Deel 8


Lief dagboek,

En dan krijgt je leven opeens een hele erge vreemde wending. Uiteindelijk heb ik een keuze gemaakt, maar ik heb eigenlijk geen idee of dat de juiste is en ik heb nog steeds heel veel verschillende gevoelens naar beide jongens toe. De vragen spoken maar door mijn hoofd heen, vragen op wie ik verliefd ben en van wie ik hou en of ik wel de juiste keuze gemaakt heb. Het schuldgevoel zakt ook maar niet weg naarmate de tijd verstrijkt.
De repetitieweek komt in zicht en ik heb nog veel te doen. Ik stond zo’n zeven onvoldoendes waarvan ik er in de afgelopen weken drie heb opgehaald, maar vier is alsnog te veel om mee over te gaan en dus hangt er heel veel af van die paar dagen. Fleur staat safe, maar dat is nooit anders geweest en Julia heeft nog drie onvoldoendes, geloof ik. Vraag me niet hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen, want ze is alsnog heel veel bij Tom geweest en heeft voor zover ik weet niet bepaald veel geleerd, maar de laatste tijd heeft ze alleen maar voldoendes gehaald. Als ik haar vraag naar spiekmethoden, wil ze maar geen antwoord geven.



Ik had een gigantisch schuldgevoel. Ten eerste omdat ik mijn moeder niet verteld had over zaterdag terwijl ik nooit dingen verzweeg voor mijn moeder en ten tweede omdat ik zaterdagavond, voor de deur, met Georg gezoend had.
Hij was het geweest die me al die berichtjes gestuurd had, al die lieve berichtjes, hij was het geweest die mijn zelfvertrouwen had opgepompt ter grootte van een luchtballon en hij was het geweest die mij gezoend had zonder dat ik had kunnen nadenken of ik nu voor de Bill uit de sms’jes was gevallen of voor de Bill uit het echte leven. Het feit dat ik tot het besef was gekomen dat ik niets met Bill begonnen zou zijn als ik die sms’jes nooit gekregen zou hebben en ik dus feitelijk op Georg viel, zorgde voor een gigantisch kutgevoel tegenover Bill.
Het was nog erger geworden toen ik de volgende morgen sms’jes van Julia (Heb je met Bill én Georg gezoend?! Geluksvogel!Wat heb ik nou gehoord? Georg?) gekregen had. Georg had dus die avond al verteld dat hij met mij gezoend had en Bill was daar waarschijnlijk ook al van op de hoogte. Man, wat moest die jongen zich genaaid voelen.
Dat was dan ook de reden dat ik maandag Georg opbelde. Mijn moeder had me die dag ziek gemeld (blijkbaar had ik er van vermoeidheid en schuldgevoel zo slecht uit gezien dat mijn moeder me niet naar school had willen laten gaan) en ik zat al de hele dag na te denken over wat ik met Bill aan moest vangen. Stel dat het wat zou worden tussen Georg en mij, dan was de kans groot dat er onenigheid tussen de twee jongens zou ontstaan, wat hun carrière zou kunnen dwarsbomen en dat wilde ik in geen geval. Aan de andere kant was ik als de dood om Bill te bellen, bang voor zijn reactie, bang dat hij me uit zou schelden voor alles wat ik ook was, een trut, een hoer en meer woorden die duiden op slecht gedrag van mijn kant. Naar mijn idee was er dus maar één oplossing mogelijk: Georg moest, ook namens mij, met Bill gaan praten.
Het was heel raar om opeens een nummer te draaien waarvan ik altijd gedacht had dat het van Bill was, en dan Georg aan de lijn te krijgen. Wat een ellende had ik ons allemaal kunnen besparen als ik dat nummer al eens eerder had gedraaid.
Georg was razend enthousiast toen ik hem vroeg of hij even naar me toe wilde komen omdat ik hem iets wilde vragen en omdat ik behoefte had aan gezelschap en hij hing al op voordat ik hem kon vragen of hij niet naar school moest. Overrompeld door zijn snelheid drukte ik de telefoon weer uit en toen was ik naar boven gegaan om mezelf in fatsoenlijke kleding te steken (ik had mijn gazen nachtjapon nog aan) en wat make-up op te smeren.
Ik zat een half uurtje later op bed een tijdschrift te lezen toen de bel ging. In een spijkerbroek en een simpel zwart shirtje met een rode strik op mijn rug denderde ik de trap af en ik begroette Georg enthousiast toen ik de deur geopend had en hij daar stond, zijn autosleutels nog in zijn broekzak proppend.
