Deel 4


Lief dagboek,

Oké. Het is officieel zo dat er wel veel spanningen zijn tussen mij en een zeker iemand. Een zeker iemand die Bill heet. Ik weet niet eens zijn achternaam en hij gaat beroemd worden. Dat weet ik zeker. De vraag is alleen of ik hem leuk vind.
Julia zou zeggen van wel, maar alleen omdat ze het leuk zou vinden als we allebei verliefd zouden zijn, en dan nog wel op twee broers, dus een heel erg betrouwbare bron is dat niet. Fleur zou zeggen dat ik het moest aankijken en dat ik voorzichtig moest zijn omdat wanneer ze doorbreken, ze alle meisjes kunnen krijgen die ze willen en ik hem kwijt zou zijn. Het jammere is dat ik hier degene ben die de beslissing moet nemen, maar dat is vrij moeilijk. Ik moet mijn eigen raad opvolgen, maar die heb ik niet.
Maar goed, het was dus gezelliger dan ik voorheen gedacht had. Gelukkig zijn we Nathalia nergens tegen gekomen en ging alles gewoon goed, dus ik vond deze middag en ook de avond écht voor herhaling vatbaar.



Zaterdagmorgen stonden Julia en Fleur al voor mijn deur voordat ik goed en wel mijn bed uit was. Ik zat net mijn gebruikelijke ontbijt (yoghurt met een of andere meergranentroep erin) naar binnen te werken toen ze de achterdeur bijna sloopten omdat ze beide probeerden als eerst binnen te komen. Het regende, vandaar.
“Goedemorgen!” zei Julia, die meteen haar jas uittrok en met haar vingers door haar haren ging om het nog enigszins model te laten hebben. Fleur zette een gigantische tas op de grond en volgde haar voorbeeld.
“Gwemohge,” zei ik met mijn mond vol terwijl ik, goed opgevoed en gemanierd als ik was, de televisie uitzette. Ik hees me op en bracht het lege bakje naar de keuken, waarbij ik langs de twee meiden liep. “Wat zit er in die tas?” vroeg ik puur uit beleefdheid, want eigenlijk interesseerde het me bar weinig.
“Kleren!” zei Julia, die zich breed grijnzend naar mij toe wendde.
“Kleren?” vroeg ik niet-begrijpend.
“Ja! Daarom zijn we hier zo vroeg,” verklaarde ze. “Dan kunnen we elkaars kleding aan en komen we zo goed mogelijk voor de dag. En we gaan elkaar ook opmaken. Vandaar dat ik geen make-up op heb. Ideetje van Fleur!”
Ik keek goed en zag toen pas dat Julia’s wimpers iets lichter waren dan normaal. Het was me niet eens opgevallen.
“Oké,” zei ik. “Maar ik ga eerst wel even douchen, is dat goed?”
Ik wees met mijn vinger naar het plafond en bewoog mijn hoofd zo dat mijn pony uit mijn gezicht geschud werd.
“Ja, snel dan,” zei Julia geagiteerd. “Is het goed als Fleur en ik dan wel al vast naar jouw kamer om een paar leuke kleren uit te zoeken?”
Ik knikte.
“Da’s prima,” zei ik terwijl ik me al omdraaide om naar de trap te lopen. De twee meiden volgden me, Julia kwetterend over Tom en alles wat onbelangrijk was en Fleur nog altijd zwijgzaam. Dat zat in haar aard. Ik kende haar al zo lang en was er inmiddels wel aan gewend geraakt. Fleur was een stil meisje maar als je wist dat ze een vriendin van Julia was, dan leek het al stukken minder vreemd. Fleur kreeg gewoon de ruimte niet om iets te zeggen, maar had daar ook niet zo’n behoefte aan. Als ik ruimte nodig had om iets te zeggen, schreeuwde ik gewoon over Julia heen zodat ze haar mond hield, maar Fleur was gewoon niet zo.
Ik pakte snel ondergoed uit mijn kast en sloot mezelf op in de badkamer, de meiden achterlatend in de kleine ruimte die ik mijn slaapkamer noemde. Terwijl ik onder de douche stond, hoorde ik hoe de andere meiden mijn net opgeruimde slaapkamer weer tot een puinhoop maakten. Ik zag voor me hoe ze al mijn kleren van mijn planken schoven, alles één voor één bekeken en als het leuk genoeg was, het op de grote hoop op mijn bed gooien. En dan kon ik de volgende ochtend, als ik weer een kater had, alles gaan opruimen.
Ik waste mijn haar, scheerde mijn benen, waste mijn hele lichaam en genoot van de geur van vanille die zich in de hele badkamer verspreidde. Iedereen die mij ook maar enigszins kende, zou meteen de link leggen tussen mij en het woord ‘vanille’, want ik had al jarenlang dezelfde shampoo en rook er dus altijd naar. Ik hield van die geur.
Even daarna draaide ik de douche uit, wikkelde een handdoek om mijn haar, droogde me af, trok mijn ondergoed aan en liep de badkamer uit. Mijn kamer zag er precies zo uit als ik gevreesd had: een grote hoop kleding op mijn bed, een nog grotere hoop kleding op de grond. Van binnen bedankte ik Julia sarcastisch vanuit de grond van mijn hart.
“Leuk setje!” zei Fleur direct toen ik mijn slaapkamer in liep, wijzend op mijn ondergoed. Ik haalde mijn schouders op en bedankte haar mompelend. Ik vond het niet echt bijzonder: gewoon zwart met een beetje kant. Niets overmatigs.
“Maren, mag ik deze aan?” vroeg Julia aan me. Toen ik opkeek, zag ik dat ze mijn zwarte spijkerbroek in haar handen had. De pijpen waren omgeslagen omdat de broek voor mij veel te lang was, maar Julia zou hem qua lengte vast wel aan kunnen.
“Ja, natuurlijk,” antwoordde ik onverschillig. “Als je hem past. En als je hem maar niet kapot maakt, dan vind ik alles goed.”
Julia grijnsde.
“Je kent me toch!”
“Ja, daarom,” antwoordde ik. Ik moest even op gang komen doordat ik net wakker was, maar door het enthousiasme van Julia en mijn douche van daarnet, ging het al wat beter. Ik dook op de stapel kleren af en plukte er wat uit.
“Wat is dit?” vroeg ik terwijl ik er iets vormloos uitplukte dat veel weg had van een omaonderbroek. Ik hield het ding tussen twee vingers vast en draaide het rond om het van alle kanten te bekijken met een blik vol afschuw.
“Dat heet een legging,” zei Fleur, van wie het ding blijkbaar was. “Voor onder dit rokje.” Ze plukte een zwart spijkerrokje uit de hoop en gooide het naar me toe. Ik strekte mijn armen uit om het te vangen, maar het belandde net op mijn vingertoppen en dwarrelde op de grond. Ik bukte me om het op te rapen en bekeek het rokje net zo kritisch als de legging.
“Trek aan,” gebood Julia.
“Hoezo?” vroeg ik.
“Omdat het een rokje is en jij mooie benen hebt.”
“Ik heb korte benen.”
“Dat neemt niet weg dat ze mooi zijn. En er is een jongen die je moet versieren, dus wat hulp in de vorm van alles kort en diep wil wel eens helpen…”
Ik wilde er tegenin brengen dat ik hem niet eens wílde versieren en dat zij mooiere benen had dan ik, maar ik besloot mijn mond maar te houden omdat Julia toch wel overtuigd was van haar eigen gelijk en ik trok het oma-achtige geval aan. Toen ik het eenmaal aangetrokken had, zag ik dat het in principe best leuk stond.
