Deel 2
Hoezeer Bill ook zijn best deed, Tom prikte dwars door hem heen. Het was niet zo dat alles aan Bill schreeuwde dat het niet goed met hem ging, maar zijn broederlijke instinct zei hem gewoon dat zijn broertje zich veel minder goed voelde dan dat hij voor deed komen.
Er waren een paar dingetjes aan hem veranderd – niet opvallend, maar wel zo dat Tom het gemakkelijk opgemerkte. Bill was zoveel stiller dan eerst. In interviews had hij vaak nog wel het hoogste woord, hetzij op een geforceerde manier, maar daarbuiten was hij alles behalve een spraakwaterval. Er gingen dagen voorbij waarop hij enkel ja knikte, nee schudde of zijn schouders ophaalde, continu met een serene glimlach op zijn gezicht waarmee Bill de band wilde doen geloven dat het goed met hem ging. Tom wist wel beter dan dat.
Tom herinnerde zich nog goed hoe David een week of twee geleden na een concert op hem af was komen lopen om met hem te praten over hoe het gegaan was. Bill had direct een vrolijk gezicht getrokken en had in geuren en kleuren verteld over de sfeer die er in het stadion hing, de spandoeken met huwelijksaanzoeken en de krijsende menigte. Toen David even later weer weg was, was hij direct weer dichtgeklapt en had hij doodstil op een stoel gezeten, in gedachten verzonken. Tijdens de rit naar huis was Bill tegen Toms schouder in slaap gevallen, doodmoe van het doen alsof.
Hij lachte ook veel minder – het was voor Toms gevoel al eeuwen geleden dat hij zijn broertje echt plezier had zien hebben. Telkens wanneer hij, Georg en Gustav zowaar op de grond lachen van het lachen, zat Bill stil in een hoekje, starend in het niets, met een nadenkende blik zin zijn donkere, door zwarte kringen omgeven ogen. Zelfs zijn make-up kon niet meer verhullen dat hij doodmoe was; het frustreerde Tom dat hij niet wist waardoor het kwam dat hij zo moe was. Telkens wanneer hij Bill zijn vragende blik schonk, plakte zijn broertje die glimlach op zijn gezicht, die serene glimlach die hem iedere keer weer leek te zeggen dat alles oké was, precies zoals hij een maand eerder gezworen had.
Bill had er tegenwoordig ook moeite mee zich om te kleden als er andere mensen bij waren – zelfs wanneer dat de andere bandleden waren, of David. Het was voor de jongens altijd heel normaal geweest naakt te zijn in elkaars bijzijn, want in een tourbus was er nu eenmaal weinig ruimte en ze waren toch beste vrienden, maar Bill trok zich steeds vaker terug. Hij kleedde zich steeds vaker om op het toilet of achter de gordijnen die voor zijn stapelbed hingen. Als er echt geen andere mogelijkheden waren dan zich met de andere jongens om te kleden, probeerde hij zich te bedekken of keerde hij hen simpelweg de rug toe. Het leek wel alsof hij zich voor zijn lichaam schaamde en dat zat Tom ontzettend dwars. Hij was bang dat zijn broertje anorexia ontwikkelde, wat rijmde met het feit dat hij veel minder at dan vroeger, maar er waren ook een hoop dingen die daar niet door verklaard werden. Hij wist niet wat hij moest denken.
Een week eerder was er iets gebeurd dat Tom eraan had doen denken naar David toe te stappen om zijn zorgen met hem te delen, maar hij had het nog altijd niet gedaan: na een avondje slechte westernfilms kijken op Georgs hotelkamer, was die laatste in een lollige bui bovenop een nietsvermoedende, make-upremovende Bill gesprongen, twee vingers bij wijze van geweer in zijn nek drukkend. Tom had de doodsbange blik in de ogen van zijn broertje gezien toen hij zichzelf zwaar ademend tegen de muur van de badkamer gedrukt had, met grote ogen ontsnappend aan Georg – het was hartverscheurend geweest. Hij had Bill willen vasthouden om hem te kalmeren, maar hij had van zich afgeslagen en was uiteindelijk onder Toms armen door naar zijn eigen hotelkamer gevlucht, tranen stromend over zijn wangen.
Tom had boos kunnen worden op Georg omdat hij zijn broertje aan het huilen had gemaakt, maar hij wist dat het maar een spelletje geweest was. Niemand van hen droeg de schuld van Bills gedrag, voor zover hij wist. Hij was wanhopig genoeg om uit te zoeken wie dat dan wel deed.
Die morgen, bij het inchecken in hun hotel in Hamburg, had Tom gezien dat Bill een briefje had gekregen van de receptioniste; zo gauw hij het opengevouwen had en zijn ogen over de regels had laten glijden, was alle kleur uit zijn gezicht weggetrokken. Het baarde Tom grote zorgen. Bill was de rest van de dag ontzettend stil geweest, maar tegelijkertijd enorm aanwezig. Om de zoveel tijd stond hij op om nutteloze dingen te doen, zoals zijn handen wassen of zijn tas opnieuw inpakken. Tijdens het eten schoof hij telkens al zijn eten heen en weer over zijn bord, zonder iets te eten. Alles dat hij in zijn handen kreeg, liet hij minstens drie keer vallen. Hij ergerde de overige drie bandleden tot het uiterste, maar deze hielden wijselijk hun mond, bang dat Bill zelfmoord zou plegen wanneer ze er iets van zouden zeggen - want ze wisten alledrie heel goed dat Bill daartoe in staat zou zijn in deze toestand.
Met iedere seconde die verstreek, werd Tom bezorgder en nieuwsgieriger. Hij wilde zijn wederhelft vragen wat er aan de hand was voordat hij naar David toe zou stappen, maar was vreemd genoeg bang dat hij afgewezen zou worden. Eigenlijk wist hij zeker dat Bill hem niets zou vertellen en hij wilde niet weten hoe het zou voelen om officieel afgewezen te worden als tweelingbroer. Hij vond de situatie zoals die op dat moment was al erg genoeg. In de afgelopen maand had hij al vaak aan zichzelf getwijfeld, vooral wanneer hij ’s nachts rusteloos in bed lag, simpelweg omdat hij het gevoel had dat hij misschien de reden was van Bills gedrag. Avond na avond had hij zijn herinneringen doorgespit, op zoek naar een moment waarop hij iets gezegd zou kunnen hebben dat Bill zo van hem had doen afkeren, maar hij had er geen één kunnen vinden.
Ondanks zijn angst wist hij echter zeker dat hij te weten wilde komen wat Bill dwars zat; hoe dan ook, zelfs al werd hij gedwongen harde middelen te gebruiken.
Al direct diezelfde avond in het hotel in Hamburg kreeg hij de kans daartoe. David escorteerde hen naar hun hotelkamers, met stevige passen die zijn slechte humeur verrieden, en stopte op een gegeven moment bij een deur die hij opende door middel van een pasje. Met een piepje schoot de deur van het slot, waarna David hem achteloos opengooide.
“Tom, Bill; dit is jullie kamer.”
Tom had voor de tweede keer die dag aanschouwd hoe al het bloed uit Bills gezicht weggetrokken was – hij was bang geweest dat hij flauw zou vallen. Het duurde eventjes voordat Bill in discussie ging en Tom volgde het nemen van die beslissing door te kijken naar zijn vermoeide, donkerbruine ogen. Hij zag hoe de angst over het netvlies van zijn broertje flitste, gepaard van paniek, bedachtzaamheid, reddeloosheid en uiteindelijk besluitzekerheid.
“Waarom hebben we geen aparte kamers?” vroeg hij quasi-rustig, zijn stem te hoog en haastig om te kunnen verbergen dat hij onderhuids helemaal niet rustig was. “Ik zou graag-”
“Het hotel zit vol en er waren niet genoeg éénpersoonskamers,” sneerde David terug. “En nu maak je verdomme dat je die fucking kamer instapt en je waagt het niet er ook nog maar één keer over te zeiken, meneer de Diva. Is dat duidelijk?”
Bill antwoordde niet, maar de tranen die in zijn ogen sprongen, deden vermoeden dat hij zijn manager wel degelijk begrepen had. Hij volgde zijn oudere broer de kamer in, waar hun bagage wonderbaarlijk genoeg al gebracht was, en sloot de deur met een harde knal om zijn frustratie te uiten. Hij haatte David. Er was geen enkele mogelijkheid waarop hij die avond een uur weg zou kunnen glippen zonder dat Tom hem ernaar zou vragen en dan zou hij moeten liegen. De paniek wervelde rond in zijn hoofd. Hij kon niet liegen tegen zijn broer, dat stond gelijk aan landverraad. De enige manier waarop hij er onderuit zou kunnen komen, was alsnog een éénpersoonskamer proberen te regelen, maar dat zou hij via David moeten doen en die was strontchagrijnig door Bills overspannen gedrag van de afgelopen dag. Niet naar Bushido gaan was geen optie, want hij wilde Tom niet in gevaar brengen. Hij had dit gestart en hij alleen mocht de consequenties dragen.
Hij verborg zijn handen in zijn haar en probeerde wanhopig een oplossing te bedenken, maar er kwam niets in hem op. Tom zou die avond niet uitgaan, wist hij, want hij had zijn broer horen zeggen dat hij een avond rust nodig had. Nu wist hij al helemaal zeker dat hij niet zou gaan, want wanneer hij met Bill op één kamer sliep, zou het voor hem onmogelijk zijn om een meisje mee te nemen. Bill zou nooit te weten komen dat de echte reden van Toms thuisblijven was, dat hij zijn broertje in de gaten wilde houden.
“Waarom wil je niet met mij op één kamer slapen, Bill?” klonk het verdrietig uit Toms mond, wie verslagen op de rand van een bed was gaan zitten. “Ben je boos op me? Verafschuw je me? Ben ik te min voor je?”
Direct toen Bill de gebroken toon in de stem van zijn wederhelft bespeurde, ging de wervelstorm in zijn hoofd liggen. Plotseling was alles kristalhelder en begon hij zich te realiseren hoe onzeker hij zijn broer gemaakt had met zijn ondoordachte woorden. Hij herkende Tom bijna niet terug. De normaal zo stoere en vrolijke jongen zat ineengedoken op het matras, zijn handen gevouwen en zijn blik smekend op Bill gericht, tranen brandend in zijn ogen.
“Natuurlijk niet,” bracht Bill uit terwijl hij zich naast zijn broer op bed liet zakken en een magere arm om zijn schouders heen sloeg. “Ik hou meer van jou dan van wie dan ook in de hele wereld, Tom, dat weet je toch?”
“Maar waarom doe je dan zo?”
Tom verbaasde zichzelf met zijn toneelspel – of meer hoe weinig hij toneel hoefde te spelen. Aanvankelijk had hij gedacht dat het moeilijk zou worden om tranen op te moeten wekken, maar hij had de emotionele waarde van de situatie onderschat; hij hoefde niet eens te doen alsof. De tranen kwamen gewoon vanzelf, samen met zijn gezwollen keel en trillende handen.
Toen Tom over zijn gedrag begon, nam Bill direct een beetje afstand van hem, zodat het gemakkelijker zou zijn om te liegen. Het zou sowieso moeilijk zijn, maar hij zou het niet eens proberen te doen op het moment dat zijn wederhelft en hij zo’n intiem moment deelden. Hoe vreselijk hij het ook vond, hij moest en zou de waarheid verzwijgen. Het beeld van hoe Bushido Tom op handen en knieën dwong en hem vervolgens zonder genade neukte, zweefde voor zijn geestesoog en maakte dat zich een knoop in zijn maag vormde.
“Hoe bedoel je; ‘zo’?” vroeg hij met een gekunstelde verbaasde uitdrukking op zijn bleke gezicht.
“Doe nou niet alsof je me niet begrijpt, Bill,” riep Tom uit terwijl hij opsprong, ontsnappend aan Bills aanraking. “Je praat al weken niet meer tegen me, krijgt bijna een hartaanval wanneer iemand je aanraakt, bent elke avond afgepeigerd en nu wil je opeens niet meer met mij in een kamer slapen. Wat is er godverdomme aan de hand?”
Bill wist dat hij op het punt stond een grens te overschrijden; een grens die hem voor eeuwig af zou snijden van zijn broer. Als hij loog, zou hij nooit meer te vertrouwen zijn – hij wist dat Tom er precies zo over dacht. Aan de andere kant bracht hij Tom in gevaar als hij hem in vertrouwen zou nemen. Het zou natuurlijk kunnen dat zijn bekentenis binnen deze vier muren zou blijven, maar Bill durfde dat risico niet te nemen. Hij had geen idee hoe ver Bushido’s macht reikte. Wat hij echter wel wist, was dat hij Tom nooit zou opofferen voor iets dat hij zelf in gang gezet had. Hij was schuldig, en hij alleen.
Hij nam de stap.
“Er is niets,” zei hij zacht als het gezang van een vlinder.
“Fucking lieg niet tegen me!”
Er daalde een schreeuwende stilte op hen neer; Bill had het gevoel dat al zijn ingewanden bevroren. Zijn ogen keken smekend op naar zijn broer, in wiens ogen de tranen reeds blonken. Hij kon er niet tegen wanneer hij huilde en wist op dat moment al dat hij de strijd zou gaan verliezen. Hij realiseerde zich eveneens dat hij Tom kwijt zou raken, welke beslissing hij ook zou nemen. Als hij Tom in vertrouwen zou nemen, zou hij hem verliezen aan Bushido en als hij bleef liegen, zou hij hem verliezen door zijn eigen toedoen. Hij had echter geen idee wat hij moest doen.
Tom keek naar de verwarde blik in de ogen van zijn broertje en voelde hoe zijn hart hem in de schoenen zonk. Bill smeekte hem niet verder te vragen, maar hij kon niet anders; hij zou eraan onderdoor gaan als hij zijn wederhelft nog langer zou moeten zien lijden zonder dat hij wist waaraan. Hij wilde hem zo graag helpen, hem beschermen tegen alles wat hem pijn zou kunnen doen - hij wilde niet falen als broer. Het was zijn taak om voor Bill te zorgen nu mam zo ver weg was.
“Wees alsjeblieft niet boos, Tom,” zei Bill terwijl hij zijn blik naar beneden wendde en de eerste traan over zijn wang naar beneden biggelde. “Het spijt me, maar ik kan het je echt niet ver-”
“Je kunt me alles vertellen,” onderbrak Tom hem nog voordat hij zijn zin had kunnen afmaken. “Er is niets dat ik niet van je zal accepteren, Bill, zelfs al vertel je me nu dat je liever een zusje zou willen zijn dan een broertje. Vertel het me, alsjeblieft.”
