Deel 3
Lief dagboek,
Julia is niet meer te stuiten. Ze heeft al haar zinnen op Tom gezet en dat is te merken ook. Met ieder woord dat lijkt op ‘Tom’ zit ze recht overeind en soms lijkt ze wel zo’n radar-ding. Het is soms wel grappig, vooral als ze teleurgesteld wordt (dat gezicht dat ze dan trekt – onbetaalbaar), maar de meerderheid van de tijd is het vrij irritant en vermoeiend. Ze is drukker en bijdehanter dan normaal als ze verliefd is en dat zullen we weten ook.
Nou, vandaar dus dat we zaterdag een afspraak met de vier jongens van Tokio Hotel hebben, om min of meer te vieren dat ze een platencontract hebben. Eigenlijk had ik gehoopt hen nooit meer terug te zien, maar Bill belde me net op het moment dat Julia bij me was en dus kon ik niet weigeren.
Mirre belde me op en we hebben afgesproken dat ze in de zomervakantie weer eens naar me toe komt. Ik kijk ernaar uit, maar ben ook een beetje bang dat we teveel veranderd zijn om nog goed met elkaar op te kunnen schieten. Ik bedoel – ik draag zwarte nagellak en misschien heeft zij zich in de tussentijd (ik geloof dat ik haar al een jaar of twee niet meer gezien heb) wel getransformeerd tot een kakker met de irritante opvattingen over mode en sport die daarbij horen. Ergens weet ik dat het wel goed zal komen, maar dan nog. Ze is mijn nichtje.
De volgende morgen zat ik samen met Julia thuis met een kater op de bank naar een muziekprogramma te kijken. Ik verveelde me echt ontiegelijk hard, zelfs terwijl Julia er was en we waren de hele dag al chips en chocolade-ijs aan het eten. Dat was natuurlijk niet echt bevorderlijk voor een nog-niet-bestaand heuvellandschap op mijn voorhoofd, maar waarvan ik donders goed wist dat het er kon komen.
We waren net een clip aan het kijken en ik zat me te bedenken dat ik Tokio Hotel binnen korte tijd ook op televisie zou kunnen bewonderen toen mijn moeder me vroeg te helpen met het schillen van de aardappelen. Of ja, het was geen vraag, het was meer een gebod om me vandaag toch nog eens één keer van de bank te krijgen. Ik hees me maar op van de bank en zette de TV nog wat harder, zodat ik de muziek ook zou kunnen horen in de keuken. Julia bleef achter op de bank, zo ver onderuitgezakt dat haar kont bijna van de zitting af gleed. Ik pakte nog een handje chips, propte dat in mijn mond en begaf me vervolgens naar het zogenaamde hol-van-de-leeuw, zoals ik de keuken af en toe noemde. Mijn moeder was namelijk, anders dan ze eruit zag, niet zo heel schattig. Zeker niet als ik de keuken overhoop haalde omdat ik niet kon vinden of zoiets.
Ik schilde de aardappelen op de automatische piloot, zodat ik met mijn hersenen iets anders kon gaan doen. Ik koos de afgelopen avond, en Bill daarbij. Bill was een lieve jongen, zo aardig, attent en zo perfecte-schoonzoon-ondanks-zijn-make-up-achtig dat ik het bijna jammer ging vinden dat ik geen vlinders voelde als iemand zijn naam zei. Ja, het kon nog komen, maar ik dacht eerlijk gezegd van niet. Het enige dat we gemeen hadden, was onze liefde voor muziek en onze haarkleur. En onze liefde voor make-up. En onze humor. En onze spontaniteit.
Oké dan. Het kon nog best wel eens iets worden tussen ons. Ooit. Misschien pasten we toch wel bij elkaar. Niet een klein beetje, maar gewoon een heleboel.
Ik schrok op uit mijn peinzen toen ik Julia hoorde schreeuwen dat mijn telefoon afging.
“Wie is het?” vroeg ik hard om de afstand te overbruggen.
“Onbekend!”
