd en heel veel verder dan zoenen waren we ook niet gegaan in die paar maanden. Eigenlijk was het heel oppervlakkig geweest en ik had het gevoel dat het helemaal niets voorgesteld had.
“Waar denk je aan?” hoorde ik Bill vragen, en ik keek geschrokken op, recht in zijn ogen. Meteen had ik er spijt van dat ik dat gedaan had, want zijn ogen hielden die van mij steeds vast terwijl ik ze graag af wilde wenden.
“Georg,” antwoordde ik naar waarheid. Mijn vrije hand sloot zich om het zoutvaatje en ik sloeg heel eventjes mijn blik neer om hem daarna weer aan te kijken in zijn donkerbruine kijkers. Ik voelde me alsof ik onder een soort van betovering verkeerde. De betovering die Bill Kaulitz heette.
“Hield je van hem?” vroeg hij me zonder enig spoortje emotie. Ik kon niet horen met welk doel hij me dat vroeg en dus had ik geen idee wat voor soort antwoord ik hem zou moeten geven. Ik leunde achterover in mijn stoel, trok mijn hand onder die van hem vandaan en sloot ook die laatste om het zoutvaatje. Nog even hield ik oogcontact en toen sloeg ik mijn ogen neer, mijn blik gericht op zijn welgevormde handen.
“Dat was nou precies wat ik me aan het bedenken was…” antwoordde ik met een zucht.
Hij grijnsde en pakte mijn beide handen terug. Het zoutvaatje rolde uit mijn hand en belandde op de grond. We hadden het geen van beide door.
“Heb je eigenlijk ooit van mij gehouden?” vroeg hij me, maar ik kreeg de kans niet om te antwoorden omdat de man achter de counter door het zaakje schreeuwde dat onze friet klaar was. Bill stond op zonder het oogcontact te verbreken. “Denk even na. Ik wil geen ‘ik weet het niet’ horen, gewoon ja of nee. Afgesproken?”
Ik bewoog geen spier toen hij lachte en wegliep en bekeek hem toen hij naar de balie liep, zijn figuur en gezicht aanbiddend. Hij moest model worden, mocht het met de rockcarrière niets worden, vond ik, en ik vroeg me opnieuw af of ik van hem hield en of ik van hem gehouden had. Ik kon er geen antwoord op geven: niet omdat ik het niet wilde, maar gewoon omdat ik het niet wist. Het enige dat ik wist, was dat Bill wel altijd in mijn hart gezeten had, ook toen ik met Georg samen geweest was. Waarom anders zou ik zo in de verdediging geschoten zijn toen Mirre Bill aan het versieren was?
Conclusie: Bill was erg speciaal voor me. Maar houden van?
“En?” hoorde ik een nieuwsgierig stemmetje vragen vlak voordat de geur van goudgele frietjes mijn reukorgaan streelde. Ik pakte de zak friet aan en was er getuige van hoe Bill een patatje in zijn mond stopte. Zelfs het feit dat hij hem met open mond vermaalde, vond ik schattig. Hij had zijn hand onder zijn hoofd en haakte zijn blik in die van mij. Hij wachtte op antwoord, besefte ik een paar seconden later, en ik ging recht zitten om het hem te geven.
“Sorry, maar ik weet het echt niet,” zei ik zachtjes, en ik zag hoe Bill zijn gezicht ontspande. Ik voelde de behoefte om zijn gelaat aan te raken met mijn vingers, om zijn huid aan te raken met mijn lippen, maar op dat moment was hij nog verboden gebied voor mij. Ik hield keurig mijn handen thuis en bleef aan mijn kant van de tafel zitten, maar behield het oogcontact. De blik in zijn ogen, die min of meer verlangend was, maakte dat de woorden die op het puntje van mijn tong gelegen hadden, uiteindelijk over mijn lippen kwamen.
“Wat niet is, kan nog komen.”

Winkelen met een beroemdheid was niet zo mijn ding, merkte ik nog geen uur nadat we de snackbar verlaten hadden. Ik irriteerde me rot aan al die starende blikken, die giechelende meisjes die zo opvallend en reikhalzend keken of die goddelijke jongen die ik bij me had niet toevallig Bill Kaulitz was en elkaar de ganse tijd vroegen of hij het nu wel of niet was. Het was enorm gezellig, daar niet van, maar al die starende blikken naar hem gaven me zo het gevoel dat ik niet bestond, alsof ik maar een aanhangsel was. Bovendien wilde Bill telkens de duurdere winkels in, die hij dan telkens leeg kocht wat accessoires betreft, maar ik kon weinig tot niets betalen. Vandaar dus dat Bill binnen dat uur al tien tassen had, en ik nog maar twee.
“Hé,” zei Bill op een gegeven moment en hij knikte met zijn hoofd naar een gigantische winkel waar we recht op af liepen. “Weet je nog?”