“Hé,” zei ik met een brede glimlach, en ik beantwoordde zijn omhelzing. Zijn geur was anders dan die van Bill; meer naturel maar tegelijkertijd ook zwaarder, alsof hij permanent geparfumeerd was met een geur die totaal van zichzelf was. En hij was breder dan Bill, veel breder.
“Hoi,” antwoordde hij met een brede grijns die ik heerlijk vond bij hem te zien. Het voelde nogal onwennig om opeens met Georg in één ruimte te zijn nu ik wist dat hij me leuk vond en nu er een bepaalde sfeer tussen ons in hing. De spanning was best geladen, maar ik wist dat hij makkelijk te doorbreken was door een gesprek te beginnen en gelukkig was ik daar best goed in.
“Kom binnen,” zei ik, en ik ging hem voor naar de woonkamer, waar ik hem plaats liet nemen op de bank en zelf door liep naar de keuken, roepend of hij misschien iets wilde drinken.
“Doe maar cola,” antwoordde hij, en hij maakte het zich gemakkelijk op de zwartleren bank. Ik glimlachte lichtjes toen ik zag hoe hij de foto’s op het dressoir bestudeerde en hoopte maar dat hij me er niet vreemd uit vond zien als driejarig meisje.
Ik trok de koelkast open, pakte een fles cola en greep naar twee glazen uit een keukenkastje boven het aanrecht. Toen ik de glazen op het aanrechtblad zette, viel mijn oog op een briefje dat mijn moeder overduidelijk gekrabbeld had. Er stond Albert Toen ik weer terugkwam met twee glazen cola in mijn handen, had Georg zijn schoenen uitgetrokken en was hij onderuit gaan hangen. Ik checkte of hij niet toevallig Garfield sokken had, maar ze waren zwart. Met niets erop. Georg was heel normaal.
“Gaat het weer een beetje met je?” vroeg hij me toen ik uiteindelijk ook zat en hem een glas cola aangaf. Ik knikte van wel en dat was ook niet gelogen: ik had slechts een beetje slecht geslapen zondagavond, maar ik had in ieder geval een vrije dag gekregen om uit te rusten en dat stond me niet tegen. Bovendien zat ik met iemand op de bank die me de afgelopen tijd had overstelpt met lieve sms’jes die ik stuk voor stuk onbeantwoord had gelaten. Ik vroeg me af waarom, want als ik wel geantwoord had, dan was het me waarschijnlijk al veel eerder duidelijk geworden dat niet Bill achter me aan zat, maar Georg.
“Nogmaals bedankt van zaterdag en zo,” zei ik nadat ik een slok cola genomen had. “Ik weet niet zo goed hoe -”
“Hoeft ook niet,” onderbrak hij me met een glimlach waar ik kriebels van voelde. Meteen voelde ik me schuldig aan vreemdgaan of iets in die richting, want zo voelde het ook echt. Ik bedroog Bill door Georg toch stiekem ook wel een beetje leuk te vinden en dat werd erger naarmate ik me meer sms-berichten herinnerde. Georg was toch wel heel erg lief voor me geweest, had mijn zelfvertrouwen de lucht in geblazen en – nou. Je weet wel. Het was zo ingewikkeld dat ik dacht dat ik verliefd was geweest op Bill maar dat dat opeens Georg bleek te zijn en het kostte me nogal veel moeite om mijn gevoelens over te hevelen van de één op de ander.
Uiteindelijk glimlachte ik als antwoord op de glimlach die hij mij geschonken had en ik keek in mijn glas terwijl ik het zo ronddraaide dat er een draaikolkje in mijn cola kwam.
“Waar wilde je me over spreken?” vroeg hij na een kort moment van stilte.
Ik keek hem kort aan en wendde mijn blik weer af toen ik besefte dat ik geen idee had hoe ik moest beginnen. Het was best wel rot om iemand die me blijkbaar erg leuk vond te vertellen dat ik op dezelfde avond nog met een bandlid van hem gezoend had. Ik was bang dat dat best hard aan zou komen, hoewel hij natuurlijk wel wist dat er meer speelde tussen Bill en mij dan enkel vriendschap. Ik had eindelijk zijn chagrijnige gedrag van de afgelopen weken kunnen verklaren en was blij te zien dat hij uitermate tevreden was met zichzelf.
