Deel 6


Lief dagboek,

Vandaag hadden we weer een afspraak met Bill, Tom, Georg en Gustav en ik kan niet anders zeggen dan dat het heel erg gezellig was. Het leek op het eerste gezicht mooi weer, maar op een gegeven moment ging het wel heel hard regenen (ongehoord: het is méí man!) en waren Bill en ik drijfnat omdat we even naar buiten waren gegaan voor wat privacy. Dat kon de pret echter niet drukken en het was een middag die voor herhaling vatbaar is.
Gustav en Fleur zijn hele goede vrienden geworden. Ze kunnen het heel goed met elkaar vinden omdat ze beide een beetje stil zijn en daardoor zoeken ze het een beetje bij elkaar. Aan Tom en Julia heb je vrij weinig in een groep, want die zitten alleen maar aan elkaar en ik vind het eigenlijk een beetje rot voor Georg dat ik het zo goed kan vinden met Bill, want hij hangt er maar zo’n beetje bij. Maar goed, als hij er geen problemen mee heeft, heb ik dat ook niet.



Een aantal minuten later liepen we met zijn zevenen richting het centrum van Loitsche, voor zover je het een centrum kan noemen. Gustav en Fleur liepen voorop, naast elkaar (maar toch met een respectabele afstand tussen hen in), Tom en Julia zaten aan elkaar geplakt, ik liep naast hen met Bill heel erg dicht bij me en Georg liep achter ons, met zijn handen in zijn zakken en diep in zijn kraag gedoken. Het viel me op dat hij een beetje norsig deed, ingetogen en – nou ja, je zou het verdrietig kunnen noemen. Hij was in ieder geval niet erg spraakzaam en keek al sinds we uit de auto waren gestapt de hele tijd naar zijn voeten.
Na nog geen minuut lopen, stonden we in een ruim café dat nogal donker was. Het zag er van binnen uit alsof het er al jaren stond, hoewel het gloednieuw was. De akoestieke lampjes die boven de tafels hingen, verspreidden een rare waas door de sigarettenrook die binnen bleef rond kringelen, omdat het nergens naar buiten kon.
“Zullen we daar gaan zitten?” vroeg Gustav al meteen, duidend op een tafeltje achterin. We stemden toe en liepen allemaal naar achteren (de barkeeper wierp vreemde blikken op ons gezelschap), waar we plaats namen aan het tafeltje dat eigenlijk voor maar vijf personen bedoeld was. Ik schoof op de bank, Bill kwam (het was al geen verrassing meer) naast me zitten, Gustav tegenover me - naast ons onafscheidelijke duo - en Fleur nam plaats naast Bill. Georg nam de stoel die aan het hoofd van de tafel stond, maar hij bleef niet lang zitten omdat hij na ons gevraagd te hebben wat we wilden drinken, opstond om het te gaan halen.
Op dat moment voelde ik Bills vingertoppen tegen mijn been drukken. Eerst voelde ik hem even aarzelen, toen gleed zijn hand op mijn been. Hij gloeide, voelde ik door de stof van mijn spijkerbroek heen. Eerst deed ik net alsof ik niets voelde, vooral om de rest niet op mijn dak te krijgen. Gelukkig had Julia het te druk met Tom, zat Gustav naar Fleur te staren en speelde die laatste met haar nagels. Zo onopvallend mogelijk liet ook ik mijn hand onder tafel glijden, mijn ogen op de rug van Georg gericht en ik legde hem op die van Bill. Ik speelde met één van zijn grote ringen en ging heel licht met mijn vingertoppen over zijn huid. Ik voelde dat hij er kippenvel van kreeg.
Toen draaide hij zijn hand om en verstrengelde zijn vingers met die van mij. Ik kon het niet laten om eventjes naast me te kijken, om even te zien hoe hij zich voelde in deze situatie, dat moest ik gewoon even doen. Gelukkig keek hij terug.
