Deel 5


Lief dagboek,

Ik word opeens gestalkt door Bill, je weet wel, McDreamy. Ik krijg iedere dag een paar super lieve sms’jes van hem, allemaal in het kaliber ‘ik vind je leuk’ maar ik weet niet precies of ik er blij mee moet zijn. Ik stuur hem eigenlijk nooit iets terug omdat ik niet zou weten wat precies. ‘Ik jou niet’ is een leugen maar ‘ik jou ook’ al evenmin. Ik weet niet wat ik van hem vind.
Ik heb de jongens al een hele poos niet meer gezien. Zij zitten op een andere school dan wij drieën en in mijn weekenden ben ik bezig voor school. Mijn leraren vonden het allemaal tijd om er eens een paar werkstukken en proefwerken doorheen te rammen. Gelukkig is het al bijna weer voorbij en heb ik een hele, heerlijke zaterdag niets te doen. Of ja, ik zou die dag vrij zijn, maar natuurlijk heb ik meteen een afspraak met de jongens gemaakt, plus met mijn twee liefste vriendinnen, wat nog leuker is dan een hele dag thuis voor de televisie zitten. Dit keer heb ik Julia meteen verteld dat ze haar mond moet houden tegen Nathalia, want anders zou ik niet weten wat we ertegen moeten doen.



Goedemiddag, schoonheid! We hebben elkaar al veel te lang niet meer gezien! Heb je zaterdag tijd?
Dat soort sms’jes kreeg ik iedere morgen, middag, avond en zelfs in het midden van de nacht. Na een week telkens wakker worden, zette ik mijn telefoon op een gegeven moment maar uit als ik ging slapen want ik moest leren, opletten en aantekeningen maken en dat gaat nou eenmaal niet als je gesloopt bent.
Bill vleide me. Ik weet niet waarom, maar zijn sms’jes maakten de slapende vlinders in mijn buik wakker. Het deed gewoon iets met me. Ik vond het heerlijk om met ‘schoonheid’ aangesproken te worden, om te horen dat ik mooi was, lief, dat iemand me miste. Het maakte dat ik net dat extra beetje zelfvertrouwen had dat ik nodig had om me door de proefwerken en werkstukken heen te worstelen. Ik voelde me mooi, begeerd en had het gevoel dat ik de hele wereld aankon.
Die middag was het woensdag en hadden de meiden en ik afgesproken om weer eens met de band te oefenen zodat we het niet echt zouden verwaarlozen. Ook al stonden er geen optredens op het programma, we moesten zorgen dat we de nummers niet verleerden en bovendien was het ook leuk om te oefenen. Het zorgde voor ontspanning tussen al die toetsen door.
Ik zat op de bank, met mijn jas aan, en probeerde mijn schoenen aangetrokken te krijgen. Wanhopig probeerde ik mijn voet er fatsoenlijk in gepropt te krijgen want ik durfde niet meer hard aan de achterkant te trekken omdat ik bang was dat ik een scheur bij de hiel zou veroorzaken. Dan had ik weer nieuwe schoenen nodig en dat wilde ik in geen geval. Ik had mijn schoenen al drie jaar, ze waren geweldig goed ingelopen en ik wilde ze graag houden. Ook al waren ze bijna te klein.
Mijn moeder stond te rommelen in de keuken, zoals ze dat heel vaak deed. De keuken was echt haar domein, net zoals de keukentafel: overal daar lagen rommeltjes van haar, papieren en spullen die je helemaal niet in de keuken hoorde te bewaren, zoals make-up, anti-rimpel-crème en haarlak. Altijd als ze niet achter de televisie zat om Oprah te kijken, was ze in de keuken bezig – of dat nu was om rekeningen te betalen of om een heerlijke chocoladetaart te bakken.
“Mam!” riep ik toen ik mijn tweede schoen had aangetrokken. “Ik ga er vandoor!” Ik liep naar haar toe en gaf haar snel een kus op haar wang.
Ik vond het nog steeds, na al die jaren, grappig dat ik moest bukken als ik dat deed. Mijn moeder was nog kleiner dan ik was en ik was al de grootste niet.
“Dag meid,” zei ze terwijl ze een stenen bord afdroogde met de rood-groen geruite handdoek die we ooit in een kerstpakket gekregen hadden. “Doe je voorzichtig? En doe je Fleur en Julia de groetjes?” “Doe ik!” riep ik terwijl ik naar de gang liep en het hengsel van mijn gitaartas over mijn schouder gooide. “Doeg!”
Eenmaal buiten pakte ik mijn fiets uit het gammele schuurtje naast het huis en reed het tuinpad af, de straat uit, de stad door. Ik liet de wind door mijn losse haar gaan, dat daardoor in mijn lipgloss bleef plakken en verschrikkelijk in de war raakte, maar vreemd genoeg maakte dat me allemaal niet zoveel uit die dag. Sms’jes van Bill zorgden bij mij voor een ontzettend goed humeur dat niet te verpesten was, door niemand niet.
Toen ik bij Fleur was, zette ik mijn fiets naast het huis, zette het ding op slot en liep via de achterdeur naar binnen terwijl ik mijn fietssleutel in mijn zak propte. Toen ik in de keuken riep dat ik er was omdat ik niemand in de keuken aantrof, begon Bob als een gek te blaffen en tegen me op te springen, zoals hij dat altijd deed als hij me zag. Ik begon te lachen en aaide het beest over zijn hele lichaam. Daarna ontdeed ik me van de hondenharen en liep ik naar de woonkamer, waar ik Fleur op de bank aantrof. Ze zat onderuit gezakt op de zwartleren bank, voor de televisie, haar favoriete soapserie te kijken.
“Hoi!” riep ik vrolijk terwijl ik mijn gitaar op de tweede bank gooide en naast Fleur neerplofte. “Hoi,” antwoordde Fleur afwezig zonder haar ogen van het beeldscherm af te wenden. “Je hebt de groeten van mijn moeder.”
“Mmm...” deed Fleur.