“Allstars of ballerina’s?” vroeg ik toen ik de rits van het rokje dichtdeed.
“Allstars,” zei Julia beslist. “Je woont in die schoenen en – nou, als je in ieder geval wil dat hij je vandaag ziet zoals je bént, dan moet je je allstars aan doen.”
Het maakte me helemaal niets uit of Bill me nou zou zien zoals ik was of dat hij een hele verkeerde indruk van me kreeg, helemaal niets, maar ik deed wat Julia zei en pakte mijn afgetrapte gympen uit een krat dat naast mijn deur stond.
“Leuk!” riep Fleur uit, terwijl ze Julia een roomwitte trui met een V-hals aangaf. “Hier, Maren, doe dit bloesje aan. En dan met mijn kettingen…” Ze gaf me een zwart bloesje met pofmouwtjes en deed haar zwarte kralenketting af, die ze al om mijn nek drapeerde toen ik het bloesje nog amper aan had en Julia probeerde op het zelfde moment een riem door de lusjes van mijn rokje te proppen, zodat ik mezelf net een paspop voelde.
Toen ik mijn bloesje had dichtgeknoopt en de andere dingen ook op hun plek zaten, draaide Julia me naar haar toe, zodat ze me van top tot teen kon bekijken. Ze produceerde een twijfelend geluid terwijl ze een knoopje open deed en het kraagje wat meer naar buiten vouwde zodat je mijn beha bijna kon zien. Ik bracht mijn handen naar boven om het knoopje weer dicht te doen, maar Julia sloeg mijn handen weg.
“Niet doen! Je wilt toch dat hij op je valt?”
Ik trok een walgend gezicht.
“Néé!” riep ik uit. “Dat maak jij ervan!”
Ze grijnsde breed bij het horen van mijn stem, die heel onnatuurlijk hoog klonk.
“Ik wéét dat je het wilt. En jij ook, toch, Fleur?”
“Mmm ja…” zei Fleur afwezig terwijl ze haar strakke spijkerbroek uit de stapel viste en hem aantrok alvorens in mijn schoenenbak te duiken op zoek naar de geblokte ballerina’s die ze ook geleend had op de dag van het optreden.
“Trek deze aan,” zei ik voordat ik de stapel kleding indook, voornamelijk om Julia de mond te snoeren. Ik pakte een shirtje dat mij toebehoorde dat hele dunne streepjes had, zwart en wit, waardoor het net grijs leek, en ik wierp het haar toe. Jammer genoeg stond het haar niet en werd het uiteindelijk een zwart shirtje dat strak zat op de plaatsen waar een shirt normaal los zat en andersom. Ze leende wat armbanden van mij en zag er tiptop uit.
In de tijd die we overhadden, maakten we elkaar op en deden elkaars haar. Julia was één van de besten in het opsteken van haar, dus maakte ze een echt kunstwerk van het mijne, met veel glitterende speldjes en dat soort dingen. Ik durfde niet met mijn hoofd te bewegen omdat ik bang was dat het hele geval in elkaar zou storten, zo mooi vond ik het. Voor Julia jatte ik een beetje spul van mijn moeder dat haar krullen heerlijk glad en mooi en Fleurs haar takelden we toe met een stijltang waardoor het nog stijler was dan het normaal gesproken al zat.
Al die tijd keek ik steeds stiekem op de klok en wierp daarna meteen mijn blik op Julia om te controleren of ze het niet gezien had. Ik wilde echt niet dat ze dacht dat ik me aangetrokken voelde tot Bill omdat het simpelweg niet zo was. Misschien zou het komen, zoals ze zei, maar eerlijk gezegd kon ik me dat toen nog niet voorstellen.

Om kwart over twee stopte er een auto voor het huis, waarvan ik zeker wist dat het die van Georg’s moeder was. Ik sprong meteen op van de bank, zette de televisie uit, zei mijn moeder gedag en liep met de meiden in mijn kielzog de deur uit, waar we Bill ontmoetten. Ik vond dat hij er schattig uit zag, met zijn handen in zijn broekzakken waardoor hij er iets breder uit zag dan hij was. Hij had een leren jasje aan en een spijkerbroek die hij volledig verrot geknipt had.
“Hoi!” zei hij op een vrolijke toon. “Sorry dat we zo laat zijn, maar we konden het echt niet vinden…” Hij draaide heel schattig met zijn knie en rekte zich een beetje uit, met zijn handen nog steeds in zijn broekzakken, en dat zag er zo lief uit dat ik het hem meteen al vergaf.
“Het geeft niet hoor,” zei Julia met een glimlach. Dat deed ze vast alleen omdat ze dacht dat ik hem leuk vond, want ze had de hele tijd sikkeneurig gedaan omdat ze dacht dat ze niet meer op zouden dagen en dat we alle moeite voor niets gedaan hadden. Bill hoorde haar al niet meer: hij had zijn ogen op mij gericht. Na een periode die een paar seconde te lang duurde om het onopvallend te laten zijn, rukte hij zijn blik los en nam hij ons mee naar de auto. Hij trok een schuifdeur open.
“Gaat u voor,” zei hij, en liet ons instappen. Ik maakte een heel-ver-vooroorlogs kniebuiginkje, waarna ik lachte om zijn vrolijke gezicht, en stapte in. Bill kwam na mij.
Binnen groette ik Georg, die achter het stuur zat, Gustav, die naast hem zat en Tom, die Julia inmiddels al op schoot genomen had en niet meer in staat van spreken was omdat hij zijn lippen zacht op die van Julia gedrukt had. Ik kon de kriebels in haar buik zowat voelen, telepathisch verbonden als we waren.
Fleur had plaatsgenomen achter hen en ik ging naast haar zitten, zodat de enige lege plaats die overbleef die naast de twee tortelduifjes was, voor Bill dus, die de schuifdeur weer dichtdeed. Georg startte de auto en reed de straat uit. Ik negeerde mijn moeder, die achterlijk stond te zwaaien achter het raam.
In de auto was het een chaos van jewelste. Ik vond het een wonder dat Georg gewoon recht bleef rijden en dat ik nog leef als je keek wat er allemaal in de auto gebeurde. Er stond harde muziek aan waarvan de vier jongens de songtekst helemaal van buiten kenden. Ze (ja, Georg ook) headbangden erop los, schreeuwden de tekst mee en lagen slap van het lachen. Ik wilde eigenlijk serieus blijven kijken, want ik was als de dóód om te sterven, maar het lachende gezicht van Bill maakte mij uiteindelijk aan het lachen.
Halverwege de rit werden Tom, Bill en wij weer wat rustiger, maar Georg en Gustav begonnen heel stuiterig en hyperactief te doen. Bij alles wat de ander zei, lag de een slap van het lachen en andersom. Ik wilde zeggen dat hij wat voorzichtiger moest doen omdat ik niet van auto-ongelukken hield, maar ik hield mijn mond tot we Magdeburg in reden. Toen ik de bordjes met de naam van de stad zag, kon ik een zucht van verlichting niet onderdrukken. Eindelijk kon ik uit die rijdende doodskist stappen.
Georg parkeerde de auto bij een of ander pleintje. De enige plek die nog over was, was tussen een stel bomen met laaghangende takken. Dat zou een fantastisch plekje geweest zijn als het hoogzomer geweest was, lekker in de schaduw, maar het was op dat moment eind april en was het een rotplek. Dat beaamde ook Tom, die met zijn dreads aan een tak bleef hangen en Bill, die doordat Tom aan de takken trok, drijfnat werd. Het had die morgen nog geregend.
