Deel 16
Lief dagboek,
Het lijkt alsof de liefde in de lucht hangt. Ik ben volgens mij serieus verliefd op Bill, en Julia en Fleur zijn het roerend met me eens, want ik schijn nergens anders meer over te praten. Ik heb het gevoel dat Bill wel eens iemand zou kunnen zijn aan wie ik mijn rijstkorrel-ketting ga geven, ooit, in de toekomst. Het zou best zo kunnen zijn dat ik heel veel van die jongen ga houden, of dat ik dat eigenlijk al doe.
Mijn moeder heeft nu officieel een nieuwe vriend en het is echt een sukkel. Het valt me op hoe klein de wereld af en toe wel niet is, want het was niet de eerste keer dat ik hem ontmoette, alleen wist ik toen nog niet wie hij was.
Tom heeft klaarblijkelijk liefdesverdriet en stiekem heb ik wel een beetje medelijden met hem, hoewel het allemaal zijn eigen stomme schuld is. Ik hoop voor hem dat Julia hem ooit nog kan vergeven, want ze waren wel ontzettend lief samen, maar waarschijnlijk zou ik dat zelf ook niet kunnen. Julia’s trots staat wat hoger dan haar verlangen naar hem, want ik weet wel zeker dat ze naar hem verlangt. Ze was zo verliefd op hem dat dat niet anders kan.
Op een maandagmorgen stond ik samen met Fleur en Julia op het schoolplein, in de pauze, tegen een muurtje aangeleund. Ik had hen verteld dat er nogal wat positieve spanningen waren tussen Bill en mij (dat kon daar, want het enige gezelschap waarin we verkeerden, was dat van een paar brugklassers die tikkertje speelden) en had hen voordat Julia over het plein zou gaan schreeuwen, vriendelijk verzocht daar hun mond over te houden omdat ik anders de kans had in elkaar geslagen te worden door jaloerse fans die Bill geen liefde gunden, tenzij het met henzelf was. Toen ik me dat laatste de dag daarvoor bedacht had, had ik me heel bevoorrecht gevoeld.
Julia vroeg of ik weer met hem gezoend had en ik knikte slechts voorzichtig, bang dat ze als een gek zou gaan rondspringen en haar belofte van drie seconden geleden ter plekke zou vergeten, maar dat deed ze niet. Ze glimlachte heel sereen en zei dat ze het heel leuk voor me vond, wat mij perplex deed staan. Ik had Julia nog nooit op een manier horen praten die dicht bij volwassenheid kwam.
Toen ze me nog geen halve minuut later op een ondeugend toontje vroeg of ik misschien nog iets anders gedaan had dan alleen zoenen, liet ik die perplexheid weer varen. Mijn lieve, oversekste Julia had zichzelf nog niet ingeruild voor een zakelijk en vervelend exemplaar. Ik grijnsde breed. Heerlijk, hoe onbeschaamd Julia me dat soort dingen durfde te vragen op plaatsen als het schoolplein en dan ook nog verwachtte dat ik daar zonder blikken of blozen antwoord op kon geven.
“Je grijnst!” riep Julia uit alsof ze me doorhad. Meteen veegde ik mijn grijns van mijn gezicht, want ik grijnsde dus niet omdat ik verder was gegaan met Bill.
“Dachten jullie serieus dat ik-” vroeg ik ongelovig. Mijn beide vriendinnen knikten. Ik sperde mijn ogen zo ver open dat ik het gevoel had dat ze eruit zouden stuiteren en liet mijn mond openvallen. “Nee!” riep ik uit. “Nee! Hij is nog geen week terug en jullie denken al dat – jullie – ah, nee!” Ik sloeg lachend mijn handen voor mijn mond: ik kon gewoon niet begrijpen dat ze zulk soort dingen van me zouden denken.
“Ja, maar Maren,” begon Fleur, en ze raakte lichtjes mijn arm aan. “Jullie horen gewoon bij elkaar! Jullie zijn net twee puzzelstukjes, of zoiets. Jullie vullen elkaar aan en maken elkaar compleet! Iedereen die jullie ooit samen gezien heeft, weet dat!”
“En iedereen die jullie ziet, ziet de seks die van jullie afspat,” vulde Julia droog aan. “Vind je het vreemd dat mensen dan dat soort dingen denken?”
Ik werd rood tot aan mijn tenen. Was het dan zo duidelijk dat ik me tot hem aangetrokken voelde, op alle vlakken, zowel seksueel als emotioneel? Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan toen ik me bedacht dat waarschijnlijk iedereen op school binnen een week op de hoogte zou zijn van het seksleven dat ik niet had.
“En volgens mij wordt hij al geil als hij naar je kijkt.”
Het is dat ik niet meer roder kon worden, maar mijn temperatuur steeg met nog een paar graden toen Julia dat zinnetje nog achter haar vorige opmerking plakte. Ik sputterde dat ik hem nooit meer fatsoenlijk aan kon kijken zonder daaraan te denken, gaf haar een duwtje, sloeg mijn armen verontwaardigd over elkaar en ik trok een quasi-boos gezicht, nog steeds zo rood als een brandweerauto bij daglicht.
Julia begon hard te lachen en knuffelde me op zo’n manier dat mijn adem gestokt werd en ik bijna stikte. Ze maakte met haar vuist mijn haar in de war, wat ik haar niet in dank afnam en ik probeerde de schade te beperken door mijn handen plat op mijn hoofd te leggen en te proberen mezelf los te krijgen. Dat laatste ging echter niet zo gemakkelijk.
“Ah, Maren, kleintje van me,” schalde ze ten onrechte over het schoolplein; ik was die winter twee centimeter gegroeid en dus was het verschil kléíner dan twintig centimeter. “Spoedig zult ook gij volwassen worden!”
Ze liet me los om een dramatisch gebaar met haar armen te maken die haar Shakespeare-achtige woorden goed illustreerden. Snel zocht ik een raam op dat dienst kon doen als spiegel en ik deed mijn haar weer plat terwijl ik iets mompelde over respect voor Japanse genen.