Aha. Bill, waarschijnlijk. Ik vond het zo jammer dat ik mijn hart geen sprongetje voelde maken toen ik dat besefte. Man, wanneer werd ik nou weer eens een keer verliefd? De laatste keer was zo ongeveer een jaar geleden.
Ik smeet mijn werk neer, veegde mijn handen af aan mijn joggingbroek en liep naar de bank, waar ik de nog steeds trillende telefoon uit Julia’s hand griste en opnam, totaal kalm.
“Met Maren?”
Ik hoorde even wat geruis op de achtergrond, alsof de persoon aan de andere kant van de lijn de telefoon tegen zijn andere oor legde of naar een andere kamer liep waar het rustiger was. Daarna werd het weer rustig en hoorde ik een bekende stem.
“Hé, met Bill!”
“Hoi!” riep ik weer vrolijk uit, Julia’s brede grijns negerend toen ze de vrolijke toon in mijn stem hoorde. Ik mocht dan wel niet verliefd op hem zijn, maar ik vond hem wel aardig en was dus toch blij hem te horen, wat Julia dan ook mocht denken. Het had alleen niets te betekenen. “Hoe gaat het met je?”
Ik plofte naast Julia op de bank en pakte een chipje uit de zak terwijl ik nog steeds geen acht sloeg op haar nieuwsgierige blik. Ze seinde naar me dat ik hem op de luidspreker moest zetten zodat ze ieder detail mee kon luisteren, maar dat vond ik niet zo’n goed idee en dus deed ik alsof ik het niet zag.
“Super, nu ik jou hoor!” antwoordde hij al net zo vrolijk. “En jij? Lekker geslapen na gisteren?”
Ik stootte een kort lachje uit.
“Ja hoor. Ik slaap nog steeds. Half.”
Hij lachte. Ik hield van zijn lach, het maakte me vrolijk.
“Eh, maar waarom ik bel,” zei hij, nog steeds vrolijk. “Hebben jij, Fleur en Julia zin om volgend weekend iets leuks te gaan doen? Vandaag lijkt me niet zo’n goed plan, de rest heeft hier een kater en ik ben er zelf ook niet al te best aan toe…”
Ik kon mezelf wel een mep verkopen toen ik me besefte dat ik Bill vanaf dat moment aan mijn broek had hangen. Ik had hem mijn nummer gegeven en nu wilde hij – eh, ja, hoe zouden we het noemen, daten? Het zij met de hele groep, maar dan nog. Het was een afspraakje met mogelijkheden om elkaar beter te leren kennen en dat wist hij donders goed.
Ik wierp een blik op Julia en kauwde op de binnenkant van mijn wang. Zij zou er geen bezwaar tegen hebben om de jongens te herontmoeten, dat mocht duidelijk zijn. Het liefst zag ze Tom de hele dag door, iedere dag weer.
“Eh,” stamelde ik. “Ik zal het even aan Julia vragen, die is er nu, en ik vraag het morgen wel aan Fleur, op school…”
“Is goed,” antwoordde hij, waarna ik mijn hand over de hoorn legde en Julia paniekerig aanstaarde.
“Heb jij toevallig iets te doen volgende week zaterdag?” vroeg ik, biddend tot God dat ze naar een of ander familiefeest moest of zo, maar helaas werden mijn gebeden niet verhoord. Julia schudde haar hoofd en vroeg hoezo. “Omdat we door Bill gevraagd worden om mee te gaan naar Magdeburg. Met de andere jongens.”
Haar gezicht lichtte helemaal op bij dat laatste zinnetje en ze kwam overeind om de telefoon uit mijn handen te grissen, maar ik liet het niet toe.
“Natuurlijk!” riep ze gedempt uit. “Ik bedoel – Tom gaat ook mee, toch?”
Ik knikte.
“Ik ga mee. Ook al heb ik geen tijd, ik maak wel tijd,” antwoordde ze.
Ik slikte even en legde de hoorn weer tegen mijn oor. Ik ging liever niet maar als Julia eenmaal iets in haar hoofd had, dan was dat er niet meer uit te krijgen. Zeker niet als het een jongen was. En al helemaal niet als die jongen iemand als Tom was: knap, muzikaal, mysterieus en daarmee totaal Julia’s type. Ze wilde hem kunnen doorgronden, maar moest hem eerst leren kennen voordat ze dat zou kunnen. Hij werd haar nieuwe project, als je het zo kunt noemen.