In de korte stilte die viel, keken de twee jongens elkaar onafgebroken aan, de tranen bij beide stromend over hun wangen. Dat moment bevatte iets magisch, iets waarmee hun zielen zich met elkaar verstrengelden en de tweeling zich besefte dat ze beide niets anders wilden dan elkaar gelukkig zien. Tom vond het verschrikkelijk Bill te zien lijden en Bill vond het verschrikkelijk Tom te zien lijden doordat hij verdomde te zeggen waarom hij leed. Plotseling besefte Bill zich hoe ze verward zaten in deze situatie, hoe ze verstrikt geraakt waren in een web van leugens en ontwijkingen. Bushido was een spin die hen dreigde te verslinden zodra ze zich zouden bewegen. Bill wenste dat hij kon ontsnappen, maar dat bracht zoveel risico’s met zich mee dat hij het eigenlijk niet durfde.
Op een gegeven moment haalde Bill diep adem en liet hij de schone lucht zijn longen vullen. Hij wendde zijn blik van zijn broer af en staarde naar zijn knieën, timide, nog niet helemaal zeker van de beslissing die hij wilde nemen. Hij sloot zijn ogen en probeerde zijn verschillende gedachten te rangschikken – wat hem vreemd genoeg nog lukte ook. Hij wilde Tom niet in gevaar brengen, maar dat zou nog altijd beter zijn dan hun relatie in gevaar brengen. Hoe vreselijk het ook klonk; het was nu eenmaal kiezen tussen twee kwaden. Hij wilde liever dat hij er voor Tom kon zijn wanneer Bushido hem in zijn greep had dan dat hij er nooit meer voor hem zou kunnen zijn.
“Goed dan,” zei hij zachtjes, zijn blik opslaand naar Tom. “Maar alleen als je belooft dat je niet naar David stapt en je niemand iets vertelt, oké?”
Tom knikte direct, ook al wist hij dat hij zichzelf niet aan die belofte zou houden. Als er ook maar één manier was waarop hij zijn broertje uit zijn lijden zou kunnen verlossen, zou hij die mogelijkheid aangrijpen, zelfs al zou hij daarmee zijn belofte breken. Als dat betekende dat hij Bill weer gelukkig zou kunnen zien, zijn ogen zou kunnen zien sprankelen van plezier – daar had hij zo verschrikkelijk veel voor over. Bill was alles dat hij ook was; hij was samen met hem kapot gegaan de afgelopen paar weken. Het was nu dat hij zich besefte dat ze samen een andere kant op moesten gaan. Bill begreep dat eveneens.
Bill reikte naar zijn kontzak en haalde daar een opgevouwen, verfrommeld papiertje uit dat hij even tussen zijn vingers hield, nog altijd niet zeker van wat hij wilde doen. Toen hij zijn blik echter liet vangen door zijn broer en de smekende blik in diens ogen zag, hakte hij de knoop door. Hij strekte zijn arm naar hem uit, het briefje losjes tussen zijn vingertoppen.
Een brok vormde zich in Toms keel toen hij zag hoe Bill zich aan hem overgaf. De emoties wervelden in zijn hoofd, maar hij wilde daar niet teveel aan toegeven; zijn nieuwsgierigheid speelde op dat moment de hoofdrol op het toneel van zijn handelen. Langzaam liep hij op Bill af, zonder het oogcontact te verbreken, en pakte het briefje van tussen zijn slanke vingers. Hij wendde zijn blik pas van hem af op het moment dat hij naast hem ging zitten en hij het briefje openvouwde, zodat hij de haastig neergekrabbelde woorden kon lezen.
‘Bill,’ stond er. ‘20:00, Kamer 9375. Denk aan wat ik gezegd heb. x, Bushido.’
Toms mond viel open terwijl hij opkeek naar de jongen naast hem. Bill peuterde aan zijn nagels, bang voor het oordeel van zijn broer. De tranen brandden in zijn ogen. Verwarring overspoelde Tom als een vloedgolf: het was hem nog steeds niet allemaal duidelijk, maar het helderde een hoop dingen op, zoals de serene glimlach op zijn gezicht en die continu nadenkende blik in zijn ogen. Hij was met stomheid geslagen, maar aan de andere kant ook niet. Aarzelend pakte hij één van de twee trillende handen van zijn broertje vast, om daar troostend zijn lippen op te drukken voordat hij hem tegen zich aantrok en hem alle warmte gaf die hij bezat.
“Oh, Bill,” sprak hij zachtjes. “Denk je nou echt dat ik niet meer van je zou houden als ik het wist? Het is echt niet erg, er zijn zoveel jongens die op mannen vallen. We zijn toch al zo verschillend; één extra verschil extra maakt heus niet dat ik niet meer van je hou.”
Bill schudde zijn hoofd tegen Toms borst, protesterend tegen wat hij uit het briefje concludeerde. Hij kon niet begrijpen dat zijn broer dacht dat hij ooit een relatie met Bushido zou beginnen; sowieso dat hij dacht dat hij op mannen viel. Zachtjes probeerde hij zich los te trekken uit Toms armen zodat hij hem zou kunnen uitleggen dat hij er totaal naast zat, al wist hij niet met welke woorden, maar Tom hield hem zo stevig vast dat hij daar de kans niet voor kreeg.
“Tom,” protesteerde hij, met zijn handen drukkend tegen diens borst om wat ruimte te creëren.
“Het is echt niet erg, Bill, stil maar.”
Tranen vochten zich een weg naar de oppervlakte. Bill vond het zo heerlijk om vastgehouden te worden na al die tijd dat hij alleen maar kilte gevoeld had, maar het was tegelijkertijd verwarrend. De laatste keer dat hij zich zo geborgen gevoeld had, was hij bedrogen en ook al wist hij dat Tom zijn vertrouwen nooit op die manier zou beschamen, in zijn hoofd bleef de situatie precies dezelfde. Hij vond het zo mogelijk nog moeilijker hem de waarheid te vertellen dan tegen hem te liegen. Hij schaamde zich zo. Bovendien was hij nog altijd bang dat Tom van hem weg zou deinzen wanneer hij erachter zou komen dat Bill zich had laten misbruiken, ook al zei hij dat er niets was dat hem minder van Bill zou kunnen laten houden.
“Ik ben niet verliefd op Bushido, Tom,” bracht Bill uit terwijl hij zichzelf uiteindelijk losvocht. De stilte die er daarna viel, was zinderend en tegelijkertijd ontzettend leeg, alsof ze in een ruimte waren die was afgesloten van zuurstof en zwaartekracht. Bill vergat voor een moment hoe hij moest ademhalen, maar dat leek even niets uit te maken. Op dat moment waren zij ook geen mensen, maar wezens die zo doordrenkt waren van liefde dat ze boven de aarde zweefden.
Toms hart brak toen hij de tranen in Bills ogen zag opwellen en aanschouwde hoe ze over zijn wangen begonnen te rollen als donkere rivieren. Op dat moment voelde hij dezelfde verwarring als zijn broertje, wat kwam doordat hun telepathie sterker was wanneer ze beide emotioneel waren. Hij kon er niet tegen wanneer Bill huilde; of eigenlijk was dat een understatement: hij vond het verschrikkelijk. De manier waarop Bills onderlip trilde, deed hem zo verschrikkelijk veel zeer dat hij het gevoel had dat zijn hart werkelijk zou breken. Hij voelde hoe ook bij hem de tranen naar zijn ogen stroomden en hoe ze achter zijn oogleden wachtten op vrijlating die hij hen niet zou schenken.
Hij moest sterk zijn, al was het enkel voor zijn kleine broertje.
Bill haalde diep adem, moed verzamelend zijn broer te vertellen waar hij al een maand mee rondliep. In zijn hoofd oefende hij keer op keer hoe hij het zou zeggen, maar alles klonk in zijn oren al even beschamend. Hij opende zijn mond om iets te zeggen, om hem daarna direct weer dicht te doen en zijn ogen getergd te sluiten, waarbij er twee tranen over zijn wangen rolden. Tom omvatte zijn koude handen met de zijne, wat Bill zo’n geliefd gevoel gaf dat hij zijn ogen direct weer opende, zodat hij Tom kon aankijken. Zijn blik bevatte zoveel begrip dat Bill direct voelde dat hij niet veroordeeld zou worden. Dat gaf hem de extra moed die hij nodig had.
“Hij heeft me verkracht,” sprak hij, snikkend terwijl hij het zei. Onmiddellijk nadat hij het opgebiecht had, voelde hij hoe dat een blokkade ophief; plotseling stroomde al zijn verdriet naar buiten. De tranen begonnen over zijn wangen te rollen, zijn zachte huid bevochtigend, steeds sneller. Bill liet het gewillig toe toen Tom hem tegen zich aantrok, zijn gezicht verbergend in de stof van zijn XXL T-shirt, de vertrouwde geur opsnuivend alsof het zijn laatste redding zou zijn. Hij huilde zoals hij nog nooit eerder gedaan had, met lange, gierende uithalen die hem zodanig deden schokschouderen dat hij bang was dat hij zijn botten zou breken. Dat zette echter geen rem op hem; hij voelde zich eindelijk weer warm worden en wilde dat dat heerlijke gevoel nooit meer weg zou gaan.
Tom was zo geschokt dat hij niet wist wat hij moest zeggen. Sprakeloos. Hij dacht na over Bills woorden terwijl hij diens haar streelde en hem stevig vasthield, bang dat alles hem zou ontglippen. Het duurde een poos voordat de waarheid tot hem doordrong – hij kon zich simpelweg niet voorstellen dat iemand een persoon zoals Bill zoiets aan kon doen. Plotseling viel alles op zijn plaats; het on-stage huilen bij Rette Mich, het feit dat hij ging slapen wanneer de rest van de band porno ging kijken, het feit dat Bill de radio had uitgezet toen er een nummer van Bushido gedraaid werd, die doodongelukkige blik in zijn vermoeide ogen – Tom kon wel janken, en dat deed hij dan ook. Hij verborg zijn gezicht in Bills haar en verwoordde al zijn zorgen door middel van zijn tranen, compleet radeloos, zijn broertje heen en weer wiegend. Bill bevochtigde zijn T-shirt, maakte het zwart en produceerde zoveel geluid dat Tom zeker wist dat iedere willekeurige voorbijganger zou kunnen horen wat er binnen gaande was, maar dat interesseerde hem niet meer. Zijn broertje en hij waren op dat moment even alleen op de wereld.
“Wanneer, Bill?” vroeg hij, zijn stem rauw en zijn gedachten bij de morgen dat Bill voor de eerste keer zijn ontbijt had afgeslagen, de vermoeide blik van toen zwevend voor zijn geestesoog. “Na de Echo’s?”
Bill knikte tegen zijn borst terwijl hij zijn vingers verstrengelde met de dunne stof van Toms shirt. Tom voelde zo verschrikkelijk veel op dat moment dat hij niet eens precies wist wat allemaal. Aan de ene kant was hij kwaad op Bill omdat hij tegen hem gelogen had, maar aan de andere kant kon hij dat niet, simpelweg omdat hij begreep hoe moeilijk het moest zijn zoiets met je mee te moeten dragen. Enerzijds vond hij het vreselijk dat Bill hem niet eerder in vertrouwen had genomen, maar anderzijds was hij ontzettend trots op hem dat hij het verdriet in zijn eentje had durven torsen. Al die verschillende emoties mengden zich in de zoute substantie die gestaag uit zijn ogen drupte, als de regen uit de donkere wolken van Bills lijden.
“En vanavond -” bracht hij uit, zijn blik gericht op het verfrommelde papiertje in zijn gebalde vuist, bang zijn zin af te maken.
Bill snikte erbarmelijk, nog dichter tegen Tom aankruipend, alsof hij met hem wilde versmelten. De oudste jongen staarde wezenloos voor zich uit, compleet radeloos. Hij kon zich niet voorstellen dat iemand Bill door een hel heen zou willen slepen – laat staan dat diegene het nog een keer wilde doen. Hij zou het niet laten gebeuren.
“Bill?” zei hij vragend terwijl hij afstand tussen hen twee probeerde te creëren. “Je moet dit echt aan David vertellen – en dat meen ik. Hij weet vast wel iets te regelen waardoor je nooit meer -”
“Nee, Tom, niet David,” fluisterde Bill hees terwijl hij zijn gezicht naar hem optilde en hem met rode, grote, angstige ogen aankeek. Tom kon de wanhoop feilloos aflezen. “Niemand mag er iets van weten; ik mocht het jou niet eens vertellen. Alsjeblieft, Tom, je hebt het beloofd.”
Direct sloeg Tom zijn armen weer om hem heen, sussende woordjes fluisterend die kippenvel over Bills inmiddels broodmagere lichaam zonden. Bill huilde zacht en klampte zich wanhopig aan zijn wederhelft vast, zoekend naar steun waarvan hij wist dat hij het bij hem zou vinden. Plotseling besefte hij zich hoe eenzaam hij de afgelopen maand geweest was en hoe wonderlijk het was dat hij niet bezweken was onder de last die hij op zijn smalle schouders had moeten dragen. Nu hij alles met zijn broer gedeeld had, zou het zoveel gemakkelijker worden.
“Stil maar,” suste Tom. “Ik zal niets zeggen, oké? Ik vind het gewoon verschrikkelijk dat iemand je zo’n pijn doet.”
“Hij doet me niet altijd pijn, Tom,” protesteerde Bill zwakjes, wie luisterde naar het bonkende hart van zijn broer. “Er zijn ook momenten waarop hij heel lief en zacht is – eigenlijk denk ik dat hij ziek is. Hij houdt van me.”
Tom schudde zijn hoofd resoluut, min of meer beangstigd door Bills woorden: zijn broertje klonk alsof hij de rapper wilde beschermen en dat baarde hem grote zorgen. Bovendien: als Bushido ziek bleek te zijn, verkeerde zijn wederhelft misschien wel in groter gevaar dan hij aanvankelijk gedacht had. Daar nog bovenop zou het vele malen moeilijker worden Bushido in de gevangens te krijgen als hij een of andere stoornis had; simpelweg omdat hij er dan zogenaamd niets aan kon doen. Tegelijkertijd had Bushido echter wel het meest kostbare juweel in Toms leven onherstelbaar beschadigd – niet slechts aan de buitenkant, maar vooral de kern. Tom voelde zich zo machteloos.
