Deel 2
Lief dagboek,
Gisteren hebben we vier hele aardige jongens ontmoet, op het optreden, in de ruimte achter het podium. Één van hen was Julia’s lustobject, Tom, zijn tweelingbroer Bill (ik ken geen twee andere mensen die minder op elkaar lijken dan zij, maar ik geloof het wel) en hun vrienden Georg en Gustav. Georg is al achttien (hij heeft zelfs zijn rijbewijs al!) en ik vond hem een beetje verlegen, maar desondanks aardig. Zijn haar was echt schattig: bruin en een beetje lang, met een krul aan de onderkant. Gustav kon het heel goed vinden met Fleur en dat vind ik leuk, want Fleur voelde zich meteen op haar gemak bij hem en dat heeft ze niet zo vaak. Hij is blond en ongeveer net zo groot als Fleur, met van die lieve, bruine pretoogjes. Tom, met zijn dreadlocks en XXL-kleding, heb ik eigenlijk vrij weinig gezien, maar ik vind hem aardig omdat hij Julia de avond van haar leven bezorgd heeft en Bill was degene die het meest met mij is omgegaan. Hij is ontzettend apart met zijn opgemaakte ogen en zijn zwart geverfde haar, maar desondanks weet hij wie hij is en is hij niet bang om te zijn wie hij is. Buiten dat is hij ook nog ontzettend spontaan en schijnt hij niet één moment stil te kunnen zijn. Hij is echt schattig.
De avond zelf was echt oké. We hebben veel met de jongens rondgehangen daar, voornamelijk buiten het plein omdat de muziek die er gedraaid werd niet bepaald aansloot op onze smaak. Ik heb vooral Bill goed leren kennen, omdat die het meest om me heen hing en ik heb hem min of meer per ongeluk mijn nummer gegeven.
Ik zou bijna vergeten te vertellen hoe het optreden ging. Eh, tja…
Met zijn drietjes liepen we richting het plein waar een enorm podium opgesteld stond. Ik voelde meteen de zenuwen kriebelen in mijn onderbuik, nerveus gemaakt door de menigte die vóór het podium stond. Het waren er zo veel, leek wel, jong en oud en dik en dun en ik besefte me toen pas met een schok dat ze allemaal voor ons kwamen.
We liepen naar een gordijn dat het gebied achter het podium afschermde van de openbare straat en liepen naar de man die ervoor stond: lang en breed, met een ferm vooruitstekende buik als die van een zwangere vrouw. Voor het eerst in de geschiedenis liep Julia achter mij, en dus richtte de man zich tot mij toen we voor hem stonden.
“Autumn Leaves?” vroeg hij met een zakelijke, formele stem. Hij klonk precies zoals hij eruit zag: alsof hij verstand van zaken had en alsof hij het al jaren deed, wat waarschijnlijk ook zo was. Hij was imponerend en ondanks zijn min of meer vriendelijke gezicht, was het niet iemand die ik in een donker straatje tegen zou willen komen.
Ik wilde graag ‘ja’ zeggen, maar door de spanning dat er een prop in mijn keel dus kon ik alleen maar knikken. Ik vroeg me af hoe ik in godsnaam nog zou kunnen zingen als ik nog niet eens het woordje ‘ja’ over mijn lippen kon krijgen.
Hij maakte een opening in het gordijn, waar Fleur en Julia al doorheen liepen toen de man nog iets tegen me zei.
“Jullie kunnen tijdens en na het optreden je spullen gewoon hier laten liggen,” zei hij, kalm en brommend. “Ik sta hier de hele avond en ik zorg dat er niemand in komt die er niet hoort te komen.”
Ik glimlachte toen hij dat ook deed en liep gauw achter mijn vriendinnen aan.
Ze hadden een plekje in de hoek uitgezocht, waar ik naast Julia ging zitten nadat ik mijn zwarte jas uitgetrokken had. Fleur zat aan de andere kant van haar. Ik legde mijn hoofd tegen de muur achter me, sloot mijn ogen en ademde diep in en uit in een poging mezelf wat te kalmeren. Daarna besloot ik eens om me heen te kijken.
