Deel 9


Lief dagboek,

Het is nu zomervakantie en ik heb nog maar een paar dagen voordat de jongens weg gaan. Zodoende spendeer ik heel veel tijd met Georg en we hebben bedacht dat we op de dag van hun vertrek maar weer eens met zijn zevenen af moeten spreken. Ik ben doodzenuwachtig, doodsbang dat Bill me negeert en net zo hatelijk tegen mij doet als tegen Georg, maar ik snap wel dat het beter is zo.
Julia is heel erg verliefd op Tom. Eerst was het wel heel vervelend en zo, hoe vaak ze over hem praatte en dat soort dingen, maar nu wordt dat veel minder en ik denk dat ze echt van hem houdt. Dit is de eerste relatie die langer aanhoudt dan twee weken en voor haar snelheidsstandaarden zijn ze nu in de ‘Just Married’-fase. Ik ben benieuwd hoe lang het nog aanhoudt, want van Tom is het algemeen bekend dat hij het niet zo nauw neemt met de regels der relaties en Julia is tenslotte ook de eerste waarmee híj het langer dan twee weken uithoudt…
We zullen zien.



Het was inmiddels zomervakantie en ik spendeerde vrijwel alle dagen die ik niet met Georg doorbracht samen met Fleur en Julia. We hadden een manier verzonnen om onze hobby te combineren met het buiten zijn en zaten vaak in het centrum wat geld bij te verdienen met onze muzikale kunstjes. Heel veel bracht het niet op, maar het was een leuke bijverdienste en het was leuker dan een saai baantje als serveerster, bliepmiep of vakkenvuller. We waren bovendien te lui om ‘echt’ te werken.
We verzonnen ter plekke nieuwe nummers en oefenden ze buiten, in de brandende zon. Mijn schouders waren verbrand omdat ik me telkens vergat in te smeren en dan tóch weer de zon in ging maar het deerde me niet. Ik deed waar ik van hield en die verbrande schouders, tja, daar leerde ik mee leven.
Gelukkig waren er ook af en toe dagen waarop het regende. Op die dagen sprak ik met de meiden af bij iemand thuis, en dat was dan meestal bij Fleur omdat we dan konden oefenen als we daar zin in hadden. Ik sprak het liefst gewoon bij mij thuis af, omdat ik er inmiddels een hekel aan had om door weer en wind het hele dorp door naar Fleur te fietsen, maar oefenen deed ik graag en wij hadden nou eenmaal geen oefenruimte thuis.
Op de middag waarover ik het heb, was het bloedheet weer en zaten we met zijn drietjes voor de supermarkt van Wolmirstedt. Fleur en ik hadden onze akoestische gitaren maar weer eens van onder het stof vandaan gehaald en Julia had zo’n shake-ding gemaakt van zo’n kindersurprise-ei-ding waarin ze wat rijst gestopt had. Een beetje onprofessioneel, maar het deed tenminste wat het moest doen en een pakje kindersurprises kopen kostte minder dan het kopen van zo’n echte. Bovendien hadden we er meteen drie voor als we nog wat kwijt zouden raken en de chocolade kregen we er gratis bij, net zoals de stomme speeltjes die erin gezeten hadden.
We speelden wat nieuwe nummers, probeerden wat uit, zaten gewoon wat te oefenen op de straat en we kregen er nog geld voor ook. Er lag een pet van Fleur tussen ons in en daarin verzamelde zich wat kleingeld. Zo per dag verdienden we eigenlijk vrij weinig, maar als je alles op zou tellen wat we die zomer verdiend hadden, dan was het meer dan je zou verwachten.
We zaten daar al zo ongeveer een uur toen het laatste akkoord van het vijftiende nummer wegstierf en een paar mensen om ons heen applaudisseerden. Ik kreeg een grote glimlach toen een jongetje van een jaar of vier, vijf misschien, aan de broekspijp van zijn moeder trok, zijn hand ophield voor een muntstuk en tien seconden later verlegen naar ons toe gewaggeld kwam om het in de pet te deponeren. We schonken hem allemaal een brede glimlach en wilden net het volgende nummer inzetten toen we ruw gestoord werden.
“Hé, meiden!”
Ik had de stem direct herkend en gewenst dat ik ter plekke door de grond kon zakken of kon verdwijnen of wat dan ook, maar dat ging niet. We konden ons niet meer verbergen en dus was een ontmoeting met Nathalia onvermijdelijk. Ze drong zich door het schaarse publiek heen (dat liep meteen weg toen ze beseften dat er een gesprek aan zat te komen en we voorlopig even niet zouden gaan spelen) en kwam tegenover ons staan, kort gerokt, met wapperend blond haar en een grote zonnebril. Ieder ander zou er hoerig in hebben uitgezien, maar Nathalia niet, wat ik jammer vond omdat ik haar die dag graag uitgelachen zou hebben omdat ze er uit zag als een goedkope del.