“Nou, Julia,” hoorde ik Fleur het voor me opnemen. “Aan jou is het niet echt te merken dat je sindsdien ook maar íéts volwassener bent geworden…”
Er viel een stilte waarin alleen het geluid van de tikkertje-spelende brugklassers doorklonk en ik grijnsde zo breed dat de spieren in mijn wangen pijn begonnen te doen. Ik voelde de sterke behoefte om Fleur een box te geven omdat ze Julia zojuist uitgeluld had (ik geloof niet dat er ooit iemand was geweest die dat gelukt was) maar ik bleef gewoon in het donkere raam kijken, waarin Julia’s gezicht ook reflecteerde. Ik zag dat ze grijnsde en daardoor begon ik zelf te lachen, omdat het nog nooit voorgekomen was dat Julia zichzelf uit zo’n situatie moest redden en dat vond ik stiekem ontzettend fantastisch. Al gauw weerklonk ook Fleurs lach over het schoolplein en na ons eerst verontwaardigd aangekeken te hebben, deed ook Julia met ons mee.
“Grapjas,” grijnsde ze naar Fleur toen die op een gegeven moment uitgelachen was, en ze mepte haar hard op haar schouder. Net op het moment dat ze op mij af kwam om – vermoedelijk – ook mij te meppen, ging de bel en dus vluchtte ik gauw naar binnen. Ik mengde me tussen de andere mensen die in de gang samendromden, liep een stukje met hen mee en stapte uit de groep toen ik het lokaal waar ik moest zijn in zicht kreeg. Ik opende de oranje deur en liep de klas in, waar wonderbaarlijk genoeg al een paar klasgenoten zaten (ik had gedacht dat ik de eerste zou zijn) en ik zocht mijn plekje op.
Niet lang daarna kwamen ook Fleur en Julia binnen, die laatste met een gigantische grijns op haar gezicht die me een heel onheilspellend en verontrustend gevoel gaf omdat ik wist waarom ze haar tanden op die manier blootlachte. Ik trok gauw de capuchon van mijn vest over mijn hoofd heen liet het zo totdat ook al mijn andere klasgenoten binnen waren en mijn lerares zei dat ik ‘die muts van mijn hoofd moest doen’. Ik deed het maar, want zo onder de les zou Julia toch niets met mijn haar durven doen.
Toen de les nog maar net begonnen was, voelde ik dat mijn telefoon trilde. In een reflex schoot mijn hand meteen naar mijn broekzak, maar ik besefte me dat ik heel goed op moest letten dat mevrouw Hofmann niets zou zien. Toen ze zich naar het bord om draaide om iets over poëzie of literatuur op te schrijven, klapte ik mijn telefoon snel open en zag dat het van Bill was. Bij het zien van mijn gezicht vroeg Fleur meteen of het iets van Bill was en ik schrok van de manier waarop ik ‘ja’ fluisterde: heel verliefd, geobsedeerd en bezeten.
‘Hé, Maren. Wil je me bellen zodra je thuis bent? Ik wil je stem even horen.’
Toen ik thuis kwam, zat mijn moeder met een stapel papieren van de bank aan tafel en zodoende wist ik dat het weer eens feest was. Ik schopte mijn schoenen uit, ritste mijn jas gauw open en smeet mijn tas op de grond om daarna naar het tafeltje te lopen waar de telefoon op stond. Pas toen ik het gekwelde gezicht van mijn moeder zag, bedacht ik me dat het misschien wel sympathiek was om eerst iets te vragen voordat ik op de telefoon zou duiken.
“Is het weer zover?” vroeg ik, al was het vragen naar de bekende weg en vrees ik dat het er niet al te geïnteresseerd uit kwam. Mijn moeder knikte zonder haar hoofd van de papieren op te heffen en wreef even met de muis van haar hand in haar ogen.
“Ja,” zuchtte ze. “Ik weet niet waar hij het gore lef vandaan haalt. Die klootzak doet het er gewoon om, alleen om mij te jennen!”
Bij die laatste woorden sloeg ze met haar vuist zo hard op tafel dat het lepeltje in haar koffiemok rinkelde. Ik glimlachte medelevend ook al zou ze daar niets van zien en bleef passief tegen de deurpost leunen. Toen ze zei dat ze die avond waarschijnlijk weer zou moeten bellen, stelde ik voor dat hij het gewoon kon laten automatiseren, zoals álle normale mensen tegenwoordig deden, en voegde daar sarcastisch aan toe dat de dingen in Japan waarschijnlijk niet zo modern waren als in Europa heden ten dage.
Ze glimlachte net zo sneu als ik iets daarvoor gedaan had, leunde achterover en legde haar handen vlak op de stapel papier. Ze keek me aan op een manier waarvan ik al meteen wist wat ze me ging vragen, zo’n manier waarvan ik al bij voorbaat begon met het schudden van mijn hoofd en ik had volkomen gelijk gehad.
Ze stelde voor dat ik zou bellen, maar ik onderbrak haar al met een krachtig ‘nee’ voordat ze haar zin eenmaal uitgesproken had, nog steeds schuddend met mijn hoofd. Ik wilde niets met hem te maken hebben en dat zei ik haar ook, een schoen door de kamer schoppend om mijn woorden kracht bij te zetten. Hij had mij verlaten, mijn moeder pijn gedaan en die zakkenwasser durfde dan ook nog geld achter te houden – vond ze het ráár dat ik geen contact met hem wilde? Liet hem maar lekker wegrotten, in zijn kut-Japan. Het ging niet gebeuren.
“Alsjeblieft, Maren,” begon mijn moeder, en ze hing een heel verhaal op over het feit dat hij misschien wel naar zijn dochter zou luisteren omdat hij nou eenmaal nog aan mij gebonden was en niet meer aan mijn moeder, maar dat betwijfelde ik. Ik zei dat ze moest luisteren en vervolgde heel kalm dat als zij dat geld wilde hebben, het er wel zou komen. Ik zou er best voor willen gaan werken, maar ze zei me dat ik niet zo raar moest doen en dat ik gewoon moest bellen.