Het was tamelijk druk. Overal op de vloer lagen muziekinstrumenten en kledingstukken en hier en daar zat er nog iemand zachtjes te oefenen, zoals naast ons. In een flits herkende ik de gitarist als Juila’s Tom, met zijn bij elkaar gebonden dreadlocks. Ze waren met zijn vieren, waarvan de zanger er nog het meest extraordinair uit zag: pikzwart haar, make-up en hele typische kleding. Het viel me op dat hij ontzettend lange benen had. Ze speelden een Duitstalig nummer dat me heel erg raakte, diep van binnen. Het ging over ouders die gingen scheiden en dat hij dat niet wilde, dat het tegen alles in ging en meer van dat soort dingen waarover ik mee kon voelen. Ik vond het prachtig en bleef naar zijn van concentratie vertrokken gezicht kijken terwijl hij zacht en met veel emotie zong. Hij had een heel bijzonder gezicht, vond ik, heel symmetrisch en fijn, met een zachte kaaklijn en een rechte neus. Ik mocht hem al voordat hij eenmaal tegen me gepraat had.
Na het nummer keek hij me opeens recht aan en glimlachte met een twinkeling in zijn ogen. Hij was heel schattig als hij lachte, bedacht ik me toen ik hem een glimlach terugschonk. Hij had een overbeet, zag ik en wonder boven wonder stond het hem. Zijn imperfectie maakte hem mooi.
“Hé,” zei hij. Ik hield meteen van zijn stem, die heel zacht en fragiel klonk. Het paste bij hem.
“Hoi,” zei ik op een vrolijke toon, en ik stak mijn hand uit. “Maren.”
Hij pakte mijn hand en schudde hem. Hij voelde zacht en warm en al meteen wist ik dat hij een fijn persoon was. Ik kon mijn ogen niet van zijn zwartgelakte nagels af houden.
“Bill,” antwoordde hij. Snel wendde ik mijn ogen van zijn handen af (dat had vast heel erg onbeleefd gestaan) en ik keek hem in zijn zwartomrande ogen. “Jullie zijn Autumn Leaves, hè?”
Ik knikte en trok mijn hand uit die van hem.
“Ja,” verduidelijkte ik mezelf. “Dit zijn Fleur en Julia, basgitariste en drumster.”
Ik draaide me naar hen toe en kreeg een glimlachje van Fleur toen ze Bills hand schudde. Julia zei gewoon afwezig ‘hoi’ en keek toen weer naar Tom, wiens blik ze probeerde te vangen, maar ik geloof niet dat hij echt meewerkte.
“Dus jij bent de zangeres?” vroeg hij belangstellend terwijl hij zijn handpalmen tegen het hout van de geïmproviseerde bank waarop we zaten drukte. Ik knikte.
“En de gitarist,” voegde ik er nog aan toe. “We hadden eerst een zangeres, maar dat liep niet zo lekker en toen is ze er maar uit gestapt. Gelukkig.”
Ik schonk hem een zuinig glimlachje en ik kreeg een brede lach terug.
“Oh – dit zijn trouwens Georg, Gustav en Tom,” zei hij wijzend op de drie jongens achter hem, waarna hij zijn aandacht weer op mij richtte. “Tom is mijn tweelingbroer.”
Ik sperde mijn ogen wijd open en knipperde een paar keer.
“Tweelingbroer?” herhaalde ik verbaasd.
“Verbaast dat je zo?”
Ik liet mijn ogen van het ene naar het andere grijnzende gezicht glijden en zag dat Tom inderdaad dezelfde rechte neus had.
“Nee – ik bedoel – ja,” hakkelde ik. “Maar nu zie ik het. Jullie hebben dezelfde-”
“Neus?” maakte hij mijn zin af.
Ik knikte.
“Dat horen we wel vaker,” antwoordde Tom, die daarbij voorover ging hangen. Het viel me op dat zijn stem anders was dan die van Bill: net zo zacht maar minder fragiel of andersom. Ik kan het niet uitleggen, maar feit is dat het een fijn stemgeluid was om naar te luisteren. Als je dat optelde bij het feit dat ze beide ook nog leuk waren om naar te kijken, maakte dat ze in de categorie ‘leuke jongens’ gestopt konden worden. Van de andere twee jongens moest ik daar nog achter komen: die waren niet zo spraakzaam.
Ik kreeg een glimlach op mijn gezicht toen ik zag dat Tom zijn ogen afwendde en ze ergens anders op liet rusten, waarna er een glimlach rond zijn mond begon te spelen. Het leek me vrij aannemelijk dat Julia’s jacht was geopend.