Terwijl Bill Tom hielp zijn haar uit de takken te halen, haalde Georg een parkeerbonnetje en stapten wij ook uit, zodra we zeker wisten dat de kust veilig was. Eer dat wij zonder kleerscheuren uit de auto gekomen waren, was Georg weer terug en legde het bonnetje achter de voorruit alvorens de deur dicht te gooien.
Daarna liepen we met zijn allen de stad in. We gingen aanvankelijk op zoek naar een WC voor Julia die openlijk verklaard had dat ze zo nodig moest, maar we werden telkens opgehouden door Bill, die dan ‘eventjes’ een armband moest bezichtigen. Ik deed vrolijk met hem mee, want ik vond de armbanden ook gaaf en lachte me ondertussen rot om het gezicht van Julia, dat steeds geïrriteerder werd. Ze stond bijna op knallen toen Tom en ik stonden te kwijlen boven een paar prachtige Gibsons, die veel te duur waren, maar Julia durfde niets te zeggen uit angst het te verbuien bij Tom. Noem me een sadist, maar het was één van de grappigste dingen die ik ooit gezien heb.
Eenmaal bij de openbare WC’s aangekomen, gingen Fleur en ik met Julia mee, zodat we de jongens buiten achterlieten. Fleur liep op haar tenen om te zorgen dat de zoom van haar spijkerbroek niet bevuild werd door de ranzige vloer die vol lag met modder, maar Julia deed die moeite niet met mijn broek. Ze snelde een hokje in en Fleur en ik werkten alleen onze make-up bij in de vieze spiegel die er hing. Er stonden woorden op geschreven met merk- en lippenstift en in het midden zat een grote ronde barst, alsof er een voetbal tegenaan geknald was. Natuurlijk was dat onmogelijk, want het was er te klein om te voetballen, maar ik had geen idee hoe het anders kwam.
Julia trok door en nadat ze haar handen grondig had gewassen met niet-bestaande zeep uit een kapot pompje, stonden we weer buiten. Ik had het gevoel dat we heel ongelegen kwamen, want de jongens staakten meteen hun gesprek en grijnsden breed alsof ze betrapt waren op iets waar wij geen weet van wilden hebben. Misschien wilde ik dat inderdaad wel niet.
“Kom op, we gaan winkelen,” riep Bill enthousiast alsof we hen niet op roddelen hadden betrapt. “Kijk, daar in die grote winkel daar, daar verkopen ze echt geweldige kleding voor jongens én meiden en er zit echt iets voor jullie bij. Voor Tom is het – nou ja, ze verkopen nou eenmaal geen tenten, dus hij vindt het niets.” Hij keek Tom lachend aan, die spottend terugkeek en al snel lagen ze slap van het lachen.
We slenterden naar de winkel en al voordat we binnen waren, zag ik dat Bill niet gelogen had. Het was er groot en er hingen inderdaad fantastische kleren, van de vloer tot het plafond, van muur tot muur, rekken vol met de meest fantastische prints en vormen. Het enige woord dat ik kon uitbrengen was ‘wauw’ en ik keek nogmaals om me heen voordat ik naar de kant voor de meisjes liep. Samen met Fleur ging ik door de rekken heen, bekeek ik ieder kledingstuk kritisch en we kozen veel meer uit dan we zouden kunnen betalen, maar dat deed er niet toe. Iedereen wist tenslotte dat het passen van een kledingstuk veel leuker was dan het kopen ervan.
Ik dacht dat ik al meer gepakt dan mogelijk was maar toen ik naast me keek, zag ik dat Fleur nog meer had. Ik speurde de winkel af naar Julia, maar die kon ik niet vinden. Toevallig genoeg zag ik dat Tom ook verdwenen was: Georg, Gustav en Bill waren maar met zijn drieën.
“Ga je mee passen?” vroeg Fleur terwijl ik mijn blik nog op de drie jongens gericht had. Ik schrok op en zag dat we al bij het einde van de winkel waren. Ik antwoordde van wel en liet me meeloodsen naar de kleedhokjes terwijl ik nogmaals rondkeek of ik mijn vriendin ergens kon vinden, maar die was onvindbaar. Eenmaal bij de kleedkamers kwamen we Georg en Gustav tegen, die beide minder kleding bij zich hadden dan Fleur en ik.
“Bill is al binnen,” zei Georg met een hoofdknik naar een kleedhokje waarvan het gordijn gesloten was. “Het verbaasde me eerlijk gezegd dat hij er nog bij paste, naast al die kleren…” Hij lachte naar zijn bandvriend.
“Ja,” zei die. “Ik geloof dat hij er helemaal op rekent dat we wereldberoemd worden en dat hoop ik ook maar voor hem want anders zit hij op zijn zestiende met een schuld opgezadeld…”
Ik keek even controlerend naar het gordijn waarachter Bill zich omkleedde om te controleren of hij misschien iets hoorde (ja, echt zonder verdere gedachten) maar hij ging onverstoord door met omkleden. Bovendien zou hij waarschijnlijk niets gehoord hebben, want Gustav had zo zacht gepraat dat het de benodigde afstand waarschijnlijk niet eens overbrugd had.
“Jullie worden vast beroemd,” zei Fleur, en liet zo de gezichten van de jongens opklaren. Net op het moment dat ik wilde zeggen dat ze zo goed waren, kwamen er twee hokjes vrij en gebaarden Gustav en Georg dat wij eerst mochten, wijzend op de grote hoeveelheid kleding die we bij ons droegen. We glimlachten dankbaar en namen de twee hokjes in beslag.
Een aantal momenten later kwamen Fleur en ik de hokjes uit in onze eerste shirtjes. Fleur had iets aan met streepjes, ik iets met stipjes. Ze waren heel leuk, maar niet heel speciaal. Zo ging dat een poosje door: vorige ding uittrekken, volgende aan, uitstappen, beoordelen, weer terug en weer uittrekken. Alles stond leuk, wat me op een pijnlijke manier deed denken aan de magere inhoud van mijn portemonnee. Ik kon niet alles kopen, nog niet eens de helft.
Het leukste moment die middag was het moment dat ik in een donkerblauw shirt met witte print het hokje uitkwam en dat ik Bill tegenkwam in hetzelfde shirt. Het was de mannenversie, dat wel, maar het was verder identiek.
Aan de kassa betaalde ik uiteindelijk dat donkerblauwe shirt, een wit bloesje met doodskopjes en een mooi zwart shirtje dat jaren mee zou kunnen gaan. Bill kocht alles wat hij gepast had, misschien met uitzondering van een stuk of drie shirts. Hij mocht inderdaad wel opschieten met dat beroemd worden, anders zou hij het niet lang volhouden met zijn huidige levensstijl.
“Waar is Tom, eigenlijk?” vroeg hij ten langen leste, terwijl hij om zich heen keek om de omgeving te screenen.
Ik haalde mijn schouders op.
“Geen idee,” antwoordde ik eerlijk. “Julia is hem ook gesmeerd.”
Ik zag een soort van triomf op zijn gezicht verschijnen toen ik dat laatste zinnetje toevoegde aan mijn ‘geen idee’, iets wat een ander misschien niet gezien zou hebben maar aangezien ik wist van de situatie tussen Tom en Julia, zag ik het. Bill had sterk de neiging om te grijnzen (ik zag wat spiertjes trekken rond zijn volle mond) maar hij deed het niet.
“Kom op,” zei hij tenslotte en liep richting de uitgang van de winkel. Ik volgde hem, maar Georg protesteerde.
“Maar, Bill,” begon hij terwijl hij hem probeerde tegen te houden. “Moeten we Tom niet -”
“Nee, niet nodig,” onderbrak Bill hem zonder te stoppen of Georg aan te kijken. Klaarblijkelijk begreep Georg Bills standpunt, want hij zei verder niets meer en volgde Bill mak als een lammetje naar buiten.