“Hoi,” zei ik kortaf, zoals ik al eerder die zomer gedaan had. De afkeer droop er overduidelijk doorheen, maar ik vond het alles behalve erg als ze dat zou horen. Julia en Fleur hielden hun kaken stijf op elkaar geklemd en ik voelde hoe ze elkaar blikken toewierpen alsof ze elkaar wilden vragen waarom ik haar in godsnaam antwoord gaf. Natuurlijk kon ik de schuld geven aan mijn panische angst voor stiltes, of kon ik zeggen dat ik aardig wilde overkomen op ons publiek om Autumn Leaves een goede naam te bezorgen of dat ik het zielig voor haar vond om haar te blijven te negeren, maar dat was allemaal niet waar. Ik heb geen idee waarom ik tegen haar praatte.
“Hoe gaat het met jullie?” vroeg ze op zo’n toon dat je nekharen er van overeind zouden gaan staan als het niet zo warm geweest was. Al mijn zintuigen zonden het zelfde signaal naar mijn hersenen (ze wil Georg, ze wil Tom, ze wil Bill, ze wil Gustav) en dat maakte dat ik me totaal afsloot voor haar en in de verdediging schoot.
“Goed,” antwoordde ik, en ik sloeg mijn ogen neer. Met mijn vinger ging ik over de klankkast van mijn gitaar en ik speelde zenuwachtig met mijn plectrum toen het ook naast me angstvallig stil bleef. Ik besefte me dat ze de indruk zou kunnen krijgen dat we bang waren, en dat wilde ik totaal niet. Ik deed net mijn mond open om er nog een opmerking achteraan te knallen, toen zij het woord weer nam.
“Nog steeds hard aan het hopen op een doorbraak, merk ik?”
Ik kon er niet tegen dat ze zo lief bleef doen terwijl ze hele andere bedoelingen had dan ze ons had willen doen geloven. Met een zucht bedacht ik me dat ik blij was dat ik een zekere vorm van intelligentie had meegekregen bij mijn geboorte zodat ik niet in haar geslijm trapte. Het was beter als ze nooit contact met de jongens zou krijgen, veel beter.
“Natuurlijk!” beet Julia haar toe. “Het gaat in ieder geval veel beter nu jij er niet meer bij bent. We zijn super goed geworden en ik weet zéker dat we na ons volgende optreden ook een platencontract hebben, net zoals de jongens waar je zo op uit bent!”
Ik kreeg een rottig gevoel in mijn maag toen ik me besefte dat het wel eens uit de hand zou kunnen lopen. Nathalia’s gezicht vertrok niet, maar ik zag hoe ze al haar spieren spande om zichzelf in te kunnen houden. Ieder ander zou het waarschijnlijk niet opgemerkt hebben.
“Wie zegt dat ik op Tokio Hotel uit ben?” bracht ze uit met een suikerzoet glimlachje waar ik misselijk van werd.
Opeens bedacht ik me dat ik bewondering had voor Nathalia’s doorzettingsvermogen. Het was overduidelijk dat wij niets van haar moesten en dat we doorhadden waar ze op uit was, maar ze bleef maar beweren dat dat niet zo was en hield vast aan haar standpunt. Soms was ze zo overtuigend dat ik dacht dat ze misschien wel de waarheid sprak, maar dat werd altijd meteen de kop ingedrukt doordat Julia er altijd weer iets over wist te zeggen waardoor ik weer in haar achterbaksheid ging geloven. Nathalia was een vuile, leugenachtige trut.
“Jij,” zei Fleur op zachte toon. “Wij zeiden niets over Tokio Hotel.”
“Het leek me wel aannemelijk dat je hen bedoelde,” kaatste Nathalia gauw terug voordat Julia er nog wat argumenten tussen kon gooien en haar strijd zo goed als verloren was, want ze zou inderdaad verloren zijn als Julia zich er weer tegenaan zou bemoeien. Zij was ijzersterk.
“Er zijn nog wel wat andere jongens waarmee we om kunnen gaan,” zei ik op net zo’n rustige toon als Fleur had gedaan. Ik merkte dat dat hielp om haar uit haar tent te lokken, omdat het extra bedreigend klonk en ze meteen in een defensieve houding schoot. Het was zo grappig en gemeen van ons drieën dat ik een grijns moest onderdrukken.
“Maar dat is niet zo, toch?” vroeg ze ons.
“Nee,” antwoordde Julia gauw terug. “Maar dat behoor jij niet te weten en dus ben je gewoon een huichelachtige leugenares die ons wil gebruiken om beroemd te worden, niet?”
Ik zag hoe ze Nathalia een brede grijns schonk, overtuigd van haar eigen gelijk, blij dat ze Nathalia’s argumentatie tot op de grond afgebroken had. Toen ik echter naar Nathalia keek, zag ik echter niets van wat ik zou voelen op dat moment: het idee dat ik verloren had.
“Jammer dat je er zo over denkt, Julia,” zei ze met een verdrietig soort glimlachje en ze liep weg, het rokje fladderend om haar benen. Op dat moment had ik een beetje het idee dat ik haar ten onrechte veroordeelde, want eigenlijk had ze me nooit echt iets misdaan. Goed, ik vond het een takkewijf, maar in wezen had ze me nooit persoonlijk aangevallen of me iets aangedaan waardoor ik een reden had om een hekel aan haar te hebben. Ze bleef maar volhouden dat ze niet op de jongens uitwas terwijl wij daar heilig van overtuigd waren en ik vroeg me af of ze misschien toch de waarheid sprak.