Alle artiesten in spe bleven de gehele avond backstage, natuurlijk met uitzondering van degene die het podium op moest. Gelukkig was ik door het gesprek met Bill een heel stuk rustiger geworden. Ik kon serieus genieten van de optredens van de andere mensen, terwijl Fleur al haar nagels inmiddels al afgebeten had en Julia het te druk had met Tom versieren.
Als eerste was er een meidengroepje dat veel weg had van de Spice Girls, maar dan zo’n vijftien jaar jonger. Nog geen half uur eerder hadden ze nog enorme stampij gemaakt met twee vrouwen die waarschijnlijk de moeders van tweevijfde deel van de formatie waren. De kinderen wilden graag op rollerskates het podium op, maar moeder één had dat te ordinair gevonden (‘en die vetbuik van die blonde dan?’ had ik nog gedacht) en moeder twee vond het te gevaarlijk omdat ze zichzelf en elkaar wel eens konden bezeren. Ik had het geheel hoofdschuddend toegezien.
Er was ook een meisje met een lippiercing en een akoestische gitaar dat een paar nummers zong. Door haar stem leek zelfs Fleur haar zenuwen even aan de kant te zetten en Julia leek Tom spontaan vergeten te zijn. Het klonk prachtig, heel puur, zacht en breekbaar, net zoals Bills stem, maar dan hoger. Het nummer dat ze bracht, ging over een onbereikbare liefde en ook al kon ze gezien haar leeftijd nog nooit van haar leven zoiets meegemaakt hebben, het klonk alsof ze er alles van wist en dat vond ik zo verschrikkelijk bijzonder dat ik er kippenvel van kreeg. Ze wist het hele plein stil te krijgen, en dat terwijl ze nog maar twaalf was.
Er was nog een jongensband, naast de vier jongens die we zojuist ontmoet hadden, maar het was een regelrechte ramp. Het klonk precies zoals de jongens eruit hadden gezien: onzorgvuldig opgebrachte eyeliner die ze overal opgesmeerd hadden, vettig en lang haar met een overdaad aan wax erin en kleding waaraan ik al kon zien dat het stonk zonder dat ik binnen een straal van drie beter van hen hoefde te komen. Ik had nog nooit iets gehoord dat minder op muziek leek dan de klanken die zij voortbrachten, nog nooit iets gehoord dat ik meer oprecht ‘gitaarmishandeling’ kon noemen dan die troep en – God, het was vreselijk. Ik krijg er nog steeds rillingen van als ik eraan denk.
Daarna waren wij. Toen de gitaarmishandelaars de kleedkamer binnengestormd kwamen, sprongen wij drie tegelijk op en blijkbaar was het zo synchroon geweest dat Georg erom moest lachen. Wonder boven wonder vond ik het niet erg dat hij lachte: het klonk charmant, niet vervelend, en het leek me te ontspannen. Hij lachte ons niet uit, maar hij lachte ons toe, meer omdat we zo overspannen en zenuwachtig waren.
We wachtten achter het podium waar een amateur-presentator zijn zegje deed. Julia was nog maar net het trapje op gekropen toen hij ‘Autumn Leaves!’ riep en wij opmoesten. Niet alleen het publiek joelde, ook een paar mensen in de backstageruimte maakten een hels kabaal. Ik verwachtte dat het Bill en de rest was.
We renden het podium op en wat ik zag, beviel me wel. Ik kwam op als laatst, want Julia moest als eerst achter haar drumstel zitten om alles goed op zijn plek te zetten, en zag dus als laatst de menigte die zich samengepakt had op het grote, ronde plein. Man, het was drukker dan ik verwacht had. Veel en veel en veel drukker.
Fleur en ik sloten de gitaren aan op de versterkers en ik drukte op het ‘aan’-knopje van de microfoon. Doordat ik mezelf opeens vijf keer zo luid hoorde ademen, wist ik dat hij aanstond. Ik keek naar Fleur en Julia, die om beurten knikten. Toen greep ik de microfoon. Ik stelde ons voor en hield een soort inleidend praatje waarbij ik schrok van de trilling in mijn stem. Het was overduidelijk dat ik zenuwachtig was en ik maakte me er zorgen over of ik nog wel zou kunnen zingen, maar tegelijkertijd probeerde ik mezelf ervan te overtuigen dat het wel goed zou komen. Door het publiek werd gejuicht, gegild, geschreeuwd, geapplaudisseerd en de adrenaline die daardoor bij me loskwam, hielp me mijn angst te overwinnen. Het gaf me het gevoel dat ik de wereld aankon, dat ik kon vliegen en dat ik alles kon doen dat ik wilde. Ik voelde me niet van deze wereld, alsof ik boven iedereen zweefde en mezelf bestuurde, vanuit ergens anders. Ik voelde me God.