Nadat we iets gedronken hadden, nog wat winkeltjes bezichtigd hadden en vast in de supermarkt wat drank gekocht hadden om in te drinken, gingen we met zijn vijven naar de Mac Donalds. Onderweg belde Bill naar Tom, want na twee uur met zijn tweetjes was het wel tijd dat ze weer eens opdoken. “Hé, Tom, met Bill,” hoorden we. “Waar zit je? … Aha … Ja, wij gaan nu richting de Mac, ik zou het wel waarderen als jullie je ook nog even zouden laten zien. Vanavond zien we je waarschijnlijk ook niet, hè?” Hij lachte. “Nee, precies. Eh - zie ik jullie zo? Ja? Oké! Tot straks!” Hij hing op en propte zijn mobiele telefoon in zijn broekzak terwijl hij me aankeek en daarbij glimlachte.
Achter Bill, Georg en mij (ik voelde me heel klein, zo tussen de twee jongens in) waren Fleur en Gustav in een gesprek verwikkeld dat over onderwerpen ging die ik zo oninteressant vond dat ik er niets vanaf wist. Ik probeerde eerst een stukje te volgen, maar zodra ik het woordje ‘politiek’ hoorde, besloot ik maar een gesprekje met Bill aan te knopen over ‘ons’ nieuw gekochte shirt.
Eenmaal in de Mac Donalds zochten we een plekje waar Tom ons zou kunnen zien zitten, maar dat viel nog niet mee omdat het ontzettend druk was: het was etenstijd en dus spitsuur. Uiteindelijk werd het een tweepersoonstafel bij het raam, wat natuurlijk nooit ging passen, dus belandde Fleur op Bills schoot, ik op die van Georg en Gustav wist ergens een derde stoel vandaan te plukken. Het wachten was nog op Tom en Julia.
“Hebben jullie enig idee wat Julia altijd eet?” vroeg Georg. “Dan kan ik alvast wat bestellen. Een Big Mac Menu voor Tom?” vroeg hij bevestigend aan Bill, die knikte.
“Eh,” stamelde Fleur. “Neem maar een menu met kipnuggets voor Julia, dat eet ze wel. En het zelfde voor mij alsjeblieft.”
“Oké,” zei Georg terwijl hij de informatie opsloeg in zijn hoofd. “Bill, jij wil een…?”
“Big Mac Menu!” vulde die aan.
“Gustav?”
“Zelfde!”
“Oké. En jij?” vroeg hij aan mij, met zijn gezicht opeens wel heel dicht bij het mijne. Ik deinsde terug, een heel klein beetje maar, omdat ik schrok, niet omdat ik bang voor hem was of zoiets. Zo preuts was ik nou ook weer niet. Hij glimlachte naar me, misschien omdat hij het voelde of gewoon doorhad en ik glimlachte terug.
“Doe maar een Mac Salad alsjeblieft. Ik ben vegetarisch.” Daarna stond ik op, zodat Georg kon opstaan en weglopen.
Net nadat hij weg was, kwamen Tom en Julia binnen. Tom had Julia’s hand in de zijne geklemd en grijnsde breed toen hij Bill zag zwaaien. Hij zette koers naar ons tafeltje en sleepte Julia achter zich aan, die overduidelijk tot over haar oren verliefd was. Ik zag haar wel vaker verliefd, maar dan zag ze er een stuk minder stralend uit (en ik had al gedacht dat het niet erger kon) en die liefdes duurden meestal niet uitzonderlijk lang. Ik werd er een beetje bang van, bang van de energie die ze uitstraalde, alsof het me zou opeten of zoiets.
“Hoi!” zei hij opgewekt, en pakte een stoel van een jongetje, dat net was opgestaan om zijn ijsbeker weg te gooien. De moeder van het jongetje protesteerde, maar Tom deed net alsof hij het niet hoorde en plantte zijn kont op de stoel, waarna hij Julia bovenop zich trok. Die grijnsde, lachte en leunde met haar voorhoofd tegen dat van Tom aan. Hij lachte terug en fluisterde iets dat ik niet kon verstaan, maar wat Julia blijkbaar in vuur en vlam zette. Daarna wendde hij zijn hoofd af.
“Is Georg al eten halen?” vroeg hij.
Gustav knikte, waarna iedereen stil viel. Het enige misselijkmakende geluid waren de kirrende geluidjes die Julia maakte, telkens als Tom iets in haar oor fluisterde of met zijn hand langs haar blote onderrug streek. Het volgende storende moment was toen het jongetje met de ijsbeker terugkwam, merkte dat zijn stoel op wonderbaarlijke wijze verdwenen was en begon te huilen. We voelden ons allemaal, behalve Tom, nogal ongemakkelijk toen de moeder boze blikken in onze richting wierp terwijl ze het kind probeerde te troosten. Gelukkig kwam daarna Georg terug, met een afgeladen dienblad in zijn handen, dat hij op het kleine tafeltje zette.
“Er staan nog twee dienbladen,” zei hij. “Dit is alleen voor Tom en Gustav.”
“Ik help je wel,” stelde ik voor en ik stond op. Georg en ik liepen door de mensenmassa heen en plukten twee overvolle dienbladen van de toonbank af, waarvan er eentje al gevaarlijk op het randje balanceerde doordat een ronde mevrouw haar dikke armen ernaast gelegd had. Georg liep terug naar de tafel, zonder moeilijkheden, maar ik moest het blad boven mijn hoofd houden om tegen niemand aan te botsen. Toen ik uiteindelijk het blad op tafel zette, merkte ik dat ik de helft van de friet verloren was. Ik hoopte maar dat niemand het zou merken.
Tijdens het eten wisselde ik telkens blikken met Bill. Ik zat bij Georg op schoot, hij had Fleur bovenop zich en telkens kruisten onze blikken elkaar, waarna ze in elkaar bleven haken. Hij keek alleen maar, lachte niet, maar eiste mijn blik op. Het was fascinerend hoe het hem telkens lukte en hoe lang hij mijn blik wist vast te houden. Ik vond het moeilijk om mijn blik van zijn ogen af te wenden en dat verbaasde me enigszins. Ik vond Bill niet bijzonder – of ja, ik vond hem wel bijzonder, maar niet op de manier waarop ik hem zag. Ik zag hem als vriend maar als niets meer.
Nadat we onszelf volgegeten hadden, betaalden we Georg terug en gingen terug naar buiten, waar het inmiddels al wat afgekoeld was. Ik ritste gauw mijn jas dicht en liep naast Bill richting de auto toe, waar Georg een krat bier in verstopt had en hij liep zo dicht tegen me aan dat het voor de anderen onmogelijk was om te zien dat onze vingers zich verstrengeld hadden. Mijn andere hand stak ik diep in de zak van mijn jas, waar mijn vingers speelden met de kraaltjes van een kapot armbandje dat ik al lang geleden daarin gestopt had.
Binnenin me barstte er een strijd los tussen twee kampen: kamp één vond dat ik een stomme trut was omdat ik misbruik maakte van Bills gevoelens, omdat ik zijn hand vasthield terwijl ik zelf niets noemenswaardigs voor hem voelde en kamp twee vond dat ik dat niet deed omdat hand in hand lopen ook puur vriendschappelijk kon zijn. Bill zou dat heus wel begrijpen. Ik wenste dat ik sneller een conclusie had kunnen trekken, maar op dat moment was het al te laat: Bill had mijn hand al een aantal minuten vast en het zou vreemd zijn als ik hem na die verstreken tijd nog los zou trekken. Ik besloot uiteindelijk maar de kanten van beide kampen te kiezen: ik vond mezelf een trut, maar kamp twee had ook gelijk. Ik bedoel: hij pakte míjn hand vast! Ik had niets gedaan!