“Ik zweer je dat het eenmalig is,” maakte ze haar verhaal af. “Voor eens en dan nooit meer. Echt waar. Ik wéét gewoon dat hij naar jou zal luisteren en dan is het eindelijk klaar met dat gedonder. Jij wilt toch ook dat -”
“J-”
“Nou dan!” zei ze, en ze liep naar het telefoon-tafeltje toe om de telefoon uit de houder te pakken. Ze hield haar arm naar me uitgestoken, de telefoon in haar hand geklemd en ik pakte hem aarzelend van haar over. Misschien durfde ik hem wel niet te bellen. Misschien zou ik wel gaan schreeuwen of gaan huilen of dingen roepen waarvan ik niet wist dat ze in me leefden omdat ik ze jarenlang opgekropt had. Ik vroeg me af of dat indruk op hem zou maken of dat hij juist gauw op zou hangen om te gaan verhuizen naar een ander kut-land, bang voor zijn psychopathische dochter.
“Goed dan,” gaf ik schoorvoetend toe. “Maar ik moet eerst nog iemand anders bellen.”
Ze zei dat dat oké was, en dat ze al lang blij was dat ik het wilde doen. Ik kreeg een briefje in mijn hand gedrukt waarop ze een telefoonnummer had gekrabbeld dat voor mijn gevoel onnatuurlijk lang was, uit teveel cijfers bestond. Ik heb werkelijk geen idee waarom ik dat altijd onthouden heb, dat kleine detail. Ik verkreukelde het en hield het in mijn vuist geklemd.
Toen ze zei dat ik mijn tijd moest nemen, dacht ik opeens aan Bill en aan de verklaring die hij nog van me tegoed had en ik stond een paar seconden stil, knipperde met mijn ogen. Pas daarna draaide ik me op mijn hakken om en ging naar boven.
Eenmaal daar liet ik me op mijn bed vallen, richtte mijn ogen op de poster die nog altijd boven mijn bed hing en toetste Bills nummer in. Ik had hem inmiddels al zo vaak gebeld dat ik het uit mijn hoofd kende. De telefoon ging slechts één keer over, toen werd er al opgenomen.
“Met Bill!” hoorde ik aan de andere kant van de lijn, en meteen voelde ik hoe ik vrolijk werd. Zijn stem joeg een warm gevoel door mijn lichaam en ik kreeg spontaan nog minder zin om erna mijn vader te bellen. Ik wilde wel voor altijd met hem aan de telefoon blijven hangen – of nee, dat was niet waar. Liever zou ik gewoon voor altijd bij hem zijn zodat ik hem niet alleen kon horen, maar ook kon proeven, ruiken, zien en voelen.
“Met Maren!” wist ik uiteindelijk uit mijn keel te krijgen. Ik had het gevoel dat mijn stemgeluid onnatuurlijk hoog was omdat ik zoveel kriebels in mijn maag voelde. Blijkbaar had dat zijn uitwerking op mijn stembanden.
“Hé!” riep hij enthousiast uit, en het gevoel werd nog erger. “Wat fijn om je weer eens te horen! Hoe gaat het met je?”
Ik grijnsde onnatuurlijk breed toen hij dat vroeg, smeltend door zijn liefheid. Het voelde enorm fijn om iemand te hebben die blij was je weer eens te horen (Fleur en Julia hoorden me iedere dag al, mijn moeder idem dito en de mensen die ik niet iedere dag sprak, die waren daar maar wát blij om) en uit alle oprechtheid benieuwd was hoe het met je ging. Bill liet het zonnetje in mijn eigen kleine wereldje schijnen.
“Goed hoor,” antwoordde ik met alle mogelijke vrolijkheid. Ik besloot maar te zwijgen over mijn vader en alle commotie rondom hem, want daar wilde ik nog niet aan denken. Dat kwam later wel, als ik moest ophangen. “Met jou ook?”
“Ja!” riep hij blij uit. “En nu al helemaal!” Hij begon een verhaal over zijn moeder die hem en Tom mee uit eten had genomen omdat ze zo trots op hen was en dat er toen een fan naar hun tafel was gelopen om hen een handtekening te vragen. Hij vertelde het met zoveel trots dat ik smolt en toen hij me daarna zei dat hij gewild had dat ik erbij geweest was, verdampte alles wat er nog van me over was. Ik wilde dat ik hem ook zoiets liefs kon zeggen, maar ik wist totaal niet hoe ik met woorden om moest gaan en dus liet ik het maar achterwege om gênante situaties te voorkomen. Ik hield er niet zo van om voor lul te staan.
“Heb je zin om naar me toe te komen?” vroeg hij na een stilte die best lang duurde en bovendien heel erg prettig was. Ik hield ervan om naar zijn ademhaling te luisteren, kon er van genieten te fantaseren dat hij naast me lag, ook al was hij zo ver weg.
“Nu?” vroeg ik, overdonderd door zijn vraag. Ik scheurde mijn blik los van de poster, los van Bills gezicht en ik keek op de klok. Het was toen twee uur.
“Ja, nu,” antwoordde hij resoluut. “Je neemt gewoon de eerste bus naar Loitsche en dan kom ik je wel ophalen bij de bushalte, goed? Ik wil je gewoon – even vasthouden…”
Hij zei het zo lief en vertederend dat ik mijn ogen even sloot en een diepe zucht onderdrukte omdat hij dan misschien zou denken dat ik geïrriteerd was. Ik prees mezelf gelukkig en had zin om het huis door te stuiteren, de hele tijd gelukkige dingen roepend, maar dat liet ik achterwege omdat mijn moeder in een grafstemming was en ik geen behoefte had aan lastige vragen van haar kant.
“Goed,” antwoordde ik met een glimlachje dat duidelijk doorklonk in mijn stem. “Ik moet alleen eerst mijn vader nog bellen – maar dat duurt niet al te lang, hoor… Ik haal de volgende bu -”
“Je vader?” vroeg hij verbaasd. “Die woont toch in Japan?”
“Ja,” bevestigde ik. “Ik leg het nog wel uit. Haal je me op?”
“Natuurlijk,” antwoordde hij met zo’n kalmte dat ik er zelf ook helemaal rustig van werd. Het leek wel alsof hij me erop voor wilde bereiden en me daarom van mijn stuiterigheid wilde ontdoen, maar hij kon dat helemaal niet weten.