Julia sloeg op mijn teken haar stokken drie keer tegen elkaar terwijl ik mijn gitaar vastgreep en zodra ik het eerste akkoord aansloeg, voelde ik dat het goed zou gaan. De eerste paar noten die uit mijn keel kwamen, waren nog trillerig maar al gauw kreeg ik grip op mijn stem en ging het vrij goed. De muziek ging lekker en ik vergat nergens mijn tekst, iets wat met Nathalia waarschijnlijk anders zou zijn gelopen. Ik kreeg een glimlach op mijn gezicht bij die gedachte en begon met een gelukzalig gevoel aan het tweede nummer.
Na ons optreden werden we door een juichend publiek uitgezwaaid en backstage hartelijk ontvangen door de jongens, of eigenlijk door Bill, die het woord voerde. Hij hield een onsamenhangend relaas over dat hij ons heel goed vond, daarbij termen als ‘rauw’ en ‘ongepolijst’ gebruikend.
“Bill,” onderbrak ik hem midden in een zin. “Zeggen de andere bandleden ook wel eens iets of buikspreken ze via jou?”
Hij leek even van zijn stuk gebracht, maar grijnsde toen.
“Natuurlijk!” antwoordde hij. “Georg, zeg eens iets!”
De jongen in kwestie, die met het lange bruine haar, leek opeens te zijn wakkergeschud uit een droom en leek geen idee te hebben wat hij tegen me moest zeggen.
“Nou – eh…” deed hij. “Bill is gewoon een beetje – je weet wel – hyperactief en zo maar daar zijn we tegenwoordig wel aan gewend geraakt omdat – nou, eh… Weet je – we moeten op. We zien jullie zo wel weer.”
Ik glimlachte en keek hen na toen ze het trapje naar het podium op liepen en zag Georg nog even omkijken. Hij was veel meer verlegen dan hij eruit zag.
Ik heb geen idee meer hoe Tokio Hotel het deed op het podium, maar het zal wel goed geweest zijn. Julia, Fleur en ik hadden ons in het publiek gemengd en waren een feestje voor ons drietjes aan het vieren. We kregen gigantisch veel complimentjes van mensen uit het publiek die ons herkenden, variërend van meisjes van twaalf tot dronken oude mannen. Ik genoot van de aandacht die we kregen en het feit dat we niets negatiefs hoorden.
Toen ik een tik op mijn schouder voelde, draaide ik me om en viel ik bijna om doordat ik mijn evenwicht kwijt was. Ik herkende Bill in een flits, die me bij mijn middel greep om te zorgen dat ik niet omviel, maar toen ik mijn balans terugvond, trok ik me snel weer los. Bill was aardig en leuk en gezellig, maar ik voelde die vlinders niet die ik gebruikelijk voelde als ik me aangetrokken voelde tot een jongen. Daarvoor had ik nog te weinig gedronken.
“Hé!” riep hij in mijn oor. “Wat vond je ervan?”
Hij moest veel moeite doen om het lawaai te overstemmen. Er was een DJ die allemaal zogenaamde ‘boem-boem-stamp-muziek’ draaide, zoals ik dat meestal noemde, en zoals gebruikelijk stond die muziek veel te hard, maar het was altijd beter dan de herrie die de gitaarmishandelaars gemaakt hadden.
“Eh,” stamelde ik gillend. “Ik weet het niet meer! Maar het zal wel goed geweest zijn!”
Ik lachte, Bill grijnsde. Achter hem zag ik de drie andere bandleden staan, allemaal met een biertje in hun handen, behalve de blonde jongen waarvan ik me nog kon herinneren dat hij Gustav heette. Ik vroeg me af waarom hij niet dronk.