“Over jou,” zei ik, maar ik verbeterde me snel. “Of eigenlijk over je sms’jes…”
Hij zweeg, met zijn hoofd tegen de rugleuning van de bank terwijl hij mij bleef aankijken met ronde, vragende ogen.
“Mijn sms’jes?” vroeg hij met een fronsrimpel in zijn voorhoofd, wat mij in ieder geval goed duidelijk maakte dat hij er niet veel van snapte. Nou, bedacht ik me met een hol gevoel in mijn buik, dan was er tenminste nog iets uit de afgelopen vierentwintig uur dat ik begreep.
“Ja,” zei ik aarzelend. “Ik dacht zeg maar dat ze van Bill -”
“Van Bill?” onderbrak hij me verbaasd.
“Ja, van Bill,” antwoordde ik. “Dus daarom -”
“- trok je zoveel naar hem toe en zo.”
Ik knikte terwijl ik op de binnenkant van mijn wang kauwde, blij dat hij me in één halve zin begreep, en ik keek opnieuw in mijn glas. De koolzuurbubbeltjes zweefden nog steeds naar de oppervlakte en spatten uit elkaar zodra ze in aanraking kwamen met de lucht hierbuiten. Ik bedacht me dat ik niet eens van cola hield.
“Ik heb met hem gezoend,” zei ik in één adem zonder Georg aan te kijken.
Er viel een korte stilte waarin het rotgevoel in mijn buik nog erger werd en ik durfde mijn hoofd niet op te heffen uit angst een boze Georg te zien, uit angst uit zijn ogen af te kunnen lezen dat hij me een hoer vond, wat ik niet zou kunnen ontkennen. Ik was ook gewoon verkeerd bezig geweest en beide jongens hadden het volste recht om kwaad op me te zijn.
“Wanneer?” vroeg hij zonder een benoembare emotie in zijn stem.
“Eergisteravond,” antwoordde ik, nog steeds draaiend met het glas in mijn handen om mijn aandacht maar ergens op gericht te hebben. “Net voordat ik naar buiten ging en – je weet wel…”
Weer viel er een stilte. Ik zette het glas op tafel en trok mijn knieën op tot onder mijn kin zodat ik mijn hoofd erop kon leggen en ik sloeg mijn armen om mijn benen heen zodat ze niet van de bank af zouden glijden.
“Aha,” deed Georg. “Dus daarom keek hij zo kwaad toen ik het zaterdagavond vertelde…”
Ik knikte en verborg mijn ogen. Natuurlijk was Bill kwaad, dat kon ik hem ook niet kwalijk nemen, maar dat betekende niet dat ik het niet leuk vond om te horen. Ik wist even niet wat ik terug moest zeggen, bleef dus maar stil en jammer genoeg deed hij hetzelfde. Onze gezamenlijke stiltes waren niet heel prettig, in ieder geval minder prettig dan die met Bill maar dat kwam misschien wel omdat we nog niet zo heel erg aan elkaar gewend waren.
“Ben je boos op me?” vroeg ik.
Hij tilde zijn hoofd op van de bank en keek me verbaasd aan, zijn hoofd een beetje schuin zodat ik goed kon zien dat zijn lippen glansden.
“Waarom zou ik boos zijn?” vroeg hij.
“Nou, om-” begon ik, maar hij onderbak me al voordat ik mijn tweede woord had uitgesproken.
“Omdat je met Bill gezoend hebt omdat je dacht dat hij degene was die achter je aan zat?” zei hij met een lichte stemverheffing. “Nee. Ik ben niet boos.”
Hij wendde zijn gezicht af en keek in zijn glas, waar hij nog maar een slok uit nam alvorens het naast het mijne op tafel te zetten. Een vreemd soort opluchting verspreidde zich in mijn borst en immobiliseerde mijn hele lichaam, alsof al mijn ledematen sliepen.
“Oké,” zei ik ademloos.

Georg had beloofd dat hij met Bill zou gaan praten en ik had hem op zijn woord geloofd. De volgende keer dat ik hem zag, zei hij inderdaad dat hij zijn belofte was nagekomen en dat hij alles aan Bill had uitgelegd. Bill had het jammer gevonden, blijkbaar, dat was in ieder geval wat hij gezegd had, en verder hadden ze er zand over gegooid. Het probleem was begraven als een groot misverstand met gevolgen die er eigenlijk niet echt toe gedaan hadden: Bill was niet boos of verdrietig, hoogstens teleurgesteld en dus zou ik me bevrijd moeten voelen van mijn schuldgevoel. Maar zo voelde ik me allerminst.