“Wij kunnen in ieder geval,” zei ik. “Kunnen jullie allemaal?”
Hij maakte een geluidje waaruit ik kon afleiden dat dat het geval was.
“Oké,” zei ik afsluitend. “Ik kan jou alleen niet terugbellen omdat je nummer afgeschermd is en ik heb even geen papier bij de hand om je nummer op te schrijven, dus -”
“Oh, geen probleem,” kapte hij me af. “Als jij het maandag aan Fleur vraagt, dan zal ik je wel terugbellen op dinsdag of zo. Is dat oké? Dan regelen we meteen even waar en hoe laat en dat soort dingen.”
“Goed,” antwoordde ik. “Dan spreek ik je dinsdag weer.”
“Is goed! Doei!”
“Dag!”
De volgende dag op school, nog voordat de lessen begonnen waren, kreeg ik allemaal vragen van Nathalia te verduren. Ze had via via gehoord dat het zaterdag goed was gegaan en wilde alle details weten. Vredelievend als ik was, vertelde ik haar gewoon alles wat ze wilde horen. Ik kon me niet alle details herinneren, zo vroeg op de morgen maar wat ik wist, vertelde ik haar. Ze leek er wel tevreden mee te zijn.
Ik zag in de verte dat Fleur en Julia uit het fietsenhok kwamen lopen. Zij woonden bij elkaar in de buurt en fietsten dus meestal samen naar school, behalve als Julia zich weer eens versliep. Dat kwam nogal eens voor, wat haar grote aantal extra uren op school veroorzaakte.
Zodra ze Nathalia en mij in het oog kregen, bogen ze af en kwamen naar ons toe. Ik zag van een kilometer afstand dat Julia glom van gelukzaligheid en dat Fleur er naast haar maar klein en grauw uit zag, en dat terwijl Fleur best een knap meisje was om te zien. Julia’s uitstraling overtrof echter alles en blies al het andere om haar heen. Ja, ze was verliefd. Overduidelijk.
“Fleur kan ook!” riep ze al voordat we tegenover elkaar stonden. Er was iets anders aan de manier waarop ze liep: meer stuiterend, hyper, maar ook veel meer zelfverzekerd en vastbesloten. Alsof ze op een doel afging, een heerlijk doel, als eten. Maar dan anders.
“Oké, mooi zo,” loog ik. “Woensdag laat ik dan wel weten hoe en wat. Bill belt me dinsdag.”
“Hebben jullie een afspraak met Tokio Hotel?” vroeg Nathalia nieuwsgierig. “Die hebben toch een platencontract aangeboden gekregen?”
Even was ik verbaasd en wist ik niets uit te brengen. Soms was het verbazingwekkend hoe snel dat soort nieuws zich verspreidde.
“Klopt,” knikte ik. “Sinds zaterdag, nadat -”
“- ik met Tom gezoend had,” maakte Julia mijn zin af. Ik had eigenlijk willen zeggen dat het was nadat we een uur met elkaar op waren getrokken en meer van dat soort dingen die duidelijk maakten dat mijn relatie met Bill vrij onschuldig was voordat de verhalen over onze zogenaamde ‘relatie’ door de school zouden gaan spoken, maar Julia keek zo blij dat ik het maar uit mijn hoofd liet om haar weer af te kappen en mijn oorspronkelijke verhaal af te maken.
Ik dacht een glimp van jaloezie in Nathalia’s ogen te ontdekken en grijnsde van binnen. Ik weet zeker dat ze er veel voor zou willen geven om vier jongens te leren kennen die aan het begin van hun roemrijke carrière stonden zodat ze daar zelf meer aanzien van zou krijgen en ik was opnieuw blij dat ze uit de band gestapt was. Ik had de jongens die nepvriendin bespaard.
“Ik heb van ze gehoord,” zei Nathalia schouderophalend, duidelijk proberend om onverschillig te klinken, maar ik trapte er niet in. “Maar ik heb geen idee hoe ze eruit zien en dat soort dingen. Ik ben wel benieuwd naar ze.”