“Iemand die jou dit aandoet, kan niet van je houden, Bill, in ieder geval niet meer dan ik dat doe,” fluisterde hij, en al was het niet meer dan een fluistering, Bill ving het op en koesterde die woorden met alle warmte die ze omvatten, diep in zijn hart.
Tien over half acht. De tweeling lag op bed, innig verstrengeld, zoals vroeger. Bill was verzonken in een diepe slaap, zijn engelengezicht versmolten in een expressieloos masker van schoonheid. Tom streelde zijn haar en zijn gelaat, de uitgelopen make-up wegvegend met zijn vingers, zo zacht als hij maar kon. Hij voelde hoe een scherpe pijn zijn hart doorboorde, iedere keer dat hij naar zijn broertje keek. Het idee dat iemand zo’n fragiel persoon durfde te misbruiken, dat iemand zo’n prachtig mens zodanig durfde te beschadigen dat hij er zelf bijna aan onderdoor ging; het kon zijn hoofd niet in. Hij was verdomme nog een kind; een weerloos wezen dat geen enkele kans had tegen een volwassen man. Tom begreep niet dat Bill claimde dat Bushido van hem hield. In zijn hoofd bestond er enkel zwart en wit, enkel goed en kwaad – er bestond geen middenweg.
Bushido had geen hart.
Hij drukte zijn lippen op het voorhoofd van de slapende jongen naast hem en trok hem tegen zijn borst aan terwijl hij de wekkerradio op het nachtkastje in de gaten hield. In de tijd die vervolgens verstreek, staarde hij onafgebroken naar de bloedrode cijfertjes, Bill strelend als in een automatisme, in gedachten verzonken. Hij wachtte, Bill bewakend met zijn leven, hopend dat hij niet wakker zou worden. Tom wist dat het Bills intentie was naar Bushido toe te gaan; hij had geen idee waarom. Telkens als hij het Bill had willen vragen, was die in huilen uitgebarsten omdat hij niet uit zijn woorden had kunnen komen. Uiteindelijk was hij uitgeput in slaap gevallen, terwijl zijn broer hem troostte.
Tom keek toe hoe het acht uur werd, en uiteindelijk vijf over acht. Al die tijd gebeurde er niets noemenswaardigs; Bill bleef rustig slapen, zijn borst op en neer deinend op het ritme van zijn ademhaling en er was geen enkel teken van Bushido. Om hen heen bleef alles stil en dat gaf Tom een vals gevoel van zekerheid, alsof ze geïsoleerd waren van alles wat er in de buitenwereld gebeurde. Hij draaide Bill op zijn rug, voorzichtig om hem niet wakker te maken, en streek zijn donkere haar uit zijn doodsbleke gezicht. Een glimlach kroop over zijn gezicht toen de schoonheid van zijn wederhelft hem in het oog sprong, schitterend als een diamant. Zelfs op het eind van zijn krachten was Bill het mooiste wezen op aarde. Tom leunde over hem heen en streelde zijn fluweelzachte huid, om vervolgens zijn lippen op zijn betraande wang te drukken.
Stil stond hij op van het bed, zonder zijn blik van zijn broertje af te wenden. Tranen welden op in zijn ogen; Bill zag er verdomme uit alsof hij dood zou gaan en dat was de schuld van slechts één persoon: Bushido. Tom voelde zoveel woede jegens de rapper dat hij de behoefte had naar hem toe te gaan en hem te vermoorden nadat hij hem zijn excuses aan had laten bieden voor het vernietigen van zijn wederhelft.
Dat was echter niet wat hij deed.
Hij keerde zich weg van Bill en verdween in de badkamer om te gaan douchen, het slot openlatend zodat Bill bij hem zou kunnen als hij zijn hulp nodig had.
Zodra het geluid van de sluitende deur de klamme stilte doorbrak, opende Bill zijn ogen en stond hij op, haastig doch geluidloos zodat zijn wederhelft niets zou horen. De adrenaline begon direct door zijn lichaam te stromen. Hij vond het vreselijk zijn broer zodanig voor de gek te moeten houden, maar hoopte tegelijkertijd dat die zou begrijpen dat hij niet anders kon. Tom mocht niet het slachtoffer worden van zijn nieuwsgierigheid.
Hij pakte de kamersleutel van het dressoir zodat Tom hem niet achterna zou kunnen komen en stopte diens telefoon in zijn broekzak zodat hij niemand zou kunnen bereiken. Hij voelde zich ontzettend schuldig, maar hij wist dat hij zich nog veel schuldiger zou voelen wanneer Tom in Bushido’s handen zou vallen. Bovendien kende hij zijn broer: zodra hij zou merken dat Bill er vandoor was, zou hij het hele hotel op stelten zetten totdat hij gevonden was. Het was Bills taak zijn broer tegen zichzelf in bescherming te nemen. Hij had alles uitgedacht toen hij bij Tom in zijn armen had gelegen, genietend van de strelingen van zijn vingertoppen.
Geruisloos sloop hij naar de deur, zijn hart zwaar van berouw. Hij dacht erover een briefje voor Tom achter te laten met de mededeling dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, maar hij wist dat dat toch geen zin zou hebben. Bovendien besefte hij zich met een blik op de klok dat dat hem alleen maar meer tijd zou kosten. Terwijl de eerste tekenen van angst zich reeds door zijn lichaam verspreidden, opende hij de deur en stapte hij naar buiten, de veiligheid achter zich latend.
Hij zou alles doen voor Tom.
Eenmaal in de hal zette hij het op een lopen, bang nog meer tijd te verliezen. Hij had geen idee hoe Bushido zou reageren op het feit dat hij al een kwartier te laat was; misschien was hij al met zijn zoekactie naar Tom begonnen. Iedere seconde die vanaf dat moment voorbij tikte, was verspilde tijd. Zijn voetstappen bonkten door de verlaten gang, als het holle bonken van een oorlogstrom. Het weerklonk in zijn oren als een onsterfelijke echo en riep herinneringen op aan de vorige keer dat Bushido hem – hij wilde er niet aan denken. Hij slikte de opkomende tranen weg en vervolgde zijn weg naar kamer 9375.
Omdat hij geen seconde wilde verliezen aan het wachten op de lift, nam hij de trap, welke hij beklom zoals hij de berg van zijn angsten moest beklimmen. Zijn longen tierden, zijn hart bonkte razendsnel in zijn keel en zijn milt stak als een mes in zijn buik, maar hij dacht er niet aan te stoppen. Voor Toms welzijn zou hij zelfs naar het einde van de wereld rennen. Hij moest door. Al zijn spieren protesteerde tegen wat hij zijn toch al uitgeputte lichaam aandeed, zond hem alle signalen die hem duidelijk moesten maken dat hij moest stoppen, maar hij negeerde alle rode lichten. Al zou hij flauwvallen van vermoeidheid; dat interesseerde hem niet. Hij moest Bushido’s kamer bereiken zodat die geen reden zou hebben Tom hetzelfde aan te doen als hij hem had aangedaan.
Nog geen twee minuten later kwam hij aan bij de juiste kamer, waarvan de deur reeds op een kier stond. Hij keek gauw om zich heen om er zeker van te zijn dat niemand hem gezien had, dat hij niet gevolgd was, en glipte vervolgens naar binnen. Na de deur gesloten te hebben, drukte hij zich er met zijn rug tegenaan, zijn ogen gesloten en voorbereid op wat er komen ging terwijl zijn hart tekeer ging in zijn snel op en neer deinende borstkas Hij probeerde zijn ademhaling en angst onder controle te krijgen, ook al wist hij dat hem dat niet zou lukken.
“Je bent laat.”
Bill keek op toen de duistere, emotieloze stem de stilte verbrak en stond plotseling oog in oog met Bushido. Angst vloog hem naar de keel op het moment dat zijn blik die van de rapper ving; hij was zo bang geworden van de manier waarop hij hem aankeek. Die blik had hem de afgelopen maand iedere nacht geteisterd, spokend door zijn dromen. Hij probeerde te antwoorden dat het hem speet en dat er oponthoud geweest was, maar zijn ademhaling ging zo snel dat hij er niet genoeg lucht voor kon krijgen. Bovendien kneep de angst zijn keel zodanig dicht dat hij niet in staat was enig geluid te produceren. Hij probeerde zijn ademhaling onder controle te krijgen zonder zijn blik af te wenden; probeerde zijn angsten onder ogen te komen.
Bushido grijnsde naar hem, het glas dat hij in zijn handen had op zo’n manier ronddraaiend dat de onmiskenbaar alcoholische substantie tegen de wanden klotste. Misschien werd Bill daar nog wel banger van dan van de hongerige blik in de lege ogen; hij had geen idee waar de rapper toe in staat was wanneer hij gedronken had. Desondanks wist hij dat hij door moest zetten. Hij zat gevangen in een lange rechte hal waarvan de deur achter hem was afgesloten: hij kon alleen maar vooruit. Nu hij eenmaal in dit web verstrikt was geraakt, was er geen weg meer terug.
“Kleed je uit.”
De donkere stem van de rapper zond kippenvel over iedere uithoek van Bills inmiddels bevende lichaam, zette zijn vluchtinstinct in werking. Hij dwong zichzelf er echter toe te blijven staan waar hij stond en bewoog zijn trillende vingers naar de zoom van zijn T-shirt, welke hij uiteindelijk over zijn hoofd trok. Bushido’s blik brandde op zijn huid, maar hij probeerde het te negeren, denkend aan zijn broer, wie precies op dat moment de badkamer verliet en ontdekte dat Bill er vandoor was.
Bushido sloeg de laatste slok van zijn wodka achterover en zette het lege glas op het nachtkastje zonder zijn blik van de jongen voor zich af te wenden. Zijn opwinding groeide met iedere extra vierkante centimeter huid die Bill ontblootte. Hij kon zijn ogen niet van hem afhouden, zo prachtig was hij. Bushido verlangde er al een maand naar Bill weer tegen zich aan te kunnen voelen, nu was het eindelijk zover. Hij wilde Bill kunnen bekijken, kunnen vasthouden, kunnen liefkozen, kunnen zoenen, kunnen neuken – zo graag dat iedere vezel in zijn begerige lijf tintelde van verlangen.
Toen Bill zijn broek en boxershorts behendig uittrok, voelde hij zich verschrikkelijk naakt, terwijl zijn metgezel slechts een badjas droeg. Timide verborg hij zijn kruis achter zijn hand, nog altijd onwennig. Bushido was een vreemde voor hem en ook al hadden ze één van de meest intieme dingen in het leven samen gedeeld, hij haatte het om zo blootgesteld te zijn in zijn aanwezigheid. Hij walgde van zijn eigen lichaam, dus veronderstelde hij dat Bushido dat ook deed.
“Ga op het bed zitten,” gebood de rapper met een hoofdknik terwijl hij zijn ceintuur losmaakte. “Met je knieën omhoog en je benen wijd.”
Bill slikte, doch deed direct wat hem gezegd werd. Op het moment dat Bushido zijn badjas van zijn brede schouders liet glijden en zo zijn naakte lichaam onthulde, klom hij op het bed en ging in de gevraagde positie zitten, zijn geslachtsdeel nog altijd verbergend achter zijn bevende hand.
De rapper schreed naar het voeteneinde van het bed en wierp een blik op zijn uitzicht, vertederd glimlachend toen hij zag hoe Bill zich voor hem probeerde te verbergen – hoe verlegen hij was. De angstige blik in Bills ogen gaf hem iets dat Bushido niet kon weerstaan: een air van zwakte. De jonge zanger leek zo gemakkelijk te overmeesteren dat de volwassen man zich ervan moest weerhouden niet direct zijn pik bij hem naar binnen te rammen. Hij wist zichzelf echter te beheersen door het vooruitzicht op de proef die hij Bill eerst zou laten doorstaan; dat idee was zo onweerstaanbaar dat hij moeiteloos kon doorzetten.
Hij klom via het voeteneinde op bed en ging op zijn knieën voor Bill zitten, zijn blik vangend om hem non-verbaal gerust te stellen. Vervolgens leunde hij naar voren om over de jongen heen te kunnen leunen en hij kuste zijn lippen liefdevol. Hij voelde hoe Bill in de eerste instantie onwennig was, maar hoe hij de seconde daarna ontspande en hem terugkuste, met dezelfde verlegenheid die Bushido ook in zijn ogen had kunnen aflezen. Steunend op zijn ene hand streelde hij Bills lichaam met de ander, de alcohol die op zijn lippen restte overbrengend op die van de zanger, zijn vingertoppen steeds lager bewegend.
“Je hoeft niet verlegen te zijn,” zei hij toen hij bij Bills hand kwam, zijn stem hees en een kreun zinderend in de ondertoon. “Je bent zo mooi.”
Bills adem stokte in zijn keel toen hij voelde dat Bushido zijn pols vastgreep en zijn hand wegtrok, wat tot gevolg had dat hij de erectie van de rapper direct tegen zijn geslachtsdeel voelde. Hij vocht tegen het opkomende gevoel van misselijkheid, dwong zichzelf ertoe zijn verstand op nul te zetten, maar dat lukte hem niet; eigenlijk werd hij zich door die dwang enkel maar bewuster van Bushido’s lippen, welke via zijn kaaklijn een spoor naar zijn borst trokken, steeds lager. De walging was bijna te groot om te kunnen volhouden, maar hij hield vol, voor Tom.
Hij concentreerde zich met iedere cel van zijn wezen op zijn broer toen hij voelde hoe Bushido’s tong langs zijn navel gleed, zich eraan herinnerend waarvoor hij doorzette. Op dat moment, toen hij zijn handen tot vuisten balde om zichzelf ervan te weerhouden het hoofd van de rapper tegen te houden verder naar beneden te gaan, besefte hij zich hoe diep hun liefde eigenlijk ging. Tom zou precies hetzelfde voor hem doen, daar was hij zeker van; er was sowieso niets dat ze niet voor elkaar overhadden. Bill zou voor zijn broer sterven als dat nodig zou zijn en hij wist dat Tom hem vervolgens zou volgen in de dood uit angst dat Bill zich eenzaam zou voelen. Nog nooit had hij een relatie gehad die zo sterk was als die met zijn wederhelft. Zij waren één; één ziel die al voordat ze geboren waren gesplitst was en was ondergebracht in twee lichamen die tegelijkertijd elkaars tegenpool als evenbeeld waren. Zonder elkaar bestonden ze niet en ze zouden beide alles voor elkaar doen om ervoor te zorgen dat hun zielen onbeschadigd bleven.