Ik vroeg me even af of ze misschien ongesteld moest worden, maar de boodschap was meteen duidelijk toen ze me de mond snoerde toen ik haar dat wilde vragen. Regel één in de omgang met Fleur: niet storen tijdens het kijken van een veel te kleffe serie.
Ik deed mijn best me te concentreren op de beelden op televisie (een vrouw die hard aan het krijsen was omdat haar baby werd afgepakt) maar het lukte me niet. Ik was niet geboren om geboeid te kunnen kijken naar dramatische dingen die in het normale leven nooit één persoon zouden overkomen. Ik vond het onrealistisch en ik hield gewoon niet van dingen die nooit in het echt zouden kunnen gebeuren. Het was me allemaal veel te verzonnen en vaak ook nog verschrikkelijk slecht geacteerd door nog slechtere acteurs. Ik had geen idee wat Fleur er leuk aan vond omdat ik haar juist zo’n nuchter persoon vond, zo iemand die midden in het leven stond en niet in sprookjes geloofde. Van haar zou je juist verwachten dat ze een afkeer had van soaps en dat ík van die series hield, en niet andersom.
Mijn blik dwaalde af naar de klok die aan de muur hing. Behalve de onvermijdelijke tijd (pas over vijf minuten zou dat programma afgelopen zijn) gaf het ding ook de datum aan. Het was die dag woensdag 23 mei 2005, wat betekende dat ik de jongens al bijna een maand niet meer gezien had. Hoe slecht kon je een proefwerk-maand plannen? We hadden niet veel tijd meer over om door te brengen met zijn allen: over een aantal weken zouden de jongens de studio induiken en - als het goed was - de hitlijsten gaan bestormen met hun eerste single. Op tour zouden ze sowieso gaan, alleen hing het van hun populariteit af hoe lang die zou gaan duren en dat maakte dat we veel te weinig tijd hadden om elkaar goed te leren kennen. Veel te weinig.
Ik schrok op uit mijn peinzen toen Fleur de televisie uitzette en opeens al het geluid wegstierf. Ze keek me aan alsof ze op antwoord wachtte, maar mijn oren hadden geen enkel woord uit Fleurs mond aan mijn hersenen doorgegeven.
“Wat zei je?” vroeg ik daarom maar.
“Ik zei: doe haar de groeten terug,” herhaalde ze met een glimlach. “Ga je mee? Julia komt ietsje later denk ik, die zat bij Tom, maar dan kunnen wij alvast alles klaar zetten...”
Ik knikte en stond op nadat Fleur dat ook deed. Ik volgde haar naar de garage, greep en passant mijn gitaar mee en pakte vast alles uit toen we in de garage waren. Ik had nog maar net Julia’s drumstel in elkaar gezet toen ze hijgend binnen kwam.
“Sorry dat ik zo laat ben,” bracht ze hijgend uit. “Maar Tom wilde me niet laten gaan voordat ik hem honderd kusjes had gegeven en dat duurde wel even...”
“Geeft niet,” zei Fleur voordat ik kon beginnen met klagen. Julia was de enige van ons drieën die de jongens wel gezien had in die vier weken. Of ja, ze zag Tom. Haar geld ging op aan buskaarten naar Loitsche en al haar tijd spendeerde ze bij haar grote liefde. Je kunt het wel raden: Julia had al haar proefwerken en werkstukken verziekt en had nog een hoop cijfers op te halen voor het einde van het jaar omdat ze er sowieso al niet goed voor had gestaan. Misschien was het voor haar maar wel beter dat de jongens zouden gaan touren, dan kon ze nog met mij en Fleur over naar de volgende klas. Julia konden we echt niet missen: zonder haar was de klas gewoon niet volledig en zouden een hoop lachmomenten ons bespaard blijven. Grapjes die ze maakte, de blunders die ze beging. Zonder haar zou in een klap de humor uit onze klas gevaagd worden en dat mocht niet gebeuren - niet zolang ik leefde in ieder geval.
Helaas was er Fleur, die vond dat we Julia gewoon moesten laten doen en haar er zelf achter moesten laten komen dat ze fout bezig was, ook al zou het dan misschien al te laat zijn. We zouden haar alleen maar kwaad maken en het zou niet helpen. En ach, waarom zou je Julia waarschuwen als je er alleen maar ruzie van kreeg? Om later ‘ik zei het toch’ te kunnen zeggen? Ja, dat was zo, maar dat zou ik nooit toegeven. Nu kon ik het tenminste tegen Fleur zeggen, als ze volgend jaar zou klagen over de saaiheid in de klas. Dan kon ik haar zeggen dat het haar eigen schuld was, want zij had tenslotte niets tegen Julia willen zeggen. Ik had gelijk en was daar volledig van overtuigd. Ik moest en zou Julia vertellen wat ze allemaal aan het verpesten was.
Helaas was er nog steeds Fleur, die me telkens als ik op het punt stond het haar te vertellen een strenge blik toewierp waardoor ik het dan toch maar weer niet deed. Ik zat niet zo te wachten op een ruzie met beide meiden, vandaar.
“Kom op, laten we maar gewoon beginnen,” zei ik. Hoe sneller we de verloren tijd inhaalden, hoe beter.
Maar helaas: van het oefenen kwam niet veel terecht. Dat was ook best logisch, gezien we niets in het vooruitzicht hadden om voor te oefenen en we toch alle liedjes al onder de knie hadden, maar het stoorde me gewoon. Ik wist dat we nog beter konden worden en Julia werkte me gewoon op mijn zenuwen met haar Tom-verhalen. Ik zou het niet erg vinden als het de eerste keer was, maar dat was het nu eenmaal niet. Het waren dezelfde verhalen als degene die ik op school moest aanhoren en waarmee de inbox van mijn telefoon overspoeld werd. Dat was vooral vervelend als ik zat te wachten op een sms’je van Bill.
Na een verhaal over hoe Tom Bill op school belachelijk gemaakt had (ik snoof verontwaardigd) voelde ik mijn telefoon trillen. Mijn eerste gedachte was ‘Bill!’ maar toen ik voelde dat het trillen wat langer doorging, begon me iets te dagen. Toen ik op het schermpje van mijn telefoon keek, linksboven het rinkelende telefoontje met mijn moeders naam erachter, zag ik dat ik inderdaad al te laat was voor het eten. Veertig minuten, om precies te zijn. Ik sprong meteen op, duwde op het groene knopje van mijn telefoon en duwde hem tegen mijn oor aan.