Toen ik beter keek, zag ik dat dat de winkel was waar ik toen met hem het cupidoshirt gekocht had. Ik kreeg een lach op mijn gezicht en werd kort teruggeslingerd in de tijd. Tom die met zijn haar vastzat in een boom, de lunch bij Mac Donalds, de vieze spiegel in de openbare toiletten, een zoenende Tom en Julia, de harde regen, bier in het busje, de eerste keer dat ik Bills hand had vastgehouden…
“Ja,” glimlachte ik sereen. “Ik weet het nog.”
We liepen samen min of meer automatisch naar de winkel toe, alsof we het hadden afgesproken, en ik pakte zonder na te denken zijn hand vast. Ik bedacht me dat wanneer mijn leven een film geweest zou zijn, dat beeld in slowmotion getoond zou worden, met geluiden van de vele flashbacks op de achtergrond, alsof Bill en ik terug gingen naar waar we ooit vandaan gekomen waren. Ach, vergeef me, ik was in het gezelschap van een godheid en dat is nooit goed voor je manier van denken, zoals je weet.
“Zullen we weer het zelfde doen als de vorige keer?” vroeg ik, rondkijkend in de grote ruimte, de hoeveelheid kleuren die ik zag absorberend met mijn ogen. “Veel pakken en elkaar bij de pashokjes weer ontmoeten?”
Hij kreeg een ondeugende twinkeling in zijn ogen en een dito grijns op zijn gezicht.
“Nee, ik heb een veel beter idee,” zei hij. “Jij zoekt kleding voor mij uit en ik voor jou.”
Eerst twijfelde ik nog, maar uiteindelijk stemde ik in omdat ik best benieuwd was naar waar Bill me graag in zou willen zien en omdat het altijd leuk was om een andere kijk op je kleding te krijgen. Bovendien had Bill een goede smaak, een héle goede smaak, en dat maakte het plan zo slecht nog niet.
Ik liep de mannenafdeling op en ging als een razende door de T-shirts heen. Ik nam me meteen voor dat ik echt vaker naar die winkel moest gaan omdat ze er echt vreselijk leuke dingen hadden. Toen ik achter me keek, zag ik dat Bill intensief shirtjes aan het zoeken was en al een stuk of vijf hangertjes om zijn pols had hangen. Er liep een klein groepje meiden een stuk of drie meter achter hem, die zich half achter een kledingrek verstopt hadden en zenuwachtig giechelden. Ik schudde geërgerd mijn hoofd en ging verder met winkelen.
Ik pakte onder andere een wollen ruitjestrui (omdat ik wilde zien hoe Bill eruit zou zien als opaatje), een shirt met een paaldanseres erop (omdat ik wilde weten hoe hij daarop zou reageren), een shirt met doodskopjes (omdat ik het gaaf vond), een witte blouse (omdat wit Bill goed stond) en een gilet (ja, echt). Behalve dat had ik ook nog wat simpele shirts uitgekozen en met die buit in mijn armen liep ik een pashokje in. Ik hing alle hangertjes aan een haakje en dirigeerde Bill het hokje in zodra hij de voor-mij-bestemde kleding in mijn handen duwde. Het was zoveel dat ik mijn huidige garderobe erdoor kon vervangen.
Zodra ik het gordijn van mijn eigen hokje, tegenover dat van Bill, had dichtgeschoven, bekeek ik de kleding eens wat beter en trok het om beurten aan. Er zaten onwijs gave dingen, zoals een wit shirtje waar een zwarte stropdas op geprint stond, een shirtje met een strip waarin hark-poppetjes elkaar uitroeiden, een rood geval met drie in elkaar passende sterren erop (“omdat jij mijn ster bent,” zei Bill toen ik hem liet zien hoe het stond – man, ik ben nog nooit zo week geweest van binnen) en een vestje met een leuke print aan de achterkant. De hemdjes deed ik niet aan vanwege mijn litteken, hoezeer Bill ook aandrong. De rest was ronduit rotzooi, uitgekozen door iemand die mij net zo erg had willen pesten als ik diegene: laag uitgesneden truitjes, shirts die veel teveel bloot lieten, bloesjes die zo nauw gesloten zaten dat ik het gevoel had dat ik in een catsuit rondliep en tenslotte ook nog iets dat bijna niet te zien was, zo doorzichtig als het was. Ik stak mijn kleerhanger naar buiten en vroeg hem wat het was, waarna ik hoorde hoe Bill zijn hokje uit kwam maar toen hij geen antwoord gaf, stak ik mijn hoofd ook door het gordijn. Ik zag een grijnzende Bill staan.
“Dat is toch sexy?” vroeg hij.
“Nee, Bill,” antwoordde ik. “Dat is hoerig.”