Niet veel later zaten we op de fiets in de richting van de buitenwijk waar ik woonde. Julia en Fleur zouden bij me blijven eten en ik hoopte maar dat de sfeer er beter op zou worden als we weer met zijn drietjes waren, want hij was totaal verdorven geweest zodra Nathalia vertrokken was. Vrijwel direct hadden we al onze spullen ingepakt, bij de fietsen de winst verdeeld (ik was vijf euro en nog wat kleingeld rijker) en daarna waren we vertrokken. Er heerste een sfeer als op een begrafenis en dat was zo drukkend dat ik niets durfde te zeggen om het te verbeteren in angst dat het er alleen maar slechter op zou worden.
We bleven zwijgen toen we onze fietsen in onze kleine achtertuin parkeerden en de spanning was nog steeds niet doorbroken toen we op mijn slaapkamer zaten. Ik had zelfs niet de moed gehad om hen wat te drinken aan te bieden, bang om afgesnauwd te worden door Julia, die ontzettend zuurpruimerig deed en alleen maar op haar nagels kauwde. Daarom zette ik de televisie maar aan en zapte naar een muziekzender zodat in ieder geval de stilte doorbroken werd. De spanning bleef nog een hele tijd hangen, maar dat was niet zo heel erg meer. Er hoefde in ieder geval niet gesproken te worden.
Ik plofte op bed neer en trok het knotje uit mijn haar los zodat ik mijn haar uit kon spreiden over mijn kussen. Julia nam plaats op mijn stoel en plantte haar elleboog op het kunststof oppervlak van mijn bureau zodat ze haar hoofd in haar hand kon leggen. Fleur zette eerst het raam open zodat er wat frisse lucht binnen kwam en ging daarna op bed zitten, haar benen haaks over mijn benen, haar rug tegen de muur. Ik schonk haar een flauw glimlachje en kreeg er één terug, waardoor ik wist dat de verstandhouding tussen ons in ieder geval nog goed was.
Ik bedacht me dat het eigenlijk nog nooit voorgekomen was dat er zoiets gebeurde tussen ons. Normaal gesproken was zo’n spannings-probleem binnen vijf minuten opgelost doordat Julia er dan weer iets grappigs tegenaan gooide waardoor we allemaal weer moesten lachen en alles weer koek en ei was. Hetgeen dat echter anders was deze keer, was dat het Julia was die chagrijnig was (normaal gesproken was ik dat), er dus geen grapje van haar kant komen en het feit dat Fleur en ik over een slecht gevoel voor humor beschikten. Dat hielp allemaal niet echt mee.
Ik schopte mijn schoenen uit en zakte nog iets verder weg in mijn kussen tot ik opeens een snik hoorde. Meteen zat ik weer recht overeind en zag ik dat Julia half op mijn bureau lag, haar hoofd op haar armen en haar schouders schokten van het huilen.
Het duurde niet lang voordat Fleur en ik naast haar stonden en haar op alle mogelijke manieren probeerden te kalmeren zodat ze zou zeggen wat er mis was en wij haar konden helpen. We hielden haar vast, knuffelden haar, streken zachtjes door haar rode haar en fluisterden lieve dingen, maar het duurde een tijdje voordat het uitwerking had. Ze veegde haar ogen af en haalde luidruchtig haar neus op, iets wat ze gewoon deed omdat we al zo lang samen waren dat er niets meer was waar we ons voor hoefden te schamen tegenover elkaar.
“Wat is er aan de hand?” vroeg Fleur haar zachtjes terwijl ze haar hoofd op haar schouder legde en doorging met het strelen van haar rug. Julia haalde heel haperend adem en snikte nog een paar keer voordat ze Fleur uiteindelijk antwoord gaf.
“Ik eh-” zei ze met een trilling in haar stem. “Ik moet jullie er maar gewoon niet mee lastig vallen. Ik stel me aan.”
Meteen sloeg ze haar handen weer voor haar gezicht en ging weer verder met huilen, dus begonnen Fleur en ik meteen weer met knuffelen en lief doen om haar kalm te houden. Ik vond het vervelend om Julia te zien huilen, omdat zij toch bekend stond als de sterkste van ons drie en dus ‘hoorde’ zij niet te huilen. Het was vreemd om Julia eens emotioneel te zien, want dat betekende dat zelfs zij zwak was onder die harde huid van haar.
“Je kunt ons alles vertellen,” zei ik zachtjes. “Dat weet je toch? We zijn je beste vriendinnen!” Met die woorden sloeg ik mijn armen om haar middel en trok haar tegen me aan terwijl ik een kus op haar zoute wang drukte en mijn hoofd in haar haar verborg.
“Ja – nou,” haperde ze. “Ik – eh – Tom!”
“Wat is er met Tom?” drong ik opnieuw aan. Inmiddels waren de tranen die over Julia’s wangen stroomden niet meer tegen te houden en zij deed geen moeite meer om ze voor ons te verbergen. Ik veegde haar wangen droog met mijn duimen.