“Mogen jullie al drinken?” gilde Julia, die naast mij was opgedoken. Een buitenstaander, dus iemand die geen idee had van Julia’s verborgen liefde voor Tom, zou de nieuwsgierigheid naar Toms leeftijd niet gehoord hebben maar ik hoorde hem des te beter en kon het niet nalaten eventjes met mijn gezicht naar de vloer gericht te lachen. Doordat ik naar de grond keek, begon ik een beetje te tollen en voelde ik na een seconde of drie een arm om me heen. Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar de arm, waaraan ik zwarte nagels en zwarte armbanden zag. Bill. Ik liet het maar zo.
“Tom en ik niet,” zei Bill. “In september worden we pas zestien. Gelukkig hebben we Gustav en Georg als wat ouder gezelschap, die kunnen bier voor ons halen.” Hij lachte zijn ietwat puntige tanden bloot. De eerste gedachte die in me opkwam was of hij een beugel zou hebben of dat hij ermee geboren was. Vergeef het me, ik had gedronken.
We praatten even, met zijn zevenen tegen de muur geleund. Na een half uur kwam Tom met het geniale plan om een rondje door de stad te gaan lopen omdat we elkaar niet konden verstaan door die muziek. Ik stemde toe, de rest deed dat ook.
Eenmaal wat uit het bereik van de boem-boem-stamp-menigte, schaarde Julia zich aan Toms zijde, waardoor ik met Fleur en de drie overige jongens achterbleef, waarvan er één verdacht veel aan me plakte. Gezien we graag een goede vriendin wilden zijn, of blijven, bleven Fleur en ik een beetje achteraan hangen, met de drie overige jongens bij ons, zodat Julia alle ruimte kreeg die ze nodig had.
“Mmm,” deed Gustav. “Is je vriendin toevallig heel erg geïnteresseerd in Tom?”
Ik was even in dubio. Ik kon natuurlijk liegen en doen alsof ik er helemaal niets van wist, maar ik kon ook het proces versnellen, of dat nu in positieve of in negatieve zin was, en gewoon vertellen wat ik wist. Ik koos, niet geheel onverstandig, voor het laatste. Ik kon altijd alles nog ontkennen, met het excuus dat ik had gedronken.
“Ja,” zei ik. “Maar als ze jullie vraagt of ik iets gezegd heb: ontken het dan, goed?”
De rest van de avond brachten we overal en nergens door. Ik zat met Fleur en de drie jongens ergens op een hekje waarbij ik moeite moest doen om erop te blijven zitten. Naarmate de avond vorderde en ik wat nuchterder werd, ging het makkelijker. Tom en Julia zaten ergens buiten ons gezichtsveld, zodat ik geen idee had wat ze aan het uitspoken waren.
“Zeg,” zei Bill. “Geef me je nummer. Dan kunnen we misschien eens iets met zijn allen gaan doen of zo. Ik neem aan dat Julia en Tom daar helemaal niets op tegen zullen hebben…”
Ik had daar op het eerste gezicht niets tegen en dus vroeg ik om zijn telefoon. Na een aantal keer de verkeerde knopjes ingedrukt te hebben, vond ik het juiste menu, waar in de tien cijfers van mijn nummer invoerde en het opsloeg onder de naam ‘Maren.’ Dat is immers hoe ik heet. Ik gaf de telefoon terug en hij herhaalde mijn nummer om te controleren of het klopte. Dat deed het. Ik irriteerde – of nee, dat was niet het juiste woord. Ik voelde me niet zo op mijn gemak toen hij een heel tevreden grijns liet zien, alsof hij me zou bespringen of zoiets, maar toen wist ik nog niet hoezeer die kleine beslissing om hem mijn nummer te geven mijn leven zou veranderen. Ik vergis me wel vaker als het om kleine dingen met grote gevolgen gaat.
Vlak voordat Fleur, Julia en ik weer opgehaald zouden worden, liepen we (Fleur, Bill, Georg, Gustav en ik) weer terug naar het plein omdat de laatste in het rijtje naar eigen zeggen dorst had. Tom had gezegd dat hij en Julia ‘zo wel achter ons aan zouden komen’ maar te oordelen naar Julia’s verwachtingsvolle gezicht zou dat nog wel even kunnen duren. Ik had naar haar geseind dat ze in ieder geval op tijd terug moest zijn en te oordelen naar haar knipoog had ze me begrepen. Na al die jaren samen begrepen we elkaars lichaamstaal volledig.
