Nadien
Ik had het dagboek dichtgeslagen en geluisterd naar de gevallen stilte na het wegsterven van mijn laatste woorden. Op de één of andere vreemde manier had ik me leeg gevoeld, door een soort van triest gevoel in mijn buikholte, alsof ik mijn leven zojuist herbeleefd had. Hoewel ik graag zou willen huilen, ging het niet. Het was te overweldigend geweest om alles te vertellen, zo vreemd ook. Ik was gelukkig dat het verleden het verleden was en dat ik een toekomst tegemoet zou gaan die er waarschijnlijk veel rooskleuriger uit zou zien – of in ieder geval een toekomst die ik samen met hem zou delen.
Sa had zich met tranen in haar ogen aan me vastgeklampt, Liam had mijn hand vastgepakt en staarde onbeweeglijk naar het plafond. Ik vond het rot dat ik hen moest achterlaten, maar wist ook dat het niet anders kon. Ik wilde ook niet anders. Als ik moest kiezen tussen een leven thuis en een leven op een plaats waar ik niet hoorde, dan was de keuze gauw gemaakt. Ik moest terug naar huis – die drang was nooit verdwenen, hoe fijn ik het ook gehad had met mijn twee nieuwe vrienden. Ik zou hen ook niet vergeten, dat wist ik zeker. Ze maakten deel uit van mijn grootse, ingewikkelde verleden en ik zou hen niet kunnen vergeten.
De stilte was geladen en loom, omdat alle woorden die ik even daarvoor gesproken hadden, nog altijd door de lucht zweefden. Ik had mijn ogen gesloten en had geprobeerd mijn hoofd leeg te maken zodat het holle gevoel weer uit mijn buik zou verdwijnen, maar het ging niet. Telkens weer zag ik zijn ingevallen gezicht voor me, herinnerde ik me weer wat ik gevoeld had op het moment dat ik zijn hand had moeten loslaten, dacht ik aan het gevoel van zijn lippen op de mijne. De herinnering aan hem was altijd zo sterk gebleven. Je hoorde zo vaak dat herinneringen vervaagden naarmate de tijd verstreek, maar ik kon me mijn leven nog precies herinneren.
Uiteindelijk was ik zonder iets te zeggen opgestaan en had ik mijn koffer dicht geritst, als soort van aanwijzing dat het verhaal voorbij was en dat het tijd was om verder te gaan met leven. Ik wilde ook niet blijven hangen in het verleden, wilde denken aan de toekomst die in het verschiet lag. Eindelijk kreeg ik de kans mijn leven te leven zoals ik het wilde, samen met de jongen waarvan ik hoopte dat hij mijn hele verdere leven bij me zou blijven. Ik zag het als een kans die ik hoe dan ook moest grijpen, iets dat ik hoe dan ook moest doen omdat ik er gelukkig van zou worden. Ik wilde leven.
Het dagboek had ik op bed laten liggen. Ik wilde het niet mee nemen.
Met zijn drieën waren we naar beneden gelopen, zwijgend. De stilte die om ons heen gehangen had, was magisch geweest, maar ook geladen. Ik had het verhaal al lang een plekje gegeven, voor zover dat mogelijk was, maar ik had door dat Sa en Liam moeite hadden het te verwerken. Op de één of andere manier voelde ik me meer met hen verbonden nu ik het hen eindelijk verteld had, omdat het hen een inzicht gaf dat niemand ooit gehad had. Ze kenden mijn verleden, en daarmee mij.
Beneden waren we aan een tafeltje in het gesloten en daarmee donkere café gezeten. De stilte was nog altijd aanwezig geweest als een geest die daar rondwaarde – ik durfde niet eens te kuchen of te luid te ademen omdat ik het gevoel had dat ik dan iets zou breken of in gang zou zetten. We zaten zwijgend bij elkaar, onze blikken op het tafelblad gericht. Ik durfde niet op te kijken uit angst te zien dat één van hen zou huilen, want ik zou niet weten wat ik daarmee aan zou moeten. Zij waren altijd degenen geweest die er voor me geweest waren als ik ergens mee zat, als ik eventjes een dipje had of als het verleden me even teveel werd en het zou onnatuurlijk zijn als zij opeens ook gevoelens van verdriet bleken te hebben. Ik wist wel dat zij ook mensen waren en dat huilen menselijk was, maar het zou het beeld van de sterke Sa en de sterke Liam dat ik had verkleuren en dat wilde ik niet. Ik vond hen geweldig zoals ze waren en wilde niet dat ik hen anders zou gaan zien.