“Sorry, mam! Ik kom er meteen aan!” riep ik uit terwijl ik mijn gitaar oppakte en die met één hand in mijn gitaartas probeerde te doen.
“Oké, meid. Niet te snel fietsen hè, ik heb liever dat je ongeschonden en te laat bent dan dat ik je veertig minuten geleden uit de goot had moeten scheppen...”
“Is goed, mam,” antwoordde ik met een glimlach op mijn gezicht. “Ik kom eraan!”
Ik hing op en draaide me om naar mijn vriendinnen.
“Je hoort het,” zei ik terwijl ik mijn telefoon in mijn broekzak deed en de rits van mijn gitaartas dicht deed. “Ik moet er vandoor. Ik zie jullie morgen wel bij gym!”
Zonder antwoord af te wachten, snelde ik de garage uit.

Toen ik thuiskwam, kon ik meteen aanschuiven. Mijn moeder zat al aan de andere kant van de tafel, met een dampend bord bami zonder ham en gebaarde naar een pan op het fornuis zodra ik binnen kwam en mij jas uitdeed.
“Sorry, mam, nogmaals,” begon ik hijgend door het harde fietsen en ik streek met een geautomatiseerde beweging mijn haar uit mijn gezicht. Ik liep naar het fornuis, pakte een bord uit het keukenkastje en gooide er wat eten op terwijl ik verderging met praten. “Julia is verliefd en ze vertelt ons de hele tijd hoe geweldig hij wel niet is, en hoe galant en grappig en gezellig en meer van dat soort gedoe, en dat terwijl ze ons al ongeveer vierentwintig uur per dag op de hoogte houdt van alles wat ze met hem doet – ik bedoel, niet álles, natuurlijk, maar – nou, je weet wel…”
Pas toen ik mezelf op de stoel tegenover die van mijn moeder liet zakken, zag ik dat ze niet luisterde. Ze zat een beetje door haar bankafschriften te bladeren en at zonder erbij na te denken. Ze leek me niet eens te horen.
“Mam?” vroeg ik controlerend.
“Mmm?” deed ze terwijl ze doorging met bladeren.
“Hoorde je wat ik zei?”
Ze tilde haar hoofd op, leek te ontwaken uit een soort van trance en schoof daarna de papieren die ze voor zich had verontschuldigend aan de kant.
“Nee, sorry lieverd. Wat zei je?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Maakt niet uit,” zei ik met een handgebaar dat ik mezelf ooit geprobeerd had af te leren, maar wat maar niet uit mijn systeem te bannen was. “Wat had je daar?”
“Dit?” vroeg ze terwijl ze de papieren weer voor zich schoof en doorging waar ze mee bezig was geweest voordat ik tegenover haar was komen zitten, alsof ze niet onderbroken was geweest. “Ja, dat,” bevestigde ik.
Mijn moeder zuchtte eens en nam een hap bami, alsof ze zo tijd wilde rekken om te bedenken hoe ze me het nieuws ging brengen.
“Is het ernstig?” vroeg ik daarom.
Mijn moeder schudde met haar hoofd terwijl ze slikte
“Nee, niets echt ernstigs...” mompelde ze half in zichzelf. “Ik was aan het tellen hoeveel maanden je vader nu al achterloopt met de alimentatie...”
“Aha,” zei ik met volle mond. “En?”
“Vier...”
Je moet weten dat dit niet de eerste keer was. Mijn vader maakte het geld pas over als mijn moeder gebeld had, maar mijn moeder haatte het om hem te bellen. Ze waren al gescheiden sinds ik negen was, en dat was niet bepaald vreedzaam verlopen. Mijn moeder wilde zo snel mogelijk van hem af toen ze hem min of meer met een collega in bed betrapte en dat ging gepaard met veel ruzies en geschreeuwde conversaties. Mijn vader had geprobeerd mij mee te krijgen naar waar-hij-dan-ook-ging-wonen, maar mijn moeder had daar een stokje voor gestoken en zodoende leefde ik nu al zes jaar enkel met haar. Ik had geen vader, geen behoefte ook daaraan.
“Misschien moet jij Koji eens bellen, Maren... Misschien luistert hij wel naar z’n dochter...”
Ik kreeg ogen als schoteltjes. Mijn vader bellen. Haar vuile klusjes opklaren. Mooi niet.
“Mam!” riep ik verontwaardigd uit. “Nooit in mijn héle leven wil ik hem nog horen, luchten of zien. We redden het toch ook prima zonder die alimentatie?”
“Nu nog wel, ja, maar van de zomer heb ik zijn geld nodig om jouw school te kunnen betalen.”
“Dan stop ik met school,” zei ik opgewekt.
“Maren dat – ”
“- Grapje!” schreeuwde ik nors, waarna er een stilte rond de tafel viel. Mijn moeder at zwijgzaam en ik zat met mijn vork in het niets te prikken. Daarna gooide ik hem op tafel en leunde achterover, met mijn armen over elkaar. Knap, hoe mijn vader zelfs de sfeer wist te verzieken als hij duizenden kilometers ver weg was.
Die avond zat ik rond 11 uur nog huiswerk te maken. Het schoot niet op omdat ik telkens werd afgeleid door mijn moeder die op datzelfde moment met mijn vader aan het bellen was. De vele verwijten en verwoedde uitbarstingen van mijn moeder maakten dat ik me niet kon concentreren op de wiskundesommen die ik eigenlijk nog zou moeten maken. Het feit dat ik ook nog een sms’je verwachtte van Bill, zorgde ervoor dat ik eigenlijk beter kon stoppen en in bed kon gaan liggen om wat te rusten maar ik kon alleen maar als bevroren op mijn stoel blijven zitten en wachten tot mijn moeder op zou hangen.
Bzzzzzzzzt.
Of tot Bill zou sms’en.
Bzzzzzzzzt.
Of bellen.