Bill vertelde me over hun band, over hoe Tom en hij al jaren geleden begonnen waren onder de naam Devilish, dat ze Gustav en Georg erbij gevonden hadden, die elkaar al kenden van de muziekschool en dat ze toen met zijn vieren de naam Tokio Hotel bedacht hadden. Ik had niet veel aandacht voor het verhaal op zich, maar meer voor de manier waarop hij het vertelde, met veel geglimlach en expressieve handgebaren. Ik vond het enorm lief om te zien hoe hij op kon gaan in het vertellen van een verhaal en hoe hij het, hoe oninteressant dan ook, toch interessant wist te maken.
Op het plein was het inmiddels minder druk omdat het minderjarige publiek al naar huis was, maar de muziek stond jammer genoeg nog even hard. Ik gilde in Bills oor dat ik drinken voor ons vijven zou halen en sleurde Fleur mee voordat Bill het bekende nee-ik-betaal-wel-verhaal op kon gaan hangen.
“Vind je hem leuk?” vroeg Fleur me zodra we ons aangesloten hadden in de rij voor de bar, buiten gehoorsafstand.
“Wie?” vroeg ik nadat ik vijf vingers had opgestoken naar de barman, die zich meteen tot ons gericht had toen hij mijn beschaafde décolleté opgemerkt had. “Bill?”
Ze knikte, ik schudde vervolgens mijn hoofd.
“Nóg niet,” verzekerde ze me.
Ik haalde mijn schouders op en gaf Fleur twee glazen aan terwijl ik er zelf drie probeerde te pakken zonder ook maar iets te laten vallen. Dat lukte me aardig, maar we moesten nog een oerwoud van armen en benen van oude mannen en swingende jongeren door, dus ik had slechts vijf procent van de weg afgelegd. Ik probeerde me zo heel mogelijk door de menigte heen te drukken, maar ik kreeg een aantal ellebogen bijna in mijn gezicht waardoor ik steeds moest uitwijken en dat terwijl ik al redelijk veilig liep, zo achter Fleur aan. Al gauw voelde ik bier in mijn schoenen sijpelen.
Toen we uiteindelijk terug waren op de plaats waar we de jongens hadden achtergelaten, was mijn shirtje doorweekt en stonk mijn décolleté naar het bier, maar alle glazen waren nog halfvol en dat was voldoende om de dorst te lessen. De jongens waren echter niet langer alleen. Feitelijk stonden er twee mannen bij hen, beide vrij jong en energiek en ze – de jongens – leken uitzinnig van vreugde. Toen Bill ons in het oog kreeg, kwam hij meteen met een van vreugde stralend gezicht op me af lopen.
“Waar is Tom?” schreeuwde hij breed lachend.
Ik wisselde even blikken met Fleur, die net zo verbouwereerd leek als ik.
“Bij Julia – hoezo?”
“We hebben – ah man!” hij sloeg met zijn hand op zijn voorhoofd alsof hij zichzelf tot de orde wilde roepen. “Ik geloof het zelf nog niet eens! Na al die jaren eindelijk – ah, nee, écht! Ik droom, toch? Zeg even dat ik droom!”
“Wat?” drong ik aan terwijl ik hem een half gevuld glas bier in de hand drukte in de hoop dat hij daardoor stil zou blijven staan. Die jongen had vast ADHD of zoiets, want het kon niet zijn dat iemand van zichzelf zo druk was. Dat was gewoon onmogelijk.
“We hebben een – een – ah, mán!”
“Een wát?
“Een – fucking – plátencontract!”
Tegen de tijd dat we ons bier op hadden en we ons in de backstageruimte verzameld hadden omdat we onze gitaren in hadden willen pakken, merkte Fleur heel slim op dat we ons maar eens op zoek moesten gaan naar haar moeder: we waren al aan de late kant en haar moeder hield er niet zo van als we te laat kwamen. We zeiden de jongens gedag en ik wilde Bill net (heel sociaal en lief) een omhelzing aanbieden toen hij zei dat hij mee wilde.
“Mee?” vroeg ik in de overtuiging dat hij met ons mee naar huis wilde, maar al gauw kreeg ik door dat hij gewoon mee naar de auto wilde lopen en dus voegde ik er snel ‘oh, oké’ aan toe. Julia haakte haar arm door die van Tom om hem ook mee te nemen (nee, niet naar huis, hoewel ze dat misschien best gewild zou hebben) en ik zei de overgebleven twee jongens nog gauw gedag voordat ik hen volgde.