Eenmaal op de parkeerplaats deed Georg de achterklep van de auto open om het krat drank te pakken en de auto daarna weer af te sluiten.
“Waar zullen we heen gaan?” vroeg hij aan niemand in het bijzonder.
“We kunnen naar de halfpipe gaan,” stelde Tom voor. “Daar is nooit iemand.”
Op het moment dat iedereen min of meer toestemde, voelde ik een paar druppels in mijn gezicht spatten. Bill voelde de regen blijkbaar ook, want hij riep iets als ‘shit, mijn haar!’ en vluchtte zo snel hij kon het busje in waardoor hij mijn hand als een razende los liet. Ik voelde opeens een tintelend gevoel van opluchting, van vrijheid, en ik stopte mijn hand diep in mijn jaszak.
Julia hoefde niet lang na te denken voordat ze Bills voorbeeld volgde: haar haar was haar misschien nog wel dierbaarder dan Tom voor haar was.
“Kom op, doe de stoelen omlaag,” stelde Gustav voor. “Dan gaan we wel met zijn allen in de auto zitten.”
Hij bukte zich voorover en begon aan één van de achterste twee stoelen te sleutelen nadat hij het schot tussen de kofferbak en de passagiersruimte omlaag gehaald had. Ik boog me voorover naar de tweede stoel en draaide aan één of andere knop, maar de stoel gaf niet mee toen ik ertegen duwde. Nogmaals probeerde ik het, maar het was een gegeven dat ik slecht was in alles wat met techniek te maken had.
Plots voelde ik dat iemand over me heen boog en de geur van mannendeodorant bereikte mijn neus en hersenen. Diegene draaide aan een andere knop dan waar mijn hand nog op lag en duwde nog geen twee seconden later de stoel plat tegen de vloer van de auto. In de auto zag ik Bill op één van de voorste stoelen zitten en rechts van me kropen Gustav en Tom de auto al in, wat dus betekende dat de persoon die over me heen hing, Georg moest zijn.
Bill ving mijn blik direct en ik was opnieuw niet in staat mijn blik af te wenden. Zijn ogen hielden me gevangen, op de één of andere vreemde manier, waarschijnlijk doordat hij zo mysterieus was en ik het gevoel had dat hij zijn mysterie een stukje weggaf door me zo aan te kijken. Hij liet zijn ogen eerst een poosje in die van mij hangen maar toen zijn ogen langzaam naar beneden dwaalden, werd ik me er pijnlijk van bewust dat ik inkijk had. Ik schoot naar boven, waar Georg nog hing, en dus kwam mijn achterhoofd pijnlijk in contact met zijn kin. Ik draaide me meteen om en drukte mijn hand tegen de pijnlijke plek op mijn achterhoofd.
“Sorry!” riep ik uit, en ik reikte mijn hand uit naar zijn kin om te kijken of ik hem niet heel erg gewond had. Gelukkig was er niets te zien.
“Geeft niet,” mompelde Georg terwijl hij met zijn hand over zijn kin wreef, zijn gezicht vertrokken van de pijn.
“Echt niet?” vroeg ik ter bevestiging, waarna Georg een soort van scheve grijns op zijn gezicht plakte. “Nee, echt niet,” bevestigde hij. “Kruip nu die auto maar in.”
Ik deed wat hij zei: ik plantte mijn kont op de vloer van de auto en schoof mezelf naar binnen, zodat nog meer pijnlijke momenten me bespaard zouden blijven. Ik zag dat Julia en Bill de overige twee stoelen al omlaag geklapt hadden, zodat er nu een redelijk grote ruimte in de auto was. Het was een prima plek om in te drinken als het regende, concludeerde ik.
Georg gooide de achterklep dicht (ik schrok me lam) en het moment daarna kwam hij door de schuifdeur naar binnen gekropen. Hij nestelde zich naast Tom en strekte zijn hand uit naar mij. Ik keek hem niet begrijpend aan en pas na een seconde of tien drong het tot me door dat ik naast het krat bier zat. Ik pakte er een flesje uit en stopte het in de uitgestrekte hand van Georg. “Oké…” mompelde hij terwijl hij iets zocht dat op de vloer moest liggen. “Waar is die verdomde openingsdinges?”
“Mag ik ook een biertje?” vroeg Bill, terwijl ook hij zijn hand uitstrekte, over Julia heen, die tussen ons in zat. Ook voor hem pakte ik een biertje uit het krat en gaf het aan. Ik liet het bijna vallen toen onze vingertoppen elkaar onverwachts raakten.
“Wil iemand anders nog bier?” vroeg ik terwijl ik mijn hand weer naar het krat bracht. Ik gaf Tom, Julia en Fleur een flesje en pakte er daarna een voor mezelf. Ik wachtte tot Bill me de flessenopener gaf en gooide de kurk op de grond zodra het me gelukt was zonder mezelf te bezeren.
“Wil jij niets?” vroeg ik aan Gustav, die zijn knieën zover opgetrokken had dat hij zijn kin erop kon leggen. Hij schudde zijn hoofd langzaam.
“Hij is een overtuigd niet-drinker,” verklaarde Bill me met een glimlach.
“Aha,” deed ik zacht, en ik nam een grote slok.
De regen roffelde op het dak, zo hard zelfs dat de muziek die Georg op had gezet niet meer te horen was. Het duurde dan ook niet lang voordat hij de radio uitzette en alleen het geluid van de regen overbleef, dat klonk als een langgerekt applaus. We waren allemaal stil, dronken gewoon ons bier op terwijl het buiten doorregende.
Tom pakte een pakje sigaretten uit zijn broekzak, nam er één uit en stak hem aan met een aansteker die hij ook in het pakje gepropt had. Nadat hij diep geïnhaleerd had, maakte hij een gebaar naar niemand in het bijzonder of er meer mensen trek hadden in een sigaret, wat afgewezen werd door iedereen behalve Georg. Binnen een minuut stond de bus blauw van de rook. “Wordt het nou nog een keer droog?” verbrak Fleur de stilte uiteindelijk terwijl ze naar het plafond keek alsof ze zo contact kon maken met de wolken.
Het einde van haar zin was nog niet weggestorven of de regen begon nog harder op het busje te beuken. Julia gromde zachtjes boven de regen uit en trok een boos gezicht terwijl ze controleerde of het dak nog niet begon te lekken.
“Hé, kan het nog harder regenen!?” schreeuwde Tom door de bus, waarna hij veel vreemde blikken toegeworpen kreeg van – ja, van ons allemaal. Hij grijnsde trots toen het geluid van de regen zachter werd en het uiteindelijk helemaal wegstierf, op een paar tikjes na. Vermoedelijk waren die druppels afkomstig van de bomen boven de bus.
“Ha!” riep Tom triomfantelijk. “Zie je, dat helpt altijd. Kom, we gaan er vandoor!”
“Wacht even,” onderbrak Georg hem toen Tom al half overeind gekomen was en al bijna uit de auto gesprongen was. “Ik zet de auto wel ergens anders, anders zit je straks weer met je haar in die boom… Wacht eventjes.”
Hij kroop de bus door en nam plaats op de bestuurdersplaats, startte de auto en reed achteruit om al gauw weer te stoppen op een ander plekje. Het was inmiddels al heel wat later, dus waren er plekken genoeg.
“Nu kun je uitstappen,” zei hij terwijl hij de auto op de handrem zette, en stapte zelf als eerst uit. Ik viel bijna achterover naar buiten toen ik opeens voelde hoe de muur (wat dus de schuifdeur was) achter me wegschoof, maar ik wist nog net op tijd mijn evenwicht te bewaren, draaide me om en stapte uit op een manier die eleganter was dan vallen.