Ik hoorde aan die toon in haar stem dat ze heel hard hoopte dat wij haar mee zouden vragen voor zaterdag, alsof ze zomaar in en uit de band kon stappen wanneer zij dat wilde om een paar jongens te ontmoeten die een platencontract hadden. Ik wist dat het haar ook alleen maar om dat platencontract ging, nergens anders om. Ze zou het wel leuk vinden om op een slaapfeestje, als Tokio Hotel op TV was en een paar van de aanwezigen min of meer flauw zouden vallen, om dan te zeggen dat ze ze een keer ontmoet had, of dat het zelfs vrienden van haar waren. Dat maakte dat ze in het middelpunt van de belangstelling stond en daar hield ze van.
Gelukkig ging net nadat Nathalia haar verborgen vraag stelde de bel, dus pakte ik snel mijn tas op en liep achter Julia en Fleur aan naar het lokaal waar ik het eerst les had. Nathalia zat in een andere klas dan wij en moest gelukkig de andere kant op.
Snel liep ik achter de twee meiden aan (feit was dat hun benen ongeveer twee keer zo lang waren als die van mij) en ik haakte mijn arm door die van Julia om haar wat af te remmen zodat ik kon bijblijven, maar ze stapte stevig door. Haar ogen straalden een gelukzaligheid uit die ronduit eng was en de energie die ze uitstraalde maakte bijna dat ik weggeblazen werd. Ik liet Julia los toen de deur van het klaslokaal in zicht kwam omdat het onmogelijk was om met zijn tweeën tegelijk door de deur te komen, liep het lokaal binnen en smeet mijn tas op de tafel naast Fleur.
“Zeg alsjeblieft níéts meer over Tom tegen Nathalia,” zei ik terwijl ik me naar Julia toedraaide. Haar gezicht begon te glunderen toen ze Toms naam hoorde, maar betrok weer toen ze doorkreeg wat de zin betekende. Niet meer praten over Tom in Nathalia’s gezelschap betekende een hele vermindering, want Nathalia hing altijd bij ons rond omdat ze geen andere vrienden had.
“Hoezo niet?” vroeg ze in alle onschuld.
“Omdat,” begon ik, “ze dan mee wil naar Magdeburg. En dat wil ik niet.”
Julia kreeg een ‘aha’-uitdrukking op haar gezicht en haalde afwezig haar boeken uit haar boekentas. Ik draaide me weer terug en begon ook in mijn tas te graven om een etui op te duiken voordat de les zou beginnen.
“Denk je dat ze Tom van me zou willen – je weet wel – afpakken?” hoorde ik Julia achter me vragen.
Ik draaide me weer om, deed mijn mond open om iets te zeggen maar ik wist niet wat en klapte hem dus weer dicht. Ik vroeg me af wat de slimste zet zou zijn op dat moment en wat de gevolgen zouden zijn als ik verkeerd zou beslissen. Wat zouden de gevolgen zijn als ik zou liegen – hoewel het een leugentje om eigen bestwil was?
“Die kans zou er wel kunnen zijn,” zei ik, de laatste optie genomen. “Je weet hoe Nathalia is en hoe graag ze in de schijnwerpers wil staan, dus áls ze op Tom zou vallen – ja…”
Ik draaide me weer terug naar mijn boeken voordat ik zou kunnen lachen of voordat Julia door zou kunnen hebben dat ik een sprookje vertelde en glimlachte van binnen. Julia zou vast haar mond wel houden.
Maandag en dinsdag kwam ik door zonder dat Nathalia me vroeg haar mee te nemen naar Magdeburg, zaterdag. Julia hield haar mond, het zij wel met veel moeite, maar ze deed het en daar was ik blij mee. Ik wist dat ik geen nee kon zeggen als Nathalia de vraag daadwerkelijk zou stellen. Julia en Fleur waren daar veel beter in. Zodoende deed ik mijn uiterste best om haar zoveel mogelijk te ontwijken, zodat ik geen moeilijke vragen van haar zou krijgen en dus ik bracht in de pauzes verdacht veel tijd door op de toiletten.