Ik dook op mijn telefoon af en zag het vertrouwde ‘Onbekend’ op het display. Direct begonnen de vlinders in mijn buik wakker te worden en rustig rond te fladderen. Oké. Ik denk dat ik hem toch wel een beetje leuk vond.
“Met Maren!” zei ik.
“Met Bill,” antwoordde een vertrouwde stem.
De vlinders begonnen te racen en met een verwrongen gevoel in mijn maag besefte ik me dat ik hem misschien toch wel een heel klein beetje best wel leuk vond. Een héél klein beetje best wel. Ik zat nog in mijn ontkenningsfase.
“Hé!” zei ik lachend, en ik hoopte ten zeerste dat hij dat flirterige toontje dat ik per ongeluk in mijn stem verstopt had niet opmerkte. Meteen realiseerde ik me dat het verschrikkelijk geklonken had en ik vroeg me af wanneer ik ook alweer veranderd was in een mannenverleidster.
“Hoe gaat het met je?” vroeg hij.
“Prima hoor,” zei ik terwijl ik me met een zucht achterover op bed liet zakken. Ik had geen zin om hem over het vader-gedoe te praten. Dat hele verhaal zat best diep en ik vond dat ik Bill nog niet lang genoeg kende om hem dat allemaal te vertellen. Dat kwam later wel, als er al een ‘later’ kwam. Ik vroeg me af of Tokio Hotel en Autumn Leaves samen een toekomst hadden.
“En,” voegde ik daaraan toe, “met jou ook alles goed?”
“Mmm,” zei hij. “Eigenlijk ben ik een beetje chagrijnig, maar als jij nou zegt dat je zaterdag niets te doen hebt en we met zijn zevenen iets kunnen gaan doen, dan kun je m’n dag maken!”
Ik lachte kort.
“Ik heb niets te doen, nee, maar ik weet niet of dat voor de anderen ook zo is. Julia zal sowieso gaan omdat natuurlijk -”
“Ja, dat zal wel,” lachte Bill. “Ik heb deze maand een overdosis Julia gehad... Ik ben benieuwd of ze wel met ons meewillen, eigenlijk, misschien gaan ze liever iets samen doen...”
“We dwingen ze gewoon. Ze hebben afgelopen maand al genoeg samen gedaan.”
Hij lachte en dat maakte me blij.
“Precies,” zei hij. “Maar, het idee was om gewoon een middagje rond te hangen in Loitsche. Er is pas een nieuw café geopend en omdat we niet willen dat het na een maand al failliet gaat, moeten we er wel even geld in pompen... Ik geloof dat Georg een maandsalaris heeft dat hij wil opmaken aan drankjes daar.”
“Hoe komt hij aan dat geld?” vroeg ik nieuwsgierig.
Ik hoorde wat geroezemoes aan de andere kant van de lijn en vroeg me af of hij een smoesje probeerde te verzinnen, maar dat idee zette ik meteen weer uit mijn hoofd. Jongens die je leuk vonden, logen niet tegen je, zeker niet als het jongens zoals Bill waren. Die waren speciaal en zeldzaam.
“Maren, even wachten hoor...” zei hij zuchtend.
“Oké,” zei ik nog, maar ik geloof niet dat hij het nog hoorde want er werd een hand over de hoorn gelegd. Ik hoorde hem kort discussiëren met iemand van wie ik dacht dat het Tom was, aan de stem horen en uit de vele woorden die ik hoorde, kon ik sowieso de zinnen ‘Ja joh, ik kom er zo aan’ en ‘doe de deur achter je dicht!’ ontwaren. Vlak na die laatste zin hoorde ik een deur dichtvallen en kwam Bill weer bij me terug.
“Ben ik weer,” zei hij. “Wat vroeg je?”
“Hoe Georg aan zoveel geld komt terwijl hij ook nog op school zit.”
“Ah,” zei hij. “Nou, hij werkt in de avonden en in de weekenden dat we niets met jullie doen en zo. Maar binnenkort heeft hij nog veel meer geld!”
Ik lachte.
“Je bent wel zeker van je zaak hè?” vroeg ik hem.
“Yep,” zei hij. “Maar ik voel gewoon dat me iets bijzonders in het leven te wachten staat de komende tijd. Iets dat mijn leven gaat veranderen, en wat kan dat anders zijn dan landelijk, misschien wel wereldwijd succes? En bovendien: we zijn nog nooit zo goed geweest als nu.”
Er klonk weer geroezemoes, waarna Bill een geërgerde uitroep deed.
“Je moet er ophangen hoor ik?” gokte ik, hopend dat het niet waar was.
“Ja,” bevestigde Bill bitter. Ik kon de teleurstelling in zijn stem bijna voelen en dat deed me goed. Hij wilde dus graag met mij praten, hij wilde niet weg, net als ik. Onze gevoelens waren wederzijds en dat vond ik prettig. Ik realiseerde me dat ik het liefst de hele nacht met hem was blijven praten, ook al zou ik dan de volgende morgen doodmoe en chagrijnig geweest zijn. Zijn stem was zo prettig in zacht en ik vond het prettig om naar hem te luisteren.
“Jammer...” verzuchtte ik terwijl ik een kussen pakte en dat tegen mijn buik drukte. “Ik ga maar slapen dan.”
“Oké... Sorry dat ik zo snel moet ophangen maar Tom wordt gestalkt door een of ander meisje waar hij - eh – zeg maar ‘close’ mee was voordat dat gedoe met Julia begon, dus ik moet hem er even uit gaan lullen. Zal ik je anders morgen nog even bellen om tijden af te spreken en zo?”
Bij het idee alleen al ging ik grijnzen van geluk.
“Ja, is goed,” zei ik zo neutraal mogelijk. “Succes met Tom.”
“Yep,” zei hij triestig. “Jij welterusten en tot morgen.”

Mijn eerste sms’je die volgende morgen, kreeg ik onder het derde uur: aardrijkskunde. Ik dook meteen toen ik mijn telefoon voelde trillen onder mijn tafel en opende het berichtje terwijl ik nog even extra checkte of mijn leraar wel echt met zijn rug naar me toestond. Toen dat het geval bleek, las ik razendsnel het berichtje.