Een klein glimlachje sierde zijn mond. Voor iemand die niet wist dat hij glimlachte, was het onzichtbaar, maar ik zag het des te beter. Ik werd een beetje misselijk van de vlindertjes in mijn buik, die tegen mijn maagwand aan het beuken waren. Het voelde onprettig, maar tegelijkertijd ook wel fijn om dat weer een keer voor een jongen te voelen. Of het liefde of lust was, dat wist ik niet, maar het kon me ook eigenlijk niets schelen.
Georg kwam terug met een dienblad vol drankjes en deelde die rond. Ik pakte mijn Sprite Light vast met mijn rechterhand, Bill met zijn linker. Ik weet niet of het Julia opviel dat er twee handen boven tafel ontbraken, want ze staarde eventjes naar me en wendde haar blik toen weer af. Het moment daarna zat ze weer met haar tong aan die van Tom gekleefd en zag het ernaar uit dat ze elkaar voorlopig nog niet los gingen laten.
“Waarom heten jullie eigenlijk Tokio Hotel?” vroeg ik op een gegeven moment toen iedereen zwijgzaam een drankje aan zijn lippen had staan. Gustav zette zijn flesje met een doffe tik op de houten tafel en vouwde zijn handen heel plechtig alsof hij me uit ging leggen hoe het zat dat de mensen vroeger dachten dat de aarde plat was geweest of hoe de bijbel in elkaar stak.
“Nou,” begon hij terwijl hij op het puntje van de bank ging zitten. “Tegen andere mensen zeggen we altijd dat het is omdat Tokio voor ons symbool staat voor ‘ver weg’ en dat dat is wat we willen bereiken en omdat we op tournee heel veel Hotels gaan zien -”
“-maar eigenlijk is het omdat we ons kapot kunnen zuipen van hier tot Tokio, zodat we ons huis niet meer kunnen vinden en dan maar met een of ander meisje in een Hotel blijven slapen…” vulde Georg hem aan.
Ik wist eerst niet of ik hem serieus moest nemen of niet maar toen Bill hard begon te lachen, kon ik niet meer achterblijven. Al gauw volgde het ene lachmoment na de ander, vooral veroorzaakt door Tom. Hij had de meeste flauwe grappen en de meeste domme gezichtsuitdrukkingen, waardoor we keer op keer allemaal slap op tafel lagen.
“Weten jullie hoe Georg aan zijn naam komt?” vroeg hij doodserieus. Toen iedereen verwachtingsvol zijn hoofd schudde, zei hij: “Nou, omdat zijn ouders al meteen zagen dat hij homo is én omdat ze hem wel vonden lijken op zo’n monster uit the Lord of the Rings. Snap je? Gay-orc?”
Direct schoot iedereen weer in de lach, behalve Georg, die meteen tegen Tom inging.
“Nou, Tom,” zei hij met een irritante grijns op zijn gezicht. “Ik heb al meer meisjes gehad dan jij ooit zult krijgen!”
“Ha, je droomt!” zei Tom. Ik kon niet meer stoppen met lachen toen hij dat zei en drukte mijn beide handen tegen mijn milt omdat die pijnlijk begon te steken. Daarbij moest ik Bills hand loslaten, die zich daarna meteen een weg zocht naar mijn onderrug. Zijn arm hing losjes om me heen en ik liet me een beetje tegen hem aanleunen waarna hij een beetje in mijn richting schoof en zijn been achter het mijne haakte. Ik kon zijn deodorant ruiken en kreeg er een soort van wazig gevoel van, alsof alles in een droom gebeurde.
Julia en Tom stonden beide op, zich excuserend omdat ze eventjes buiten gingen wandelen en Tom merkte heel grappig op dat hij haar eens meer van Loitsche zelf wilde laten zien dan alleen zijn slaapkamer. Ik volgde Julia met mijn ogen en ze wierp me nog een vrolijke blik toe voordat de deur achter hen dicht viel, een schattige blik in haar door sproetjes omgeven ogen.