Ik heb geen idee meer hoe lang we daar gezeten hadden, maar het zal niet al te kort geweest zijn. Het staren naar het tafelblad had de tijd laten vergeten, verzonken in gedachten. Ik vroeg me af hoe mijn leven eruit zou zien als ik weer terug zou zijn in Duitsland, hoe het zou zijn om mijn vrienden weer in mijn armen te kunnen sluiten, om te zien hoe zij veranderd waren. Het leek me vreemd om weer thuis te zijn, maar er was niets dat ik liever wilde dan gewoon teruggaan en zien wat ervan zou komen. Het feit dat God ervoor zorgde dat ik terug kon gaan, betekende hoogstwaarschijnlijk dat hij me vergeven had en dat betekende dat ik min of meer opnieuw kon beginnen. Het was zo oneerlijk dat één seconde in mijn leven mijn hele toekomst omgegooid had.
Ik had niet willen opkijken toen ik de deur open hoorde gaan omdat ik geweten had dat mijn hart dan een sprong zou maken en het moment zou verpesten. Toen Liam ons op een gegeven moment had losgelaten, liet ik Sa ook los en keek ik in de richting van de deur, waar een lang en mager silhouet zich aftekende tegen het licht dat van buiten kwam. Met een langzame tred liep hij op me af en ik maakte oogcontact met hem, waardoor hij me de adem even benam. In de simpele stap die ik in zijn richting zette om de resterende afstand te overbruggen, zat zoveel betekenis dat het voor mij opeens een hele grote leek. Het was het verschil tussen blijven of vertrekken.
Hij had mijn hand vastgepakt en er zachtjes in geknepen alvorens naar me toe te buigen en zijn lippen zacht op die van mij te laten belanden. Als in een reflex had ik me tegen hem aangedrukt en hij sloeg zijn armen om me heen, zo stevig dat ik niet meer wist waar ik eindigde en hij begon. Doordat ik me opeens zo gelukkig gevoeld had, waren de tranen in mijn ogen gesprongen en toen de kus alweer verbroken was, hadden we de omhelzing in stand gehouden, zodat dat innige gevoel behouden bleef.
Toen ik hem had losgelaten, had ik me omgedraaid naar Liam en Sa en ik had hen om beurten omhelsd. Sa had gehuild en dus had ik mijn eigen tranen ook niet meer binnen kunnen houden. Ze had me gezegd dat ik in mijn dagboek moest schrijven, dat dagboek dat ze me met Kerstmis gegegeven had en dat ik het haar moest opsturen als het vol was. Ik had geknikt en had me tot Liam gewend, die de tranen van mijn gezicht geveegd had en me een stevige knuffel gaf na gezegd te hebben dat ik het beste van mijn leven moest maken. Ik beloofde dat.
Daarna had ik Bills hand weer vastgepakt en was, na mijn vrienden nog een laatste glimlach geschonken te hebben, met hem naar buiten gelopen. Toen ik de deur dicht deed, had ik het gevoel dat ik daadwerkelijk iets afsloot. Hij droeg mijn koffer en zette die tussen zijn voeten toen hij plaatsnam op een bankje voor het café omdat we moesten wachten op de auto. Ik ging naast hem zitten en legde mijn hoofd op zijn schouder toen hij zich tegen me aantrok en hij met zijn vingers door mijn haar ging. Ik keek naar de zon die waterig boven de gebouwen stond en de mensen die op straat liepen probeerde te verwarmen met zijn stralen. Voor al die mensen was het een gewone dag, terwijl het voor mij de eerste van mijn nieuwe leven was. Van mijn oude leven.
Ik had gezucht toen hij zijn zachte lippen op mijn wang drukte en verborg mijn hoofd in zijn hals. Het was één van die momenten die ik op pauze had willen zetten en tot in de eeuwigheid had willen beleven. Dat gevoel versterkte zich nog eens toen hij zijn armen om me heen sloeg en zachtjes Durch den Monsun voor me zong.