Ik ben al bijna vergeten hoe mooi je bent, zo lang heb ik je al niet meer gezien! Ik wil je stem weer eens horen <3
Ik smolt. Mán, ik smolt zo gigantisch hard dat ik nog net niet hyperactief kirrende geluidjes ging maken tegen mijn telefoon. Gelukkig hield ik me in, want anders moest ik mijn telefoon afgeven en dat zou ik nooit van mijn leven doen. Die avond zou Bill me bellen en als ik dan geen telefoon had, dan zou hij denken dat ik niets van hem moest hebben en dat was niet zo. Integendeel. Ik keek ernaar uit om zijn stem ook weer te horen.
“Is het Bill?” vroeg Fleur naast me, fluisterend.
Ik knikte hard met mijn hoofd terwijl ik mijn een grijns probeerde te onderdrukken. Jammer genoeg lukte dat me niet helemaal, waardoor ik een heel vreemd soort grimas op mijn gezicht kreeg. Fleur glimlachte samenzweerderig naar me, alsof ik een groot geheim had dat alleen zij kende. Helaas was dat niet zo: er was ook nog –
“Laat eens lezen!”
- Julia.
“Ssst!” probeerde ik haar nog terug op haar plaats te krijgen, maar ik wist al dat het te laat was. Meneer Friedrich draaide zich om en zag dat Julia over haar eigen tafel heen hing en mijn telefoon probeerde te grijpen alsof haar leven er vanaf hing als ze het berichtje niet te lezen zou krijgen. Ik probeerde het ding nog wanhopig onder tafel te proppen, maar ik kon niets meer voorkomen. Toen de blikken van Julia en mij elkaar kruisten, schonk ik haar een hatelijke blik en kreeg een verontschuldigende terug, precies zoals het hoorde.
“Maren, lever maar in,” zei de dikke man vastbesloten. Hij klonk nogal resoluut en zeker van zijn zaak, alsof hij al zeker wist dat ik mijn telefoon zomaar af zou geven, zonder er tegenin te gaan.
“Maar -” sputterde ik tegen. Ik wilde mijn telefoon niet zomaar opgeven – ik bedoel, Bill zou me bellen en dat ging niet zonder telefoon. Ik móést hem horen.
“Je weet dat het niet mag, waarom doe je het dan toch?” legde hij er nog bovenop, waardoor mijn zelfvertrouwen meer en meer afnam. Ik had geen idee wat ik moest antwoorden, geen idee wát een goed excuus zou kunnen zijn om een sms te lezen onder de les, maar ik had een smoesje nodig. En gauw ook.
“Omdat -”
“Is je moeder soms plots overleden? Hebben ze je daar voor nodig?” suggereerde hij. Er trilde een spiertje bij zijn helderblauwe oog en ik werd er bijna bang van.
“Nee, maar -” sputterde ik weer, me niet op tijd beseffend dat hij me een smoesje gegeven had dat ik prima had kunnen gebruiken – al zou het tamelijk vreemd geweest zijn als ik een week later samen met mijn moeder naar de ouderavond gekomen zou zijn.
“Je vader?”
“Ik héb geen vader,” antwoordde ik nors. “Maar-”
“Iemand anders? Je oma? Opa?”
“Néé!” riep ik uit. “Maar-”
“Maar ze moet met haar vriendje bellen en zo!” riep Julia hard en impulsief. Ik wilde eigenlijk zoiets roepen als ‘ik heb helemaal geen vriendje!’ maar aan de andere kant had ik geen ander idee voor een andere zin achter mijn veelvuldig herhaalde ‘maar’ en Julia hielp me zo fantástisch aan een smoesje. Ik mijn gedachten knielde ik voor Julia, die op een hoge troon zat.
“Ja, inderdaad!” riep ik, zette grote bambi-ogen op en trok een pruillipje.
En op dat moment ging de bel. Ik smeet zo snel mogelijk alles in mijn tas en maakte dat ik wegkwam voor Friedrich ook maar ‘hier blijven’ kon zeggen of me in de kraag kon vatten voordat ik het lokaal verlaten had. Ik rende door de gang, sprong zowat van de trap af en dacht wel dat ik veilig was zodra ik me tussen de vele andere mensen in de hal bevond. Als Friedrich al de moeite zou nemen me te gaan zoeken, zou hij me niet gauw vinden.
Ik bleef bij mijn kluisje op Fleur en Julia wachten, die daar ook altijd hun tassen achterlieten als het pauze was en keek nerveus om me heen, als de dood dat mijn aardrijkskunde leraar me zou vinden. Helaas was er iemand anders die me eerder vond dan mijn twee vriendinnen en de laatstgenoemde en dat was iemand waar ik op dit moment net zo weinig behoefte aan had als aan meneer Friedrich:
Nathalia.
“Hoi,” zei ze met een heel onnatuurlijk stemmetje dat klonk alsof zij net zo weinig behoefte had aan mij als ik aan haar. Haar gezicht vertelde echter een heel ander verhaal: ze had er een glimlach en twee nieuwsgierige oogjes opgeplakt en dat sprak voor mij boekdelen: ze was niet geïnteresseerd in mij, maar in Tokio Hotel des te meer.
“Hoi,” kaatste ik ongeamuseerd terug en ik keek weer de andere kant uit, wachtend tot Fleur en Julia me als ridders uit de klauwen van de boze heks kwamen verlossen. Waar was impulsieve Julia als je haar nodig had?
“Hoe gaat het met je?” vroeg ze semi-aardig terwijl ze naast me kwam leunen. “Nog leuke dingen gedaan afgelopen weken?”
Ze duidde zo overduidelijk op meerdere afspraakjes met Tokio Hotel dat het me heel aantrekkelijk voorkwam om gewoon te zeggen dat ik het bed al gedeeld had met alle vier de bandleden, maar ik besloot heel rustig te blijven en serieus antwoord te geven op haar vragen. Niets door laten schemeren, niets waardoor ze dingen kon gaan denken, niets waaruit een bepaalde relatie met de Tokio Hotel-bandleden kon blijken. Ik kende niemand met een platencontract. Niemand.