“Wil iemand iets te drinken?” vroeg ik nog voordat ik mijn eigen drankje op had. Die morgen had ik op de ontbijttafel een briefje van twintig gevonden, vergezeld van een briefje waarop mijn moeder de boodschap had achtergelaten dat ik vooral veel plezier moest hebben en dat ze rond vijf uur thuis zou zijn. Er had niet gestaan waar ze heen was.
Toen iedereen had beaamd dorst te hebben, bood Georg aan de drankjes te halen. Ik moest even opstaan om het geld uit mijn broekzak te halen waardoor Bills arm van mijn rug af viel en ik overhandigde Georg een verfrommeld stukje papiergeld voordat ik weer ging zitten, dicht tegen de jongen naast me. Ik dacht een jaloerse blik uit Georgs ogen te ontwaren toen hij zag hoe Bill mijn hand pakte, onder tafel (Georg kon het zien omdat hij stond), voordat hij zich omdraaide en naar de bar liep.
Tegen de tijd dat Georg terugkwam met zeven biertjes (Tom en Julia zouden het later wel opdrinken) waren Gustav en Fleur verwikkeld in een discussie over het feit dat het veel makkelijker was om in de prehistorie te leven omdat je dan alles wat nodig was om te weten van je ouders leerde en dat toen niet het hele leven om geld draaide, en ik lag met mijn hoofd op Bills schouder. Hij wiegde me min of meer een beetje en ging met zijn hand door mijn haar, waar ik me op de één of andere manier nogal onzeker over voelde omdat ik het die morgen niet gewassen had en bang was dat het stonk. In stilte nam ik me voor om voortaan altijd te douchen voordat ik Bill en de andere jongens zou zien.
“Hé,” hoorde ik Bill opeens in mijn oor fluisteren. Ik tilde mijn hoofd op van zijn schouder en keek hem in de ogen. “Zullen we ook naar buiten gaan?”
Ik was even stil en was me bewust van het feit dat zijn lippen maar een klein stukje van die van mij verwijderd waren. Hij hoefde maar een klein beetje dichterbij te komen en er zou contact zijn. Mede door dat besef was ik de eerste paar seconden niet in staat om antwoord te geven, niet eens om na te denken over een antwoord. Pas toen ik met mijn ogen knipperde en zo mijn gedachten wakker schudde, begon ik over een antwoord na te denken.
“Doe maar als die andere twee terug zijn,” antwoordde ik. “Anders laten we de rest zo eenzaam achter.”
Dat was vast een veilig antwoord, dacht ik bij mezelf. Ik maakte duidelijk dat ik wilde, maar ik was niet te gretig en hapte niet meteen toe. Dat was in ieder geval de indruk die ik wilde wekken, want natuurlijk wilde ik graag meteen toehappen en wás ik ook gretig, maar dat wilde ik nog niet zo duidelijk maken. Daar was het nog iets te vroeg voor.
Na hem nog een glimlach geschonken te hebben, legde ik mijn hoofd weer op zijn schouder en voelde wat kriebels in mijn maag. Om me op iets anders te richten, besloot ik het gesprek tussen Gustav en Fleur te volgen, dat nog steeds over hetzelfde onderwerp ging. Fleurs gezichtsuitdrukking was heel vrolijk en open, opener dan ik haar ooit tegen een vreemde had zien doen. Blijkbaar kon ze het heel goed vinden met Gustav en onwillekeurig glimlachte ik. Iets zei me dat dat een vriendschap voor het leven zou gaan worden.

Een hele poos later, rond vier uur of half vijf, kwamen Tom en Julia lachend en met rode wangen van de wind terug om hun plaatsje op de bank op te eisen. Bill stond meteen op en wenkte mij mee zodat ze onze plek konden innemen en we liepen – niet hand in hand, voor de duidelijkheid – het café uit. Zodra de deur achter ons was dicht gevallen, pakte hij mijn hand om onze vingers te verstrengelen en hij nam me mee een aantal straatjes door. Het duurde niet lang voordat we op het platteland stonden, met als enige aan de horizon een grote stad en een paar bomen.