Toen hij zei dat hem dat niet uitmaakte en dat ik het alleen mocht dragen in zijn gezelschap, schreeuwde ik verontwaardigd zijn naam door de hele winkel, waarna hij hysterisch zei dat ik stil moest zijn en vluchtig achterom keek. Ik zag hoe een heel legioen meisjes die nog niet half zo oud waren als ik nieuwsgierig opkeek en Bill zag dat blijkbaar ook, want hij wilde het gordijn van mijn kleedhokje opzij trekken om erin te springen, maar ik hield het angstvallig gesloten. Ik siste giechelig dat hij op moest donderen omdat ik vrij weinig droeg, maar hij trok het gordijn aan de andere kant open, sprong naar binnen en deed het gauw weer dicht. Snel duwde ik hem aan de kant en pakte mijn bloesje zodat ik mijn litteken kon verhullen voordat hij het zou zien. Ik voelde zijn ogen over mijn blote rug glijden en merkte dat ze daar bleven hangen toen ik de stof er overheen liet vallen. Ik draaide me pas naar hem om toen ik een acceptabel aantal knoopjes had dichtgedaan en deed mijn mond open om iets te zeggen. Binnen een seconde was hij bij me en legde zijn vinger op mijn lippen, ten teken dat ik moest zwijgen. Ik draaide mijn ogen naar het plafond om te zorgen dat Bill me niet afleidde en ik spitste mijn oren.
Eerst zette hij een klein stapje dichterbij, zijn ogen ook naar het plafond gedraaid omdat ook hij zich concentreerde op het geluid van de giechelende meisjes. Ik hoorde hen tussen de pashokjes door dralen, giechelend, elkaar telkens roepend en ik was als de dood dat ze opeens het gordijn van ons hokje open zouden trekken, zodat ze zouden zien hoe dicht hun droomjongen wel niet tegen míj aan stond en dat verhaal aan de media zouden verkopen.
Ik hield ongemerkt mijn adem in en ademde pas weer opgelucht uit toen het gegiechel zich van ons verwijderde. Ik dacht dat ik weer wat ruimte zou krijgen, maar hij zette nog een stap dichterbij, drukte me tegen de wand van het hokje, zette me klem door zijn knie tussen mijn benen te drukken en pakte mijn handen vast. Zijn gezicht was vlak bij het mijne en ik kon het niet langer weerstaan hem niet aan te kijken. Mijn ogen haakten zich vast in die van hem en ik bevochtigde mijn lippen bij de aanblik van zijn volmaaktheid. Ik had de neiging om ‘wat doe je’ te fluisteren toen plots zijn rechterhand naar boven gleed, over mijn pols, mijn mouw opstropend. De blik in zijn ogen veranderde van ondeugend naar ernstig, die van mij ging van verwachtingsvol naar angstig.
Meteen schoot er een gevoel van paniek door mijn borst heen, maakte dat ik dubbel wilde klappen om hem af te weren. Uit alle macht probeerde ik los te komen om te zorgen dat zo de confrontatie uit bleef en er ontstond een worsteling waarbij de tranen in mijn ogen schoten. Ik wilde niet dat hij wist dat ook ik soms wel eens mensen nodig had die me troosten en dat ik te ver ging in mijn verdriet bij een gebrek daaraan. Hij mocht het niet gezien hebben. Hij mocht het niet weten.
Toen ik doorhad dat verzetten geen zin had, hield ik me rustig en concentreerde me op zijn hand, die zacht bleef liggen op de plaats waar ik ooit een herinnering gekerfd had. Met een paar kleine woorden smeekte ik hem me los te laten, dodelijk angstig, maar hij liet alleen mijn pols los en liet de andere hand op mijn arm liggen. Ik sloeg mijn armen om zijn nek en ging op mijn tenen staan zodat ik mijn hoofd in zijn nek kon begraven, waarna hij me dicht tegen hem aandrukte. Met de hand die niet op mijn arm lag, streelde hij liefdevol mijn rug. Ik kneep mijn ogen dicht en liet twee tranen rollen die natte sporen achterlieten op zijn jas.
“Maar waarom?” vroeg hij treurig in een zucht, zijn gezicht in mijn haar begraven. Ik groef in mijn hoofd naar een antwoord, probeerde iets te vinden dat acceptabel was, maar ik kon het niet vinden. Bill was een wereldverbeteraar en zou waarschijnlijk geen enkel excuus goed genoeg vinden omdat hier geen excuses voor waren. Weer al had ik iets gedaan dat niet goed te maken viel tegenover hem, net zoals het feit dat ik hem keihard belazerd had, de zomer daarvoor.
Als ik hem de waarheid zou zeggen, zou vertellen dat het kwam omdat Georg was vreemdgegaan en ik me daardoor dood had gevoeld, dan zou ik de onderlinge band niet bepaald versterken, was mijn schatting. Liegen was iets dat in zo’n situatie redelijk noodzakelijk was, maar daar hield ik niet van en al zeker niet tegenover de jongen die ik op dat moment tegenover me had.
“Sorry,” fluisterde ik daarom maar.

Toen ik weer gekalmeerd was, pakte ik de shirtjes die ik wilde kopen in de ene hand en de dingen die ik niet hoefde in de ander. Bill pakte de afval-stapel van me over en hing alle spullen in een rek, naast de spullen die hij niet wilde kopen. Ik liet hem voorgaan bij de kassa en zag dat hij het doodskopjesshirt, het paaldanseresshirt en – tot mijn grote verbazing – het gilet kocht. Daarna rekende ik mijn shirtjes af (ik schrok me lam van de prijs) en verlieten we de winkel weer, waarna Bill zijn arm om mijn middel sloeg en ik mijn hoofd kort op zijn schouder legde, als liefdevol gebaar. Misschien hield ik toen al wel een beetje van hem.