Bushido scheurde Bills ziel uiteen.
De rapper liet zijn handen op Bills heupen rusten terwijl hij met zijn lippen over diens nog slappe geslachtsdeel streek, vederlicht. Hij voelde hoe ieder haartje op zijn huid overeind ging staan en grijnsde daardoor, gelukkig om het feit dat zijn aanrakingen uitwerking hadden op Bills magere lichaam. Het spoorde hem aan verder te gaan.
Hij likte zijn zachte huid teder, met het puntje van zijn tong, de zoete smaak van Bills angstzweet proevend op zijn liefkozende lippen. Zijn eigen lichaam reageerde heftig op het gevoel van Bills zijdeachtige huid onder zijn mond, maar hij dwong zichzelf ertoe niet te denken aan wat hij allemaal met de jongen kon doen. In de afgelopen weken had hij nachtenlang aan een plan gedacht, een manier gevonden waarop hij zichzelf en Bill het best kon plezieren; avond na avond had dat vooruitzicht hem tot een hoogtepunt gebracht. Hij dacht er niet aan die fantasie nu opzij te zetten doordat zijn lust hem toevallig teveel werd.
Hij nam Bill geen enkele keer in zijn mond, bevredigde hem slechts met zijn tong en lippen. Een triomfantelijk en euforisch gevoel ontsprong in zijn borst toen Bills geslachtsdeel langzaam stijf werd – dat wond hem zo mogelijk nog meer op. Hij streek met zijn rechterhand langs Bills lies en streelde zijn ballen, waar de jongen op reageerde met een zachte, hese kreun. Op dat moment besloot hij dat het tijd was zijn planning ten uitvoer zou brengen, voordat het te laat zou zijn. De rapper verliet Bills erectie en kwam langzaam overeind, genietend van het uitzicht dat hij daarmee kreeg. Bills lul was simpelweg de mooiste die hij ooit gezien had. Hij weerstond de neiging zichzelf te bevredigen, precies om dezelfde reden als de vorige keer: hoe langer hij het uit kon stellen, hoe optimaler de bevrediging uiteindelijk zou zijn.
Bushido ving Bills blik en hield die een tijdje vast. In zijn ogen zag hij angst; vreemd genoeg werd hij daar op dat moment niet door beïnvloed. Hij vond het vreselijk Bill bang te zien, maar het stemmetje in zijn hoofd overschreeuwde al zijn zorgelijke intenties. Bovendien dacht hij in zijn ogen eveneens een glimp van lust te zien, al was dat misschien alleen maar omdat hij dat zo verlangde te zien. Nog altijd wenste hij dat Bill zich ooit aan hem over zou geven en tot aan het einde van zijn dagen van hem zou houden.
In die aantal seconden dat hun blikken in elkaar verstrengeld waren, merkte Bill een vreemde verandering op; eerst stonden Bushido’s ogen vriendelijk, misschien zelfs min of meer verliefd, maar na verloop van tijd leek het alsof er een lichtje uitging. Het enige dat restte, was een donkere leegte waar hij doodsbang van werd; het leek alsof een onzichtbare hand zich om zijn keel sloot en alle lucht uit zijn lichaam perste. Onpeilbaar diepe tunnels keken hem aan met een starende blik waar hij kippenvel van kreeg en waardoor de eerste tranen reeds achter zijn ogen begonnen te branden. Bushido leek plotseling onmenselijk te zijn; Bill wist niet wat hij van hem kon verwachten. Hij was doodsbang.
“Bevredig jezelf,” gebood Bushido, zijn stem monotoon en emotieloos. “Als je niet binnen vijf minuten klaarkomt, zorg jij dat Tom hier binnen vijf minuten heen komt en dan neuk ik hem zo hard dat hij morgen niet meer kan lopen.”
De tranen welden op in Bills ogen – hij was zo geschokt door die bedreiging dat hij niet wist wat hij ermee moest doen. Hij bleef Bushido aankijken, zijn blik troebel door het zoute vocht, verstijfd van angst. Zijn lichaam was geïmmobiliseerd door wat de rapper hem gebood. Hij wist wat hij moest doen, maar hij kon het niet. De schaamte om het feit dat hij naakt voor hem zat, was al bijna te groot om te kunnen verdragen; zichzelf bevredigen voor zijn ogen zou zijn eigenwaarde in tweeën knakken.
“Je tijd gaat nu in.”
Bill had plotseling het gevoel alsof er een tijdbom in zijn lichaam was geplaatst die over precies vijf minuten af zou gaan. Hij verkeerde in een shocktoestand en kon alleen maar in Bushido’s ogen kijken, hem een smekende blik schenkend die niet werd opgevangen. Zijn handen beefden, net zoals de rest van zijn lichaam. Hij wist wat hij moest doen om de bom te ontmantelen, maar durfde dat niet te doen omdat het hem het laatste restje waardigheid dat hij bezat af zou nemen. Daar voelde hij zich schuldig over; hij wist zeker dat Tom geen enkel moment zou twijfelen als hij in zijn plaats gestaan zou hebben, dat hij niet zou aarzelen voordat hij Bills ziel zou redden.
Hij dwong zichzelf zijn handen naar beneden te laten glijden, al vergde dat al zijn wilskracht. De gedachte aan zijn broer maakte hem dapper en zorgde ervoor dat hij door durfde te zetten. Hij pakte zijn erectie losjes vast en begon zijn hand langzaam op en neer te bewegen. In zijn lichaam tikte de tijdbom door. Hij telde de seconden.
Bushido keek met grote ogen toe. Hij had niet verwacht dat Bill zo snel overstag zou gaan. Op zijn knieën aanschouwde hij hoe één van zijn best bewaarde wensen in vervulling ging. Hij merkte dat de jongen wanhopig probeerde zijn blik te vangen, maar hij gaf geen respons – hij kon zijn ogen niet van Bills bewegende hand afhouden. Zijn eigen lul klopte tussen zijn benen, volledig gezwollen. Al het bloed uit zijn lichaam leek naar die ene plek toegestroomd te zijn. Het deed zeer, maar voelde aan de andere kant ook prettig aan. Hij moest zichzelf ertoe zetten zichzelf niet te beroeren; het was ontzettend moeilijk al die aanwezige verleiding te weerstaan. Bill lag naakt op zijn bed, met zijn knieën opgetrokken en zijn benen zo ver mogelijk gespreid zodat Bushido een geweldig uitzicht had op zijn onderlichaam, trachtend zichzelf naar een hoogtepunt te voeren. De gedachte dat Bushido nog vijf minuten moest wachten tot hij hem kon neuken, of misschien nog wel langer, dreef hem tot waanzin, doch hij wist dat zijn doorzettingsvermogen rijkelijk beloond zou worden.
Bill sloot zijn ogen van schaamte en probeerde nergens meer aan te denken. Alles wat hij op dat moment voelde, was zo tegenstrijdig: hij wilde niet genieten van zijn eigen lichaam waar een vreemde bij was, maar hij moest wel, voor de veiligheid van zijn broer. Hij probeerde zich in te beelden dat hij alleen was, in een veilige omgeving, maar dat lukte hem niet doordat hij Bushido’s blik voelde branden op zijn kruis. De rapper was overal aanwezig, zowel wezenlijk als in zijn gedachten. Ook al had hij zijn ogen gesloten, hij kon de kille blik zien, alsof het op zijn netvlies stond gebrand. Bushido zou hem altijd en overal blijven volgen, zijn hele verdere leven lang.
Het duurde niet lang voordat Bill opnieuw probeerde zijn bewustzijn uit te schakelen en zich te focussen op zijn climax, maar het lukte hem niet. Zijn gedachten waren overal en nergens. De wanhoop schoot hem naar het hoofd. Hij wist zeker dat de eerste minuut reeds verstreken was, maar hij voelde nog vrijwel niets van genot – dat maakte dat hij in paniek raakte. Hij kon zich niet op zijn eigen lichaam concentreren wanneer hij bekeken werd; de schaamte was simpelweg te groot.
Hij verstevigde zijn grip en bewoog zijn hand sneller, wat tot zijn opluchting leidde tot een intensivering van dat kleine beetje bevrediging dat hij tot dan toe gevoeld had. Zijn ademhaling werd zwaarder en zo nu en dan kon hij een zachte kreun niet onderdrukken, maar dat gevoel waarop hij wachtte, kwam niet naar de oppervlakte. Hij kon zich er niet aan overgeven omdat hij zodanig gespannen was dat hij zijn lichaam forceerde: de weerzin, de schaamte, de dwang, het tijdslimiet: het zette stuk voor stuk een rem op hem. Hij had het gevoel alsof hij vast zat aan een enorm elastiek en dat hij niet sterk genoeg was om het zo ver uit te rekken dat hij zijn doel zou kunnen behalen. Zijn vingertoppen waren slechts centimeters verwijderd van dat wat hij moest bereiken, maar hij was niet in staat die kleine afstand te overbruggen. Hij had er simpelweg de fysieke kracht niet voor.
Tot zijn opluchting merkte hij dat zijn genot groeide. Zijn ademhaling werd korter en oppervlakkiger, zijn hart bonkte onregelmatig in zijn keel. Hij voelde hoe er in zijn onderbuik een soort knoop ontstond die steeds iets strakker werd getrokken, maar niet strak genoeg om hem over het randje te duwen. Hij had het gevoel alsof hij tegen een glazen wand aan stond gedrukt waarachter hij zijn doel kon zien liggen. Figuurlijk bonkte hij met zijn vuisten tegen het glas, maar het was te dik om er doorheen te kunnen breken; of misschien was hij gewoon niet sterk genoeg. Het frustreerde hem meer dan iets hem ooit gefrustreerd had.
Nog drie minuten.
Toms gezicht flitste voor zijn geestesoog voorbij. De zweetdruppeltjes begonnen te parelen op zijn voorhoofd toen hij zich besefte wat hij zou kwijtraken als hij Bushido’s spel verloor. Hij moest zich overgeven, dat moest hij gewoon, maar hij kon het niet. Met heel zijn wezen concentreerde hij zich op zijn genot in de hoop dat hij daarmee door de wand zou breken, maar het werkte niet. Niets leek te werken. Hij had het gevoel alsof hij bovenop een duikplank stond maar niet durfde te springen uit angst dat er iets beschamends zou gebeuren, zoals zijn zwembroek kwijtraken door de klap op het heldere water. De hoop dat iemand hem zou duwen, restte nog altijd in zijn hart, doch hij wist dat er niemand zou komen. Hij stond er alleen voor.
Timide liet hij zijn andere hand zakken, zijn ogen dichtgeknepen, en streelde hij zijn ballen, de schaamte wegduwend voor Toms bestwil. Hij had het gevoel alsof hij ergens naartoe probeerde te vliegen maar het niet kon bereiken, zoals Icarus, die met zijn wassen vleugels naar de zon wilde vliegen en weer van voor af aan moest beginnen zodra de was smolt door de warmte. Telkens als hij voelde hoe hij de aanloop naar een orgasme begon te nemen, forceerde hij zijn lichaam onbewust en viel de opwinding weer weg. Langzaam maar zeker werd hij wanhopig; hij wilde dat deze marteling voorbij zou zijn. Tegelijkertijd wilde hij het echter ook niet, omdat dat Bushido toegang zou geven tot zijn lichaam op het moment dat hij het meest kwetsbaar was.
Hij had het gevoel alsof hij geplet werd door de twee uitersten van zijn gevoelens: zijn liefde voor Tom dreef hem met vernietigende kracht vooruit, maar zijn schaamte blokkeerde hem; daar tussenin stond hij. Zijn lichaam deed zeer door het op elkaar botsen van die krachten. Het leek alsof al zijn botten verbrijzeld werden, alsof alle lucht uit zijn longen geperst werd. Hij had het gevoel alsof hij langzaam stikte; hij kon geen adem halen.
Tranen brandden achter zijn dichtgeknepen oogleden, wanhoop wervelde door zijn overvolle hoofd. Hij kreunde zachtjes; niet zozeer van genot maar meer door terging. Zijn lichaam schreeuwde om verlossing, iedere spier was gespannen, maar het lukte hem niet die te geven. Hij wilde wel alles voor Tom doen, maar mentaal gezien was hij niet sterk genoeg zich te kunnen overgeven. Hij voelde zich zo zwak.
Twee minuten.
Een hulpeloze vloek ontsnapte aan zijn lippen toen het tot hem doordrong dat hij de wand nooit zou kunnen breken. Hij realiseerde zich dat hij zijn lichaam blokkeerde, maar hij kon niets doen om die rem van hem af te halen; het was gewoon een reflex dat zijn schaamte in gang zette zodra hij te dicht bij zijn hoogtepunt kwam. Zijn ademhaling ging zo snel dat hij dacht dat zijn longen zouden klappen en zijn hart leek wel vijf keer per seconde te slaan. Hij was zo verschrikkelijk dichtbij.
Hij snikte radeloos, had geen idee wat hij moest doen. De tijdbom tikte door; hij kon evengoed stoppen. Hij wist dat zijn orgasme niet zou komen binnen de twee minuten die hem nog restten en dat maakte hem verschrikkelijk bang. Tom was in gevaar; zijn broer, zijn wederhelft, de enige die ondanks alles van hem zou blijven houden tot op het eind van zijn dagen. Hij moest hem beschermen en het feit dat hij dat niet kon, maakte dat hij misselijk werd van zichzelf, zo waardeloos als hij zich voelde. Zijn broer zou alles voor hem doen, zou alle knoppen van zijn lichaam kunnen indrukken om alle remmende emoties uit te schakelen en binnen een minuut zijn climax kunnen bereiken als Bill op het spel zou staan; daar was hij zeker van. Het feit dat hij dat niet kon, maakte dat hij zichzelf zag als een slechte broer. Hij was het niet waard Toms wederhelft te zijn.
Hij schrok op toen hij iets kouds tegen zijn opening voelde en opende als in een reflex zijn ogen. Bushido leunde over hem heen, zijn kille blik borend in die van hem, Bill non-verbaal gebiedend door te gaan. De geurenmengeling van tabak en alcohol maakten hem misselijk, maar zijn groeiende genotsgevoel overschaduwde dat alles als een warme, wollige deken. Opnieuw sloot hij zijn ogen en probeerde hij weg te zinken in het heerlijke gevoel dat hij zichzelf toedeed, Bushido wegbannend uit zijn systeem. Het ging hem wonderbaarlijk goed af, plotseling. Hij focuste zich op het genot in de hoop zo door het glas te kunnen breken.