“Ik denk dat hij vreemd gaat!” piepte ze wanhopig, en ze stond zo snel op dat Fleur en ik ervan schrokken. Ze liep naar mijn bed en liet zich er languit op vallen, haar hoofd verborgen in mijn kussen. Mijn beddengoed was net gewassen, maar ik gaf er niet om dat Julia het opnieuw zwart zou maken: daar waren we immers vrienden voor.
“Waarom denk je dat?” vroeg ik haar terwijl ik opstond en naast haar op bed ging zitten om door haar haar te strijken. Fleur was in no-time bij me en kwam naast me zitten, haar handen tussen haar knieën gestoken.
“Dat zei Nathalia,” bracht ze uit.
Meteen zocht ik oogcontact met Fleur, die al net zo onbegrijpend keek als ik. Het was nog nooit voorgekomen dat Julia zich iets had aangetrokken van iets dat Nathalia gezegd had – sterker nog, zíj was degene die zei dat Nathalia een leugenachtig sekreet was waar we de wereld van moesten ontdoen en waar we ons vooral niet door moesten laten inpakken omdat dat ons zou schaden. Ik snapte niets van de plotselinge omwenteling.
“Maar Julia -” zei ik terwijl ik ook mijn handen tussen mijn knieën stopte en met mijn ogen Fleurs blik probeerde te vangen. “Wat is Nathalia ook alweer?”
Het bleef even stil, zelfs Julia snikte niet meer.
“Een lage, leugenachtige, bedriegende, sekreet-achtige trut,” maakte Fleur mijn zin af. “Je weet toch dat ze alleen maar leugens verspreidt?”
Julia knikte met haar hoofd in mijn kussen en draaide zich daarna om zodat we haar behuilde gezicht weer konden zien. Ze kruiste haar benen bij haar enkels en vouwde haar handen op haar buik, zoals ook dode mensen in hun kist liggen. Ze sloot haar ogen kort om ze daarna weer te openen en een kleine traan te laten ontsnappen, die uit haar ooghoek richting haar oor liep.
“Maar hij belt me ook veel minder,” zei ze, nu iets rustiger. “En eerst was ik superveel bij hem, bijna iedere dag, nu is dat niet meer zo. En toen kwam ik Nathalia tegen, maandag, bij de supermarkt, en toen zei ze dat ze hem had zien lopen met een blond meisje met een kort rokje en toen viel alles opeens op zijn plaats, weet je wel?”
“Zei ze dat serieus?” vroeg Fleur met ogen zo groot als schoteltjes.
“Ja,” antwoordde Julia. “En daarom flipte ik zo toen ik Nathalia in dat korte rokje zag, vandaag, weet je wel? Misschien gaat hij wel vreemd met haar…”
“Dat kan hij niet máken!” riep ik meteen na haar uit. “En zij ook niet! Waar haalt ze het gore lef vandaan dat tegen jou te zeggen? Ik bedoel – halló! Heb je jezelf wel eens met Nathalia vergeleken? Als Tom een beetje smaak heeft, dan zal hij nooit ook maar íéts met Nathalia uithalen, niet zolang jij in leven bent!”
Julia stootte een schamper lachje uit en weer maakte ik oogcontact met Fleur. Als Tom inderdaad vreemd zou gaan, dan betekende dat dat ik hem voor eeuwig zou haten, dat was iets dat vast stond. Als iemand mijn beste vriendinnen pijn zou doen, dan zou diegene dat duur te staan komen. In dit geval was dat óf Tom die vreemd ging óf Nathalia die Julia opfokte met een roddel die in zijn geheel gelogen was.
“Maar jij weet niet waar zijn kamer mee volhangt, Maren,” zei ze. “Dat zijn allemaal blonde meisjes met korte rokjes, net zoals Nathalia. En die neger met die blokjesbuik, maar ik denk niet dat hij daarop valt…”
Onwillekeurig moest ik lachen toen ze dat zei, gewoon omdat het zo uit het niets kwam en ik zo’n droge opmerking niet verwacht had, zeker niet in de staat waarin Julia op dat moment verkeerde. Meteen toen Fleur me een waarschuwende blik toewierp, sloeg ik mijn hand voor mijn mond.
“Sorry,” verontschuldigde ik me, en ik speelde met een krulletje in Julia’s haar. Ze keek naar het plafond met lege ogen die glansden van de tranen die erin stonden. “Het komt wel goed.”
“Ja,” beaamde Fleur. “En anders is hij je echt niet waard en dan zoek je iemand op die een miljoen keer leuker is dan Tom.”
Er viel even een stilte waarin ik Julia’s mondhoeken een beetje naar boven zag trekken in iets dat op een geforceerde glimlach leek.
“Hoor je wat je zegt?” zei ze terwijl ze Fleur aankeek.
“Dat hij je anders niet waard is,” antwoordde die laatste met verbazing in haar stem.
“- en dat je anders op zoek moet gaan naar iemand die leuker is,” voegde ik daaraan toe. Julia’s gezicht ontspande zich weer in een soort van masker en ik vond dat ze er angstaanjagend uit zag: haar gezicht was grauw van de mascaravegen, haar ogen rood en gezwollen en de manier waarop ze lag, deed echt denken dat ze dood was.