Een aantal momenten daarna liepen we met zijn zevenen door de donkere straatjes van Magdeburg. De jongens wisten blindelings de weg naar hun favoriete kroeg en ik volgde hen maar gewoon, net zoals de andere twee meiden deden. Ik moet zeggen dat ik me niet erg op mijn gemak voelde, ondanks dat ik met vier jongens op stap was: met ieder onverwacht geluidje keek ik om en de straatlantaarns wierpen vreemde en sinistere schaduwen op de natte straat. Ik had telkens het gevoel dat ik van achter beslopen werd en dat beviel me helemaal niet.
Voor me voerden Tom en Bill een discussie over de hoeveelheid geld die Bill die dag had uitgegeven. Tom vond dat hij teveel uitgaf (“Man, misschien haat heel Duitsland onze muziek en dan beland jij in een kartonnen doos onder een viaduct!”) maar Bill was er echt zeker van dat ze het zouden gaan maken. Ik bleef de discussie volgen totdat ik opeens feestelijke geluiden hoorde. Het was duidelijk dat we bijna bij het café waren.
Op een gegeven moment kwamen we inderdaad bij een druk uitziende kroeg waar een biermerk-neonreclame-ding aan de muur hing en Georg ging ons voor naar binnen. We duwden ons om beurten door de mensenmassa heen en hingen onze jassen op aan een kapstok ergens achterin de rokerige ruimte die vol stond met mensen.
“Ik zou mijn mouwen aan elkaar knopen, als ik jou was,” merkte Gustav met een knikje naar mijn jas op. “Anders vind je hem nooit meer terug aan het einde van de avond.”
Ik volgde zijn raad op en voegde me daarna bij het groepje dat alleen nog op Julia stond te wachten, die de mouwen van haar dikke jas met geen mogelijkheid aan elkaar geknoopt kreeg.
“Julia,” schreeuwde ik over de luide muziek heen. Ze keek op. “Je hoeft hem niet vast te binden. Het ding is wit, dat zie je zo liggen!”
Julia bleef nog even staan twijfelen, alsof ze het niet aankon om haar jas te laten hangen en het risico te riskeren dat het ding rond twee uur op de grond zou liggen, tussen de andere jassen van mensen die misschien wel hoofdluis hadden of dat mensen erop zouden gaan staan, maar het moment daarna haalde ze haar schouders op, hing de jas op een haakje en voegde zich bij ons.
Georg nam het voortouw naar de bar, waarbij hij de hand van Fleur vastpakte en haar duidelijk maakte dat zij die van Julia moest vastpakken. Ik begreep vrijwel direct dat we een slinger zouden maken en dat vond ik een goed idee, anders zou ik weer verdwalen midden op de dansvloer en daar geschaakt worden door een of andere zweterige dronkaard die op zoek was naar een sekspartner voor die avond. Daar paste ik voor.
Ik vond het echter een heel wat minder goed plan toen ik doorkreeg dat ik geacht werd de hand van Bill te pakken. Het was nu kiezen tussen aangerand worden door een op seks beluste dronkaard of een knagend schuldgevoel. Ik koos voor het schuldgevoel, greep Bills hand en drukte me na hem de menigte in. De bar was nog ver uit zicht, maar het zou best kunnen dat Georg er al gearriveerd was en klaarblijkelijk was dat ook zo, want toen ik nog half tussen de mensen stond, kreeg ik al een glas doorgegeven van Bill.
“Rondje van mij!” hoorde ik Georg roepen terwijl hij zeven glazen doorgaf.
“Ik hoef niet!” protesteerde Gustav toen ook hij een glas in de hand gedrukt kreeg en hij pakte het niet aan, zelfs niet toen Georg het in zijn hand drukte. Vandaar dat hij het glas zelf maar aan zijn lippen zetten en in één keer achterover sloeg. Toen waren het er nog maar zes.
“Op een week vriendschap!” bralde hij, waarna we allemaal het glas hieven en het achterover sloegen. Zes glazen kwamen bijna tegelijk met een klap op de bar terecht, waardoor het zevende rinkelde. Ik had nooit geweten dat er jongens bestonden die net zo hard konden drinken als wij drieën. We stonden niet echt bekend als zuiplappen of zo, maar we konden snel drinken, veel drinken en dan nog steeds nergens last van hebben. Sommige mensen vonden het leuk om ons voor de grap mannen te noemen. Ik vond dat oké. Drinken was waar wij Duitsers bekend om stonden en ik vond het niet erg om aan dat clichébeeld te voldoen.
“Kom op,” riep Tom, die al verscheidene mensen van hemzelf en Julia af had moeten slaan. “Laten we ergens gaan staan waar het minder druk is!”
Ikzelf had daar ook niets op tegen: ik werd telkens tegen Bill aangeslingerd als er iemand tegen me opbotste en veroorzaakte dus onnodig veel lichamelijk contact. Misschien zou hij denken dat ik ook op díé manier geïnteresseerd was in hem en dat wilde ik zoveel mogelijk vermijden.
“Oké,” zei Georg, die iedereen elkaars hand weer liet vastpakken en ons mee loodste naar een rustiger plekje dat wat verder van de dansvloer af lag. Eenmaal daar was ik blij dat ik Bills hand los kon laten: ik had enorme zweethanden en ook al voelde ik niets voor hem, het was alsnog beschamend en pijnlijk, maar eenmaal bij de rustige plek aangekomen, scheen Bill niet van plan te zijn mijn hand los te laten.
We bleven tegen de muur hangen, ontzettend lang en gaven om beurten rondjes bier, baco en andere alcoholische rotzooi. Tijdens mijn vijfde drankje begon ik Bill eens vanuit mijn ooghoeken te bestuderen want zeg nou zelf, het hing in de lucht dat hij iets ging proberen bij me. Zou ik hem terugzoenen, met het risico dat als ik hem daarna vertelde niets met hem te willen, hij me een goedkope slet zou vinden? Ik vond het vreselijk als mensen mij niet aardig vonden en nog veel erger als mensen me haatten, zoals Bill misschien zou gaan doen, maar aan de andere kant zou hij het in eigen hand hebben. Ik zou hem mij laten zoenen en niet andersom. Dan was het zoenen op eigen risico.
De rest van de avond besloot ik met die nieuwe instelling verder te gaan. Geen schuldgevoel, maar leven op dit moment en niet denken aan wat er kon gaan komen. Mocht Bill me gaan beschuldigen, dan had ik mijn speech klaarliggen.
“Dit gaat nog grappig worden,” zei een stem die van Bill afkomstig was. Ik keek hem niet-begrijpend aan, waarna hij naar ergens achter me knikte en alles me duidelijk werd toen ik me omdraaide. Georg was op een barkruk gaan zitten en aan een iets begonnen wat waarschijnlijk van Shakespeare was.
“Georg wordt altijd sentimenteel als hij teveel op heeft,” fluisterde Bill in mijn oor, zijn gezicht vlak bij dat van mij, en ik voelde hoe hij mijn hand los liet en zijn arm langs mijn onderrug legde. Hij draaide zich naar me toe en ging met zijn vrije hand langs mijn wang toen ik mijn hand naar zijn linkerheup verplaatste, waar ik met mijn vingers langs een streepje naakte huid ging. Ik moest mezelf bedwingen om mijn handen niet onder zijn shirt te laten glippen: ik had immers gedronken en wist dat ik er spijt van zou krijgen als ik het zou doen. Bovendien zou het dan zijn eigen schuld niet meer zijn en was ik terecht een slet te noemen.