Ik had Bill sinds die cruciale zaterdagavond niet meer gezien of gesproken: hij belde mij niet, ik kon hem niet bereiken omdat hij altijd met een afgeschermd nummer had gebeld en daarmee was de kous af. Ik zou Georg natuurlijk om zijn nummer kunnen vragen, maar dat kwam simpelweg niet in me op en dus legde ik het initiatief bij Bill. Als hij met me zou willen praten, zou ik er voor hem zijn. Zelf bellen durfde ik niet.
Georg en ik deden het rustig aan, want ik kon nog maar moeilijk de switch van Bill naar Georg maken en dat begreep hij heel goed. Ik wist dat er ergens in mijn hoofd een schakelaartje moest zitten dat ik om zou moeten kunnen schakelen, maar het was er zo’n zootje dat ik hem niet kon vinden. Totdat ik het ding gevonden had, brachten we veel tijd samen door om elkaar wat beter te leren kennen, om wat dichter tot elkaar te komen. Alles gebeurde op neutraal terrein, zoals cafés en gewoon buiten. Dat kon weer, want het werd zomer en het was heerlijk warm buiten.
Georg had gedurende die weken niet heel veel tijd gehad in verband met de opnamen voor het eerste echte album maar de tijd díe hij over had, spendeerde hij grotendeels met mij. Langzaam maar zeker leerden we elkaar beter kennen en merkte ik dat we echt wel bij elkaar pasten. Ik voelde zelfs kriebels als ik hem hoorde lachen, of bij andere dingen die hij deed, leefde in het hier en nu en de toekomst deerde me niet. Ik wist dat Georg er binnenkort vandoor zou gaan maar daar wilde ik nog niet aan denken. Tussen de zooi in mijn hoofd had ik iets gevonden dat hoogstwaarschijnlijk de schakelaar was, maar helemaal overgehaald had ik hem nog niet.
Alles ging oké, leek het. Ik was blij en vrolijk en ook al zouden de jongens de week daarop vertrekken om hun CD in heel Duitsland te promoten, ik leefde gewoon door. Fleur en Julia waren inmiddels aan het Georg-idee gewend en na iedere keer dat ik met hem was wezen drinken, vuurden ze allerlei stomme vragen op me af.
Toen Georg en ik min of meer een maand ‘samen’ waren, vroeg hij me of ik niet een keer bij hem thuis wilde komen. Eigenlijk vond ik het een beetje eng om zijn moeder te ontmoeten (want hij had, net als ik, ook geen vader meer om op te vertrouwen) maar die zou volgens hem niet thuis zijn die middag en dus had ik geen poot meer om op te staan: ik zou Georgs huis en alles dat daarbij hoorde ontmoeten en dat zou in het volgende weekend zijn.
Voordat het zo ver was, werkte ik veel aan een paar onvoldoendes teveel omdat het maar drie weekjes duurde voordat ik mijn eindrapport zou krijgen en ik hen tegen die tijd opgehaald moest hebben. Ik sprak Julia en Fleur die tijd alleen op school en we besloten de band even te laten voor wat het was: Fleur was namelijk de enige die er al zeker van was dat ze over zou gaan naar de volgende klas en in de zomervakantie zouden we tijd genoeg hebben om nog te oefenen, als we óf zeker wisten dat we zouden blijven zitten óf we verlost waren van onze zorgen.
Het enige grappige dat er in die tijd nog gebeurde (buiten Julia’s vreemde acties natuurlijk) was het feit dat we Nathalia collectief negeerden en dat ze zich daar niets van aantrok. Dat wil zeggen: steeds als ze bij ons kwam staan in de pauzes, deden we net alsof ze lucht was en praatten we over haar heen als ze iets probeerde te zeggen. Als ze dan uiteindelijk verslagen afdroop, schonken Fleur, Julia en ik elkaar brede grijnzen en dan konden we aan elkaar zien dat we dachten dat ze nooit meer terug zou komen.
Maar ze bleef terugkomen. Ik zou al vijfentwintig keer opgegeven hebben als mensen me zo behandelden en dan zou ik op zoek gaan naar nieuwe vrienden, maar blijkbaar wilde ze zo wanhopig graag in contact komen met de jongens van Tokio Hotel, dat ze ons maar voor lief nam en bleef proberen. Eerst was het vooral irritant geweest om de hele tijd zogenaamd gemeende complimenten van haar te horen, al dat doorzichtige geslijm en zo, maar op een gegeven moment was het zo triest geworden dat het eigenlijk wel weer grappig was.