Het was dinsdagavond toen ik mezelf min of meer opsloot in mijn slaapkamer om eens aan mijn huiswerk te beginnen. Toen mijn gedachten een paar keer afdwaalden van mijn werk (ik heb nog steeds geen idee waar ze dan wel heen gingen) bedacht ik me dat ik misschien onbewust aan het wachten was op Bill’s telefoontje, maar dat wapperde ik weg. En wat dan nog, als het zo was. Ik mocht hem gewoon. Bill was gewoon, tja, Bill. Niets meer, niets minder. Zéker niets minder.
Toen mijn gedachten al voor de tweeënveertigste keer afdwaalden, besloot ik maar te stoppen met Duits omdat het me toch niet meer ging lukken. Ik klapte mijn boeken dicht en draaide een rondje op mijn bureaustoel. Dan zou ik morgen wel wat eerder opstaan, dan ging het me misschien wel lukken, hoewel ik dan nog slaperig was.
Ik stond op en ging op bed zitten na mijn gitaar uit de hoek van de kamer gepakt te hebben. Langzaam sloeg ik een paar akkoorden aan en ik voelde meteen een soort van kriebel in mijn onderbuik. Muziek liet me altijd voelen dat ik leefde, op de één of andere manier, het deed me altijd voelen alsof ik verliefd was. Bij het zelf maken van muziek was dat nog erger: het veroorzaakte een kriebel van mijn tenen tot aan mijn kruin, eentje waarvan ik het koud kreeg en altijd van ging grijnzen.
Ik speelde al heel lang gitaar, een jaar of zeven, acht. Mijn vader vond het bij mijn opvoeding horen dat ik een muziekinstrument zou leren spelen, iets waar ik totaal geen zin in had, en ik had maar – heel simpel – voor gitaar gekozen. Ik had drie jaar op de muziekschool gezeten, mijn diploma gehaald en daarna was ik weer gestopt met lessen omdat ik mijn leraar niet aardig vond. Ik was echter altijd gitaar blijven spelen omdat ik het opeens leuk vond, aangemoedigd door mijn vader.
Toen hij er vandoor gegaan was, had ik een hele poos niet meer gespeeld en ik was er pas weer mee begonnen toen Julia en Fleur voorstelden om een band te beginnen. Toen ik mijn gitaar weer voor het eerst aanraakte, voelde ik hoe er een soort van betovering verbroken werd, hoe ik weer tot leven gewekt werd. Ik had er niet eens een sprookjesprins voor nodig gehad. Sindsdien noemde ik mijn gitaar Prins, maar nooit in het openbaar. Prins was iets van mij.
Ik speelde een langzaam nummer dat me aan vroeger deed denken, maar kapte dat al af voordat ik eenmaal bij het refrein was. Ik wilde niet terugdenken aan vroeger. Dat was een dichte deur. Ik was net begonnen met een ander, vrolijker nummer toen ik opschrok van een zoemend geluid dat van mijn bureau af kwam. Natuurlijk: mijn telefoon. Bill zou me bellen. In die twee minuten dat ik met mijn gitaar op schoot gezeten had, was het uit mijn gedachten gegleden.
Ik stond snel op, legde Prins op een veilige plek neer en pakte mijn telefoon op. Op het display stond dat ik gebeld werd door ‘onbekend’, wat dus waarschijnlijk Bill was, en ik nam op.
“Met Maren!” zei ik zangerig. Denkbeeldig gaf ik mezelf een harde schop onder mijn kont: uit die toon kon Bill heel verkeerde conclusies trekken. Héle verkeerde conclusies.
“Met Bill!” zei hij terug, op een vrolijke toon die me blij maakte.
“Hé!” riep ik uit, stiekem toch wel blij om hem te horen. “Hoe gaat het met je?”
“Super!” antwoordde hij. “En met jou?”
“Ook,” antwoordde ik op mijn beurt, waarna er even een stilte tussen ons viel. Ik hoorde hoe er aan de andere kant van de lijn iets aan Bill gevraagd werd en hoe er gedempt antwoord gegeven werd. Daarna hoorde ik een deur dichtslaan en kwam Bill weer bij me terug.