Het was heel open buiten. De horizon leek wel in mijn bereik te liggen, alsof ik hem zo kon grijpen, zo dichtbij. Afgezien van een paar bomen langs de wegen en de stad tussen de weilanden, was de hele horizon schoon. Hier en daar werd die onderbroken door de piek van een nostalgisch kerkje, dat omringd werd door een paar kleine huisjes. Ik had het al zovaak gezien, maar nog nooit had het me zo aangesproken als nu, samen met Bill. Het had iets romantisch, zoals de openheid ons omringde. Niemand om ons heen, alleen samen met de lucht, de wolken en de vogels. Ik leek wel te zweven, samen met hem.
Als ik zo in het midden van het niets stond, viel het me pas op hoe klein ik eigenlijk was, hoe nietig de mensheid eigenlijk was tegenover de natuur. Alles om me heen was hier zo groot, zo immens, zo overweldigend en overheersend dat ik me net een mier voelde in dat alles. Het feit dat Bill zo’n vijfentwintig centimeter groter was dan ik, deed me natuurlijk niet groter voelen.
Het was best koud buiten, maar ik had het geluk dat ik van binnenin gloeide als een gek en dat het daardoor best zou kunnen dat ik een rood hoofd had. Het waaide hard en de lucht voelde heel koud aan op mijn warme wangen. We liepen zwijgzaam naast elkaar, onze vingers verstrengeld en dicht tegen elkaar aangedrukt, om de kou in ieder geval niet tussen ons te laten komen. Ik geloof niet dat we ook maar iets tussen ons zouden laten komen, nooit niet. Dat hoopte ik maar, in ieder geval. Ik wilde dat het moment voor eeuwig zou blijven, want ik wist zeker dat zoiets me nooit zou gaan vervelen.
Ik keek heel onopvallend naar rechts en nam Bill weer in me op. Stiekem kon ik geen genoeg krijgen van dat verfijnde gezicht. Hij had zo’n mooie rechte neus, mooie ogen, kleine rechte tanden en geweldig haar. Zijn overbeet was iets dat hem apart maakte, iets dat hem iets eigens gaf, naast zijn make-up en zijn grillige stijl. Imperfectie kon een gezicht soms zo perfect maken en hij was daar het perfecte voorbeeld van.
Ik vroeg me voor de miljoenste keer in een paar dagen af of ik verliefd op hem was. Heel vaak had ik daar al aan gedacht, meestal als ik niets beters te doen had zoals wanneer ik in bed lag, maar soms bekroop de vraag me ook op de fiets, op school of als ik een verhaal van Julia aanhoorde dat over Tom ging. Keer op keer vertelde mijn hart me dat het verkeerd was om hem zo dicht bij me te laten komen zonder dat ik precies wist wat ik voor hem voelde, maar ik vond het prettig en het gevoel dat hij me gaf maakte dat ik me heerlijk voelde. Hij gaf me het gevoel dat ik alles voor hem was en ik voelde kriebels in mijn buik als ik naar hem keek, maar ik wist nog niet zeker of het verliefdheid was en ik wilde nog geen verdere actie ondernemen voordat ik dat zeker wist. Hetgeen waarop ik mijn zogenaamde verliefdheid baseerde, waren de sms’jes die hij me iedere dag stuurde en dat was niet genoeg om iets veel groters op te baseren, toch?
Ik schrok op uit mijn peinzen toen ik opeens een druppel in mijn oog kreeg en stond meteen stil om met mijn oog te knipperen. Wrijven ging nou eenmaal niet met make-up op.
“Wat doe je?” vroeg Bill direct, en hij kneep zachtjes in mijn hand waardoor zijn ringen zich kort in mijn huid boorden. Ik vond het een enorm lief gebaar, op een vreemde manier.