Zijn adem stokte in zijn keel op het moment dat de rapper een brede vinger moeiteloos bij hem naar binnen liet glijden. Hij probeerde zich niet te concentreren op het feit dat het Bushido was die hem dit aandeed, maar meer op het feit dat het de knoop in zijn onderbuik strakker trok. Dat was immers waar het om ging. Het was pijnlijk toe te moeten geven dat hij genoot van Bushido’s aanraking, maar hij kon het gewoonweg niet ontkennen. Hij voelde hoe zijn opwinding met iedere nanoseconde groeide en dat was op dit moment waar alles om draaide; zijn liefde voor zijn tweelingbroer en zijn wil hem te beschermen hadden gewonnen van zijn angst en schaamte.
Één minuut.
Toen de rapper zachtjes zijn prostaat begon te masseren, leek het alsof er een knop werd omgedraaid. Een luide kreun doorbrak de zinderende stilte. Plotseling voelde hij hoe de glazen wand voor hem aan diggelen brak, hoe het elastiek dat hem in zijn greep hield knapte, hoe een onzichtbare hand hem van de hoge duikplank afduwde. Hij tuimelde door de lucht, rende op zijn doel af – de klap op het water was verkoelender dan hij ooit had durven hopen. Zijn orgasme sneed als een guillotine door zijn lichaam, schakelde al zijn lichaamsfuncties uit en maakte dat hij voor een aantal seconden volledig weerloos was. Hij wierp zijn hoofd in zijn nek en liet de warme vloedgolf hem overspoelen, zwaar ademend, mentaal smekend om meer.
Bushido had het gevoel alsof hij een hartstilstand kreeg. De werkelijkheid was nog zoveel mooier dan zijn fantasie. Ieder ander die hij had meegemaakt op zijn hoogtepunt had gekeken alsof hij extreme pijnen moest doorstaan, bij Bill daarentegen leek het alsof hij de mooiste dingen van de wereld op één moment beleefde. Zijn gezicht vertrok in het meest mooie gelaat dat de rapper ooit gezien had; zijn ogen licht gesloten zijn wimpers als een zwarte waaier uitgespreid over zijn wangen, zijn lippen vochtig en gezwollen, net niet volledig op elkaar. Het was het mooiste dat hij ooit gezien had.
Hij boog zich voorover om het zaad van Bills op en neer deinende buik te kussen, de bittere smaak ervan proevend met zijn welwillende tong, terwijl hij een tweede vinger bij de jongen naar binnen duwde. Bill tilde zijn heupen een klein stukje op om het hem gemakkelijker te maken, als in een automatisme, ondanks het feit dat hij op dat moment maar weinig kracht bezat. Hij probeerde zichzelf weer onder controle te krijgen na alles wat hij doorstaan had; de oerkracht van zijn orgasme had zijn lichaam volledig uitgeput. Langzaam maar zeker stabiliseerden zijn hartslag en ademhaling en werd hij zich weer bewust van de dingen die er om hem heen gebeurden, zoals Bushido’s lippen op zijn verhitte huid en het feit dat diens vingers zijn kringspieren nog altijd losser trachtten te maken.
Het was op dat moment dat alles opnieuw op hem neerdaalde; de schaamte, de angst, de weerzin en het idee waardeloos te zijn. Hij wist precies wat hem te wachten stond en ook al restte de triomf van het redden van zijn broer nog altijd in zijn bloed; hij was doodsbang.
Achteraf gezien had hij geen idee meer hoe het gebeurde, maar ineens vloog al het opgekropte gevoel naar boven. Zonder enige waarschuwing begon hij opeens te huilen; het gebeurde zo plotseling dat hij er zelf van schrok. Zijn smalle schouders schokten door zijn onregelmatige snikken, wat pijnlijke steken door zijn vermoeide spieren veroorzaakte. Hij kon er echter niet mee stoppen. Met gierende uithalen huilde hij tranen van opluchting omdat Tom gered was, maar eveneens tranen van angst omdat hij wist wat er nog komen ging, tranen van radeloosheid, tranen van schaamte, tranen van walging, tranen van machteloosheid, tranen van miserie, tranen van vermoeiing, tranen van eenzaamheid.
Tranen van vernedering.
Bushido kon niet aanzien hoe het mooiste dat de wereld bezat uit elkaar dreigde te breken. Zonder Bills lichaam van zijn nog altijd bewegende vingers te bevrijden, zakte hij naast de huilende jongen neer, hem omhelzend met zijn vrije arm, zijn lul pijnlijk hard. De wil hem te neuken was er nog altijd, maar de behoefte hem te troosten over heerste op dat moment. Het deed hem zo’n zeer dat tere lichaam te zien lijden onder iets waar hij schuld aan had, maar hij kon het niet helpen; de stem was sterker dan hijzelf.
“Stil maar, liefje,” fluisterde hij teder. “Het is oké om te genieten, rustig maar.”
Hij drukte een derde vinger bij Bill naar binnen en voelde hoe de jongen zijn heupen tegen die van hem duwde in een poging te ontsnappen aan het brandende gevoel. Bill verborg zijn hoofd in Bushido’s warme hals, stilletjes jammerend van de pijn. Ook al waren zijn spieren volledig ontspannen door de intensieve vijf minuten daarvoor, het was nog even oncomfortabel als de eerste keer. Hij klemde zijn kaken op elkaar en snikte luid. Het gevoel van Bushidos arm om hem heen en het vooruitzicht op wat nog komen ging, werkte zo tegenstrijdig met elkaar dat hij ervan in de war raakte. Hij werd misbruikt, maar tegelijkertijd gaf de rapper hem ontzettend veel warmte en liefde; dat kon zo plotseling naar elkaar omslaan dat hij niet meer wist wat hij van hem kon verwachten. Bill wist zeker dat de rapper van hem hield, dat voelde hij gewoon, maar hij begreep niet waarom hij hem dan zo vernederde. Wanneer Bushido’s ogen vol lust stonden, was hij onpeilbaar, zelfs voor Bill.
Toen Bushido langs Bills prostaat streelde, voelde hij hoe diens lichaam daarop reageerde; de stem begon zich direct aan hem op te dringen toen Bill zachtjes kreunde. Het beangstigde de rapper hoe snel hij weer overgenomen werd door de eisende lust, maar hij kon de stem niets weigeren. Hij voelde zichzelf langzaam wegzakken in het donkerste van zijn begeren, onverbiddelijk snel. Ook al probeerde hij zich vast te grijpen aan de rand van de duistere put, het mocht niet baten. Centimeter voor centimeter werd hij weggezogen in datgene dat hij het meest vreesde van alles in de wereld: het leven van zijn tweede persoonlijkheid. Hij voelde hoe zijn lichaam langzaam koud werd, hoe zijn bloed bevroor toen de kille Bushido bezit van hem nam. Kippenvel verspreidde zich over zijn huid; hij vocht tegen de stem, maar wist bij voorbaat al dat hij zou gaan verliezen. Het was een strijd die reeds beslist was.
“Ik hou van je, Bill,” fluisterde in de laatste seconde voordat het licht uitging. “Niet vergeten.”
De angst vloog Bill naar de keel op het moment dat Bushido hem op zijn rug draaide. Met zijn door tranen vertroebelde ogen zag hij hoe de rapper zich over hem heen boog, zijn blik koud en eisend op zijn lichaam; hij begon te trillen als een espenblad. Radeloos als hij was drukte hij zijn handpalmen tegen Bushido’s borst, zijn nagels klievend in zijn vlees in een poging hem af te weren, maar hij was compleet weerloos. De tranen rolden nog altijd over zijn gezicht, maar de volwassen man leek daar geen aandacht meer aan te besteden. Hij voelde zich zo alleen op dat moment, zo eenzaam en zo hulpeloos.
Op het moment dat de rapper zijn vingers uit hem terugtrok en zijn lippen op Bills voorhoofd drukte, vulde een snik de klamme ruimte. De tranen stroomden over Bills wangen terwijl hij in de onpeilbare diepte van Bushido’s ogen keek. Hij had het gevoel alsof hij in een afgrond viel, zo onwerkelijk voelde hij zich op dat moment. Bushido’s ogen dwongen hem te denken aan Tom; zijn wederhelft, de jongen voor wie hij moest volhouden, maar hij kon het niet. Zijn gehele lichaam schreeuwde van angst en van weerzin, de herinneringen aan de pijn en schaamte van de vorige keer wild dansend door zijn gedachten. Hij kon het niet. Niet nog een keer.
Toen Bushido zijn handen over Bills dijen bewoog en de magere jongen zo dwong zijn benen om zijn heupen te slaan, begon Bill tegen te stribbelen, Hij drukte zijn nagels dieper in het vlees van de rapper en schudde zijn hoofd, schoppend met zijn benen om aan de greep te ontsnappen. Hij bereikte er echter niets mee. Bushido hield hem zo stevig vast dat bewegen haast niet mogelijk was en hij liet uit niets merken dat Bills nagels hem zeer deden. De zanger werd er zo mogelijk nog angstiger van. Zwaar ademend gebruikte hij al zijn resterende kracht om de rapper van zich af te werpen; hij wist van tevoren al dat hij het niet lang vol zou kunnen houden, maar zijn vluchtmechanisme vond het het proberen waard.
Bushido liet de jongen begaan. Hij voelde geen pijn, geen medelijden, geen bezorgdheid; zijn lust en het bonkende gevoel in zijn lul overschaduwden dat alles. Bill zou gauw genoeg opgeven, dat wist hij maar al te goed. Hij had alles van tevoren uitgedacht, anders dan de vorige keer; Bill onder hoge druk laten klaarkomen zou hem net zo rustig krijgen als een willekeurige drug. Hij had gelijk gehad. Zodra de jongen in zou zien dat zich verzetten zinloos was, zou hij de kans krijgen hem genadeloos te neuken, omdat Bill dan geen enkele mogelijkheid meer tot vechten had.
Hij grijnsde kwaadaardig toen de jonge zanger uiteindelijk inderdaad zijn armen liet zakken, zijn ademhaling oppervlakkig en onregelmatig, rode halvemaantjes achterlatend op Bushido’s donkere huid. Het was op de één of andere manier prachtig om te zien hoe Bill zichzelf vermoeide. De rapper boog zich langzaam voorover, er met zijn vrije hand voor zorgen dat de lange, slanke benen om zijn heupen gesloten bleven, en kuste de zachte huid van Bills blootgestelde hals. De zoete smaak van zijn lichaam zou voor eeuwig in zijn geheugen gebrand blijven; dat wist hij zeker. Op de gehele wereld bestond er niemand die zo’n perfectie bereikte als de jongen die op dat moment trillend onder zijn begerige lichaam lag.
“Stil,” was het enige dat hij zei, gebiedend. Hij voelde dat Bills lichaam verslapte onder dat van hem, plotseling, en zag hoe een stille traan langs zijn oor naar beneden druppelde. Die enkele traan zei meer dan duizend smeekbedes hadden kunnen doen, maar Bushido gaf er geen gehoor meer aan. Hij ving het zout op met zijn lippen, het zo vermengend met de zoete smaak van Bills huid die nog altijd op zijn mond rustte, onuitwisbaar.
Bill schudde langzaam zijn hoofd, met zijn ogen wijd opengesperd starend naar het verduisterde plafond, bedwelmd oor Bushido’s zware geur. Het ging totaal aan hem voorbij dat de rapper gevaarlijk was. Hij kon niet meer en dat maakte hem verschrikkelijk bang. Zijn lichaam deed niet meer wat hij wilde omdat zijn spieren zodanig vermoeid waren dat ze weigerden zijn bevelen op te volgen. Hij was als een marionet in Bushido’s handen en was zich daar meer dan van wat dan ook van bewust.
“Nee,” fluisterde hij zwak terwijl zijn stem in duizend stukken brak. “Alsjeblieft, ik wil niet.”
Een smalende glimlach flitste over Bushido’s gezicht bij het voelen van Bills angst; zijn naakte lichaam beefde van top tot teen. Vreemd genoeg had dat feit iets bevredigends. Bill kon nergens naartoe en dat wisten ze allebei. De rapper voelde hoe al zijn lust zich samenbalde in zijn onderbuik; zijn lul was zo geladen dat het hem verbaasde dat hij niet uit elkaar klapte. Één ding was zeker: hoezeer Bill ook zou smeken, hij moest en zou geneukt worden.
“Maar ik wil wel, Bill,” fluisterde hij zwaar ademend in diens oor, zijn hand reeds tastend tussen hun lichamen. “Ontspan je. Denk aan Tom.”
Tom.
De naam van zijn broer echode door zijn gedachten. De manier waarop de rapper het uitsprak, zond rillingen langs zijn ruggengraat. In zijn angst was hij totaal vergeten waarmee Bushido hem hier naartoe gelokt had; nu dat hij er weer aan herinnerd werd, voelde hij hoe de adrenaline in zijn bloed direct begon af te nemen. Hij deed precies wat Bushido hem zei: hij dacht aan zijn broer en gaf zichzelf daarmee iets om voor vol te houden, nogmaals, na alles wat hij reeds doorstaan had. Tom gaf hem op de één of andere manier altijd kracht; niet zozeer fysiek maar vooral mentaal. Altijd wanneer hij dacht dat hij niet meer kon vechten, gaf de gedachte aan zijn wederhelft hem hoop. Tom voedde het vuur van zijn hart en hield het brandend, voor altijd en eeuwig.
Hij bracht zijn handen omhoog en verstrengelde zijn vingers met de sloop van zijn kussen om zichzelf ervan te weerhouden de rapper van zich af te duwen. Bushido’s warme adem zwierf thuisloos over zijn lippen. Smekend keek hij naar hem op, zijn blik vertroebeld door verse tranen, maar hij wist reeds dat hij verloren was. De blik in de donkere ogen van de rapper was vastbesloten; Bill wist dat niets hem meer op andere gedachten zou kunnen brengen.