“Ja, dat,” antwoordde ze melancholiek. “Heb je wel eens naar die jongen gekeken?”
Fleur en ik vingen elkaars blik even, scheurde hem daarna weer los en knikten synchroon naar Julia.
“Ja,” zei ze. “Nou. Dan weet je toch dat er geen leukere jongens bestaan?”
Meteen wilde ik opspringen om ‘echt wel’ te zeggen, maar ik bleef verstijfd zitten toen allerlei gevoelens opeens door mijn borst begonnen te stromen. Ik voelde mijn ademhaling versnellen en kreeg het ijskoud van binnen terwijl er zich een knoop in mijn maag vormde en mijn hoofd zei me dat ik totaal fout zat. Ik werd misselijk bij het besef dat het niet Georgs naam geweest was die ik had willen noemen.

De volgende dag was het rotweer. Toen ik wakker werd en uit het raam keek, zag ik dat de lucht grauw was en dat het de zon waarschijnlijk niet zou gaan lukken om door de wolken door te breken. Met die reden trok ik een shirt met lange mouwen aan, waarbij ik achterin mijn kledingkast moest duiken en daar op het donkerblauwe shirt te stuitten dat ik ooit samen met Bill gekocht had. Ik schoof het aan de kant omdat ik niet aan Bill en zijn potentieel gekrenkte gevoelens wilde denken en trok een ander blauw shirt aan.
Het shirt bleef echter in mijn gedachten rondmalen. Ik had toen ik wakker geworden was zin gehad om Georg te bellen, maar nadat ik het shirt in mijn handen gehad had, was dat weer weggeëbd. Ook de behoefte aan mijn vriendinnen ontbrak volledig en dus bleef ik de hele dag binnen, spelend op mijn gitaar. Ik probeerde mijn gedachten weg te spelen maar telkens als een nummer afgelopen was, speelden ze weer op en bleven vervolgens hangen tot ik ze niet meer kon negeren. Op een gegeven moment had ik zin mijn gitaar door de kamer te gooien, maar ik deed het niet omdat ik wist dat ik daar spijt van zou krijgen en legde hem gewoon op de grond neer om me vervolgens uit te strekken en plat op bed te gaan liggen.
Ik sloot mijn ogen en probeerde me op Georg te concentreren, maar telkens zag ik Bills gezicht dicht bij het mijne. Ik vroeg me af waarom Bill de eerste was geweest die bij me opgekomen was toen het over ‘leukere jongens’ gegaan was en of dat misschien betekende dat ik verliefd op hem was – of dat ik misschien wel van hem hield. Het was me een raadsel wat het over mijn gevoelens jegens Georg kon zeggen.
Na drie seconden mijn ogen gesloten te hebben, opende ik ze weer en sprong op om naar beneden te gaan. Terwijl ik de trap af denderde, bedacht ik me dat ik misschien wel diepere gevoelens voor Bill koesterde dan ik voorheen gedacht had, dat hij altijd onder mijn huidoppervlak zou blijven zitten, in mijn hart, maar dat mijn gevoelens voor Georg de boventoon voerden en dat ik dus in de eerste plaats van Georg hield. Dat vond ik wel overtuigend klinken en ik vertelde het mezelf net zo vaak tot ik er zelf in ging geloven.
Beneden hing de geur van chocoladetaart en ik hoorde mijn moeder rommelen in de keuken. Ik liep naar de keuken om te zien wat ze aan het doen was en leunde tegen de deurpost om haar te bekijken. Ze stond met haar rug naar me toe en neuriede terwijl ze een taart met bramen maakte. De geur van chocoladetaart was te verklaren met één blik op de oven. Ik liep naar haar toe en sloeg mijn armen om haar middel om mijn kin op haar schouder te leggen. Ik vond het altijd prettig om dat te doen, omdat ik zo op een makkelijke manier duidelijk kon maken dat ik van haar hield zonder dat ik daar woorden voor nodig had. Bovendien voelde ze gewoon prettig aan.
“Goedemiddag, meisje!” zei ze vrolijk, op een zangerig toontje. “Hoe was het nog met de meiden?” Ik liet haar los en liep met een zucht naar de koelkast, die ik opentrok om er een pak appelsap uit te pakken.
“Rot,” verzuchtte ik tijdens het pakken van een glas. “Nathalia heeft Julia verteld dat haar vriend vreemdgaat en daar zat Juul mee…”
Ik schonk het glas vol en keerde mijn moeder de rug weer toe om het pak terug te zetten in een koelkast die veel te groot was voor ons tweetjes. Mijn vader had hem vroeger heel graag gewild omdat hij het prettig vond om de gehele voorraad colaflessen koud te leggen en er dan ook meteen een heel krat bier in kon, maar nu was dat allemaal overbodige ruimte gezien mijn moeder de enige was die cola dronk en we beide niet echt van het bier waren. Of ja, ik wel, want ik was nu eenmaal een Duitser, maar niet als het uit een flesje kwam.