We vermengden ons weer met de winkelende massa buiten, met onze armen om elkaar heen, tussen zakenmannen, moeders met hun dochters en soms ook zonen die er mokkend achteraan sjokten, winkelende blonde dellen op veel te hoge hakken, elfjarige meisjes die het als cool beschouwden om met elkaar de stad in te gaan en in de verte, ze kwamen in tegenovergestelde richting, Bills legioen gillende meisjes. Toen ze ons in het oog kregen, begonnen ze meteen opgewonden in elkaars oren te fluisteren, blikken in zijn richting werpend en ik zag ook hoe het wijsvingertje van het meest dominante kind, dat keek alsof ze het klusje wel even zou klaren, in mijn richting wees. Ik geloof niet dat Bill het door had, want hij staarde strak naar de grond.
Ik was op mijn hoede toen ze ons passeerden, maar kon desondanks niet voorkomen dat één van de meiden een ferme tik tegen de onderkant van de klep van Bills pet gaf, die daardoor als een dor blaadje naar beneden dwarrelde en zijn zwarte lokken als een waterval over zijn schouders liet vallen. Ik wilde juist beginnen met vloeken en tieren toen de meisjes als een gek begonnen te gillen dat het hem écht was, dat ze dat écht wel zeker geweten hadden en voordat ik het wist, werd ik weggeduwd door nog veel méér meiden. Ze trokken me weg van Bill en ze omsingelden hem, gillend en krijsend om een handtekening waardoor hij nog meer de aandacht trok en ik zag hoe steeds meer mensen op de menigte afkwamen. Ik was doodsbenauwd dat ze hem zouden stikken of zo en wilde naar hem toe, maar ik wist dat het onbegonnen werk was.
Opeens kreeg ik een elleboog tegen mijn hoofd aan, op volle kracht. Meteen drukte ik mijn handen op de pijnlijke plek, wankelde achterover en voordat ik het wist, raakte ik de straatstenen zonder dat ik ook maar gemerkt had dat ik gevallen was. Een aantal seconden zag ik slechts de wazige lucht en mensen die gewoon doorliepen en toen het draaierige in mijn hoofd weer weggetrokken was, stond ik op. Ik liep gauw naar de stoeprand en liet me daarop zakken toen ik merkte dat mijn hoofd weer begon te bonken en ik legde het in mijn handen.
Ik concentreerde me op de pijn in mijn hoofd terwijl een paar meter voor me Bill nog steeds omgeven was door een meute krijsende meiden. Ik nam een paar keer een diepe hap adem die me moesten helpen het bewustzijn te bewaren, maar op een gegeven moment hoorde ik hoe het gekrijs afnam en toen werd ik bang dat ik op het punt stond flauw te vallen. Meteen nam ik weer een hap adem en ik probeerde me op iets anders te concentreren, iets dat me zeker weten wakker zou houden, of in ieder geval totdat ik niet meer alleen was.
Ik dacht terug aan het moment dat ik Bill voor het eerst ontmoet had: ik één brok zenuwen, hij één en al ontspanning. Terwijl ik me probeerde te herinneren wat er allemaal gezegd was, besefte ik me dat ik dat niet meer wist, dat ik me alleen zijn ogen herinnerde en hoe geïnteresseerd hij naar me had gekeken. Ik vroeg me af of het voor hem liefde op het eerste gezicht was geweest en of dat voor mij misschien ook zo was. Ook vroeg ik me af of ik van hem hield, of hij van mij hield, of we van elkaar hielden of dat we ooit van elkaar gehouden hadden. Er was zoveel gebeurd tussen Bill en mij, maar uiteindelijk voelde ik me nog het zelfde over hem: onzeker, niet wetend of het liefde of lust was of misschien zelfs wel gewoon vriendschap. Ik kende hem al zo lang, maar nog steeds was hij een groot mysterie voor mij en ik had geen idee of ik het ooit zou gaan ontrafelen. Bovendien wist ik ook niet precies wat hij voor mij voelde en dat maakte alles nog veel ingewikkelder.
Ik schrok op toen iemand mijn armen van voor mijn gezicht trok en toen ik opkeek, zag ik dat Bill op zijn hurken voor me zat. Een kort moment zag ik zijn gezicht dubbel en ik moest me enorm concentreren om helder zicht te krijgen, wat weer een steek van hoofdpijn met zich meebracht. Ik knipperde gedesoriënteerd met mijn ogen en voelde dat hij zijn hand kort op mijn schouder liet rusten.