“Druppel in mijn oog,” mompelde ik, en ik zag toen mijn blik weer scherp werd, dat Bill naar de lucht keek, waar al gauw nog meer druppels uit begonnen te vallen. Toen ik een rondje om mijn as draaide, wist ik op slag dat Bill en ik geen kans van ontsnappen hadden: de openheid zou tegen ons werken, bood geen schuilplaats tegen het vallende water en voordat we terug zouden zijn in het dorp, zouden we totaal doorweekt zijn. Mijn jas zou me in ieder geval niet droog houden.
Binnen vijf seconden verduizendvoudigden de druppeltjes zich en regende het zo hard dat ik hem niet meer zou kunnen verstaan als hij iets zou zeggen. En wij stonden daar samen, tussen de lucht en de regen en keken elkaar grijnzend aan. Het gaf niet dat het regende, ik kon er in ieder geval niet om geven, want op de één of andere manier maakte het me vrolijk, gaf het me een vrij gevoel. De druppels op mijn huid lieten me iets voelen dat op adrenaline leek, iets dat maakte dat ik wilde springen en rennen en schreeuwen en zingen. Misschien liet de regen mijn verliefdheid wel naar boven komen, alleen maar door te vallen. Misschien moest ik gewoon het zelfde doen: me laten vallen in het diepe en zien wat ervan terecht zou komen, maar ik vond op dat moment het risico om op de bodem van de put uit elkaar te spatten nog iets te groot.
Zijn make-up, en het mijne waarschijnlijk ook, liep al een beetje uit en ik zag hoe Bills haar de strijd tegen de regen begon op te geven. En zelfs dan, met uitgelopen make-up en plat haar, kon ik zeggen dat ik hem mooi vond. Adembenemend mooi. Ik werd zo geïntrigeerd door dat moment om iets tegen hem te kunnen zeggen. We konden nergens schuilen en dus had het ook geen enkele zin om een schuilplaats te zoeken. We stonden gewoon, tegenover elkaar, terwijl we elkaars hand vasthielden. Ondanks dat het door de regen nog kouder werd, zou ik voor altijd in dat moment willen blijven staan, de tijd willen stilzetten zodat het nooit meer zou vervliegen.
“Weetje,” zei Bill op een gegeven moment terwijl hij me aankeek met zijn door uitgelopen make-up omgeven ogen, en ik sloeg mijn blik naar hem op. Voordat ik het wist, lagen zijn lippen op de mijne en voelde ik kriebels in mijn maag die me deden verlangen naar meer, meer van Bill, meer van dat soort gevoelens. Ik wilde mijn handen om zijn nek neerleggen, mijn vingers door zijn haar halen, maar het was alweer voorbij voordat ik me dat bedacht had en ik glimlachte stralend toen hij zijn blik in die van mij boorde. Ik vond hem meer dan alleen maar leuk, maar had geen idee of de dingen die wij wilden stand zouden houden door de tijd heen. Hij had de kans om beroemd te worden en dan zouden de zaken er veel anders uitzien. Ik wilde mezelf bij voorbaat al behoeden voor de pijn die het zou gaan doen als hij op tournee een ander meisje zou ontmoeten.
Ik was bang om de sprong te wagen.

Zeiknat duwde ik de deur van het café open en ik voelde meteen hoe vijf paar ogen zich in onze richting draaiden. Meteen had ik het gevoel dat er in grote neonletters ‘ik voel kriebels in mijn buik als ik Bill zie’ op mijn hoofd stond, zo indringend en controlerend keken ze me aan. Me ervan bewust dat er zwarte druppels van mijn gezicht op de grond drupten, ging ik na iedereen een glimlachje geschonken te hebben richting de toiletten. Ik gaf Bill nog een kneepje in zijn hand en schonk hem een glimlach die zo stralend was dat iedereen aan tafel hem wel gezien móét hebben. Daarna liet ik zijn hand uit de mijne glijden.
Toen ik in de spiegel keek, werd ik zoals ik al verwacht had geconfronteerd met een verschrikkelijke weerspiegeling van mezelf. Snel ging ik op zoek naar een stukje WC-papier om het zwart onder mijn ogen weg te poetsen zodat ik het weer bij kon werken, maar pas toen mijn ogen weer helemaal kaal waren, besefte ik me dat mijn make-up in Fleurs tas zat. In het café. Mooi niet dat ik zonder make-up op mijn ogen naar binnen ging lopen, want ik kon Bill zo niet onder ogen komen.