“Aha…” zei mijn moeder terwijl ze de oven opendeed en de appeltaart eruit haalde met haar in ovenwanten gestoken handen. Meteen overspoelde de heerlijke geur me en maakte dat ik me voelde alsof het herfst was: dat grauwe weer, de relatief koude temperatuur en dan ook nog zo’n heerlijk warme taart… Het was een heerlijke dag, ondanks alle verschillende gedachten die maar door mijn hoofd bleven malen.
“Ja…” zuchtte ik, leunend tegen het aanrecht. “Maar waarschijnlijk heeft Nathalia gewoon gelogen omdat ze Julia op stang wil jagen. Omdat ze niet meer in de band mag en zo…”
“Aha,” zei mijn moeder weer terwijl ze met een geconcentreerd gezicht de volgende taart in de oven zette. Ze was bijna jarig, vandaar dat ze zo druk in de weer was.
Toen ze de oven dicht had geklapt, keek ze me aan met een glimlach terwijl ze haar ovenwanten uitdeed en haar schort losknoopte. Haar bruine ogen straalden een warmte uit die dezelfde uitwerking op me had als de geur van pasgebakken appeltaart: een gelukzalig gevoel overspoelde me voor de tweede keer die dag. Ik had geen idee hoe ik het ooit nog zonder haar zou moeten doen in de wereld.

Toen mijn moeder en ik de volgende dag met een broodje aan de eettafel zaten, ging opeens de telefoon. Ik schrok ervan omdat het zo verschrikkelijk stil was geweest, één van de duizenden hemelse stiltes die we al vaker gedeeld hadden en waarvan ik achteraf altijd het gevoel kreeg dat het een lang gesprek geweest was. Bovendien genoot van het heerlijke eten dat mijn moeder weer met hart en ziel had klaargemaakt en zodoende was er geen reden geweest om te spreken.
Ik negeerde het rinkelende geluid en wachtte tot mijn moeder op zou staan om hem op te pakken. Wanneer ze uiteindelijk haar stoel naar achteren schoof, wisselden we blikken uit: zij keek heel geërgerd en ik grijnsde breed als een klein kind dat donders goed wist dat het aartslui was. Natuurlijk was ik dat ook.
Ik hoorde haar vrolijke stem en had meteen geen honger meer. Ze sprak op zo’n vrolijk toontje dat het niet anders kon of het was die Vriend van haar. Een poosje geleden had ik haar gevraagd of het haar vriend was en ze had zó geheimzinnig gedaan dat ik er maar een ‘ja’ van gemaakt had. Ik probeerde eraan te wennen dat ik haar vanaf die dag weer zou moeten delen, maar dat lukte me nog niet bepaald.
“Voor jou,” zei ze uiteindelijk, haar arm uitgestrekt en de hoorn in haar hand. “Mirre.”
Ik trok mijn wenkbrauwen even op van verbazing. Mirre. Natuurlijk. Ze zou me bellen aan het begin van haar zomervakantie om een week bij me te komen logeren. Door al het gedoe met Georg en Bill en natuurlijk het feit dat ik moest strijden om over te gaan, had het mijn herinnering al lang weer verlaten.
Ik nam de telefoon van haar over, pakte het broodje in mijn andere hand, schoof het bord voor me uit, stond op en legde de telefoon tegen mijn oor terwijl ik naar de zithoek liep.
“Hoi!” begon ik op vrolijke toon terwijl ik op de bank neer plofte en mijn voeten op tafel legde.
“Hé!” hoorde ik haar meteen net zo vrolijk terug zeggen. “Hoe gaat het met je?”
Er volgde een standaard gesprek met ‘ja goed, en met jou?’ waarin ze vertelde over haar vriendinnen en over school. Ze vroeg me hoe het met Fleur en Julia ging, of ik nog steeds met hen bevriend was en dat bevestigde ik, waarna ik te horen kreeg dat ze hen heel graag weer eens wilde zien. Een aantal jaren terug was Mirre een hele zomer bij mij in Wolmirstedt geweest en toen hadden we de hele zomer met zijn vieren leuke dingen gedaan, waren iedere dag met elkaar opgetrokken en dat stond nog heel helder in mijn herinnering. Bij mijn nichtje blijkbaar ook.
Tijdens het gesprek merkte ik dat ik het nog steeds goed met Mirre kon vinden. Ze vertelde heel enthousiast over Linda, die na acht jaar blijkbaar nog steeds haar beste vriendin was en over Sanne, die – zo concludeerde ik na een paar korte anekdotes van Mir – ongeveer net zo gek was als Julia. Ik kreeg een heel verhaal te horen over een schoolfeest waarop diezelfde Sanne met een stuk of vijf jongens gezoend had in één uur en ook al vond ik het meestal niets om naar verhalen te luisteren over mensen die ik niet kende, dat keer vond ik het niet eens onprettig. Mirre vertelde heel enthousiast en ik had het gevoel dat ik de mensen waarover ze vertelde ook echt kende.
“En,” sloot ze op een gegeven moment haar relaas af. “Hoe ziet jouw leven er tegenwoordig uit?”