Hij liet zijn hoofd naar de zijkant vallen toen Bushido bij hem naar binnen drong. Een felle pijnschuit sneed door zijn lichaam, maar verdween vrijwel direct daarna weer, veranderend in een bonkende, zinderende, constante terging. Zijn lichaam had niet eens meer de kracht om te verkrampen. Het gebeurde allemaal als in een droom. De naam van zijn broer bonkte nog altijd door zijn hoofd, met iedere slag van zijn gemartelde hart, zich aan hem opdringend als de geur van Bushido’s vochtige huid. Het was meer dan hij kon dragen. Hij sloot zijn gezwollen ogen, de tranen over zijn wimperrand werpend, zodat hij zich kon verbergen voor de nachtmerrie die zijn leven geworden was.
Bushido kreunde toen een bijna elektrische schok zijn weg over zijn ruggengraat vond, kippenvel veroorzakend over zijn gehele lichaam. Het voelde geweldig om weer in Bill te zijn; beter nog dan hij zich kon herinneren. De sensatie maakte dat alles plotseling perfect leek. Hij zou nooit dichter bij Bill kunnen komen dan hij op dat moment was – of in ieder geval niet lichamelijk. De jongen en hij leken als puzzelstukjes in elkaar te passen, feilloos. Bill was misschien nog altijd een beetje nauw, maar het was pas zijn tweede keer en de rapper wist uit ervaring dat zulke dingen tijd nodig hadden. Hij was bereid die tijd te nemen.
Zijn blik rustte op Bill, wie volkomen stil onder hem lag, engelachtig mooi. Hij voelde hoe hij heen en weer gesmeten werd tussen de twee werelden waarin hij leefde: de ene waarin hij van Bill hield, en de andere waarin hij hem begeerde. Zijn lust dreef hem, zoals altijd, naar zijn slechte kant; het prachtige beeld van Bills donkere haar uitgespreid op zijn witte kussensloop, deed hem echter beseffen wat hij hem aandeed. Hij kon er echter niets tegen doen. De stem van lust, de stem die hem tot waanzin dreef; hij kon zich er niet tegen verzetten. Wat Bill hem deed voelen, was zo sterk dat hij er weerloos tegen was. Al ontelbare malen had hij geprobeerd de stem weg te duwen, het verlangen te ontkennen, maar op een gegeven moment had zich dat allemaal opgekropt en was het tot uitbarsting gekomen, resulterend in wat er uiteindelijk tussen hen gebeurd was. Bushido had altijd gehoopt dat het bij die ene keer zou blijven, dat Bill hem zou kunnen vergeven, maar naarmate de tijd verstreken was, was hij tot de ontdekking gekomen dat hij zijn constante begeren niet kon wegstoppen zoals hij dat met andere gevoelens kon doen. Overdag kwam hij de dag goed door, maar ’s nachts drongen de visioenen aan Bill zich aan hem op en begon hij plannen te smeden over eventuele volgende keren. Hij vond zichzelf een vreselijk mens; hij zag niet in dat hij en Bill eigenlijk beide het slachtoffer waren van Bushido’s ziekte.
Bill liet alles over zich heen komen. Hij liet zich misbruiken, willoos, weerloos. Zijn lichaam was door de vermoeidheid zodanig gevoelloos geworden dat hij vrijwel niets voelde van wat de rapper met hem deed; dat wilde echter niet zeggen dat hij zich er niet van bewust was. De walging, schaamte en angst kropte zich op in zijn borst, maar hij dwong zichzelf ertoe kalm te blijven. Zijn vingers verstrengelden zich met het katoen van de kussensloop en trokken hard, in een wanhopige poging zichzelf onder controle te houden.
Bushido stootte ondiep en langzaam, voorzichtig. Ook al had hij op dat moment alles wat hij wilde, onderbewust wist hij dat het niet goed was. Alles leek zo perfect te zijn, maar ergens realiseerde hij zich dat dat niet zo was. Het was net alsof hij piano speelde, maar de toets aan het einde van de toonladder miste; hij speelde met heel zijn hart maar zodra hij bij de topnoot aan moest belanden, bij de climax van dit alles, viel alle spanning weg omdat er geen toon uit voortkwam. Het moment was bijna perfect, maar niet helemaal. Er miste iets. Het was niet volledig.
Langzaam bedreef hij de liefde, bang dat Bill zou breken als hij te snel zou gaan. Hij zag er zo vreselijk breekbaar uit; ergens diep van binnen wist Bushido dat hij daar schuld aan droeg, maar dat kon hij niet voor zichzelf accepteren. Bovendien was er nog altijd de slechte Bushido, de man die Bill gebruikte voor zijn lust, welke van tijd tot tijd zijn gedachten van hem overnam. Het was zo vermoeiend heen en weer te slingeren tussen die twee persoonlijkheden, als een pingpongbal. Hij was al even willoos als de jongen onder hem.
Bill had zichzelf verloren in een soort van droomwereld zodat hij zijn marteling kon vergeten. Hij dacht aan zijn broer en hoe ze – zo leek het wel – eeuwen geleden met elkaar op bed gelegen hadden, hoe Tom de tranen van zijn gezicht geveegd had, hoe hij zijn lichaam om Bill heen had geslagen als een soort van reddingsvest. Nog nooit had Bill zijn broer zo teder meegemaakt, zo zachtzinnig, zo liefdevol. Zelfs al had hij zijn ogen de gehele tijd gesloten gehad, hij had gevoeld hoe Tom gehuild had, schokkend, hete tranen aan Bills kille huid toevertrouwend. Het had de zanger diep geraakt dat zijn broer zo was gebroken onder zijn confessie, maar aan de andere kant had het hem ook zekerder gemaakt van de beslissing die hij eigenlijk al aan het begin van hun gesprek genomen had: iemand die zoveel warmte bezat, zoveel liefde, mocht nooit ofte nimmer in handen vallen van iemand die hem zodanig zou kunnen verminken dat zijn pure ziel nooit meer zou kunnen helen.
Dat was liefde geweest in zijn meest reine vorm; pure, onvervalste liefde.
Bill wist niet wat dit was.
Bushido voelde Bills hart bonken tegen dat van hem. Het gaf hem een gevoel van verbondenheid, doch hij wist dat hij nooit volledig met Bill verbonden zou zijn. Hij besefte zich plotseling hoezeer hij in een illusie leefde, hoezeer hij zichzelf voor de gek hield – totdat zijn slechte persoonlijkheid zich een weg naar boven baande. De stem in zijn hoofd schreeuwde hem dat hij door moest gaan terwijl zijn geweten hem vertelde dat hij moest stoppen; het was verkeerd wat hij deed. Bill was zo gebroken; dit kon niet goed zijn.
Hij drukte zijn lippen in Bills hals, als blijk van liefde, maar bereikte daarmee precies het tegenovergestelde van wat hij had willen bereiken; bij het proeven van de zoete smaak raakte hij definitief de controle over zichzelf kwijt. Langzaamaan begon hij harder te stoten, dieper, overgenomen door het slechte deel van zijn wezen. Hij kon niet meer nadenken over wat hij deed, hij deed het gewoon. De spanning in zijn onderbuik werd steeds strakker aangetrokken, als een gigantische knoop waarbij zijn twee persoonlijkheden ieder aan een kant van het touw der genot trokken. Hij kon er niet aan ontsnappen. Dat kon niet.
Het gebeurde nog voordat hij zich er bewust van was dat hij naar zijn hoogtepunt toewerkte; zijn orgasme denderde door zijn lichaam, hem van top tot teen bedekkend in een suikerlaagje van glorie en triomf. Zijn wereld leek voor een fractie van een seconde stil te staan, rondwervelend in de leegte van zijn gedachten, zoekend naar een thuis. Zwaar ademend verborg hij zijn gezicht opnieuw in Bills hals, terwijl hij wegzakte in een rust waarin goed en slecht niet bestonden.
Plotseling leek alles om hen heen stil en duister te worden. Het licht van de laatste zonnestralen buiten leek te worden opgeslokt door de leegte die zich zo opeens binnenin de rapper gevormd had, evenals het geluid dat er om hen heen bestaan had. Bushido’s bloed gonsde in zijn oren, als een vervelende vlieg die hem weigerde met rust te laten. Ieder gevoel van warmte verdween tezamen met de mist in zijn hoofd, de stilte en de rust tintelend om hen heen. Het leek bijna geluid te maken, de sereniteit; een melodisch lied dat hen wegvoerde van de werkelijkheid, maar dat was slechts wat Bushido dacht te horen. Alles om hen heen was zo stil als de hemel; enkel hun hartslagen weerklonken tegen de muren waartussen ze gevangen zaten, synchroon, alsof ze één persoon geworden waren in de paar seconden die verstreken waren, één ziel. Er was niets dat de rapper meer verlangde dan dat, maar diep van binnen wist hij dat er nooit een dag zou komen waarop zijn diepste wens in vervulling zou gaan.
Bill zou zijn liefde nooit beantwoorden.
Zodra hij zijn krachten hervond, richtte hij zich op op zijn armen, zijn gelaat slechts centimeters verwijderd van dat van de jongen. Bill lag nog altijd stil onder hem, zijn lichaam bewegingsloos en zijn gezicht bleek. Hij zou evengoed dood kunnen zijn. Een zwart gat strekte zich uit in Bushido’s binnenste, gapend van leegte. Hij had geen idee waar dat opeens vandaan kwam, maar het maakte hem bang. Langzaam maar zeker voelde hij hoe tezamen met zijn lust zijn zwarte persoonlijkheid weglekte, als een gif dat zijn lichaam gestaag verliet, gejaagd door zijn angst. Zijn ademhaling werd steeds rustiger, evenals zijn onregelmatige hartslag, maar de duisternis in zijn hoofd bleef. Hij was niet in staat te denken, niet in staat verantwoordelijk te zijn voor zijn daden.
Toen hij zichzelf voorzichtig uit hem liet glijden, zuchtte Bill diep van verlossing; voor Bushido betekende die zucht echter iets compleet anders. Het was alsof hij zijn laatste adem uitblies, volledig sereen en vol rust, alsof hij stierf in zijn armen.
Dat zette de schakelaar om.
Razendsnel sprong hij van het bed af, Bill bevrijdend van zijn lichaam jachtig ademend, zijn gehele lichaam plotseling doordrenkt van schuldgevoel. Hij begreep niet wat er zo opeens met hem gebeurde, maar plotseling had hij het gevoel alsof hij achterna gezeten werd – en in wezen was dat ook zo. Zijn geweten joeg op hem, schreeuwend als de stem van een vader. Even voelde Bushido zich precies zo als een ongehoorzaam kind. Hij sloeg zijn armen om zijn lichaam heen om zichzelf te beschermen tegen de kilte die over hem heen viel als een vloedgolf, om zichzelf af te bakenen tegen het besef wat hij gedaan had. De leegte in zijn buikholte bleef echter, als een gapend gat dat niet gevuld kon worden door wat dan ook.
Met een schuin oog op Bill gericht, greep hij het lege glas dat nog altijd op het nachtkastje stond, in een beweging die zo snel was dat zijn ogen het amper konden registreren. Gejaagd liep hij naar de minibar, waar hij een fles drank uitpakte; hij wist niet precies wat het was, maar dat deed er ook niet toe. Hij schonk zijn glas vol en sloeg het in één keer achterover, zijn ogen gesloten, zodat hij volledig geconcentreerd was op het voelen hoe de alcohol brandde in de leegte van zijn buik. Zodra het tintelende gevoel vervaagde, herhaalde hij het ritueel, en nogmaals, en nogmaals, net zolang totdat hij zijn lichaam verdoofd had en hij de tel was kwijtgeraakt.
Hij wierp een inmiddels vertroebelde blik op de jongen die nog altijd bewegingsloos op het bed lag en voelde hoe een pijn met de kracht van een mes zijn hart doorboorde. Tranen welden op achter zijn ogen; hij had geen idee waar dat vandaan kwam. Opeens gebeurden er zoveel vreemde dingen dat hij ervan in de war raakte, dat hij erdoor panikeerde. Hij had geen idee wie hij was, wie de echte Bushido was. Iemand die zo’n prachtige jongen zoiets dergelijks aan kon doen – zo iemand kon geen mens zijn. Doch hij wist dat hij het gedaan had, dat het zijn schuld was, dat hij het beest was dat Bills ziel aan parten scheurde. Hij walgde van zichzelf, wist dat hij het niet waard was te bestaan, dat hij afgemaakt zou moeten worden zoals alle agressieve dieren.
Hij mocht niet leven.
Zo gauw als hij kon, zocht hij Bills kleren bij elkaar, zijn hoofd wazig door het plotselinge teveel aan alcohol. Het drong met een oerkracht tot hem door wat hij Bill had aangedaan, hoe verschrikkelijk het was geweest om hem zodanig uit te putten dat hij nu nergens meer toe in staat was, behalve te ademen. Zijn handen trilden zodanig dat hij Bills shirt een aantal keer door zijn vingers liet glippen, op dezelfde manier als waarop de gehele wereld hem even door de vingers leek te glippen. Hij raakte in paniek, al had hij geen idee waar die paniek vandaan kwam. Het moest altijd al in hem gezeten hebben, besefte hij zich, maar hij had het nooit eerder gevoeld. Niet zo erg.
Bill hoorde hoe de rapper onrustig door de kleine kamer liep. Vreemd genoeg voelde hij op dat moment helemaal niets. Normaal gesproken zou het hem bang gemaakt hebben, maar plotseling was alles verdwenen; de schaamte, de angst, de weerzin. Hij had het gevoel alsof hij een lege huls was die enkel nog kon ademen. Alle spieren en botten leken uit zijn lichaam verwijderd te zijn, zo zwaar als hij zich voelde. Ergens koesterde hij de stille hoop zomaar te kunnen stoppen met ademen; ondanks alles leek dit hem het perfecte moment om te sterven, al werd hij in de verste verte niet omringd door zijn geliefden. De rust die hem op dat moment omgaf, nodigde hem uit voor een dans in de dood, leek het wel. Hij wilde zijn misbruikte lichaam los kunnen laten en naar boven kunnen zweven, gewichtsloos, naar een wereld die zo vervuld was van liefde dat hij zich zijn aardse leven nooit meer zou hoeven herinneren.
Na verloop van tijd voelde hij hoe Bushido bij hem op het bed klom. De geur van alcohol overviel hem direct, maar zelfs dat maakte hem niet bang. Hij schonk meer aandacht aan het feit dat hij de blik van de rapper voelde branden op zijn huid en het feit dat hij het niet eens onprettig vond – integendeel zelfs. Het leek alsof zijn huid bevroren werd door een dikke laag ijs die om zijn lichaam gesloten zat en dat Bushido alles deed smelten met zijn ogen, Bill reddend van het zwarte gat waarin hij langzaam weg dreigde te zakken. De zanger had opeens het gevoel alsof de rapper hem uit een diepe put trok, aan touwen waarvan hij zeker wist dat ze niet zouden breken. Hij voelde zich veilig, ook al bevond hij zich in het gezelschap van een geesteszieke man.