“Sorry, dat was Tom,” zei hij. “Hij is zijn Samy DeLuxe-poster kwijt. Maar – heb je het gevraagd aan Fleur?”
Ik maakte een geluidje dat ‘ja’ betekende.
“Yep,” verduidelijkte ik mezelf. “En als je hoort van Fleur of Julia dat er ene Nathalia mee wil en of dat goed is, dan moet je zeggen dat je dat niet wil, goed?”
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn, zo lang zelfs dat ik me ging afvragen of de verbinding nog wel intact was. Toen ik mijn mond open deed om opnieuw ‘oké?’ te zeggen, nam hij het woord weer. Toen hij zei dat hij het zou doen, glimlachte ik van binnen. Ik zou wél nee kunnen zeggen tegen Nathalia als de jongens ook serieus niet wilden dat ze mee ging.
“Oké, mooi,” zei ik nog met diezelfde glimlach op mijn gezicht. “Zij-”
“- is dat meisje dat eerst zangeres was?” maakte hij mijn zin af.
Ik schoot in de lach toen hij dat zei. Het feit dat we elkaar nog maar één keer gezien hadden, elkaar nog maar één keer gesproken hadden via de telefoon en dat hij tóén al mijn zinnen af kon maken, wil wel iets zeggen, toch?
“Inderdaad!” zei ik met een grote grijns op mijn gezicht.
“Fleur en Julia hebben allebei mijn nummer niet maar ik zal het wel doorgeven aan de andere jongens zodat zij ook nee kunnen zeggen als ze iets horen over die Nathalia…” zei hij concluderend. “Ik moet nu ophangen, mijn moeder roept me.”
“Oh,” zei ik met een vleugje teleurstelling in mijn stem, wat hij waarschijnlijk toch niet kon horen.
“Eh, zullen wij jullie dan zaterdag rond twee uur komen ophalen? Georg kan het busje van zijn moeder wel lenen, denk ik, we kunnen echt niet met zijn allen in dat kleine autootje van hem. Als je dan zorgt dat Julia en Fleur bij jou zijn en jij mij jouw adres geeft…”
“Ik zal het doorgeven,” antwoordde ik. Ik gaf Bill mijn adres door en hoorde hoe hij haastig ophing na nog snel ‘doei’ gezegd te hebben en ik zijn naam door het huis aan de andere kant van de lijn hoorde schallen. Ik grijnsde, klapte mijn telefoon dicht en draaide me weer om naar bed, waar ik op ging zitten en verder ging met het maken van muziek.
De week kroop langzaam voorbij. De tijd had de neiging zich te vertragen als er iets leuks in het vooruitzicht lag, en dat was toen ook het geval. Ik deed geen moeite meer om Nathalia te ontwijken omdat ik Bill achter de hand had, maar kwam daarbij niet in de problemen. Ik zag haar nooit meer op school, waar ik totaal geen problemen mee had omdat ik het wel lekker rustig vond. Zaterdag kroop veel te langzaam dichterbij. Ik praatte vaak vol opwinding over het aankomende uitstapje met mijn twee vriendinnen, die er net zoveel zin in hadden als ik en gelukkig kon dat ook omdat we niet op hoefden te passen voor Nathalia. Ze was ziek, had ze laten weten, alsof wij ons zorgen om haar zouden maken of zoiets. Julia was alle dagen lang hyperactief omdat ze ‘Tom zo ontzettend miste en zo’n zin had om -’
“- ín hem,” maakten Fleur en ik haar zin altijd af, waarna Julia breed grijnsde en een bescheiden ‘inderdaad’ mompelde.