“Dat kietelt,” fluisterde hij met een schamper lachje, waarop ik niet antwoordde. Ik voelde zijn adem op mijn lippen weerkaatsen en hoe hij me dichterbij zich trok met de arm die om mijn middel lag. De hand die ik niet op zijn heup had liggen, legde ik om zijn nek, maar ik trok hem niet dichterbij. Ik had mezelf beloofd dat ik me zou láten overmeesteren, niet zelf het initiatief zou nemen en gaf hem alleen een zetje in de goede richting. Hij drukte me zachtjes met mijn rug tegen de muur en keek me diep in de ogen. Toen zijn ogen zich op mijn lippen fixeerden, zag ik alleen nog maar zwarte oogleden, zag hoe hij steeds dichterbij kwam, voelde een zenuwachtige kriebel in mijn buik opkomen en toen –
“Oh Julia, waar zijt gij?!” blèrde Georg door het café. Bill trok gauw zijn hoofd terug en ik haalde mijn handen gauw van hem af. Voordat ik mijn blik op Georg richtte, zag ik Fleur staan, die blijkbaar geen oog had gehad voor Georg. Een fractie van een seconde hadden we oogcontact, waarin we breed naar elkaar grijnsden en ik het akelige gevoel kreeg dat ze alles zou vertellen aan Julia. Daarna richtten we echter onze ogen op Georg.
“Blijf van mijn Julia af,” lachte Tom en hij gaf Georg speels een duw waardoor die bijna van zijn kruk af sodemieterde. En plots schoot me iets te binnen. Georg moest ons nog met de auto naar huis brengen en hij had gedronken. Heel veel gedronken.
Een hoop minuten en drankjes verder waren we het er over eens dat Georg moest ontnuchteren, want we wilden niet thuiskomen in een doodskist. We besloten de kuur buiten te beginnen: wat frisse lucht zou ons vast wel goed doen. We maakten opnieuw een slinger - Gustav voorop dat keer, Bill en ik achteraan - en liepen achter elkaar het café uit. Toen de frisse lucht over mijn blote armen streek, rilde ik eventjes, heel kort. Ik voelde hoe kippenvel zich over mijn lichaam verspreidde en vroeg me af waarom ik ook alweer een rokje had aangetrokken.
Toen opeens iemand tegen me aan botste, verloor ik bijna mijn evenwicht maar door wat snel voetenwerk van mezelf en een hand van Bill bleef ik uiteindelijk toch staan. Ik bleef even stil staan tot het draaierige gevoel in mijn hoofd weer weg was en probeerde me te concentreren op een gesprek tussen Fleur en Gustav dat achter me bezig was.
“Heb je teveel gedronken?” vroeg Bill opeens.
“Jij?” vroeg ik terwijl ik eventjes met mijn ogen knipperde en mijn hand uit die van hem trok.
Hij knikte zonder me in de ogen te kijken maar keek over me heen naar de mensen die achter mij stonden. Ik had geen idee wie het allemaal waren en wilde het ook niet weten. Ik nestelde mijn hoofd tegen Bills schouder aan om te proberen een vast gevoel te krijgen, maar de alcohol raasde als een gek door mijn bloed en zorgde dat ik maar draaierig bleef. Het was een bekend gevoel: altijd als ik uitgeweest was, nam ik mezelf voor nooit meer teveel te drinken, maar het lukte me nooit. Ik begon altijd weer van voren af aan.
Bill pakte me bij mijn schouders en keek in mijn ogen, maar ik was niet echt in staat ze open te houden. Ik voelde hoe hij mijn hoofd tussen zijn handen nam.
“Gaat het wel?” vroeg hij, waarna ik knikte, mijn ogen weer opende en om me heen keek. Opeens viel het me op dat we helemaal alleen waren.
“Waar is de rest?” vroeg ik, nog steeds om me heen kijkend. Toen ik mijn blik weer op Bill liet rusten, bleef hij daar hangen en opeens voelde ik me niet meer dronken maar naakt, alsof Bill me met een blik van mijn kleding ontdaan had. Dat zou al dat kippenvel verklaren.
“Maakt dat iets uit?” vroeg hij terwijl hij zijn hand uitstak naar mij, als een soort gezwegen vraag of ik bij hem terug zou komen, maar ik bleef rustig staan waar ik stond en draaide me naar hem om en schudde mijn hoofd langzaam, bang om dat draaiende gevoel weer terug te krijgen. “Mooi,” antwoordde hij tenslotte en hij maakte zich los van de muur. Ik liet mijn ogen over zijn lichaam gaan, van top tot teen, en ik beoordeelde de manier waarop hij langzaam liep. Totaal anders dan Tom, dat was zeker. Ik had er geen woorden voor.
“Laten we een stukje gaan lopen,” zei hij, en hij knikte met zijn hoofd in een niet nader bepaalde richting. Ik wilde niet volgen, maar hij pakte mijn hand en trok me mee, een paar zijstraatjes in, steeds verder weg van de kroeg. Vreemd genoeg voelde ik me alleen met Bill veiliger dan met zijn zevenen: ik keek niet steeds om en de schaduwen maakten me niet bang.
Waar we ook liepen, overal was het uitgestorven en we kwamen nergens onze vrienden tegen. Misschien deed hij het er wel om, bedacht ik me nog, misschien had hij wel gewoon tegen Tom gezegd dat ze rechts moesten gaan zodat hij mij mee kon nemen naar links en we alle tijd hadden die hij nodig had.
Al die tijd hield hij mijn hand vast en ging met zijn duim zachtjes over mijn huid daar. Ik voelde me er niet echt prettig bij omdat ik het gevoel had dat ik hem min of meer misbruikte: ik vond hem niet leuk, niet écht leuk, maar hij mij overduidelijk wel en het hing in de lucht. Hij had me even daarvoor al bijna geprobeerd te zoenen en in principe was ik niet van plan geweest hem tegen te houden. Ik had geen idee van wat ik allemaal voelde, alles liep door elkaar en van elkaar weg, het was een zootje in mijn hoofd en de alcohol hielp daar ook niet echt aan mee.
“Bill, kunnen we even stoppen?” vroeg ik toen mijn benen gingen protesteren. “Of teruggaan...”
Bill stopte abrupt, ik bleef een stap voor hem stil staan.
“Oké,” knikte hij. “We stoppen eerst even en keren dan om, goed?”
Ik knikte en liet me achteruit drijven door Bill, tot ik tegen een schutting gedrukt stond en niet meer verder kon. Hij pakte mijn polsen vast en keek me vervolgens aan met weer diezelfde, naaktmakende blik. Ik rilde toen ik voelde hoe een vlaag kippenvel zich over mijn huid verspreidde.
“Heb je het koud?” vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd, wat de waarheid was. Het was zijn schuld.
Hij glimlachte en liet mijn polsen los om zijn armen rond mijn middel te leggen. Ik liet mijn armen rond zijn nek zakken en keek hem in zijn ogen, waarna hij nog een stapje dichterbij deed en me klem zette. Ik was precies waar hij me hebben wilde en hij verkortte de afstand tussen onze lippen, die elkaar heel eventjes raakten in een moment van pure zachtheid. Ik voelde een vreemde kriebel in mijn buik toen het gebeurde, een warme tinteling op mijn lippen en ik kriebelde zachtjes met mijn vingers in zijn hals. Mijn gedachten stonden even stil op dat moment, zodat het langer leek te duren dan het daadwerkelijk deed. Ik voelde dat mijn hersenen meteen wilden reageren door verder te gaan, maar ik hield mezelf in. Nú was het allemaal nog zijn schuld.