Bushido sloeg zijn ogen neer toen het schuldgevoel hem teveel werd en merkte hoe twee tranen onbeschaamd de weg naar beneden verkozen, op het dekbed uit elkaar spattend zoals zijn wensen en dromen dat al eerder gedaan hadden. De aanblik van de gebroken jongen was meer dan hij op dat moment aankon. Hij was nooit zo emotioneel maar nu hij zich besefte hoe destructief hij was, werd het hem even teveel. Aan de ene kant wilde hij Bill meer dan wat dan ook, maar aan de andere kant wilde hij hem geen pijn doen; die twee dingen gingen niet samen. Hij wist dat hij een keuze moest maken; eigenlijk had hij al beslist dat hij voor Bills vrijheid zou kiezen. De stem liet hem echter dingen doen die hij niet wilde, dwong hem ertoe de zanger te overmeesteren. Hij wilde het niet, maar hij moest. Dit had nooit mogen gebeuren.
Terwijl hij de rest van zijn tranen wegslikte, begon hij Bill voorzichtig aan te kleden; eerst zijn boxershorts, daarna zijn spijkerbroek. De schoonheid van de magere jongen overviel hem opnieuw, op dezelfde manier als waarop het hem al talloze malen eerder overvallen had. Hij kon het niet laten een kus op de witte huid vlak onder zijn navel te drukken, hem zachtjes strelend met zijn lippen. Terwijl twee nieuwe tranen langs de contouren van zijn gezicht gleden, maakte hij Bills riem vast, met veel zorg, zodat hij noch te strak noch te los zat.
Op het moment dat Bushido Bills T-shirt over zijn hoofd trok, begon Bill plotseling te begrijpen. Deze man, ziek of niet, hield van hem. Hij voelde het aan alles; de zorg die hij aan hem besteedde, hoe zijn lippen zijn huid streelden, de voorzichtigheid waarmee hij zijn hoofd op het kussen teruglegde, de zachtheid van zijn aanrakingen – overal ging een tederheid vanuit die hij in zijn gehele leven nog niet veel had mogen ervaren. Op de één of andere manier voelde hij aan dat de rapper een strijd met zichzelf uit probeerde te vechten waarin hij keer op keer het onderspit moest delven; hij wist niet hoe hij dat deed. Het was gewoon iets dat hij altijd al gehad had; een soort diepgaande mensenkennis. Bij de meerderheid van de mensen kon hij in één oogopslag zien wat voor soort karakter zij hadden, wat voor soort opvattingen zij huisvestten. Na het eerste gesprek, of het nu ging over het weer of over het feit dat de trein te laat was, kon hij hun problemen ontrafelen, hun echte gevoelens lezen tussen de regels over regenwolken en zonneschijn door. De Bushido waarmee hij nu te maken had, had overduidelijk problemen met zichzelf, een ontzettend laag zelfbeeld waarmee hij te kampen had. De slechte Bushido was zelfs voor Bill ondoorgrondelijk, maar dat maakte hem er echter zekerder van dat hij daadwerkelijk ziek was. De ware Bushido hield van hem.
“Ik hou van je,” fluisterde Bushido met gebroken stem, Bills vermoeden bevestigend. “Jij bent het enige dat me op de been houdt.”
De tranen stroomden over de wangen van de rapper, als woeste rivieren met een oneindige bron. Hij kon het niet tegenhouden – hij kon het godverdomme niet tegenhouden. Met langzame bewegingen streelde hij Bills gezicht, zich bedenkend wat hij hem nog meer zou kunnen zeggen om zijn gevoelens onder woorden te brengen, maar hij voelde teveel. Alle emoties vlogen door zijn hoofd, al even onsamenhangend als de roze vlinders in zijn buik; hij kon er geen wijs uit. Het enige dat hij kon, was voelen hoeveel hij van Bill hield zonder dat hij de mogelijkheid had hem dat te zeggen. Alle woorden klonken betekenisloos in zijn oren – ze vervaagden naast Bills schoonheid.
Hij schrok op toen hij merkte dat Bill een koude hand over die van hem legde en aanschouwde hoe de jongen zijn ogen half geopend had, zijn oogleden zwaar van vermoeidheid. Op dat moment leek de wereld even stil te staan. De blik in Bills holle ogen stond begripvol, kalm – op zijn lippen rustte de schaduw van een vriendelijke glimlach. Door de kille aanraking van zijn hand voelde hij iets van liefde, al was dat niet specifiek de liefde waarnaar hij verlangde. Desondanks maakte het hem warm van binnen en was hij even zo gelukkig dat hij de moed vond om terug te glimlachen, door zijn parelende tranen heen.
Bill wilde hem zeggen dat hij hem begreep, dat het niet gaf, maar hij gebruikte al zijn kracht om zijn ogen open te houden; zodoende kon hij de woorden niet uitspreken. De glimlach op Bushido’s gezicht verried echter dat hij hem begreep, dat er een soort band tussen hen was ontstaan die verder ging dan spreken. Gerust gesteld liet hij zijn ogen dichtvallen.
Bushido trok de jongen tegen zich aan en verwarmde hem met zijn lichaam. Hij huilde nog altijd, maar niet enkel meer van berouw; hij voelde zich plotseling zo volledig, ook al wist hij dat Bill en hij nooit samen konden zijn op de manier die hij wenste. In zijn dromen liepen zij hand in hand over iedere rode loper, stond hij aan Bills zijde wanneer hij een award won, aten ze samen Bills favoriete pasta in een prachtige suite en kropen ze ’s avonds moe maar voldaan naast elkaar in bed, of dat nu thuis was of in een hotel in Kazachstan. Dit moment was misschien niet wat hij het liefste wilde, maar het was alsnog iets hemels, iets wonderbaarlijks, iets waarvan hij wist dat hij het waarschijnlijk nooit meer mee zou maken en waarvan hij iedere seconde moest koesteren.
Al was het niet zijn droom; het was goed zo.
Bill voelde zich veilig. Ook al leefde de herinnering aan hoe het de vorige keer fout gegaan was voort in zijn hoofd, hij wist dat het nu anders was. In dat korte moment dat de twee blikken gewisseld hadden, waren ze kilometers dichterbij elkaar komen te staan. Bill vond het vreselijk om misbruikt te worden, maar hij wist nu dat de persoon in kwestie van hem hield; dat maakte de situatie er niet beter op, maar het gaf hem de mentale rust die hij nodig had om niet tegen te stribbelen. Hij had het gevoel dat hij Bushido kon helpen – niet met het genezen van de ziekte, maar gewoon om het voor hem wat draaglijker te maken.
Minutenlang bleven ze zo liggen, hun lichamen stevig tegen elkaar aangedrukt. De seconden gingen onopgemerkt aan hen voorbij; het begrip ‘tijd’ bestond niet meer. Het enige dat hen boeide, was de warmte die hen omgaf en hen samen leek te brengen in een was van licht, als een felgeel aura. Bill voelde hoe zijn lichaam langzaam weer gevoel kreeg, hoe zijn spieren leken te ontwaken uit een lange slaap. Bushido’s warmte schonk hem het leven, zo leek het. Het was heerlijk om te voelen hoe zuurstof zijn pijnlijke longen vulde, hoe zijn borst op en neer bewoog, hoe de stilte in zijn oren tintelde. Hij had het gevoel alsof hij het afgelopen uur niet geleefd had doordat hij al zijn lichaamsfuncties had uitgeschakeld; in wezen was het een angstaanjagend idee dat hij zijn lichaam er zodanig slecht aan toe kon laten zijn. Op dat moment kon hij er echter niet veel om geven; het was heerlijk om te voelen hoe de warmte hem nu tot leven wekte. Het was alsof hij een kop thee dronk na een lange strandwandeling in de winter, zo hemels.
Bill opende vermoeid zijn ogen en staarde recht in die van de rapper, wie aandachtig zijn gezicht streelde. Hij registreerde het opgedroogde zout op Bushido’s wangen en voelde plots een steek van medelijden. In zijn betraande ogen kon hij al zijn wensen lezen en het deed hem zeer dat hij die wensen nooit in vervulling zou kunnen laten gaan. Bushido hield van hem, maar die liefde was niet wederzijds; hij vond het vreselijk zijn hart te moeten breken.
“Je moet maar gaan,” sprak Bushido hees doch sereen. “Tom maakt zich vast zorgen om je.”
Het was vreemd dat de rapper een zin uitsprak met daarin Toms naam zonder dat daar dreiging vanuit ging; Bill was dat niet gewend. Op dat moment was het net alsof Bushido alles vergeten was waarmee hij hem ooit bedreigd had, alsof hij zich niet meer kon herinneren wat de voornaamste reden was dat de zanger besloten had om terug te komen. Bill beschouwde het echter nog wel als onveilig de rapper te zeggen dat zijn broer wist waar hij was; hij wilde hem immers niet onnodig in gevaar brengen omdat hij toevallig het gevoel had veilig te zijn. Zodoende glimlachte hij in plaats daarvan bij wijze van bevestiging en maakte hij aanstalten op te staan. Dat ging echter nog niet zo gemakkelijk als hij bij voorbaat had gedacht: het was net alsof hij weer opnieuw moest leren bewegen. Daarnaast was de pijn in zijn onderlichaam vrijwel ondraaglijk; het stak, klopte en brandde en al was het misschien minder erg dan de vorige keer, het maakte het bewegen er niet gemakkelijker op.
Langzaam kwam hij overeind, voelend hoe Bushido achter hem hetzelfde deed. Hij verbeet de pijn, trachtend de rapper niets te laten merken; hij wilde niet dat hij zich nog schuldiger ging voelen dan hij al deed. Ergens kon hij begrijpen hoe verschrikkelijk het voor Bushido moest zijn om iemand waarvan hij hield pijn te doen zonder dat hij er erg in had dat hij dat deed. Hij begreep hoe het moest zijn om te ontwaken uit een soort van hypnose en zodoende onder ogen te komen wat je had aangericht. Zulke dingen waren op zich al ondraaglijk en hij wilde de last die op zijn schouders drukte niet nog zwaarder maken.
“Gaat het wel?” vroeg Bushido bezorgd toen Bill zijn benen over de rand van het bed slingerde en in elkaar kromp door de pijn die dat teweeg bracht. De tranen sprongen in zijn ogen, maar hij knipperde hen dapper weg en draaide zich om naar de rapper, wetend dat als hij niet zou volhouden, Bushido dat ook niet zou doen. Met moeite wist hij een geruststellende glimlach te creëren, de volwassen man ervan verzekerend dat het goed met hem ging, al was dat misschien een leugen. Hij wist niet meer wat waar was en wat niet; hij was ook nog niet in staat zich dat te kunnen bedenken.
Zodra hij zijn blik weer van de rapper afwendde, stond hij op, instabiel. Hij had het gevoel alsof hij een jong hert was dat onzeker zijn eerste stappen op aarde zette, klaar om te leren vluchten voor de boze buitenwereld. Zijn benen voelden zwak aan, alsof ze van pudding gemaakt waren, maar dat weerhield hem er niet van alsnog naar de deur te lopen, proberend het te laten lijken alsof hij niets voelde van wat hij in het afgelopen uur had moeten doorstaan. De werkelijkheid was echter compleet anders. Met iedere stap zinderde de pijn als een elektrische schok door zijn weke lichaam; het enige dat hij kon doen om zichzelf ervan te weerhouden in elkaar te zakken en te huilen van hulpeloosheid, was te denken aan zijn broer. Hij stelde zich voor dat Tom zou voelen dat hij ongedeerd was op het moment dat hij de deurklink met zijn tintelende handen zou omvatten; dat maakte dat zijn stappen vastberadener werden.
Bushido doorzag hem feilloos. Hij had door dat Bill al zijn kracht nodig had om op zijn benen te blijven staan en hij kon niet anders dan zich daardoor nog schuldiger voelen. Alles aan zijn tere lichaam straalde pijn uit; de zware stappen waarmee hij liep, de onopvallende strompeling, de lichte kromming van zijn rug – zelfs de manier waarop hij zijn hand ophief om die op de deurklink te leggen, sprak van een zekere mentale ballast. Bushido kon alleen maar kijken, zijn mond een stukje open, verlamd door spijt, zich afvragend waarom juist hij twee levens moest leiden.
Op het moment dat de zanger moeizaam de deur opende, schoot er iets door Bushido heen, een soort van besef: nooit meer wilde hij Bill zo gebroken zien. Hij realiseerde zich dat dit moest stoppen, dat hij hulp nodig had, al wist hij niet of hij dat zou overleven. Bill was het enige dat hem de zin van het leven nog liet inzien; wanneer hij om hulp zou vragen, zouden ze hem van hem afnemen.
“Bill?”
Het had zijn lippen al verlaten voordat hij er erg in had. Het klonk zo vreemd in zijn oren, zo misplaatst, alsof hij gesproken had tijdens een stilte op een begrafenis. De klank weerklonk hol door de ruimte, doorbrak de zeepbel die hen afsloot van de ruimte om hen heen. Bill keek op. Alles leek in slowmotion te gebeuren, alles; Bushido kon ieder detail van die korte seconde in zijn herinnering kerven, als in een film die hij op pauze gezet had. De jongen maakte hem sprakeloos, maar hij wist dat hij moest spreken – het was de laatste kans die hij zou krijgen om te zeggen wat hij werkelijk voelde.
“Het spijt me.”
Terwijl hij het zei, voelde hij hoe zijn stem opnieuw brak. Zijn instinct zei hem zijn hoofd in zijn handen te verbergen om Bill zijn verdriet te besparen, doch hij dwong zichzelf ertoe de jongen aan te blijven kijken, het resultaat van zijn ziekte onder ogen te zien. Hij had Bill kapot gemaakt, hem tot op de grond toe afgebroken – hij besefte zich dat excuses alleen niet genoeg waren, maar meer kon hij hem niet geven. Hij zou kunnen proberen Bill te helpen zichzelf weer op te bouwen, maar hij wist dat hij hem daarin enkel zou belemmeren. Net zoals hij stond Bill er alleen voor.