“Sorry daarvoor,” zei hij kalm terwijl hij met zijn vingers even over de plek ging waar mijn gezicht in aanraking gekomen was met de elleboog van zijn superfan, vragend of het wel goed met me ging en of het veel pijn gedaan had. Ik had de neiging sarcastisch ‘nee hoor’ te zeggen, maar maakte slechts een geluidje in mijn keel dat ‘ja’ betekende en liet mijn hoofd weer hangen omdat het daglicht pijn deed aan mijn ogen. Hij pakte het direct weer tussen zijn handen en keek diep in mijn ogen. Ik zei met een stemgeluid tussen brommen en mompelen in dat ik hoofdpijn had en meteen vroeg hij me of ik niet langs een dokter wilde om te controleren of ik een hersenschudding had. Ik schudde mijn hoofd en zei hem dat ik gewoon even ergens wilde zitten en iets wilde drinken, waarna hij een klein glimlachje liet zien en voorstelde om naar een cafeetje te gaan. Ik knikte en keek daarna naar hem op om hem een dankbare blik te schenken.
Hij stond op en stak zijn hand naar me uit om me op te trekken. Ik nam hem dankbaar aan en stond recht voordat ik het doorhad. Een misselijk gevoel verspreidde zich in mijn maag en het werd even zwart voor mijn ogen, waardoor ik eventjes wankelde en ik voelde hoe Bill me bij mijn schouders pakte om te voorkomen dat ik zou vallen. Meteen drong zijn geur diep in mijn neus, wat me nog veel duizeliger maakte dan ik al geweest was en ik wilde me van hem losmaken, maar ik had er de kracht gewoon niet voor.
“Hé, rustig maar,” zei hij terwijl hij met een vinger mijn haar uit mijn gezicht streek en me los liet zodat ik weer op eigen benen stond. “Kun je zelf lopen?”
Ik knikte en wreef in mijn ooghoek om mijn blik wat scherper te stellen. Het hielp niet.
Voordat hij mijn hand pakte, zette hij zijn pet weer op zijn hoofd, propte zijn lokken eronder en zette wederom zijn ingezakte kraag overeind zodat men hem niet zou herkennen aan zijn tatoeage. Daarna liepen we hand in hand nog een aantal meter naar een groezelig café (hij hield telkens mijn hand vast en sloeg bij tijd en wijle zijn arm even om me heen omdat ik gevaarlijk wankelde) waar we een plekje achterin vonden. Toen ik zat, liet ik een zucht van verlichting ontsnappen. Bill haalde een glas water voor me en zodra ik het aan mijn lippen gezet had, kon ik niet meer stoppen met drinken. Toen het eenmaal leeg was, zette ik het met een tik op tafel en bedankte ik hem nederig.
“Dat is gewoon om sorry te zeggen,” zei hij, en hij leunde over tafel zodat zijn gezicht vlak bij het mijne kwam. Ik hief mijn hoofd een beetje naar hem op zodat ik hem in de ogen kon kijken en ik voelde me meteen weer een beetje duizelig en wazig worden (wat ook kwam doordat de ruimte blauw stond van de rook), alsof alles in een droom gebeurde. Een elleboogstoot tegen je hoofd aankrijgen, voelde ongeveer al net zo slechts als wakker worden na een dronken nacht, maar dan ongeveer dertig keer erger.
“Het had niet mogen gebeuren,” fluisterde hij zacht. “Ik wist niet dat ze zó ver zouden gaan om mij voor zich te krijgen…”
Ik glimlachte flauwtjes en pakte zijn hand, waarbij het weke licht van de lamp boven de tafel in mijn ogen viel en er een steek door mijn hoofd ging. Direct kneep ik ze dicht en richtte mijn blik op de zwart gelakte nagels van zijn slanke hand.
In het donker kwam mijn hoofd weer tot rust, voelde ik. Het bonkte niet meer, maar ik kon al wel voorspellen dat ik een gigantische bult zou krijgen. Ik vroeg me af hoe de jongen tegenover me aan zulke gemene fans kwam. Opeens voelde ik mezelf heel moe worden, waarschijnlijk ook door dat dromerige en wazige gevoel en ik liet mijn hoofd op tafel zakken. Bill streelde mijn haar en vreemd genoeg leek het alsof dat een medicijn was. Mijn hoofdpijn verdween geleidelijk.
Bill was een mysterie voor me, maar ik geloof niet dat ik dat nog voor hem was. Ik had het gevoel dat hij zo door me heen keek, dat hij door mijn schild heen kon prikken, voelde me uitermate naakt als ik bij hem in de buurt was, zeker nu hij van mijn zwakte wist. Hij wist alles van me, ook al had hij me nooit naar dingen gevraagd en ook al had ik hem nooit alles verteld. Blijkbaar was ik zo doorzichtig dat zo iemand als hij meteen aan me kon zien wat voor een persoon ik was. Ik vervloekte mezelf.
“Het spijt me,” zei ik opeens, maar ik had geen idee waar het vandaan kwam. Diep van binnen wilde ik het goed maken met hem, wilde ik gewoon iemand zijn waar hij niets vanaf wist, want ik was bang dat hij zich mijn lasten aan ging trekken en dat wilde ik niet. Opeens voelde ik me uitermate belabberd en had ik het gevoel dat ik iemand was die niets waard was, in ieder geval niet in vergelijking tot Bill.