De tijd die ik niet op school, bij Julia, Fleur of boven mijn huiswerk doorbracht, lag ik op bed aan Georg te denken. Vaak vroeg ik me dan af of hij ook aan mij dacht en nog veel vaker dacht ik aan hem in combinatie met Bill, want daar zat ik nog steeds erg mee. Heel vaak zag ik voor me hoe ze ruzie zouden krijgen en hoe dat de band uiteindelijk uit elkaar zou drijven nog voordat ze eenmaal doorgebroken waren. Ik was me ervan bewust dat ik de enige was die zo’n dergelijk proces stil kon zetten door het uit te maken met Georg. Dat wilde ik echter niet, in geen geval. We waren verliefd, Georg en ik, en Bill had zich daar maar bij neer te leggen, hoe bot dat ook mocht klinken. De dingen waren gegaan zoals ze gegaan waren en daar was niets meer aan te veranderen, hoe graag ik dat ook zou willen. Telkens zette ik het weer uit mijn hoofd omdat de strijdbijl immers al lang begraven was en er geen reden meer was om ruzie te maken. Bill was over me heen.

Die zaterdag bleek mijn visioen echter niet ver verwijderd te zijn van de werkelijkheid. Zodra ik in Magdeburg uitgestapt was en naast Georg in de richting van zijn huis liep na hem met een kus begroet te hebben, vertelde hij me dat het niet zo lekker liep tussen hem en Bill. Blijkbaar leefde Bill een leven waarin Georg niet voorkwam en waren de blikken díé hij Georg schonk nogal hatelijk. Hij was blijkbaar niet bepaald bereid om de zogenaamde strijdbijl te begraven en dat vond Georg nogal kinderachtig van hem.
Ik wist niet zo goed voor wie ik partij moest kiezen. Aan de ene kant vond ik het vervelend dat Bill Georg zo behandelde, maar ik zou misschien wel het zelfde doen bij één van mijn vriendinnen als het geval in de omgekeerde wereld gebeurd zou zijn. Bovendien begreep ik goed dat Bill zich zwaar genaaid voelde.
Ik maakte er behalve ‘het komt wel goed’ geen woorden aan vuil en verstrengelde mijn vingers met die van Georg toen hij mijn hand vastpakte. De gedachten raasden door mijn hoofd terwijl we doorliepen, zijn stappen bijna twee keer zo groot als die van mij waardoor ik al gauw moe werd. Als wat Georg zei waar was, dan wist ik niet zo heel zeker of ik Bill ooit nog onder ogen durfde te komen. Ik vroeg me af of ik mezelf zou vergeven als ik in Bills schoenen gestaan had en ik bedacht me dat dat zo was, maar alleen als ik in die korte tijd heel erg veel van mezelf was gaan houden. Dat was niet zo in Bills geval, dacht ik.
Toen we voor Georgs huis stonden, herinnerde ik me de avond dat hij me had thuisgebracht en verscheen er een glimlach op mijn gezicht. Toen mijn ogen die van hem ontmoetten, kopieerde hij mijn lachje en gingen zijn ogen glinsteren, wat me een zweverig en fijn gevoel gaf. Hij liet mijn hand los om de huissleutel uit zijn broekzak te vissen na me er nog een kneepje in gegeven te hebben en bracht me daarmee in hogere sferen.
Ik vroeg me af wat er gebeurd zou zijn als ik er de maand ervoor niet achter was gekomen dat Georg achter de beruchte sms’jes gezeten had, of ik dan nog steeds iedere keer zou smelten wanneer mijn telefoon trilde in de overtuiging dat het Bill geweest was. Misschien zou ik er op een gegeven moment toch wel achter gekomen zijn, maar op een andere manier. Het leven was op dat moment gewoon even een raadsel voor me, een puzzel die ik niet in mijn eentje kon oplossen. Ik had hulp nodig, maar had geen idee bij wie ik die hulp zou kunnen zoeken.