Bill keek hem aan, zijn blik sprankelend onder de doffe laag die over zijn netvlies lag. Zijn prachtige mond vormde zich tot een halve glimlach van begrip – of misschien wel medelijden. De triestheid van het geheel raakte Bushido, maakte dat hij moeite moest doen zijn tranen tegen te houden. Het contrast tussen de Bill die een maand geleden op de deur van zijn kamer geklopt had en de Bill die hem nu zo intens aankeek, was zo verschrikkelijk groot dat hij het niet kon bevatten. Het feit dat hij daar schuld aan had, maakte het nog erger. Bill moest vliegen, maar hij hield hem gevangen. Bill moest stralen, maar hij hield hem verborgen.
Bill moest leven, maar hij maakte hem dood.
“Dat weet ik,” antwoordde Bill, zijn stem niet veel meer dan een fluistering die zo zacht was dat Bushido’s innerlijke pijn direct verlicht werd.
En toen was hij weg.
Bushido bleef alleen achter, starend naar de plaats waar Bill zojuist verdwenen was. De jongen stond nog altijd op zijn netvlies gebrand; hij kon de contouren van zijn magere lichaam nog altijd afgetekend zien tegen het lichte hout van de deur. Plotseling voelde hij zich ontzettend leeg, ontzettend onmenselijk en ontzettend eenzaam. Bill was datgene dat hij nodig had in zijn leven; iedere keer dat hij hem zag vertrekken, voelde als een steek in zijn van spijt doordrenkte hart. Hij moest kiezen tussen zelf lijden of Bill laten lijden – en zelfs al hield hij van de jonge zanger, toch was het een beslissing die hij liever niet zou nemen.
Minutenlang bleef hij zo zitten, in gedachten verzonken. De twijfels hadden hem zodanig overgenomen dat het een aantal momenten duurde voordat hij zich besefte dat de tranen in een razend tempo aan zijn ogen ontsnapten en over zijn wangen renden alsof ze erom streden wie het eerst de grond onder hem zou bereiken. Hij verborg zijn gezicht in zijn handen, zichzelf dwingend te stoppen met huilen, zich te vermannen en onder ogen te zien dat dit zo niet verder kon. Hoe hij het ook wendde of keerde, hij moest hulp zoeken. Hij was een gevaar voor Bill – en niet alleen voor Bill, maar voor zijn hele omgeving. Tot nu toe was zijn tweede persoonlijkheid alleen nog de hoek om komen kijken wanneer hij tot in het extreme aan Bill dacht, maar hij wist dat er een kans was dat de situatie verder uit de hand zou lopen. Zijn vriendenkring was al niet zo groot door de teksten die hij schreef en zijn carrière zou onderuit gaan wanneer boven water zou komen dat hij aan een ziekte leed. Hij zou alles verliezen wat hij lief had, inclusief Bill.
Hij moest een keuze maken, maar dat kon hij niet; eigenlijk kon hij niets meer, behalve huilen en zich bedenken hoe verschrikkelijk het was om alleen te zijn.
Op het moment dat Bushido de dekens om zich heen sloeg om de plotselinge kilte te verdrijven, sloot Bill de deur van de hotelkamer van zichzelf en Tom achter zich. Hij was compleet verward, maar tegelijkertijd ontzettend rustig: het was net alsof er een vissenkom rondom zijn brein zat welke de verschillende emoties verhinderde zijn hoofd te teisteren. Er was geen enkel spoortje te bekennen van schaamte, opluchting, angst of verdriet, terwijl hij wist dat hij dat wel zou moeten voelen. Zijn hersenen leken op de één of andere vreemde manier uitgeschakeld te zijn, maar tegelijkertijd raasden de verschillende gedachten wel als een orkaan door zijn hoofd. De blik in Bushido’s ogen op het moment dat hij zijn excuses aanbood, bleef maar voor zijn netvlies zweven – hij wist dat hij zich niet schuldig behoorde te voelen omdat het niet zijn schuld was dat Bushido ziek was, noch dat ze beide zo onder zijn ziekte leden, maar toch bleef het aan hem knagen. Diep in zijn hart wist hij wel dat het niet aan hem was om de rapper te helpen, maar iets in hem bleef maar zeggen dat hij meer had kunnen doen om hen beide uit deze diepe put te halen.
Hij liet zich op het bed zakken en draaide zich op zijn zij, met zijn knieën opgetrokken zodat hij zijn armen om zijn benen heen kon slaan en zijn gehele lichaam kon verwarmen met de schaarse warmte die hij bezat. Eigenlijk wilde hij nu alleen maar slapen en alles vergeten, niet meer denken aan de dingen die zijn gedachten al de gehele dag in beslag namen. Een diepe zucht ontsnapte aan zijn lippen terwijl hij zijn ogen sloot en poogde zijn gedachten links te laten liggen; een zucht waarin alle spanning die hij in het afgelopen uur gevoeld had een weg naar buiten vond.
Plotseling merkte hij dat er iemand achter hem kwam liggen en voelde hij hoe een warm lichaam zich ontfermde over dat van hem. Instinctief wist hij dat het Tom was; al zijn zintuigen registreerden dingen waardoor hij hem herkende. De gemengde geur van muskus en deodorant was typerend voor zijn broer, evenals de manier waarop hij zijn neus in Bills hals verborg en de kleine, sussende fluistering die hij niet gehoord zou hebben als ze niet zo nauw verbonden zouden zijn. Hij had het gevoel dat ze met elkaar zouden versmelten, zo stevig hield Tom hem vast. Hij kon het bloed van zijn broer bijna in zijn eigen aderen voelen stromen, voelde hoe hun harten zich zodanig aan elkaar aanpasten dat ze op een gegeven moment in één en hetzelfde ritme klopten. Het deed hem denken aan die keer dat ze samen in slaap waren gevallen, de avond nadat een aantal jongens Bill op school gepest had – de intimiteit voelde nog precies hetzelfde, al waren ze nu vijf jaar ouder.
“Waarom ben je gegaan, Bill?”
Pas toen zijn broer die paar woorden uitsprak, drong het tot Bill door dat Tom huilde. Zijn stem klonk hees en gebroken; Bill voelde zich nog veel rotter toen hij zich daarmee besefte wat hij zijn broer had aangedaan door zomaar te vertrekken. Tom huilde nooit; niet toen zijn allereerste gitaar het begaf, niet toen hun ouders aankondigden dat ze zouden gaan scheiden, niet toen hij het door het succes van de band uit moest maken met het meisje dat hij nog altijd als de liefde van zijn leven beschouwde. Nooit. En nu, vanuit het niets, lag hij te huilen, tranen morsend op de huid van Bills blootgestelde hals, snikkend alsof het einde van de wereld nabij was. Plotseling leek het alsof het glas van zijn vissenkom brak en alle emoties als in een stortvloed over hem heen vielen: de tranen welden op in zijn ogen en hij merkte dat hij onbewust zijn buikspieren aanspande om de eerste snikken te smoren. Nog nooit in zijn gehele leven had hij zich zo intens geliefd gevoeld.
“Anders neemt hij jou,” bracht hij schor uit, zijn stem zodanig vermoeid dat het hem veel kracht vergde te kunnen spreken. “Ik deed het voor jou.”
Voor Tom voelden deze woorden als een messteek in zijn buik, zo onverwacht als het antwoord kwam. In de minuten die hij alleen had doorgebracht, had hij geprobeerd zich enkele scenario’s in te beelden, het één nog absurder dan het ander: Bill die verliefd was op de rapper, Bill die zo suïcidaal was dat hij van de pijn en vernedering genoot, Bill die een zodanige hekel aan Tom gekregen had dat hij zo’n luguber excuus bedacht had om er tussenuit te kunnen knijpen – dit was echter niet bij hem opgekomen. De waarheid was nog erger dan al zijn visioenen bij elkaar opgeteld; wanneer Bill verliefd, suïcidaal of kwaad was geweest, had hij er iets aan kunnen doen. De situatie waarin ze nu zaten, leek echter op het samen balanceren op een balk over een slangenkuil met een vluchtroute voor slechts één persoon.
Hij snikte uit onmacht en trok Bill nog dichter tegen zich aan, voelend hoe diens lichaam reeds schokte van het huilen. Het was vreselijk om zich te moeten bedenken wat zijn broertje had moeten doorstaan, hoe hij had kunnen leven onder die geestelijke druk – en dat allemaal voor hem. Nog nooit eerder had Bill hem zodanig duidelijk gemaakt dat hij van hem hield, dat hun liefde werkelijk boven alles ging, maar hij wist niet of hij daar nu blij mee was of niet. Aan de ene kant vond hij het prachtig dat Bill zichzelf voor hem opofferde, maar aan de andere kant had hij liever gehad dat Bill hem had laten gaan. Hij was de oudste en daarmee verantwoordelijk voor hen beiden. Bovendien hadden ze ooit afgesproken om alles samen te delen, om samen op de rand van de afgrond te gaan staan wanneer het leed van de wereld één van hen teveel werd. Het was net alsof Bill een eed gebroken had en dat maakte hem zo mogelijk nog verdrietiger.
Bill legde zijn handen over die van zijn broer, welke verstrengeld waren geraakt met de stof van zijn T-shirt, op zoek naar houvast. Ook hij dacht op dat moment aan de afspraak die hij en Tom ooit gemaakt hadden, zich bedenkend of Tom het hem ooit zou kunnen vergeven. Ze hadden het elkaar gezworen, maar Bill wist dat zijn broer precies hetzelfde gedaan zou hebben wanneer hij in zijn schoenen zou hebben gestaan. Behalve de afspraak wat betreft het zij aan zij bevechten van de moeilijke dingen in het leven, bestond er nog één, één die nooit uitgesproken was maar waarvan ze beide wisten dat hij wel degelijk bestond, één die boven alle andere afspraken en beloften stond: bescherm de ander met je eigen leven wanneer dat mogelijk is.
Bill had zich aan de afspraak gehouden en door Toms warme aanraking voelde hij dat zijn broer zich daar bewust van was.
Zijn gedachten namen hem mee naar Bushido, de man die hem meer nodig had dan wie dan ook. Ondanks alles voelde hij zoveel medelijden jegens hem dat hij niet eens kwaad op hem kon zijn. De blik in zijn ogen wanneer hij zichzelf was, was zo zacht en liefdevol naar hem toe, doch hij kon de pijn van de rapper iedere keer weer zien schijnen vanuit het diepste van zijn donkerbruine irissen. Het feit dat Bushido zo leek te lijden onder zijn ziekte, maakte dat Bills geweten hem opdroeg hem te helpen – hij was ervan overtuigd dat hij dat kon. Als hij zou kunnen uitvinden wat het was dat de tweede Bushido naar de oppervlakte deed komen, kon hij er misschien eveneens achter komen hoe hij genezen zou kunnen worden. Bill was dan misschien geen dokter, maar hij wist van zichzelf dat hij over een hoop mensenkennis beschikte. Hij dacht dat dat genoeg zou zijn.
De pijn die het huilen aan zijn lichaam onttrok, was bijna ondraaglijk. Het was echter niets vergeleken bij de pijn die hij voelde bij het denken aan de rapper. Bill voelde met hem mee, deelde letterlijk het lijden onder zijn schizofrenie. Ergens wist hij dat Bushido nooit gelukkig zou kunnen zijn zonder hem, maar hij wist ook dat het niet anders kon: Bills hart behoorde iemand anders toe. Bovendien zou het voor Bushido onmogelijk zijn een relatie te hebben als zijn ziekte niet behandeld zou kunnen worden: dat zou meerdere levens kapot maken. Het deed hem onmetelijk veel zeer te weten dat de rapper voor eeuwig alleen zou zijn.
“Het doet zo’n zeer, Tom,” huilde hij zacht. “Hier.”
Toen Bill de vingers van zijn ene hand met die van Tom verstrengelde en hun beide handen op zijn hart legde, had de oudste van de tweeling het gevoel alsof dat van zichzelf in duizend stukjes brak, elk van hen rouwend om Bills lijden. Het hart van zijn broertje klopte in een snel ritme onder zijn vingers, alsof het wilde ontsnappen aan Bills borstkas zodat het nergens meer mee bezwaard zou kunnen worden. Hij sloot zijn ogen en verborg zijn gezicht nog dieper in de hals van de misbruikte jongen naast hem, zijn zoete geur opsnuivend terwijl hij betekenisloze woordjes fluisterde die hen beide leken te kalmeren. Tom voelde hoe het holle gevoel in zijn buik plaatsmaakte voor geluk; geluk omdat hij zijn broertje in zijn armen mocht houden en hem alle liefde kon geven die hij het meisje van zijn dromen noodgedwongen had moeten onthouden.
Terwijl de minuten verstreken, voelde Tom hoe Bills hartslag langzaam rustiger werd, hoe zijn broertje langzaam wegzonk in de diepe slaap waar hij zo naar verlangd had. Al die tijd bleef hij hem liefkozen, Bills haar strelend met zijn vrije hand, zorgzaam, zoals het een echte broer betaamde. Hij voelde hoe het traanvocht op zijn wangen opdroogde met het vervliegen van de tijd – dat was het enige bewijs van het feit dat er daadwerkelijk nog tijd bestond. Het moment had iets magisch, iets surreëels, alsof ze eigenlijk enkel in een droom bestonden. Starend naar het bleke gezicht van zijn broertje besefte Tom zich dat hij, ondanks de vreselijke situatie, nergens anders had willen zijn op dat moment. Bill had hem nodig, had behoefte aan iemand om op te kunnen steunen terwijl hij zich door de meest vreselijke nachtmerries heen probeerde te worstelen. Tom was bereid aan zijn zijde te staan, voor eeuwig, mocht dat nodig zijn.
De nacht deed langzaam zijn intrede en omvatte hun verstrengelde lichamen. Het maanlicht dat op Bills gezicht scheen, creëerde een schaduwspel dat Tom de adem benam; niet enkel omdat het zo prachtig was, maar bovenal omdat zijn broertje er zo verschrikkelijk moe uit zag. Tom besefte zich dat dit moest stoppen, dat hij zijn wederhelft tegen zichzelf in bescherming moest nemen; hij wist zeker dat hij door zou gaan tot het einde, dat hij zich kapot zou laten maken totdat er niets meer van hem over zou zijn. Zijn broertje was trouw, vooral aan hem; hij zou niet opgeven voordat zijn einde nabij was. Tom zou dat niet laten gebeuren.
Hij moest het David vertellen.