Ik wilde dat ik de tijd terug kon draaien op dat moment (echter nog niet zo graag als dat ik dat nu wil) en dat ik ervoor kon zorgen dat Bill er nooit achtergekomen was. Uiteindelijk heeft het ons dichter bij elkaar gebracht, maar dat wist ik nog niet op dat moment en dus was het niet zo heel vreemd dat ik die wens had. Ik was een kind van wensen, besefte ik me, wat er uiteindelijk voor gezorgd heeft dat ik in mijn eentje aan de andere kant van de wereld belandde. De dingen waren zo anders gelopen dan ik gewild had en dat kwam allemaal door mijn gebeden. Ik had mijn eigen graf gegraven door te wensen, door te bidden (die twee woorden waren in mijn vocabulaire synoniemen) en dat zou anders geweest kunnen zijn als ik niet zo was als ik ben.
“Hé, kijk me eens aan,” zei hij zacht, me uit mijn gedachtestroom plukkend. Ik deed wat hij zei en kneep mijn ogen half dicht tegen het licht dat zich opeens een weg door mijn ogen baande, waarna ik zag dat Bills gezicht heel dicht bij het mijne was. Hij fluisterde zo zacht dat ik het amper kon horen en mijn oren spitste, wat me hoofdpijn bezorgde. “Het geeft niet. Je bent het mooiste meisje dat ik ken, gewoon zoals je bent, met of zonder litteken. Je hoeft het me niet uit te leggen, niet nu in ieder geval. Dat komt later allemaal wel.”
Weer keek ik naar het houten tafelblad en ik slikte een gigantische prop in mijn keel weg. Ik knipperde met mijn ogen en er rolde een traan over mijn wang die ik meteen wegveegde na mijn hand uit die van Bill getrokken te hebben. Mijn blik op de wereld vertroebelde toen er meer tranen in mijn ogen opwelden, en ik legde mijn hoofd opnieuw op de tafel. De tranen drupten op het hout en mijn schouders schokten van het huilen.
“Het spijt me,” fluisterde ik nogmaals. “Ik leg het je zou gauw mogelijk uit, echt waar.”
Ik voelde een zachte hand door mijn haar gaan en meteen voelde ik de behoefte om op te staan en bij hem op schoot te gaan zitten, mijn gezicht in zijn nek te begraven en me door hem vast te laten houden, me laten troosten door de – ik besefte het me toen pas – de jongen die ik als de liefste van de hele wereld beschouwde. En dat ís hij ook, dat heeft hij in de tussentijd wel bewezen.
“Dat hoeft niet,” antwoordde hij zachtjes, mij een warm gevoel van binnen gevend. “Neem je tijd.”

Een halfuur later zaten we in de bus op weg naar Bills huis. Hij had me gevraagd om mee naar Loitsche te gaan, daar te blijven eten en pas ’s avonds weer naar huis te gaan. Ik had meteen mijn moeder gebeld om het haar mede te delen, want natuurlijk zou ik meegaan: ik wilde even bij Bill blijven, zo lang als kon. Hij had als enige iets van me gezien dat niemand van me wist en dat maakte hem nog bijzonderder voor me dan dat hij al voor me was.
Ik zat naast hem bij het raam en liet mijn hoofd al een hele tijd op zijn schouder rusten, moeite doende om niet in slaap te vallen. Mijn ogen vielen steeds dicht en ik had het gevoel dat Bill me na een half uur letterlijk naar zijn huis zou moeten dragen. Ik was gesloopt. Even dacht ik aan het jaar daarvoor, toen we ooit met de hele groep uitgegaan waren en ik Bill al in de bus had ontmoet. Hij had mijn mond verwarmd met een hemels zachte kus die rillingen over mijn ruggengraat had laten lopen en dat gevoel kreeg ik op dat moment ongeveer weer, maar dan van anticipatie. Er hing iets tussen ons in, alsof er iets nog niet uitgesproken was, maar ik voelde dat het iets anders was dan de litteken-kwestie. Ik had geen idee wat dan wel.
Bill schudde me langzaam en zachtjes terug in de echte wereld toen we het kleine Loitsche in reden en fluisterde zachtjes in mijn oor dat we eruit moesten. Ik stamelde dat ik dat wist en liep achter hem aan de bus uit toen die zijn deuren opende. De frisse lucht die plots in mijn gezicht streek, maakte me een beetje wakker en zorgde ervoor dat ik bewust kon meemaken hoe Bill mijn hand pakte en me richting zijn huis loodste.
Ergens midden in een straatje hield ik halt, en zorgde er zo voor dat Bill ook stopte. Met een gezicht dat overliep van bezorgdheid vroeg hij me wat er aan de hand was en in de eerste paar seconden was ik nog niet in staat om te antwoorden door zijn gezicht. Zijn in de hemel verfijnde gezicht. Ik kon me niet voorstellen dat iemand zo perfect kon zijn als hij was en wist op dat moment al zeker dat ik nooit meer iemand tegen zou komen als hij.
Nog in de war van die prachtige aanblik stamelde ik dat hij gewoon moest doen alsof hij van niets wist, zowel tegenover mij als tegenover zijn moeder en zijn tweelingbroer als tegenover de rest van de wereldbevolking. Ik wilde niet dat andere mensen ervan wisten en ik wilde vergeten dat híj het gezien had, ook al wist ik al op het moment dat ik het zei, dat ik het niet vergeten zou.