Net toen ik mijn telefoon uit mijn broekzak gepakt had (ik was nog even bang dat hij het niet meer zou doen omdat hij niet bepaald tegen water kon) om Fleur te bellen, ging de deur van de toiletten open en kwam Julia binnen lopen, met zo’n grote grijns op haar gezicht dat ik er een beetje bang van werd. Ze zou politieagente moeten worden, had ik me bedacht, want ze kon mensen uithoren als geen ander en wist altijd een bekentenis los te krijgen, zelfs als ik me van tevoren helemaal had ingedekt met excuses en alibi’s.
“Vertel op,” zei ze dwingend. “Je bent verliefd hè?”
“Niet,” antwoordde ik kort in een poging vastbesloten over te komen, maar ik klonk als een klein kind dat een welles-nietes spelletje speelde.
“Ja, Maren, vast,” antwoordde ze alsof zij mijn moeder was. “Geef het nou maar toe. Heb je met hem gezoend?”
“Hoezo?”
“Omdat ik dat wil weten!”
Ik viel stil en wist geen antwoord te bedenken. Ik kon zeggen dat ik het haar niet wilde vertellen, maar dat zou heel oneerlijk zijn omdat ze al jaren lang één van mijn beste vriendinnen was. Die vertelde je nou eenmaal alles, ook als je het liever niet wilde. Ik wist ook alles van haar, dus ik had het recht niet om dingen achter te houden, vond ik.
“Eh,” antwoordde ik stamelend. “Ik geef pas antwoord als je Fleurs tas voor me gehaald hebt…”
Ik keek zenuwachtig in de spiegel om maar niet naar haar te kijken en zag hoe ze daarover nadacht. “Waarom dan pas?” vroeg ze.
“Omdat ik zeker wil weten dat ik opgemaakt ben als jij strakjes gillend het café weer in rent om iedereen het verhaal te vertellen…”
“Je kent me toch?”
Ik grijnsde.
“Daarom ook. Haal je hem voor me?”
Voordat ik ook maar gezien had dat ze knikte, liep ze de toiletten weer uit en liet mij alleen achter in de witte betegelde ruimte. Ik drukte de handdroger aan en gebruikte die als föhn door mijn hoofd eronder te hangen en zo mijn haar te drogen. Nog voordat ik daarmee klaar was, kwam Julia weer terug met Fleurs zwarte tas met het grote roze hart op de flap en ik nam hem gauw van haar over voordat ze me dwong eerst het verhaal te vertellen en me dan pas de tas te geven.
“Nou, vertel,” zei ze en ze sloeg haar armen over elkaar terwijl ik de dop van mijn mascara draaide.
“Wat moet ik vertellen?” vroeg ik alsof ik van niets wist. Ik hoopte dat ze haar vraag misschien alweer vergeten was, maar ik had beter moeten weten.
“Of jullie gezoend hebben!”
Ik gaf nog even geen antwoord en moest een sadistisch glimlachje onderdrukken toen ik zag hoe graag ze een antwoord wilde. Ik vond het heerlijk om haar zo te treiteren.
“Dat hangt er vanaf wat je onder zoenen verstaat…” antwoordde ik tijdens het opdoen van wat eyeliner en ik probeerde me uit alle macht op dat laatste te concentreren omdat het anders op mijn hele gezicht zou zitten.
“Nou,” stamelde ze. “Gewoon. Mét en zo…”
Ik grijnsde breed, waardoor ik inderdaad uitschoot en meteen greep ik naar het stukje WC-papier dat nog op de rand van de wastafel lag om het af te doen. Zwijgend probeerde ik het zoveel mogelijk weg te vegen, nog zonder antwoord te geven en ik zag hoe de frustratie binnenin haar groeide. Pas toen ze haar mond open deed om me tot een antwoord te pushen, gaf ik het haar.