Op donderdagavond lag ik voor de televisie toen de telefoon opeens ging. Mijn moeder nam hem op in de keuken en ik hoorde haar meteen enthousiast kwetteren, waar ik me aan irriteerde omdat één van mijn favoriete programma’s op televisie was en mijn moeder alle geluid overstemde. Geërgerd zette ik het geluid iets harder en zakte nog wat verder onderuit. Mijn humeur was ver beneden peil die dag, dat weet ik nog goed. Ik had nagellak op mijn favoriete broek gemorst, had een onvoldoende gehaald voor iets waar ik al onvoldoende voor stond, ik had Nathalia (die aan de andere kant van de stad woonde) op de fiets naar huis gebracht omdat ze die dag te voet naar school was gekomen en tot slot was het gaan regenen, zodat ik zeiknat thuis was gekomen. Er waren maar weinig dingen die mijn dag nog goed konden maken.
Ik kreeg de telefoon in mijn hand gedrukt nadat mijn moeder vrolijk tegen de persoon aan de andere kant van de lijn gezegd had dat ze me wel even zou geven, maar kreeg niet de kans te vragen wie het was omdat mijn moeder al meteen weer terugliep om het eten niet te laten aanbranden. Afwezig legde ik de hoorn tegen mijn oor.
“Met Maren?” vroeg ik chagrijnig.
“Hé, Maren!” hoorde ik een vrolijke stem die me meteen vrolijk maakte. “Met Mirre!”
Ik ging rechtop zitten en kreeg een brede lach op mijn gezicht toen ik haar enthousiast teruggroette, vroeg hoe het met haar ging en dezelfde vraag ook beantwoordde.
Mirre was mijn nichtje uit Nederland en hoewel we niet dezelfde taal spraken, konden we elkaar prima verstaan en waren we hele goede vriendinnen. Vroeger gingen we heel vaak naar Nederland, waar we dan konden logeren, maar door de jaren heen ging het wat slechter met mijn tante en dus konden we daar niet altijd meer terecht. De vakanties waren nog sporadisch, maar Mir en ik hadden altijd nog wel contact gehouden.
“Eh, waarvoor ik bel -” begon ze in een taal die noch Duits noch Nederlands was. “Hoe zou je het vinden als ik in de paasvakantie naar Duitsland kom? Alleen?”
Dat was lang geleden. Ik had Mirre al zeker een jaar of drie niet meer gezien en dat was een hele poos. Misschien waren we wel uit elkaar gegroeid, hadden we andere interesses gekregen, was ze een huppelkutje geworden of iemand die naar hardcore luisterde en had ze een hekel aan mensen met zwarte nagels. Misschien was het wel ontzettend te merken dat we een jaar in leeftijd verschilden en gedroeg ze zich wel heel kinderachtig in vergelijking tot mij. Misschien zou ik haar wel gaan haten in de tijd dat ze hier was en misschien konden we wel totaal niet met elkaar overweg. Wellicht zou ik haar al na drie uur terug op de trein naar Amsterdam willen zetten: wie zou het zeggen?
“Hoe lang?” besloot ik eerst te vragen. Dat was veilig. Het was puur informerend en hoefde niet afwerend over te komen als je de vraag aardig stelde. En dat deed ik.
“Eh – een weekje?”
Dat was veilig. Dat was misschien een beetje kort als het nog goed klikte tussen ons, maar net uithoudbaar als ze me niet aanstond.
“Dat lijkt me prima!” zei ik. “En kom je dan met de trein of word je gebracht?”
“Eh,” dacht ze hardop. “Nou, pap moet op zakenreis in Duitsland, dus ik kan met hem meerijden. Het was zijn idee, zeg maar. Ik moet wel weer naar huis met de trein, maar ik denk dat dat me wel lukt. Zo moeilijk kan het niet zijn, toch?”
“Nee…” zei ik afwezig toen ik zag dat mijn moeder de pannen groenten op tafel zette. “Ik ga eten, geloof ik. Eh – bel je me nog een keertje voor de vakantie over hoe en wat?”
“Natuurlijk!” zei ze vrolijk. Ik kreeg het visioen van een huppelkutje dat op Nathalia leek dat haar haar naar achteren gooide, maar Mirre leek totaal niet op Nathalia, dus verwierp ik het idee. Mir was vast nog dezelfde als vroeger.
“Tot dan! Ik heb er zin in!” zei ik oprecht.
“Ja, ik ook!” zei ze terug op een manier die al meer Mirre was. “Dag!”