In principe was het niet ver lopen naar waar Fleurs moeder ons zou komen ophalen, maar het was eventjes zoeken voordat we bij de juiste straat gekomen waren. Doordat het donker was en zo druk, hadden we geen van allen een idee waar de juiste straat lag omdat het er een aantal waren die uitkwamen op dit plein. Onze oriëntatie was hem volledig gesmeerd.
“Ik ben benieuwd,” zei ik op een gegeven moment. “Of jullie – je weet wel, beroemd worden en zo, en op televisie komen…”
“Vast wel,” zei Bill vrijwel meteen. Hij had er overduidelijk vertrouwen in.
Ik wist niets meer te zeggen en knikte gewoon terwijl ik achter Fleur aan liep, die de hele tijd rond zich heen keek of ze het juiste straatnaambordje ergens kon ontdekken of dat ze niet toevallig de oude auto zag staan. Meteen toen ik aan de auto dacht, kreeg ik weer een misselijk gevoel in mijn maag: ik voelde me al niet helemaal geweldig in die staat van aangeschotenheid, maar als ik ook nog in dat gammele ding moest stappen, man, dan was het niet heel erg onvoorspelbaar dat ik over mijn nek zou gaan. Totaal niet.
“Gaat het wel?” vroeg Bill op een gegeven moment, toen het misselijke gevoel de overhand nam.
Ik knikte en nam een diepe hap adem om te proberen het gevoel uit mijn lichaam te krijgen, maar dat leek makkelijker dan het in werkelijkheid was.
“Ik voel me gewoon niet zo lekker, maar dat gaat zo wel weer over…” zei ik naar waarheid. “Ik heb dat wel vaker als ik de auto van Fleurs moeder in moet…”
Hij lachte, maar ik weet niet of dat om mijn woorden was of om het feit dat Fleur Julia wanhopig terugriep toen Tom en zij elkaar in een zijstraatje dreven en Fleur er snel achter haar rende om haar mee terug te slepen alsof ze haar moeder was. Ik gok het laatste.
Toen de twee uiteindelijk weer bij ons liepen, begon Tom luid iets over een platencontract te zingen terwijl we verder liepen. Uiteindelijk vonden we de juiste straat, die we insloegen en doorliepen. Het was er aanzienlijk donkerder bij gebrek aan lantaarnpalen en het geluid dat van het plein kwam nam steeds meer af naarmate we er verder van verwijderd geraakten.
Op een gegeven moment stapte ik op een groot uitgevallen kiezelsteen wat me een beetje uit balans bracht en ervoor zorgde dat ik met mijn schouder tegen die van Bill aan viel. Meteen reageerde hij door zijn arm om mijn schouders te leggen, iets wat ik er totaal niet mee bedoeld had, maar ik liet het maar zo. Waarschijnlijk zouden we toch nooit meer contact hebben. Ik was op dat moment alweer vergeten dat hij mijn telefoonnummer had.
Plotseling zagen we in de verte twee autolichten knipperen en wees Fleur in die richting met de mededeling dat dat haar moeder wel moest zijn. We bogen af van richting en zagen op een gegeven moment inderdaad dat Fleurs moeder achter het raam zat, met wallen onder haar ogen. Met een snelle blik op mijn horloge zag ik dat dat niet iets was om zich voor te schamen: inmiddels was het half drie en dus stond ze al een half uur te wachten.
“Nou, jongens,” zei Fleur terwijl ze het portier al opengemaakt had en ze omhelsde om beurten Tom en Bill. “Tot de volgende keer hè?”
“Yep,” zei Bill met een zuinig glimlachje, waarna hij zich naar mij richtte en mijn ene hand vastpakte terwijl het naast ons totaal stil was: van Julia en Tom hoorden we niets meer, want die aten elkaars tong inmiddels op. Achter Bill stapte Fleur in de auto met een blik in mijn richting waarvan ik wist dat het als vraag bedoeld was: zouden wij hun voorbeeld volgen?
Ik zag hoe Bills blik naar mijn lippen gleed, daar even bleef hangen en hoe hij die van zichzelf bevochtigde terwijl hij mijn hand vastpakte. Ik dacht even dat hij me misschien zou willen zoenen, maar het bleef bij een kneepje in mijn hand, een prachtige glimlach op zijn mond en een klein, vriendschappelijk kusje op mijn wang.
Het was genoeg zo.