Ik hing op na hem nog gedag gezegd te hebben, kwam overeind van mijn bed en ging op een stoel zitten zodat ik wat meer – ja, ik weet niet. Houvast had, of zoiets. Het gesprek met mijn vader zou formeler zijn, dus moest ik ook formeler gaan zitten, vond ik.
Ik vouwde het propje uit mijn vuist open en toetste het nummer in dat erop stond. Toen ik nogmaals controleerde of alle cijfers klopten, drukte ik op de grote knop die verbinding aan zou vragen.
Een uur later (in de tussentijd had ik mijn vader overgehaald geld over te maken, had mijn moeder zich hardop afgevraagd wie Bill dan toch wel weer niet was en me gewaarschuwd op tijd weer thuis te zijn omdat haar vriend zou komen eten en had ik het hele huis op zijn kop gezet omdat ik mijn strippenkaart niet kon vinden) liep ik samen met Bill in Loitsche. Ik legde Bill uit over mijn vader, dat hij weer eens te laat was geweest met de alimentatie en dat mijn moeder me over had weten te halen hem te bellen.
Bill zei dat hij zich er nog wel iets van herinnerde, dat ik hem het jaar ervoor klaarblijkelijk over mijn vader en de alimentatie verteld had, maar ik kon me er op dat moment niets van herinneren. Ik voelde me heel klein als ik over mijn vader praatte, want dan voelde ik me zo’n in de steek gelaten kind en natuurlijk wás ik dat ook, ook al wilde ik het niet zijn. Toen Bill me vroeg wat mijn vader tegen me gezegd had, wilde ik het liefst tegen hem aankruipen, zo dicht mogelijk bij hem zijn, maar ik wist best dat dat niet kon op dat moment.
“Hij zei,” begon ik dapper, “dat hij het leuk vond om met me te praten, dat hij me mist, dat het hem spijt van alles en dat hij het geld over zal maken. En dat hij hoopt dat ik gauw nog eens bel. En dat hij van me houdt.”
Ik wendde mijn ogen niet van mijn voeten af en ging iets dichter bij hem lopen, hopend dat hij mijn hand vast zou pakken en me midden op straat zou zoenen, zou zeggen dat het allemaal goed zou komen, maar dat deed hij niet. Hij zei slechts dat hij het kut voor me vond en dat maakte een bekend warm gevoel bij me los.
Ik keek op en zag zijn blik, vast geankerd in die van mij. Ik kon er niets aan doen, maar opeens kwam Julia’s zinnetje bij me bovendrijven en schoot ik in de lach. Ik hoopte dat hij mee zou lachen, maar zijn gezicht bleef uitgestreken en dus voelde ik me ontzettend idioot, zo lachend in mijn eentje.
“Wat is er?” vroeg hij doodserieus, en hij ging met zijn vingertoppen langs de onderkant van zijn ogen, om daarna te controleren of er zwart op zat. Meteen daarna ging zijn hand naar zijn haar om te controleren of dat nog zo perfect gerangschikt was als op het moment dat hij het die morgen met haarlak gefixeerd had. Meteen sloeg ik dubbel, nog harder lachend, maar vanaf toen ook om Bills meidengedrag. Pas een halve minuut later was ik weer aanspreekbaar en in staat om antwoord te geven. Bill was tegen die tijd geïrriteerd omdat hij dacht dat er een plukje haar of een wimper scheef lag en ik hem daar niet op wees.
“Het heeft niet echt met jou te maken – of ja, niet met je uiterlijk,” zei ik, nog nagrinnikend. “Ik moest gewoon denken aan iets dat Julia vanmorgen op school tegen me zei…”
Hij stak zijn handen in zijn zakken en liet zijn gezicht verder met rust omdat hij wist dat daar in ieder geval niets mis mee was. Er kon ook niets mis mee zijn, want zelfs al zat zijn haar niet meer perfect of was zijn make-up een beetje uitgelopen, dan nog zag hij er geweldig uit. Hij keek me aan en ik zag de ondeugende glinstering in zijn ogen toen hij lichtjes op zijn lip beet. Hij was doodnieuwsgierig.
“Wat heeft ze gezegd dan?”
Ik lachte breed en keek voor me uit. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe Bill met zijn tongpiercing speelde, nog steeds met dat nieuwsgierige in zijn ogen dat mijn binnenste liet kriebelen. Ik kon dat beeld niet weerstaan. Het was te volmaakt, te adorabel en te knuffelbaar om naar te kijken, bijna lustopwekkend. Het was goddelijk.
“Weet je zeker dat je het wil weten?” vroeg ik met een ondeugend glimlachje, deels om zijn nieuwsgierigheid aan te wakkeren en hem aan mijn lippen te laten hangen. Ik vond het prettig om de touwtjes in handen te hebben, af en toe.
Hij knikte vastberaden en ging door met het spelen met zijn piercing. Ik richtte mijn ogen op zijn mond en voelde een steek van verlangen. Die lippen wilde ik op de mijne voelen, zo snel mogelijk, maar ik wist dat het niet zou gaan gebeuren. Niet midden op straat. Jammer genoeg.
In één adem herhaalde ik Julia’s zin van die ochtend, dat Bill al geil werd als hij naar me keek en meteen daarna sloeg ik mijn ogen neer om nog geen seconde later weer op te kijken, zodat ik zag hoe Bill heel breed grijnsde en daarna geluidloos lachend zijn hoofd in zijn nek wierp. Ik lachte met hem mee en kon het niet laten om heel zachtjes zijn hand aan te raken, me afvragend of ik ooit nog een soort van antwoord zou krijgen.
Eenmaal bij zijn huis keken we om ons heen om te zien of er ergens fotografen in de bosjes lagen en slopen daarna naar de voordeur. Met een klikje haalde hij de deur van het slot en hij liet mij voorgaan naar binnen, de omgeving nog steeds afspeurend op fotografen. Toen we beide binnen waren, duwde hij me tegen de muur na de deur met zijn voet dicht geschopt te hebben en hij drukte zijn lippen kort en warm op mijn mond. Ik legde mijn handen op zijn smalle heupen en keek hem diep in zijn ogen toen hij zijn hoofd weer terugtrok. Ik zag er iets in waaruit ik kon afleiden dat Julia’s geilheids-theorie misschien toch wel een klein beetje waar was.