Toen hij na dat moment zijn hoofd terugtrok en me even bedwelmd aankeek, voelde ik een kriebel onderin mijn buik: van anticipatie, niet van verliefdheid. Hoopte ik toch. Op het moment dat Bill zich weer naar me toeboog, werden we echter ruw gestoord.
“Potten!” hoorde ik iemand die overduidelijk dronken was roepen. “Kijk, jongens! Zoenende lesbo’s!” Toen Bill en ik opkeken, zagen we een groepje jongens voorbij fietsen, die luid joelden na de woorden van dat ene bijdehante figuur. Het ik-wil-meer-gevoel zakte meteen weg en het was opeens heel aantrekkelijk om een van die jongens op zijn bek te slaan. Ik stond echter nog steeds klem tussen Bill en de schutting en kon tot mijn grote spijt niet weg. Bill stapte pas weer van me weg toen de jongens voorbij waren.
“Niets van aantrekken,” zei hij met een glimlach. “Kom, we gaan de anderen zoeken.”
Hij pakte mijn hand.

Vraag me niet hoe ik thuiskwam, maar op een gegeven moment stond ik voor de voordeur en ik lag niet in een doodskist, dus nam ik aan dat ik nog leefde. Gustav had me naar de voordeur gebracht (Bill sliep, Tom zat met zijn tong aan die van Julia vast, Fleur was al thuis en Georg ging de auto vast keren), gaf me een knuffel en wenste me welterusten. Hij ging terug naar de auto toen ik mijn sleutel in het slot stak en de auto reed pas weg toen ik veilig en wel binnen was.
Binnen was het donker en dus nam ik aan dat mijn moeder al op bed lag. Ik probeerde stilletjes de trap op te lopen en sloot mezelf eventjes op in de badkamer, waar ik mijn gebruikelijke avondritueel uitvoerde en daar bovenop nog een liter water dronk om een kater te voorkomen. Daarna liep ik naar mijn slaapkamer, waar ik me omkleedde en me uiteindelijk op bed liet vallen. Toen voelde ik pas hoe moe mijn benen waren: ze tintelden en het voelde heerlijk om even te liggen in plaats van te staan of te lopen. Ik probeerde me te herinneren hoe ver ik had gelopen met Bill, maar ik kon er geen conclusie uit trekken: het zou net zo goed honderd meter kunnen zijn als vijf kilometer.
De gedachte aan Bill kwam zomaar opeens in mijn hoofd en liet me niet met rust. Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik het gevoel kreeg dat ik iets stoms gedaan had. Ik vond hem niet eens leuk. Of ja, ik vond hem wel leuk, maar niet écht. Gewoon voor een keer. Geen liefde maar lust. Hij vond me alleen maar leuk en was niet verliefd op me. Natuurlijk vond hij me alleen maar leuk, verliefd worden kan een mens nou eenmaal niet in twee dagen. En als dat wel zo was, dan was die liefde niet gebaseerd op ware feiten maar op uiterlijkheden en niet op innerlijkheden.
Het was allemaal veel te waar om mooi te zijn. Normaal gesproken zou ik nooit zoiets doen: me inlaten met een jongen die ik nog niet kende. Ik zou ook nooit met iemand zoenen zonder dat ik me echt tot die jongen aangetrokken voelde. Gelukkig had ik niet met hem gezoend, maar het had niet veel gescheeld. Zou dat betekenen dat Bill toch op de een of andere manier iets losmaakte bij me? Wist ik dat zeker?
Op het moment wist ik alleen maar zeker dat ik wilde slapen. Langzamerhand begon de gedachtestroom dan toch een beetje luwen en begon ik eindelijk weg te doezelen, lekker in mijn deken gewikkeld omdat het toch aardig koud was op mijn kamer. Ik verdacht mijn moeder ervan dat ze mijn raam open had gezet terwijl ik dat nooit wilde (in ieder geval niet een hele dag lang) met als gevolg dat ik dus in een koelcel lag. Maar ach, alles was beter dan buiten en ik warmde al snel op, waardoor de slaap me heerlijk overmande en me meetrok in de slaap als een open haard en een kop kamillethee dat konden doen.
Ik werd plotseling opgeschrikt door een welbekend trillend telefoongeluid dat van de grond kwam, uit mijn broekzak om precies te zijn. Ik wist dat het geen zin had om het te negeren, want wie-het-ook-was zou me waarschijnlijk lastig blijven vallen tot ik gereageerd had. In ieder geval wel als het Julia was: die nare gewoonte had ze zichzelf aangeleerd nadat ik haar ooit, in een grijs verleden, verteld had dat ik het niet nodig vond om ’s nachts te reageren op sms’jes, ook niet als ze me wakker gemaakt hadden. Sindsdien zag zij het als een hobby om me uit bed te halen.
Ik sleepte mezelf uit bed en haalde mijn telefoon uit mijn broekzak. Geïrriteerd klapte ik het ding open en zag dat ik inderdaad een nieuw bericht had, zoals ik al had verwacht. Hij was van Fleur, niet van Julia, en dat maakte me chagrijnig. Het was dus helemaal niet nodig geweest om uit bed te komen. Ik opende het bericht en liet mijn ogen gauw over de tekst gaan terwijl ik weer in bed ging liggen en me in de dekens wikkelde.
Ja, en maar ontkennen hè! Geef toe - je vindt ‘m leuk! De dranksmoes pik ik niet dit keer! xx, Fleur
Ik vloekte binnenmonds. Fleur wist altijd op de meest onverwachte (en tevens meest ongewenste) momenten met een berichtje te komen dat mijn humeur óf versterkte, óf er een vreemde draai aan gaf. Die keer was het eerste het geval: ik voelde me al schuldig, zij zorgde ervoor dat ik me nog veel schuldiger voelde.
Misschien een heel klein beetje,’ voerde ik in. ‘Hij is wel lief.’
Ik verzond het bericht en legde mijn telefoon met een luide klap op het nachtkastje alvorens mezelf om te draaien en weer te proberen in slaap te vallen. Dat ging echter niet zo gemakkelijk. Meende ik dat wat ik stuurde? Vond ik Bill een schatje? Ja, natuurlijk vond ik dat. Wie vond dat nou niet? Hij was een heel schattige jongen die misschien een beetje vrouwelijk was, maar hij was wel heel aardig en galant en adorabel en hij maakte me verlangen naar meer als zijn lippen die van mij beroerden. Wat was er nog meer nodig om iemand leuk te vinden?
Ik besloot maar niet te beginnen aan het vraagstuk ‘vind ik Bill echt niet leuk?’ omdat ik moe begon te worden en ik sloot mijn ogen in een poging mezelf tot slapen te dwingen. Mijn gedachten verzonken allemaal en mijn hoofd werd heerlijk leeg totdat –
Bzzzzzzzzzzzt.
Met mijn gezicht nog in mijn kussen geduwd, zocht ik met mijn hand mijn telefoon op mijn nachtkastje. Natuurlijk gooide ik eerst een hoop troep op de grond voordat ik het juiste voorwerp te pakken kreeg maar toen ik voelde dat ik mijn telefoon vasthad, tilde ik mijn hoofd op en opende mijn inbox, mijn ogen tot spleetjes geknepen tegen het opeens zo felle licht.
Het was niet Fleur. Het was ook niet Julia. Het was niet eens een bekende: het nummer stond niet in mijn telefoonboek en dat maakte dat het Bill moest zijn. Ik stond verbaasd van zijn openheid opeens, want wat ik las, sloot niet echt aan op het beeld dat ik me van Bill gevormd had. Desondanks vond ik het ontzettend schattig.
Ik vind je echt een hele leuke meid.’