Zodra Georg de deur open had gedraaid, liepen we samen naar binnen en deed hij het licht aan zodat ik kon zien waar ik rondliep. Ik ritste mijn jas open en hij nam hem van me aan om hem op de houten kapstok in de hoek van de hal te hangen, over die van hem heen. Een glimlach verspreidde zich over mijn gezicht toen ik me bedacht dat ik best geboft had met zo’n gentleman.
Hij pakte mijn hand vast en nam me mee naar de woonkamer, waar de houttinten me direct tegemoet kwamen en het zwartleren bankstel het eerste was dat in het oog sprong. Behalve de grote open haard bij de zithoek, was de ruimte heel normaal en vrij saai, als ik eerlijk moet zijn. Er waren nergens foto’s te bekennen, de witte muren waren heel kaal en het enige in de kamer dat kleur had, waren de planten in de vensterbank. Het schoot door mijn hoofd heen dat Georg angstaanjagend normaal was.
“Wil je wat drinken?” vroeg hij terwijl hij me een plaatsje op de bank wees. Heel voorzichtig ging ik zitten, bang om ook maar enige beschadiging aan het leer toe te brengen omdat het er zo duur uit zag en ik niet zat te wachten om nieuwe bekleding te betalen. Ik durfde niet te bewegen en knikte met mijn hoofd zonder de rest van mijn lichaam te bewegen.
“Doe maar sinaasappelsap,” zei ik in een poging heel gezond te klinken. Hij knikte kort en liep naar de keuken nadat hij me de afstandbediening van de televisie had toegegooid en ik hem (zonder te bewegen) in mijn schoot gevangen had. Met een druk op het groene knopje sprong de tv (die ook heel normaal was) aan en ik zocht Viva op terwijl ik Georg in de keuken hoorde rommelen. Ik bekeek een clip die ik dat voorjaar voor mijn gevoel al een miljard keer voorbij had zien komen en liet mezelf onbewust een beetje onderuit zakken. Ik voelde de sterke neiging om mijn voeten op tafel te leggen, maar dat leek me een beetje onbeschoft en dus trok ik slechts mijn schoenen uit zodat ik mijn knieën op kon trekken. Zo zat ik het lekkerst.
“We hebben geen sinaasappelsap!” hoorde ik Georg op een gegeven moment roepen. “Is cola ook goed?”
Ik wendde mijn gezicht van het scherm af en sloeg mijn armen om mijn opgetrokken benen heen om een beetje heen en weer te wiegen. Ik riep terug dat dat goed was ondanks het feit dat ik geen cola lustte en richtte mijn ogen weer glazig op de televisie, dat keer zonder echt in me op te nemen wat ik zag. Dat was ook niet belangrijk.
Ik vroeg me af waar ik op dat moment geweest zou zijn als ik er nooit achter was gekomen dat het Bill niet geweest zou zijn die me een koningin had laten voelen door middel van die lieve berichtjes. Misschien zou ik dan bij Bill in de huiskamer zitten op dat moment, samen met Tom en Julia en zou Georg gestopt zijn met sms’en omdat hij dacht dat hij geen kans meer maakte. Dat soort gedachten teisterden me al wel vaker die week, maalden steeds weer en steeds weer door mijn hoofd en toen al was ik me er al heel erg bewust van dat het leven hem in de kleine dingen zat. Iedere actie had gevolgen, er bestond niet iets van een bepaald lot, een leven dat uitgestippeld was voor iedereen.
Georg schudde me wakker toen hij een glas cola voor me neerzette, naast me kwam zitten en zijn hand op mijn linkerknie legde. Ik liet mijn hoofd op zijn schouder rusten en blies mijn pony uit mijn ogen toen die me het zicht op de televisie ontnam. Het was weer eens tijd om naar de kapper te gaan, maar ik wist van mezelf dat ik steeds zou vergeten om een afspraak te maken. Ik was een vergiet wat dat betreft.
Ik vroeg me af of ik van Georg hield. Het was zeker dat ik verliefd op hem was, maar ik wist niet zeker of ik ook van hem hield. Ik moet eerlijk bekennen dat ik de definitie van ‘houden van’ niet ken, dat het meer een soort gevoel is waardoor je kunt zeggen dat je van iemand houdt, maar had geen idee wat voor gevoel dat dan precies is en of ik die gevoelens ook bezat op dat moment. Ik vroeg me af wanneer je officieel kon zeggen dat je van iemand hield – of het te maken had met gevoel of dat het tijdgebonden was.