Hij kantelde zijn hoofd een beetje en kwam weer dichter bij. Ik had mijn ogen al half gesloten en was al compleet op zijn lippen gefixeerd toen ik opeens, door mijn wimpers door, achter Bill een deur open zag gaan. Ik schrok op en duwde Bill tegen zijn heupen zodat hij achteruit stapte. Hij keek achterom, en toen zag ook ik dat het Tom was.
“Goedemiddag,” zei hij brommend, en hij liep naar een deur waarvan ik wist dat het de WC was. Toen we de deur op slot hoorden gaan, keken we elkaar weer glimlachend aan en pakte hij mijn handen vast. Ik verstrengelde mijn vingers met de zijne.
“Wil je wat drinken?” vroeg hij.
Toen ik knikte, trok hij me mee naar de keuken, schonk een glas fanta in voor ons beide en nam me daarna mee naar de woonkamer. Hij pakte de afstandbediening en zapte een hip-hop-zender weg waar Tom hoogstwaarschijnlijk naar had zitten kijken voordat hij naar het toilet ging. Ik liet me op de bank zakken en keek toe hoe hij een zender met, in zijn ogen, betere muziek opzocht. Daarna kwam hij naast me zitten, trok me tegen zich aan en ik nestelde me tegen hem aan, mijn hoofd op zijn borst zodat ik zijn rustige hartslag kon horen.
Ik keek op toen ik een deur dicht hoorde slaan en was er even later getuige van dat Tom de woonkamer weer binnen liep en languit op de andere bank ging liggen. Ik had min of meer verwacht dat hij Bill zou dwingen zijn dames in korte rokjes weer terug op het scherm te zappen, maar hij bleef stil. Zo had ik hem nog nooit gezien.
Ik dronk mijn fanta langzaam op, nam kleine slokjes, en ik keek naar de televisie. Ik zou achteraf niet eens meer kunnen navertellen waar het over ging, zo was ik op Bill geconcentreerd. Het hele huis rook naar zijn deodorant, naar zijn wax en zijn haarlak. Telkens als ik er binnen stapte, waande ik me in de hemel.
“Hoe gaat het met Julia?” hoorde ik opeens. Ik keek op naar Bill, ervan overtuigd dat hij de vraag gesteld had maar die knikte naar Tom, die nog steeds even wezenloos op de bank lag. Hij had zijn armen onder zijn hoofd gevouwen en keek nog steeds naar de televisie, alsof hij helemaal niets gevraagd had.
“Goed,” antwoordde ik. “Ze is nog steeds – ja, hetzelfde…”
Hij zuchtte diep en draaide zichzelf op zijn zij, met zijn gezicht naar de bankleuning toe. Ik richtte mijn blik vragend op Bill, die zich naar mijn oor boog en zachtjes ‘spijt en liefdesverdriet’ fluisterde. Ik keek naar Toms rug, naar zijn gigantische staart van dreads en voelde opeens een steek van medelijden, hoewel ik wist dat het zijn eigen schuld was.
We waren even stil en ik kroop weer tegen Bill aan, genietend van de stilte tussen ons. De spanning tussen ons leek permanent aanwezig, het was immers nooit anders geweest, en dat vond ik prettig. Ik had geen idee of ik verliefd op hem was, want verliefdheid komt in verschillende soorten en maten, maar ik vond het in ieder geval heel prettig om in zijn armen te liggen, vond het zelfs prettig om enkel maar naar hem te kijken of naar hem te luisteren, zonder hem aan te raken.
Even later stond hij op na gezegd te hebben dat hij naar de WC ging en me een kus gegeven te hebben, mij alleen latend met Tom. Ik ging languit liggen en strekte mijn benen, om daarna mijn ogen te sluiten en de geur die om ons heen hing op te snuiven alsof het een medicijn was dat me duidelijkheid zou geven over mijn gevoelens.
“Heb je spijt?” vroeg ik Tom vanuit het niets, naar de bekende weg vragend, en ik draaide mijn gezicht naar hem toe. Hij keek niet op.
“Zeg dat wel,” bromde hij.
Ik keek terug naar mijn voeten en bedacht me wat Julia zou zeggen als ze dat zou weten. Ik vroeg me af of ik het haar moest vertellen, of het haar blij zou maken of het haar juist weer overhoop zou halen. Het was vergelijkbaar met mijn Georg-kwestie, maar dan erger omdat Tom was vreemdgegaan in vijfentwintig-voud of misschien wel meer.
“Heb je spijt omdat je nu een sekstekort hebt of heeft het nog een dieperliggende reden?” vroeg ik bijdehand. Normaal gesproken vond ik het soms eng om bijdehand te doen omdat ik mensen daarmee kon kwetsen, maar op dat moment maakte me dat niets uit. Tom had mijn vriendin gekwetst en dus zou boontje om zijn loontje komen.
“Dat is niet grappig,” antwoordde hij en hij draaide zich op zijn andere zij zodat hij me in de ogen kon kijken. Ze stonden droevig en mistroostig en misschien ook een tikje stoned. Het schoot door me heen dat ik niet wist of hij blowde of niet. “Ik weet dat het allemaal mijn eigen schuld is, maar ik hou echt van haar.”
Op de gang hoorden we de WC doorspoelen en daarna klonk het geluid van Bills voetstappen, die richting de keuken ging om zijn handen te wassen.
“Je houdt van haar?” vroeg ik verbaasd en ik keek nog dieper in zijn ogen, op zoek naar tranen die er niet waren. “Wil je haar terug dan?”
Hij deed net zijn mond open om antwoord te geven toen ik opeens Bill aan hoorde komen rennen, maar ik draaide me net te laat om om te voorkomen dat hij bovenop me sprong en hij zijn, koude handen onder mijn shirtje schoof, waar het heel erg warm was. Hij begon uitbundig te lachen toen ik gilde en hem uit alle macht van me af te gooien. Ik kwam half overeind, iets dat ik niet had moeten doen, want hij schoof zijn handen verder naar mijn warme rug zodat ik overal, op mijn hele lichaam kippenvel kreeg. Ik gilde dat hij moest stoppen, verwoed proberend zijn haar plat te slaan en vanuit mijn ooghoeken zag ik dat Tom opstond en naar de gang liep. Zodra hij verdwenen was, stopte Bill met mij pesten en haalde zijn handen onder mijn shirt vandaan. Hij gaf me een klein kusje in mijn nek en streek met zijn lippen over mijn wang.