Ik stond vervolgens op, nog steeds met het broodje in mijn hand (ik had er geen hap meer uit genomen sinds ik de telefoon in handen had) en liep naar boven omdat ik niet wilde dat mijn moeder ook maar iets zou horen over mijn relatie met Georg. Ze mocht ervan weten, natuurlijk, ze was nou eenmaal mijn moeder, maar sommige dingen wilde ik alleen bespreken met mijn vriendinnen en daar had zij niets mee te maken.
Ik vertelde haar vervolgens over Georg en hoe verliefd ik op hem was geworden, maar ik vertelde haar niets over Bill. Ik heb geen idee waarom niet, eigenlijk, want het voelde heel vertrouwd om met mijn nichtje te praten over zulk soort dingen, maar iets in me zei me mijn mond te houden en ik wilde er ook eigenlijk niets over kwijt. Mir was iemand die altijd alles door had en als ik dan over Bill zou vertellen, zou ze misschien merken dat hij iemand was die een grotere rol in mijn leven speelde dan ik haar wilde doen geloven.
Ze reageerde heel enthousiast op mijn verhaal en vroeg maar door over hoe hij was, hoe hij deed en vooral hoe hij eruit zag. Ik vertelde in geuren en kleuren over hem en toen ik hem beschreef, voelde ik tot mijn grote vreugde een paar kriebels onderin mijn buik. De liefde was dus nog niet bekoeld.
Pas na een half uur praten over niets, kwam het onderwerp op de zomervakantie en de week die ze bij me wilde doorbrengen. Opeens had ik het gevoel dat een week wel erg kort was en nodigde ik haar uit om twee of drie weken te blijven, maar ze zei dat ze alles al geregeld had thuis en dat dat dus niet mogelijk was. Meteen voelde ik me stom omdat ik gedacht had dat ik het misschien niet meer met haar kon vinden terwijl ik donders goed wist dat zo’n tijd nooit zou komen.
Ze noemde een week voordat de jongens op tournee zouden gaan en nadat ik naar beneden gelopen was om mijn moeder te vragen of ik in die week niet toevallig zelf iets te doen had, bevestigde ik dat ze kon komen en liep ik weer terug naar boven.
“Ik ben echt benieuwd naar je vriend,” zei ze. “En ook naar jou, natuurlijk. Hoe lang is het geleden?” Ik haalde mijn schouders op, hoewel ze dat natuurlijk niet kon zien.
“Geen idee,” zei ik. “Een jaar of twee, drie?”
Ze antwoordde dat dat inderdaad zo was en we spraken nog een tijdje over dingen die we zouden gaan doen: veel buiten zijn, muziek maken (ook Mirre speelde gitaar) met Fleur en Julia en uitgaan in Magdeburg. Niet lang daarna werd ze geroepen door haar moeder, die weer eens ziek was en moest ze ophangen. We namen afscheid, hingen op en toen ik de telefoon op mijn bed gooide, voelde ik opeens hoe warm mijn oor was.
Ik glimlachte, pakte mijn gitaar en ging plat op mijn rug liggen, starend naar het plafond, mijn vingers lopend over de snaren. Ik probeerde me voor te stellen hoe gezellig het zou worden wanneer Mirre eindelijk weer hier was, hoe leuk het zou zijn om weer met zijn viertjes muziek te maken en wat voor gekke gesprekken we weer zouden hebben. We zouden ongetwijfeld weer met zijn vieren in het bos boompje gaan klimmen, want dat deden we altijd, als een soort van traditie, ongeacht hoe oud we waren. Ik keek ernaar uit haar glimmende groene pretogen weer te zien en haar haar te zien dansen in de zon, want daar werd ik altijd vrolijk van. Mirre was er altijd, eeuwig. Het was fijn om zo iemand als zij te hebben – iemand die je niet miste als ze er niet was, maar iemand die altijd voor me klaar zou staan als ik haar nodig had. En zo was het andersom ook.

Die avond kwam Julia onverwacht langs. Ik schrok me kapot toen ik de deur geopend had en haar zag staan, want haar haar zag eruit alsof haar föhn ontploft was en ze had sporen van uitgelopen mascara op haar gezicht. Mijn eerste gedachte was dat het waarschijnlijk uit was tussen Tom en haar, maar dat schopte ik meteen mijn hoofd weer uit: natuurlijk was het niet uit. Het was ook niet waar dat Tom was vreemd gegaan, want Nathalia was een vuile leugenares.
“Kom binnen,” zei ik zacht en vol medeleven terwijl ik haar hand pakte en haar naar binnen trok. Voor de verandering voelde ik me dat keer alsof ik háár moeder was en dat gaf me een vreemd gevoel van voldoening.
Zodra ik de deur achter haar gesloten had, liet ze de tranen over haar gezicht stromen en klemde ze zich meteen jammerend aan me vast, wat heel vreemd voelde omdat ik vele malen kleiner was dan zij. Ik hoopte maar dat mijn moeder de televisie heel hard aan had staan, zodat ze Julia’s gejammer niet zou horen en we gewoon de privacy kregen die we nodig hadden.