Hij glimlachte zachtjes en kneep licht in mijn hand, trok me naar zich toe en legde zijn handen op mijn heupen, wat voor mij de ruimte vrijliet om mijn armen om zijn – eveneens – perfecte hals te leggen. Ik liet mijn vingers voor het eerst licht door zijn haar gaan en kriebelde zachtjes in zijn nek, wat me een heerlijk gevoel gaf. Hij legde zijn voorhoofd tegen het mijne en ik kon het niet laten om mijn kin een beetje op te heffen om de afstand tussen onze monden te verkleinen en ik glimlachte bij het besef dat dat puur automatisme was.
“Natuurlijk,” antwoordde hij zacht, terug glimlachend. Zijn handen gingen van mijn heupen naar mijn rug, glipten kort onder mijn jas en streelden daar mijn huid. Ik verstrengelde mijn vingers met het haar in zijn nek en trok zijn hoofd nog dichter bij, tot ik zijn adem op mijn lippen voelde. Hij trok mijn lichaam dichter bij zich, totdat ik niet meer kon voelen waar ik eindigde en hij begon. Dat was hoe het hoorde te zijn, flitste het door mijn hoofd. Het was perfect.
Ik schokte zachtjes toen hij zijn lippen op de mijne terecht liet komen, verrast door de verfijning en zachtheid waarmee hij dat deed en ook vooral omdat ik niet gedacht had dat het zou gebeuren die dag. Mijn binnenste schreeuwde direct om meer, maar hij maakte zich al van me los voordat ik me dat besefte.
“We staan midden op straat,” fluisterde hij zachtjes, zijn voorhoofd nog leunend tegen dat van mij. Ik grijnsde, voelde me opeens intens gelukkig en vroeg hem waarom hij dat zo angstig zei, want ik hoorde die ondertoon doorklinken in zijn hemelse stem.
Hij glimlachte flauwtjes en trok zich van me los. Ik kon niet aanzien hoe de afstand tussen ons zich weer vergrootte en kon niet wachten tot ik hem weer zo dicht bij me had, zo dichtbij dat ik me met hem voelde versmelten. Zo dichtbij dat ik alleen maar meer wilde van hem, steeds meer, tot ik niet meer meer van hem kon hebben. Nog steeds vroeg ik me af of alles gebeurde uit liefde of uit lust en meteen had ik er spijt van dat mijn lippen die van hem beroerd hadden: als ik erachter zou komen dat ik het uit lust had laten gebeuren, dan zou ik hem opnieuw pijn gedaan hebben en dat wilde ik nooit meer.
“Tegenwoordig stikt het in Loitsche van de fans en paparazzi en ik wil niet dat hysterische fans jou lynchen omdat zo’n dikke fotograaf een foto van ons samen aan de media verkocht heeft, want dat gebeurt dan zeker weten…”
Hij glimlachte triestig en verstilde dit moment, alsof hij midden in een film waarin alleen wij samen speelden op pauze gedrukt had. Het was zo heerlijk dat ik wenste dat het voor altijd zo kon blijven, dat we voor eeuwig in dat moment stil konden blijven staan terwijl de wereld om ons heen door zou blijven draaien. Hij wenkte me echter mee en we liepen verder, met zo’n respectabele afstand tussen ons in dat zelfs een roddeljournalist (als er een foto van gemaakt werd) nog geen negatief verhaal bij kon verzinnen.
Eenmaal bij hem thuis zette ik mijn vrolijkste gezicht op en ontmoette ik zijn moeder. Ze stelde zich voor als Simone Kaulitz, Bills moeder en ik zei dat ik Maren Meyer was, een vriendin van Bill. Zo heet ik nu eenmaal en Bill was ook niet meer dan een vriend voor me als je het feit dat ik hem woest aantrekkelijk vond en dat ik niets liever wilde dan hem er nu wegsleuren en hem helemaal wilde opeten aan de andere kant van de muur buiten beschouwing liet. Misschien had ik me moeten voorstellen als Bills Grootste Aanbidster, want eigenlijk was dat wat ik was.
In diezelfde woonkamer trof ik Tom aan. We begroetten elkaar ongemakkelijk, omdat hij geen idee had wat ik van hem dacht nadat ik foto’s van hem, innig verstrengeld met een ander meisje, gezien had en ik daar eigenlijk zelf ook geen idee van had. Het was een eikel, goed, maar hij had mij persoonlijk nooit iets aangedaan. Als Julia hem geen tweede kans gaf, dan moest ik dat misschien maar wél doen.
“Mam, wij gaan boven film kijken,” zei Bill nadat hij me iets te drinken had aangeboden en ik dat vriendelijk afgeslagen had omdat ik aan het glas water van een uur geleden genoeg gehad had. Hij nam me mee naar boven, een lange trap op waar ik me letterlijk op naar boven had moeten slepen, maar met wat hulp van Bill kwam ik uiteindelijk levend boven. Mijn benen deden zeer en ik kon gewoon niet meer. Ik wilde alleen maar liggen, slapen en Bill. Meer had ik niet nodig.