“Sorry,” fluisterde hij zacht. “Ik wilde gewoon Tom even wegjagen.”
Hij greep naar de afstandbediening en schakelde de televisie uit terwijl hij me heerlijk warm zoende. Hemels warm. Telkens als hij me zo zoende, met zoveel passie en intensiteit, dan had ik het gevoel dat ik gelukkig kon sterven. Dan wilde ik de tijd stil zetten, zodat ik tot in de eeuwigheid dat gelukkige gevoel zou hebben.
“Ik prefereer je bed,” mompelde ik toen ik na nog zo’n heerlijke kus mijn hoofd in zijn nek begroef en zijn geur opsnoof.
“Je wát mijn bed?” bracht hij niet-begrijpend uit. Ik grijnsde heel breed en voelde me opeens heel slim, want ik had zojuist heel onschuldig een woord gebruikt dat Bill niet kende en hij was slim. Echt heel slim.
“Ik bedoel,” legde ik geduldig uit, “dat je bed beter ligt dan de bank.”
Hij keek me aan (ik vervloekte Julia toen ik aan dat geilheids-gedoe dacht) en bevochtigde zijn lippen in alle onschuld. Ik ging dood van verlangen.
“Je wilt naar boven?” vroeg hij met een ongelovige uitdrukking op zijn geweldige gezicht. “Kun je Toms muziek overleven dan?”
Ik knikte met een brede glimlach op mijn gezicht. Natuurlijk kon ik dat overleven – ik had het gevoel dat ik álles zou kunnen overleven zo lang ik maar bij hem was. Bill was gewoon bijzonder, speciaal, anders en ik was verliefd op hem. Echt verliefd.
Hij grijnsde en rolde van me af, kwam op de vloer terecht, krabbelde overeind en stak zijn hand uit om me overeind te trekken. Toen ik eenmaal stond, drukte ik een kus net naast zijn mondhoek en liet me door hem meesleuren naar boven, waar Samy Deluxe uit Toms speakers denderde.
Ik was verliefd. Niet een klein beetje, maar gewoon hartstikke totaal mega hotel de botel en alle andere rare uitspraken die erop lijken erbij. Ik was gek op Bill en met vlagen dacht ik zelfs wel eens dat ik wel van hem hield, al was dat moeilijk te zeggen omdat de verliefdheid en de miljoenen vlinders nu overheersten. ‘Houden van’ kwam later pas.
Bill zette me met de fiets af bij de bushalte, waar we nog een half uur moesten wachten omdat we de bus die we eigenlijk hadden willen halen gemist hadden. We zoenden en praatten over vroeger en dingen die er niet toe deden. Ook hadden we het over de toekomst, over dingen die Bill nog moest doen, zoals interviews en het afmaken van de tour en ik merkte dat het nog lastig zou worden om iets met hem op te bouwen. Ik was bang dat zich een tweede Georg-scenario zou voltrekken en sprak die angst ook uit.
“Maar ik ben verliefd op jóú,” verzekerde hij me. “Al heel lang en heel erg.”
Ik glimlachte flauw en zei dat Georg dat ook gezegd had. Hij zei dat hij Georg niet was.
Pas in de bus ging ik denken over dat andere dat Bill gezegd had: dat hij al heel lang verliefd op me was. Ik vroeg me af hoe lang. Misschien was het wel al geweest vanaf onze eerste ontmoeting, maar dat beschouwde ik als onmogelijk omdat het zo verschrikkelijk láng was. De hele weg naar huis haalde ik allerlei momenten van het afgelopen jaar op en wroette daarin naar dingen die ooit gezegd waren en ergens op wezen, iets waar ik wat mee kon, een aanwijzing, maar ik kon me vrij weinig gesprekken herinneren. Enkel de hand-in-hand momenten en de zoen-momenten waren me bijgebleven.
Thuis ging ik gauw mijn jas op, schopte mijn schoenen uit en raasde de woonkamer in, mijn mond al open om ‘sorry dat ik te laat ben’ te roepen toen ik opeens herinnerde dat we bezoek hadden. Hij zat al op de bank, met een rood wijntje in zijn hand, zijn arm om mijn moeder geslagen. Albert: de homo-man uit de bus. Je kunt wel zeggen dat ik me dood schrok.
“Ah!” riep hij uit op zijn ik-heb-een-medicijn-tegen-aids-ontdekt-manier. “Wij kennen elkaar al, hè?”
De verbaasde blik van mijn moeder ontging me totaal omdat Albert snel opstond en zijn hand naar me uitstak. Ik schudde hem lichtjes, aan de grond genageld. Ik kon alleen maar denken aan het feit dat mijn moeder het deed met een homo. Niet dat ik iets tegen homo’s heb, integendeel zelfs, maar het kon niet zo zijn dat ze met mijn moeder in bed lagen.
“Hoi,” wist ik uiteindelijk uit te brengen. “Uw naam is Albert, toch?”
“Zeg alsjeblieft ‘je’,” zei hij met een handgebaar dat eveneens homoachtig was. “En ja, het was Albert. En jouw naam is Maren, niet? Je moeder heeft me al een hoop over je verteld!” Hij ging zitten, naast mijn moeder. Ik nam de stoel tegenover hen en met een dubbel gevoel zag ik hoe hij zijn arm om haar heen legde. Ik vond het leuk dat ze verliefd was, maar waarom zag ze niet dat hij op mannen viel? Had hij het zelf überhaupt wel door?
Mijn moeder vroeg waar wij elkaar ontmoet hadden (al was dat meer een vraag die ik had moeten stellen) en Albert vertelde dat op vrolijke toon. Ik was er met mijn hoofd niet echt bij: ik kon alleen maar kijken naar al die vrouwelijke beweginkjes die hij maakte. Hij wapperde steeds met zijn hand, zat ongewoon veel aan zijn gezicht en hij had zijn benen over elkaar geslagen, net zoals mijn moeder. Ik vond het verschrikkelijk.