“Mmm,” deed ik. “Ik heb het de afgelopen maand wel druk gehad met school en zo, qua proefwerken en werkstukken, maar da’s nu over dus kan ik weer eens wat leuke dingen met de meiden gaan-”
“Laat lezen!” gilde een bekende stem, waardoor mijn hart even stopte met kloppen. Ik bad dat het niet Julia was, niet net toen ik net een waterdicht plan had om Nathalia te laten denken dat we Tokio Hotel nooit meer gesproken hadden, net toen ik een prachtig verhaal aan het ophangen was over de drukte op school en net toen ik deed alsof ik helemaal niet bijna gezoend had met de zanger, maar ik hoorde aan het stemgeluid dat zij het was. Er bestond geen twijfel. Waarom kwam Julia altijd op het verkeerde moment? Als er een wereldkampioenschap voor zou bestaan, dan was ze al vijfvoudig wereldkampioen.
Julia had mijn telefoon al uit mijn broekzak weten te krijgen voordat ik uit mijn korte trance ontwaakte en me besefte hoe klote de situatie was. Als Nathalia lucht kreeg van de zaak Maren/Bill, dan zouden er geruchten komen binnen de school, vervolgens binnen de hele wijde omgeving en later zou misschien heel Duitsland ervan weten. En stél nou dat Tokio Hotel door zou breken, dan was ik voor de rest van mijn leven niet meer veilig. Dan had ik dag en nacht de paparazzi op mijn dak en zouden ze in tentjes in mijn achtertuin logeren.
“Ah, wat lief!” kirde Julia toen ze het berichtje had gelezen. Fleur, die had geprobeerd het berichtje over Julia’s schouder mee te lezen, griste de telefoon uit haar handen en maakte zo’n drie seconden later ongeveer hetzelfde irritante geluidje, maar dan veel minder Julia-achtig. Fleur was iemand die haar gedrag binnen de perken wist te houden, anders dan mijn roodharige vriendin.
“Van wie is het?” vroeg Nathalia, die de nieuwsgierigheid niet uit haar stem kon bannen. Ik prikte recht door haar heen en doordat ik bezig was met dat prikken, had ik niet de tijd om een waarschuwende blik naar Julia te werpen, die meteen hapte.
“Van Bill!” riep ze opgewonden uit.
Ik probeerde de boel nog te sussen, maar ik voelde hoe alles me door de vingers glipte en hoe het uit de hand begon te lopen zonder dat ik er meer iets aan kon veranderen. Sarcastisch bedankte ik God voor zijn zogenaamde hulp.
“Heb jij iets met Bill?” krijste Nathalia daar weer achteraan.
Ik kon wel door de grond zakken van schaamte. Iedereen keek opeens om en ik stond in het middelpunt van de belangstelling om iets waarmee ik helemaal niet in het middelpunt van de belangstelling wílde staan. Goddank bloosde ik nooit, maar ik kreeg het wel ontzettend warm van al die starende ogen.
“Nee,” zei ik, proberend niet te stotteren. “Nee, hij is mijn vriendje niet.”
“Maar wel bijna!” riep Julia.
“Nee, ook niet bijna!” zei ik met mijn kaken op elkaar. Ik vroeg me soms af of Julia blind was of zoiets – ik bedoel – waarom zag ze niet in dat ze moest stoppen, meteen, of dat ze niet eens had moeten beginnen met hysterisch doen over mijn niet-bestaande relatie met Bill? Het was zo jammer dat ik haar niet kon terugpakken met Tom, want dat vond ze alleen maar geweldig. Julia zou houden van de paparazzi in haar achtertuin en ze zou hen nog trakteren op een gelegenheid voor een zoen-foto ook. “Kalmeer even,” kwam Fleur sussend tussenbeide. “Juul, houd je mond dicht. Er zijn mensen die het heel beschamend vinden als je midden in de pauze begint te gillen over hun privé-leven en Maren valt daar ook onder…”
Ik wierp haar een dankbare blik toe en sloeg mijn armen over elkaar terwijl ik zag hoe Julia’s gezichtsuitdrukking van opgewonden naar ontspannen ging.
“Oké,” zei ze schouderophalend. “Sorry, Maren. Ik zal het nooit meer doen.”
“Mooi zo,” mompelde ik verontwaardigd. “Ik ben niet verliefd op hem en hij is al helemaal mijn vriendje niet. Ik snap niet hoe je erbij komt…”
Ze grijnsde heel breed en maakte me vervelend duidelijk dat ik misschien wel een klein beetje loog.

“Met Maren!”
Direct trok ik een van pijn vertrokken gezicht. Niet omdat ik pijn had, maar omdat me pijnlijk duidelijk werd dat het heel goed te horen was geweest dat ik zo ongeveer bovenop mijn telefoon was gesprongen toen ik hem over had horen gaan. Heel prettig, zo’n begin van een gesprek. Had ik meteen wat goed te maken.
“Hoi, met Bill!” zei een Bill die duidelijk deed alsof hij niets gemerkt had. Of misschien had hij ook wel niets gemerkt. “Ehm, ik heb het allemaal geregeld. Georg en Gustav halen jou en Fleur om twee uur op daar – het ligt toch min of meer op de route – en rijden dan door naar hier. Ehm - ze zetten de auto hier neer en dan gaan we lopend naar het café toe. Julia –”
“- zit dan al bij jullie, het zal eens niet,” verzuchtte ik en ik haalde een hand door mijn haar om mijn pony uit mijn ogen te krijgen. Het werd hoog tijd voor een bezoek aan de kapper, want ik was met kerstmis als laatste geweest.