Toen ik Bills kamer binnen liep, was het eerste dat ik dacht iets als: ‘Waarom heb ik nooit geweten dat Bill een obsessie voor Green Day heeft?’ Ik besloot er maar niet naar te vragen en liep meteen door naar Bills bed, waar ik languit op ging liggen met het gevoel dat ik al vijftig jaar niet meer geslapen had, en dus was het heerlijk om weer eens op een béd te liggen.
Hij vroeg me welke film ik wilde zien terwijl hij naar een kast vol DVD’s liep. Ik zei hem dat het niet uitmaakte, al half in slaap en het hele scala genres dat hij opnoemde ging het ene oor in en het ander weer uit, totdat hij opeens stil viel. Toen opende ik mijn ogen en ik zag dat hij iets in zijn handen had dat onmiskenbaar porno was en hij gooide het op een tafeltje bij zijn deur, mompelend dat het ‘vast van Tom was.’ Toen hij me daarna aankeek, zijn hoofd lichtelijk rood aangelopen, grijnsde ik breed.
“Je hoeft je er niet voor te schamen, hoor,” zei ik op een pesterig toontje, nog steeds heel breed grijnzend. Ik genoot ervan hoe hij nog roder aanliep en zijn gezicht afwendde terwijl hij mompelde dat hij er niets mee te maken had en dat hij niet van porno hield. Mijn grijns vervaagde in een serene glimlach en ik sloot mijn ogen weer, luisterend naar het geluid dat hij maakte.
Na een tijdje veranderden de geluiden en ik opende mijn ogen. Ik zag dat hij een DVD in de DVDspeler schoof, de televisie die hoog op zijn kast stond aanzette door heel adorabel op zijn tenen te gaan staan (ik zweer dat ik een klein stukje van zijn onderbuik zag) en voelde hoe hij uiteindelijk naast me op bed kwam liggen. Ik nestelde me lekker dicht tegen hem aan en sloot mijn ogen om van het heerlijke moment te genieten. Hij had zijn rode jasje uitgedaan, waaronder hij een zwart shirt aanhad en ik snoof de geur van pasgewassen katoen op, vermengd met Bills heerlijke eigen geur. Ik volgde niet veel van de film, liet me met mijn ogen dicht bedwelmen door alle geuren om me heen. Het hele huis rook naar Bill en dat maakte dat ik het een heilige plaats vond.
Ik merkte pas dat Bill ook geen aandacht voor de film had toen ik een hand heel langzaam via mijn onderrug naar boven voelde kruipen en toen ik mijn ogen opende, zag ik dat Bills gezicht heel dicht bij het mijne was. Ik keek hem recht in zijn prachtige bruine ogen en ik voelde zijn warme adem op mijn lippen weerkaatsen.
Het moment daarna draaide hij me een kwartslag, zodat ik op mijn rug lag en ik zijn hoofd boven het mijne kon zien zweven. Een paar van zijn gitzwarte haren kriebelden in mijn gezicht, maakten dat ik huiverde, maar dat deerde niet. Ik wilde hem, meer dan dat ik ooit gedaan had. Ik wilde herinneren wat ik al die tijd gemist had.
Opeens voelde ik zijn mond op de mijne, heerlijk warm en zacht. Zijn tong likte zachtjes mijn lippen en gleed naar binnen, op zoek naar die van mij. Toen ze contact makten, kon ik het niet laten een zacht geluidje in mijn keel te maken. Ik was vergeten dat hij een tongpiercing had en werd daar prettig aan herinnerd op die manier.
Hij duwde zijn lichaam tegen dat van mij, waarna ik hem omrolde en vervolgens bovenop lag. Ik vroeg me af hoe hij in godsnaam opeens zo goed geworden was: hij zoende sensueel en voorzichtig, maar ook ontdekkend en nieuwsgierig. Hij was nog steeds een beginner, maar wel met wat meer zelfvertrouwen. Ik wilde dat dat hemelse moment nooit zou eindigen, dat ik voor altijd zo bij hem zou mogen blijven liggen, maar iedereen weet dat aan alles ooit een eind komt.
Ik kon mezelf niet inhouden om mijn hand – degene waarop ik niet steunde – onder zijn shirt te laten glippen, om te voelen waar ik mee te maken had. Hij maakte net zo’n zacht geluidje in zijn keel als ik had gedaan toen ik met mijn vingers over zijn zachte buik ging, toen ik met mijn vingertoppen aftastte hoe hard zijn buikspieren waren en hoe mager hij was. Toen ik voelde dat ik kippenvel over zijn huid joeg, geraakte ik ergens in mijn hoofd in extase. Mijn hersenen functioneerden niet meer zoals ze dat moesten.
Toen ik de zoen verbrak en mijn hoofd terugtrok, legde ik mijn hoofd op zijn borst en luisterde naar zijn versnelde hartslag. Hij streek door mijn haar en ging met zijn vingertoppen zachtjes over de huid van mijn wang en toen viel ik in slaap, bedenkend waarom ik zulke momenten had laten schieten voor zo’n persoon als Georg.