Wat ik me ook afvroeg, was of ik van Bill gehouden had, of ik überhaupt verliefd op hem was geweest. Ik had gevoelens voor hem gehad, dat was iets dat vast stond, maar ik had geen idee of ik daar het stempel ‘verliefd’ op kon drukken. Ik wist niet of ‘houden van’ voor verliefdheid kwam of erna en of ik, ook al was ik wel verliefd op Georg en niet op Bill, meer van Bill gehouden had dan ik op het moment van Georg deed.
Al die vragen speelden op dat moment een grote rol in mijn leven en ze bleven me telkens lastig vallen omdat ik er maar niet in slaagde een antwoord te vinden. Enerzijds wilde ik heel graag dat mijn vragen beantwoord zouden worden omdat ik dan wat duidelijkheid over mezelf zou hebben, maar anderzijds wilde ik dat niet omdat ik uit ervaring wist dat antwoorden naar nog meer vragen zouden leiden.
De grootste vraag was nog wel hoe het geweest zou zijn als ik de jongens nooit ontmoet zou hebben, of we dan doorgebroken zouden zijn, of ik me dan geen zorgen hoefde te maken om de cijfers die ik nog op zou moeten halen en meer van dat soort dingen. Regelmatig vroeg ik me af of dat misschien niet beter geweest zou zijn en achteraf is dat misschien ook wel zo. Het zou ons een hoop ellende bespaard hebben.

De laatste paar dagen voor het eind van het schooljaar hadden we enkel repetities en dat betekende dat ik hard moest leren om mijn laatste cijfers op te halen tot voldoendes. Ik zag Julia en Fleur in die tijd alleen op school, waar we de stof nog eventjes doorspraken om vervolgens tot de conclusie te komen dat we de teksten allemaal anders geïnterpreteerd hadden en dat we er alle drie niets van begrepen. We hadden expres besloten niet ‘samen te leren’ zoals we dat wel eens vaker deden, omdat die middagen meestal uitmondden in collectief bank-gehang met zakken chips en chocola en dat er meer over jongens gesproken werd dan over Napoleon.
Ook Georg zag ik weinig die dagen, op mijn verzoek. Natuurlijk had ik mijn middagen nodig om te leren, maar ik wilde ook ’s avonds niets afspreken omdat ik dan de hele middag zenuwachtig zou zijn en me alsnog niet op mijn werk kon concentreren. Ik had hem gevraagd me alsjeblieft niet te bellen of te sms’en en hem beloofd dat ik hém zou bellen als mijn week in de hel voorbij was.
Het viel me op dat mijn moeder veel vaker weg was dan normaal en dat beviel me niet bepaald. Ik was ’s middags vaak alleen thuis terwijl ik het altijd zo gezellig had gevonden als ze me had opgewacht met een pot thee en de koektrommel en ook ’s avonds was ze vaak de deur uit. Het viel me ook op dat áls ze een keer thuis was, ze make-up droeg en ze was ook opvallend goed gehumeurd. Ik verwachtte min of meer dat alles samenhing met het 06-nummer onder de naam ‘Albert’ op dat papiertje in de keuken, maar daar probeerde ik niet te veel aan te denken. Natuurlijk zou ik blij zijn voor haar als ze een nieuwe vriend had, maar stiekem hoopte ik dat het niet zo was omdat ik mijn moeder niet wilde delen. En al zeker niet met een man.
Op vrijdag had ik mijn laatste proefwerk, Duits, waar ik nog nét onvoldoende voor stond en dus was het de bedoeling dat ik het goed zou maken. Toen ik die morgen wakker was geworden en naar buiten had gekeken, had ik echter alle moed laten varen: het was stralend weer en veel te warm om je op tekstverklaringen te kunnen concentreren.
Ik sprong onder de douche in een poging wakker te worden en ontbeet met een cracker met kaas voordat ik op mijn vermolmde fiets sprong en naar school toe reed. De zon brandde op mijn blote schouders en armen en verblindde me bovendien. Het nog maar vroeg was en dus stond hij laag. Daardoor kwam het dus dat ik niet zag dat Nathalia vlak voor me een zijstraat uit kwam rijden en ik me kapot schrok toen ik bijna tegen haar aan knalde. Gelukkig kon ik nog net uitwijken en belandde ik niet naast haar op het asfalt.