“Tja…” verzuchtte Bill. “Misschien gaan ze elkaar wel vervelen als ze elkaar zo vaak blijven zien en zo. Dat zou mij in ieder geval niet ve
rbazen… Ik geloof niet dat ik het zou volhouden als mijn vriendin de hele tijd bij me was…” Ik lachte schamper, me afvragend of hij die laatste opmerking misschien als stille hint aan mij bedoeld had. Ik vroeg me af of ik altijd bij Bill zou willen zijn als we iets met elkaar zouden krijgen – met de nadruk op ‘als’. Ik had al wel eens eerder vriendjes gehad, maar heel erg serieus was dat nou ook weer niet geweest en bij vele van hen was ik niet eens thuis geweest. Waarom zou Bill daarin anders zijn? Omdat ik nu ouder was en omdat Bill gewoon een hele lieve jongen was? Ja, dat zou best wel eens kunnen.
“Laten we het hopen,” zei ik, besluitend die waarschijnlijk verborgen opmerking te negeren. “Ik moet iedere dag dezelfde dingen aanhoren. Hoe lief Tom wel niet is, wat hij gisteren tegen haar gezegd heeft, hoe leuk zijn haar eigenlijk wel niet is, hoe hij jou belachelijk maakt, bla bla bla…”
“Hoe hij mij belachelijk maakt?” vroeg hij met verbazing. “Wanneer maakt hij me belachelijk en sinds wanneer is dat grappig?”
Ik hoefde geen moeite te doen om dat verhaal terug in mijn herinnering te krijgen: Julia had het inmiddels al miljoenen keren herhaald en het zou waarschijnlijk niet uit mijn hoofd verdwijnen voordat ik een keer een flinke klap tegen mijn hoofd zou krijgen en een maand in coma zou liggen.
“Ach, gewoon iets over dat hij je liet struikelen op school en dat jij toen op je buik door de aula schoof, niets bijzonders… Ik ben banger dat ik op een dag dingen te weten ga komen die ik niet wíl weten…”
Bill lachte. Bill lachte zo hard dat mijn rothumeur opeens verdween, alsof Bills lach een zonnetje was dat zo door de wolken van chagrijnigheid heen brak, zodat ik opeens baadde in een heerlijk helder zonlicht. Wonder boven wonder voelde ik me ook wat warmer worden van binnen, zoals alleen hij dat kon. Bill was heel bijzonder wat dat betreft.
“Je maakt me blij!” zei ik naar waarheid. Ik had opeens een lach op mijn gezicht terwijl ik voor mijn gevoel nog helemaal niet had gelachen die dag. Dat gedoe met Nathalia en Julia, alle mensen die naar me gekeken hadden alsof ik een soort van landverrader was en het feit dat mijn telefoon bijna afgepakt was geweest, hadden mijn humeur er echt niet beter op gemaakt. Ik was er zó chagrijnig van geworden. Zelfs het lieve sms’je van Bill die middag (‘ik mis je zo, ik wil je zien’) had mijn humeur er niet beter op gemaakt en dan was hij daar opeens, alsof God hem gezonden had. Hij had het waarschijnlijk toch wel zielig gevonden om de hele dag Maren-pestertje te spelen en wilde het nu goed maken of zoiets. Ik mocht hem.
“Serieus?” vroeg hij oprecht verbaasd.
“Ja, serieus,” antwoordde ik.
Het bleef eventjes stil. Ik zag voor me hoe Bill achterover op zijn bed lag, met zijn mond zo half verbaasd open. Ik zou graag naast hem gelegen hebben op dat moment, maar ik schopte het idee al mijn hoofd uit voordat het er eenmaal in was. Ga weg, gedachte, dacht ik bij mezelf. Hij gaat touren en gaat dan een miljoen keer vreemd.
“Wow,” zei hij. “Ik wist niet dat ik mensen blij kon maken.”
Ik maakte een lachend ‘Ha!’ geluidje.
“Nou, dan weet je het nu wel. Mij maak je in ieder geval blij…”
Daarna viel er gewoon even een stilte waarbij ik niet de behoefte had om hem te breken. Het was niet echt belangrijk om met hem te praten: ik had gewoon het gevoel dat hij bij me in de kamer stond of dat hij naast me lag en dat het niet nodig was om te spreken. Het feit dat we bij elkaar waren, was genoeg. Het hoorde zo te zijn.
“Mmm,” deed hij tenslotte. “Ik geloof dat Tom weer hulp nodig heeft…”
“Oh…” zei ik teleurgesteld. “Kun je het hem niet zelf laten oplossen dit keer?”
Er viel even een stilte waarin ik me weer pijnlijk bewust werd van het feit dat er een verdere bedoeling achter die laatste zin zat.
“Hoezo?” vroeg hij, kennelijk benieuwd naar die bedoeling.
Ik vocht eventjes in mijn hoofd en werd gedwongen snel te kiezen uit een paar opties: vertellen, verzwijgen, liegen of eerlijk zijn?
“Ach…” zei ik. Eerlijk zijn dan maar. Gedeeltelijk. “Ik zou graag nog even met je willen praten… Gewoon, gezellig en zo. Ik verveel me.”
“Ehm…” deed Bill. “Dat kan geregeld worden. Momentje hoor!”
Ik glimlachte breed en jubelde van binnen terwijl Bill zijn hand over de hoorn legde. Ik kon niet horen wat er overlegd werd, óf er wel overlegd werd, maar het maakte me niet uit zolang het maar geregeld zou worden, dan vond ik alles goed. Behalve met dat ene meisje zoenen om haar weg te jagen natuurlijk. Niet dat ze dan weg zou gaan, ze zou dan voor altijd bij hem blijven en mijn plek als aanstaande echtgenote innemen. Nou ja, als het maar geregeld zou worden op een manier die Maren-vriendelijk was. Daar kon ik mee leven.

Donderdag had ik nog de hele avond met Bill aan de telefoon gehangen, zo lang zelfs dat ik hem op een gegeven moment had aangeboden hem even te bellen, zodat hij niet alles hoefde te betalen, maar volgens hem was dat niet nodig. Ik had pas opgehangen toen ik bijna in slaap viel van de moeheid, waar Bills stem natuurlijk wel aan bijdroeg: na een hele poos bellen, toen zijn moeder ging slapen, begonnen we te fluisteren, waardoor zijn stem zo schattig en adorabel klonk dat ik er helemaal zacht en soezerig van werd.