“Hebben jullie al honger?” vroeg mijn moeder na Alberts relaas, waardoor ik opschrok. Ik zag hoe ze verliefd glimlachte toen hij ‘ja, ik rammel’ zei, en ik knikte ook, want ik had het te druk met Bill gehad om te eten. We verhuisden naar de keuken, waar mijn moeder de tafel heel overdreven gedekt had (ons mooiste kerstservies, een donkerrood tafelkleed en een hoop chique servetten van zachte stof met een zwart-witte print) en al een paar pannen op het fornuis had staan. Albert en ik gingen beide op een stoel zitten en kregen van mijn moeder opgeschept: varkenshaas voor hen, iets vegetarisch voor mij en gestoomde groenten met krieltjes.
“Zo,” begon mijn moeder toen ze eenmaal zat. “Vertel eens: wie is die Bill?”
Meteen viel er een stilte die zo overladen was met verwachting dat ik gauw over mijn bord boog. Ik stopte snel wat groenten in mijn mond om wat bedenktijd te creëren en probeerde in de tussentijd (ik kauwde expres heel langzaam) een antwoord te bedenken, iets dat ik kon zeggen dat ze zou geloven en ook nog min of meer de waarheid was. Toen ik geslikt had, keek ik naar mijn bord en schoof met mijn vork wat worteltjes en bloemkoolroosjes heen en weer.
“Gewoon iemand die ik al heel lang ken,” mompelde ik.
Toen ik opkeek, zag ik mijn moeder samenzweerderig lachen: eerst naar mij en toen naar Albert. Ik voelde de bui al hangen toen ze weer haar blik op mij richtte en me bekeek alsof ik een crimineel was die zeer zeker een wapen bij zich droeg dat ze moest zien te vinden. Ze screende me van top tot teen.
“Wat denk jij?” vroeg ze Albert. “Ze is verliefd, hè?”
“Mám!” barstte ik uit. Ik kon er niet tegen dat ze altijd alles aan me zag, alsof ik een open boek was terwijl ik mijn verliefdheid wilde verbergen en ik kon het niet verkroppen dat ze het er júíst over ging hebben terwijl er een vreemde bij ons aan tafel zat. Of ja, voor mij was het een vreemde, voor haar (helaas) al lang niet meer. “Ik wil het er niet over hebben, in ieder geval niet nu. Ik vertel het je later nog wel.”
Bij die woorden knikte ik onopvallend, maar net opvallend genoeg dat hij zou zien dat het aan hem lag naar Albert, maar mijn moeder negeerde het en deed net alsof ze het niet gezien had. Ik schonk haar een blik waaruit ze kon afleiden dat ze het niet moest wagen om nog eens over mijn nog-niet-vriendje te beginnen totdat hij het huis uit was, maar ook dat negeerde ze. Ze grijnsde heel irritant, op een daar-houd-ik-je-aan-manier en ze stopte een aardappeltje in haar mond zonder het oogcontact te verbreken. Uiteindelijk wendde ik mijn gezicht af en schoof wat groente in mijn mond terwijl ik luisterde naar een verhaal over Alberts werk.
Het zou een lange avond worden.
“Vertel,” zei mijn moeder onheilspellend met weer dat samenzweerderige lachje nadat ze Albert had uitgezwaaid van achter het raam. Ze dwong me aan de keukentafel te gaan zitten en nam zelf de stoel tegenover mij. Ze vouwde haar handen en leunde naar voren, vastbesloten om ieder woord dat ik uitsprak in zich op te zuigen en af te wegen. “Wie is Bill?”
Ik wilde heel serieus vasthouden aan het gewoon-iemand-die-ik-al-heel-lang-ken-verhaal, maar er verscheen een grijns op mijn gezicht bij de gedachte aan Bill en hoe leuk en lief en schattig hij was. Mijn moeder lachte triomfantelijk omdat ze min of meer een bekentenis had losgewrikt zonder er moeite voor te doen en keek me aan met half dichtgeknepen oogjes door de grijns die ze op haar gezicht had.
“Je hebt het echt te pakken hè?” vroeg ze.
Ik wist dat het geen zin had om te ontkennen, dus knikte ik maar. Ik probeerde die lach van mijn gezicht te wissen, maar dat was vrijwel onmogelijk. Eigenlijk vond ik het ook wel fijn dat mijn moeder het wist: dan hoefde dat stiekeme gedoe ook niet meer.
“Is het officieel?” vroeg ze.
Daar had ik eigenlijk nog niet over nagedacht. Waren we officieel samen? Het stond zo stom om hem daarna te vragen, vond ik. Kinderlijk en infantiel.
“Soort van,” zei ik daarom maar. Ik wilde er eigenlijk ‘we doen het rustig aan’ aan toevoegen, maar dan zou ik liegen. Zo heel erg rustig aan deden we het nou ook weer niet. “Maar we zijn wel heel verliefd,” voegde ik er daarom aan toe.
“Ja, jij in ieder geval!” zei mijn moeder lachend. “Heb je een foto van hem? Ik ben nieuwsgierig!”
Ik schudde mijn hoofd. Ze hoefde nu nog niet te weten dat het die jongen op mijn poster was, dat kwam later nog wel. Als mijn moeder hoorde dat ik het had aangelegd met een beroemdheid, nou, dan ging het dak eraf, of ze het nou positief of negatief zou vinden. In het eerste geval zou ze heel enthousiast gaan gillen en lachen en zeggen dat ze het zo grappig vond dat juist háár dochter ‘uitverkoren’ was en in het tweede geval zou ze zeggen dat het onverstandig van me was omdat hij alle meisjes kon krijgen en dat ik me weer een tweede Georg-scenario op de hals haalde: hetgeen waar ik zelf ook als de dood voor was.
“Wanneer ontmoet ik hem?”
Ik haalde mijn schouders op, en probeerde mijn nervositeit te verbergen. Als hij zou komen, dan zou mijn moeder ook weten dat hij een beroemdheid was en dan kon ik haar net zo goed meteen mijn poster laten zien. Mooi niet.