“Kom mee naar boven,” fluisterde ik zachtjes, het gejammer overstemmend, en ik maakte me los uit de beklemmende omhelzing om haar hand te pakken en haar mee naar boven te nemen. Nou, ‘nemen’ is eigenlijk een woord dat ik niet kan gebruiken, het was meer ‘naar boven sleuren’, maar dat doet er niet echt toe.
Eenmaal boven plofte ze op mijn bed neer en verborg haar gezicht in haar handen, heel stil. Ik vond haar angstaanjagend rustig, opeens, en vroeg me opnieuw af of ze misschien niet gestorven was in die ene seconde dat ze op mijn bed zat.
“Wil je alsjeblieft ijs halen?” klonk het op een gegeven moment gesmoord. “En twee lepels?”
Dat hoefde ze geen twee keer te zeggen. Het enige dat Julia weer enigszins blij kon krijgen, was een bak ijs, gecombineerd met een goed gesprek met een goede vriendin. Ik voelde me best wel uitverkoren, dat ze mij verkozen had boven Fleur, maar ik nam me voor haar in ieder geval op de hoogte te stellen van de stand van zaken als die eenmaal aan mij uitgelegd waren. Daar waren we immers vriendinnen voor.
Ik liep weer naar beneden en liep de woonkamer door zonder mijn moeder (die de Oprah Winfrey-show keek) een blik waardig te keuren. In de keuken opende ik onze supersonische koelkast en haalde er een bak Ben & Jerry’s Chocolate Therapy uit, want chocolade was precies hetgene dat een meisje nodig had als ze zich rot voelde. Ik deed het vriesvak weer dicht, pakte twee lepels en liep met een quasi-nonchalant gezicht weer door de woonkamer terug naar de trap, hopend dat mijn moeder er niets over zou zeggen.
“Wat moet Julia hier?” vroeg mijn moeder als in ‘waar ga jij met dat ijs naar toe’ toen ik nog maar halverwege was.
“PMS,” mompelde ik terug en ik liep gauw de deur door zodat mijn moeder me niet kon bestoken met vragen als ‘kan Julia dan zelf geen ijs kopen?’ omdat ze zelf zo graag ijs at als ze ongesteld moest worden. Dat was weer een zorg minder.
In mijn kamer trof ik Julia aan, die zich aan mijn kussen had vastgeklampt alsof het een reddingsboei was. Ze wiegde zachtjes heen en weer in foetushouding en huilde geluidloze tranen. Toen ik naast haar ging zitten, legde ze stilletjes haar hoofd op mijn schouder en liet zich gewillig door mij door haar rode haar strijken. Ik vond het prachtig hoe er van de sterke, strijdlustige Julia niets meer overgebleven was, hoe vreemd dat ook mag klinken. Ik vond het prachtig om te zien dat ze een masker droeg en hoe ze bereid was om dat masker voor mij af te nemen, als een echte vriendin. Ik hield van haar.
“Hij belde me vandaag,” begon Julia heel zachtjes en breekbaar, alsof haar stemgeluid zomaar weg kon vallen als ik haar keel aanraakte. “Om onze afspraak te cancelen. En hij – hij – ik bedoel, hij deed zó afstandelijk en nors en vervelend en dat deed zo’n zeer, Maren!”
Ze jammerde en begroef haar gezicht in mijn nek. Ik hield haar stevig vast, fluisterde zachte woordjes in haar oor en zei al net zo zacht dat het wel goed zou komen met hen.
“Maar-” ging ze jammerend verder. “Ik denk écht dat hij een ander heeft. Ik heb geen idee of ik het zelf moet uitmaken, het met hem moet uitpraten of dat ik gewoon moet wachten tot hij er uiteindelijk een punt achter zet…”
Daar had ik ook geen idee van, vertelde ik haar Het uitmaken was misschien een beetje een grote stap, zeker omdat ze niet zeker wist óf hij inderdaad vreemd ging maar wachten tot hij het uit zou maken, zou Julia tot op de grond slopen, hoe sterk ze ook was of zich voordeed. De enige overgebleven optie was het proberen uit te praten, maar dat was een keuze waar risico’s aan kleefde omdat ze daar Tom alleen maar meer mee op zijn nek zou kunnen zitten. Hij was nou eenmaal een type dat ‘geen zin had in gezeik.’
Ik heb geen idee meer hoe lang we daar gezeten hebben, met zijn tweetjes, maar het was vast ontzettend lang. Uiteindelijk heeft ze naar huis toe gebeld en is ze bij me blijven slapen omdat ze niet meer door het donker naar huis wilde fietsen en het fijn vond om bij mij te blijven. We hebben de hele nacht gepraat over allemaal dingen die ons door de jaren door overkomen waren, hoe we ze keer op keer overwonnen hadden met zijn drietjes en dat gevoel dat toen naar boven kwam, dat weet ik nog precies. Het voelde alsof we voor het leven verbonden waren, of zoiets, alsof ik zou sterven als Julia ook zou sterven en dat gevoel, besefte ik toen Julia al sliep en ik nog eens nadacht over alles wat die dag me gebracht had, was precies hetgeen ik niet bij Georg voelde, maar wel bij Bill gevoeld had.
Ik was het weer vergeten toen ik de volgende morgen wakker werd.