De dag daarna kon ik bijna niet opstaan omdat ik heel fout gelegen had en bovendien heel erg moe was van de avond ervoor. Ik denk dat we pas opgehangen hadden rond drie uur en dus had ik vier uur minder slaap gekregen dan ik nodig had. Ik had de neiging Bill te sms’en om te vragen of hij ook zo dood was en om mijn excuses daarvoor aan te bieden, maar uiteindelijk vond ik daar geen tijd meer voor en dus liet ik het maar schieten.
Op school vertelde ik Julia en Fleur over de plannen voor zaterdag. Julia zou inderdaad al in Loitsche zijn omdat ze bij Tom zou blijven slapen (ik moest mijn best doen om niets te visualiseren) en dus zou alleen Fleur bij mij komen de volgende morgen. Helaas had ik haar niet verteld dat ik nog wat slaap in te halen had van de vorige dag, dus stond ze zo rond negen uur op de stoep. Aanvankelijk deed ik niet open, maar helaas wist ze dat we de sleutel van de achterdeur onder de rechtse bloempot bewaarden, dus kwam ze me persoonlijk mijn bed uit sleuren.
“Goede-”
“- Ja, hoi…” bromde ik chagrijnig. Ik rolde me op tot een bolletje toen Fleur de dekens van me afsloeg en sloeg mijn handen voor mijn ogen toen ze het rolgordijn van mijn dakraam open deed en er een straal van licht naar binnen kwam.
“Wakker worden, schone slaapster!” riep ze in mijn oor met een stem die heel zangerig en bovendien héél vervelend was op de vroege morgen. Fleur had vaak al op de vroege morgen een tophumeur en daar waren Julia en ik vaak de dupe van omdat ze dan allerlei verhalen ophing waarover zij totaal enthousiast was en ze dacht áltijd – ja, áltijd, dat we niet met haar meeleefden omdat we chagrijnig boven onze schoolboeken hingen.
“Ja, ja!” riep ik op een dodelijke toon uit. “Rustig maar, rustig maar. Ik kom al.”
Ik sleepte mezelf uit bed met behulp van Fleur en kreeg te horen dat ik me moest aankleden. Snel greep ik naar een geschikte spijkerbroek voor die dag en pakte het shirtje dat bovenop de stapel schone kleding lag: het was kobaltblauw en had een v-hals, waardoor ik besloot er nog een hemdje onder te doen om me meer inkijk-momenten te besparen. Gelukkig was Julia er niet om me te zeggen dat ik het moest laten, zoals de vorige keer.
“Zie ik er goed genoeg uit?” vroeg Fleur terwijl ze haar armen spreidde om mij haar kleding te laten beoordelen, maar ik zei ‘ja’ zonder te kijken en liep naar de badkamer om mijn haar te kammen met een natte borstel, zodat het wat minder alle kanten uit zou staan. Ik leek een beetje op Bill als ik net wakker werd.
Ik hield de borstel onder de kraan en haalde hem gauw door mijn haar heen. Daarna plensde ik wat water in mijn gezicht, wreef het droog met een zachte handdoek en liep terug naar mijn slaapkamer, waar Fleur wat door mijn rommeltjes aan het gaan was en mijn nieuwe mascara uitprobeerde. Ik liet haar haar gang gaan, pakte de make-up die ik nodig had en smeerde het op mijn ogen zonder nog aandacht aan haar te besteden. Gelukkig was ze stil en had ik de kans om wakker te worden. Toen alles op zijn plaats zat, gingen we naar beneden en gingen voor de televisie zitten.
Ik voelde me gezegend toen Fleur voorstelde broodjes voor ons te maken, want dan kon ik tenminste zelf op de bank blijven zitten om nog wat uit te rusten en nog geen kwartier later hapte ik in een warme croissant met roomboter. Fleur ging naast me zitten en nam zelf ook een hap terwijl ze naar de televisie knikte, waarop een zanger te zien was die in één of andere club rondliep en een meisje probeerde te versieren. Het melodietje irriteerde me mateloos, net zoals het uiterlijk van de jongen en als ik niet nog half sliep, zou ik het weggezapt hebben.
“Stel je voor,” zei Fleur met volle mond. “Over een poosje kunnen we Tokio Hotel daarop zien…”
Ik knikte en nam nog een hap uit mijn broodje. Over een niet nader bepaalde tijd zou het zo kunnen zijn dat we afscheid van hen moesten nemen, misschien nog wel voordat Julia de tijd had gehad iets stabiels met Tom op te bouwen en voordat wij de tijd gehad hadden om vrienden te worden met de jongens – of misschien wel meer. De kans op een doorbraak was natuurlijk niet heel erg groot, maar ik denk dat ik het aan had zien komen dat ik hen al los zou moeten laten voordat ik hen echt had leren kennen.
Om kwart over twee kwamen Georg en Gustav met Georgs oude autootje voorrijden, niet met de grote bus van zijn moeder dit keer. Ze waren een kwartier te laat, maar dat boeide me niet en ik begroette hen enthousiast zodra ik de deur had open gedaan. Opeens, toen ik de twee jongens gezien had, voelde ik me heel wat minder moe en chagrijnig omdat ik meteen het gevoel kreeg dat het een leuke middag zou gaan worden. Zodra ik de zon op mijn gezicht had gevoeld, was er een warm gevoel door mijn lichaam heen geschoten en voelde ik me vele malen vrolijker dan ik eerder die morgen had gedaan.
“Goedemorgen!” zei Georg enthousiast, en nam me meteen in zijn armen toen hij me in het oog kreeg. Fleur begroette Gustav met een hele dikke knuffel en een kus op zijn wang, maar ik hield het beschaafder en gaf hen slechts beide een knuffel waarna ik de deur op slot deed (mijn moeder was al vroeg weggegaan – ik had geen idee waarheen) en hen volgde naar de auto.
“Hebben jullie er zin in?” vroeg Gustav met een brede glimlach terwijl hij het achterportier van het autootje opende en ons in liet stappen. We knikten beide en hoorden een enthousiast verhaal van Georg aan terwijl hij wachtte tot ook Gustav ingestapt was. Daarna startte hij de motor en gingen we op weg naar het grootste gehucht in de buurt: Loitsche.