Ze smeekte verder over dat ze zo nieuwsgierig naar hem was en deed er nog een schepje bovenop door te zeggen dat ze gewoon wilde weten met wie haar dochter speeksel uitwisselde en dat dat toch niet zo vreemd was. Ik besloot grijnzend dat het tijd was voor een ander onderwerp en ik besloot dat dat onderwerp de man was die zojuist vertrokken was.
“Zeg mam,” begon ik, en ik boog net zo voorover als zij had gedaan toen ze begonnen was met haar verhoor. “Valt het je niet op dat Albert hartstikke homo is?”
Ik wist dat het een gewaagde vraag was, maar zij had me ook het hemd van het lijf gevraagd over Bill en ik vond dat ik aan de beurt was om hetgeen dat mij dwars zat aan haar voor te leggen. Dat dat nou eenmaal de homo-kwestie was, daar kon ik niets aan doen.
Mijn moeder lachte luid en gooide haar hoofd in haar nek. Ik bleef stil zitten en wachtte op een antwoord van haar kant terwijl ik – met succes – probeerde mijn lachen in te houden.
“Ik moet zeggen,” zei mijn moeder toen ze weer bijgekomen was, “dat ik dat zelf eerst ook dacht. Maar later bleek gewoon dat het een hele lieve, warme man is. En die vrouwelijke trekjes, ja, daar leer ik wel mee leven.”
Ik lachte van binnen. Als mijn moeder het zeker wist, dan had ik vertrouwen in haar. Mijn moeder zou heus niet twee keer dezelfde fout maken, zoals ooit met mijn vader. Ik had liever dat ze iemand had met vrouwelijke trekjes dan iemand met teveel testosteron in zijn lichaam die vreemdging met zijn collega’s, ook al vertrouwde ik Albert nog niet helemaal. Er zou wat zwaaien als hij mijn moeder pijn zou doen en dat zou hij weten ook, ongeacht of ik als een kreng zou overkomen.
“Leuk,” zei ik na een tijdje stilte, “dat we allebei verliefd zijn.”
Mijn moeder knikte.
“Inderdaad… En ik wil hem heel gauw zien!” antwoordde ze. “Jij hebt mijn vriendje ook gezien!”
“Maar dat was niet vrijwillig,” bracht ik er tegenin. “Is het trouwens serieus tussen jullie?”
Ik wilde weten of ik een soort van nieuwe vader zou krijgen. Een soort van stiefvader. Ik had er nog nooit één gehad en ik wilde me erop voor kunnen bereiden dat er weer een man in huis zou wonen en dat het niet plotseling zou komen. Als ik op een morgen wakker zou worden en in de badkamer mannendeodorant, aftershave en een vieze boxershort zou tegenkomen zonder dat ik me daarop voorbereid had, dan zou ik een pijnlijke dood sterven.
“Als je daarmee bedoelt of ik al met hem naar bed geweest ben,” begon ze, “dan wel.”
Ik had het vervelende talent om alle informatie die ik binnen kreeg, meteen om te zetten in beelden en af en toe (of beter gezegd: vaak, want ik was veel in de buurt van oversekste Julia) was dat heel hinderlijk. Ik was heel visueel ingesteld en ook dat keer was dat niet in mijn voordeel.
“Dat hoefde ik niet te weten,” bromde ik gegeneerd.
“Ah, Maren, toe nou!” riep mijn moeder uit. “Je gaat me niet vertellen dat jij nog niet bij Bill in bed gelegen hebt!”
Ik voelde dat ik rood aanliep.
“Maar,” stotterde ik, “ik lig met hem in bed zonder – zonder… hét te doen!”
Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan omdat ik het verschrikkelijk dom vond dat ik zo infantiel reageerde op het onderwerp ‘seks’, maar mijn moeder glimlachte heel sereen en zei dat ze daar blij mee was terwijl ze haar stoel naar achteren schoof. Ik was blij dat ze me niet pestte met het feit dat ik niet tegen het S-woord kon.
“Ga maar gauw slapen,” zei ze. “Je moet morgen weer naar school toe en eerlijk gezegd had ik gehoopt dat het niet zo uit zou lopen…”
Ze liep de kamer uit, richting de keuken en liet mij achter in de donkere woonkamer die alleen verlicht werd door het weke licht boven de keukentafel. Ik keek op de klok en zag dat het een paar minuten over één was, dus besloot ik maar naar bed te gaan, want ik wist dat ik anders echt niet uit mijn bed zou kunnen komen, de volgende dag. Ik stond op en liep al naar de deur naar de gang toen mijn oog op de telefoon viel.
“Mam?” probeerde ik. “Is het goed als ik Bill nog even bel?”
Ik voelde de ontzettende behoefte om zijn stem te horen, om te luisteren naar hoe hij rustig ademde en het gevoel te hebben bij hem te zijn. Liefs zou ik de bus pakken en naar Loitsche gaan, maar ik had niet het gevoel dat Simone het fijn zou vinden als ik om twee uur ’s nachts voor de deur zou staan en dus was bellen het enige alternatief.
“Hoezo?” klonk het vanuit de keuken. Ik hoorde hoe mijn moeder rammelde met wat pannen en hoe ze de kraan telkens aan en uit zette in een ritme dat ik niet begreep. Ik bad alvast dat mijn moeder mijn reden zou aanvaarden.
“Zomaar… Om te zeggen dat ik hem lief vind,” antwoordde ik naar waarheid. Ik wilde zeggen hoe gek ik op hem was en ik wilde zijn stem horen om dat prettige gevoel te krijgen dat ik altijd kreeg als ik hem hoorde, voelde of welke zintuiglijke waarneming dan ook van hem kreeg. Ik adoreerde hem met heel mijn hart, besefte ik me.
“Nee,” was haar resolute antwoord. “Niet om één uur ’s nachts. Hij slaapt waarschijnlijk toch ook al. Welterusten, lieverd!”
Eerst vond ik het rot dat ze het me verbood, maar daarna haalde ik mijn schouders op, staand in het donker, voor het tafeltje met de telefoon erop en ik besefte me dat het niet zo heel erg was. Als Bill mijn grote liefde was, dan zou hij er de dag daarna ook nog zijn, en de dag daarna ook nog. Dan zou hij er altijd voor me zijn, waarheen de wind hem ook voeren zou en hoe groot zijn succes ook zou zijn. Ik was zo naïef, toen.