“Nee,” zei ik kort maar krachtig. Het klonk vastbesloten en als de waarheid.
“Echt niet?” vroeg ze nog teleurgesteld, en ik schudde mijn hoofd. “Nóg niet,” voegde ze er daarna met een grijns aan toe, alsof ze er zeker van was dat Bill en ik ooit nog bij elkaar zouden komen. Ik grijnsde ook en bracht een laatste laagje mascara aan waarbij ik mijn gezicht nog even moest ontspannen omdat het anders boven mijn oog terecht zou komen.
“Misschien,” zei ik bloedserieus. “We zullen wel zien hoe het loopt.”
“Maar je vindt hem wel heel leuk, hè?”
“Ja.” Ik vond het vreemd klinken uit mijn mond, als een soort van jawoord en ik vond het tevens vreemd dat ik zomaar toegaf dat ik hem leuk vond, zonder erbij na te denken. Waarschijnlijk was het de waarheid, want daar hoefde ik nooit over na te denken als ik haar uitsprak. Over leugens moest ik altijd nadenken.
“Goed,” zei ze. “Kom mee.”
Ze pakte mijn hand vast, trok me mee naar de deur uit terwijl ik de laatste troep in Fleurs tas gooide. Daarna trok ik mijn hand weer los. Als ze dat deed, mijn hand vast pakken en me mee trekken, voelde ik me net een klein kind.
In het café was het nog steeds heel gezellig, blijkbaar. Fleur en Gustav praatten nog steeds enthousiast en Bill was in een gesprek verwikkeld met zijn tweelingbroer. Toen ik naast hem zat, sloeg hij zijn arm om mijn schouders zonder zijn gesprek te onderbreken en ik kroop met mijn hoofd tegen zijn schouder terwijl ik het gesprek probeerde te volgen. Het ging over vroeger, blijkbaar, over hoe mooi het geweest was toen ze hun eerste plaat hadden mogen opnemen voor een krat bier en een slof sigaretten. Ik kreeg een warm gevoel van binnen bij het horen van die jeugdhistorie en glimlachte zonder dat ik dat doorhad.
Na een poosje, toen Toms tong weer vergroeid was met die van Julia, richtte Bill zijn blik op mij en keek me stralend aan. Zijn gezicht was schoon, vrijwel make-uploos en ik had de neiging hem mijn make-up aan te bieden maar ik deed het niet: dan zou hij weer weg gaan en dat wilde ik stiekem niet. Hij moest voorlopig nog eventjes bij mij blijven.
Onder tafel pakte hij mijn hand vast en hij liet, heel zachtjes, zijn lippen op de mijne belanden. Ik voelde me heel even opgelaten omdat iedereen erbij zat, maar al gauw liet ik het varen en toen waren er alleen nog maar de vlinders in mijn buik. Wat Julia ervan vond, of Fleur, of wat de jongens er ook van dachten, dat interesseerde me niet.
Toen hij zijn hoofd terugtrok, kon ik het niet laten mijn lippen af te likken en hem van tussen mijn wimpers aan te kijken. Hij keek terug, met halfopen mond. Zijn lippen waren vochtig, zijn ogen stonden glazig en hielden die van mij gevangen. Ik kon de draad die tussen onze ogen ontstaan was gewoon niet verbreken door te knipperen of mijn hoofd af te wenden. Ik werd er telkens weer terug naartoe getrokken. Ik voelde een kneepje in mijn hand en daarmee voelde ik ook dat het misschien wel zo moest zijn, ooit, diep van binnen. Als ik er klaar voor was van mensen te houden. Als ik volwassen genoeg was de lust te laten varen en de liefde naar me toe te trekken. Als ik me ooit volledig zou willen geven voor één persoon die voor altijd in mijn leven zou blijven. Als ik me voor altijd zou willen binden aan slechts één iemand, om mijn hele leven trouw te zijn aan diegene en zeker van mijn zaak zou zijn. Ooit. Nu nog niet.