“Goedemorgen!” zei ze met een neppe vrolijkheid in haar stem. Ze praatte op zo’n vervelende toon tegen me, alsof ik een klein kind was, en daar kreeg ik vaak nek-omdraai-neigingen van, zeker als het Nathalia was. Ik had het niet zo op mensen die erop uit waren om zich in mijn leven te mengen omdat ik toevallig mensen kende die op het randje van beroemd-zijn stonden en één daarvan zelfs mijn vriend was.
“Hoi,” zei ik kortaf terwijl ik mijn hoofd afwendde en naar de andere kant keek. In mijn eentje vond ik het moeilijk om haar te negeren, vooral omdat het dan minder grappig was en ik er in mijn eentje voor stond. Julia zou het kunnen, maar ik was er nogal slecht in.
“Hoe gaat het met je?” vroeg ze, maar het klonk meer als ‘vertel-op-hoe-gaat-het-met-jou-en-Tokio-Hotel’ en dat maakte me nogal kwaad, binnenin. Ik vond het achterbaks hoe ze deed, heel gluiperig en gemeen en vooral heel laag. Zou ze zo ver durven zinken dat ze vriendinnen met me zou willen worden om de jongens te leren kennen?
“Goed,” antwoordde ik. Ik vroeg niet hoe het met haar ging en hoopte dat ze daardoor stil zou blijven en zou afdruipen omdat ik onaardig tegen haar deed, maar dat gebeurde niet.
“En met je vriendje?”
Ik had het gevoel alsof ik een plens water in mijn gezicht kreeg. Normaal gesproken zou ik dat prettig vinden, met zulke temperaturen, maar dat keer niet bepaald. Hoe wist Nathalia af van Georg en mij? Ik had Julia en Fleur op het hart gedrukt om niets te zeggen over ook maar enige connectie tussen ons en dat hadden ze me gezworen op hun hart. Ik wist zeker dat zij hun mond niet voorbij gepraat zouden hebben want ik kon al zo’n tien jaar op hen bouwen, dus van wie zou ze die informatie gehad moeten hebben?
“Hoe weet je dat?” vroeg ik daarom snel en impulsief, waarna ik mezelf wel voor het hoofd wilde slaan omdat ik onaardig en ongeïnteresseerd tegen haar behoorde te doen. Dat gevoel werd versterkt door de onaangenaam tevreden grijns die zich over haar gezicht uitspreidde alsof het een weet-ik-veel was en ik werd direct chagrijnig. Ze had precies de reactie uitgelokt die ze gehoopt had uit te lokken en ik had daar gewoon aan meegewerkt.
“Je hoort wel eens wat,” antwoordde ze content en daarna zweeg ze, hopend dat ik haar zou vragen van wie ze dat dan wist. Natuurlijk had ik die neiging, maar ik wilde haar niet meer haar zin geven en dus zweeg ook ik toen het fietsenhok in zicht kwam en we toch snel afscheid zouden moeten nemen, hopelijk voor voorgoed.
“Wat heb jij straks?” vroeg ze me terwijl we het schoolplein opreden. Ik hoopte maar dat Fleur en Julia er nog niet waren, of dat ze me in ieder geval niet in Nathalia’s gezelschap zouden zien, want dan zouden ze willen weten wat ze moest en eigenlijk wilde ik niets kwijt over mijn zojuist begane blunder.
“Duits,” zei ik kortaf, en ik zocht een plekje uit in het fietsenhok. Spijtig genoeg zette ze haar fiets naast die van mij, wat betekende dat ik een vergrootte kans had om haar na schooltijd weer een keer tegen te komen en ik nam me direct voor om het uur na mijn repetitie op school aan het werkstuk voor biologie te werken dat ik nog moest inleveren omdat ik er rond Kerst niet aan gedacht had. De mediatheek zou vast wel open zijn en anders zou ik gewoon inbreken. Alles was beter dan weer vijf minuten tijd doorbrengen met Nathalia.
“Succes dan,” zei ze toen ik mijn fiets op slot deed en wegliep terwijl ik het sleuteltje in mijn broekzak stopte.
“Ja,” antwoordde ik in plaats van een succeswensing naar haar toe, en ik liep zonder haar nog een blik waardig te keuren het schoolgebouw in. Ergens diep in mijn hart vond ik het wel rot om zo gemeen tegen haar te doen, dat lag nou eenmaal niet in mijn aard, maar ik wist dat het nodig was om de jongens van haar te beschermen. En om mezelf te beschermen, natuurlijk, zodat ze Georg niet van me af zou pakken, want ik wist dat ze daar met haar charmes misschien best toe in staat zou kunnen zijn.