Deel 3


De magere jongen keek Bill aan met holle ogen, zijn blik vervuld van pijn en wanhoop. Zijn gezicht was ontzettend bleek; zelfs de overdaad aan make-up kon niet meer verhullen dat hij nachtenlang achtereen niet sliep. Zijn kleding hing vormeloos langs zijn uitgemergelde lichaam, op dezelfde manier als waarop zijn haar langs zijn gezicht viel – alsof hij andere dingen had om over na de denken dan zijn uiterlijk. Het leed straalde van hem af; uit zijn ogen, uit zijn houding, uit alles. De jongen stond overduidelijk op instorten, wat de koude traan die over zijn gepoederde wang druppelde leek te bevestigen. In zijn blik rustte een schreeuw om hulp, een smeekbede hem te redden uit de donkerste hoeken van zijn leven.

Bill kon amper geloven dat hij zichzelf in de ogen keek.

Hij wendde zijn blik af van de spiegel en richtte zijn ogen op het verkreukelde briefje dat hij tussen zijn vingers hield. De randen van het miniscule papiertje waren broos van het vele vastpakken en de vouwlijn was bijna gescheurd doordat hij het keer op keer moest opvouwen. Hij kende de boodschap reeds uit zijn hoofd, letter voor letter, maar toch controleerde hij het ieder kwartier weer, alsof hij verwachtte dat de boodschap zou veranderen. Alsof hij hoopte dat de voorgaande vijftig keren dat hij gekeken had, slechts illusies waren geweest.

Het handschrift was klein en kriebelig, haastig opgeschreven. Aan één kant was de inkt wat lichter, in de vorm van een cirkel, alsof een traan het blauw had doen vervagen. Zelfs wanneer je de woorden niet kon lezen, sprak het memo wanhoop uit door de chaos van de letters, door de vele krassen en uithalen en vervaagde woorden. Het intrigeerde Bill op een manier die hij niet kon uitleggen; ook al wist hij wat het betekende, hij bleef er maar naar kijken, alsof hij wist dat er meer in dat briefje moest staan dan wat alleen het oog kon zien.

312, 9 uur. Ik heb je nodig. Het spijt me. Liefs, B

Bill wist dat hij moest gaan, dat hij Bushido moest helpen en Tom moest beschermen, maar hij was bang. Hij wist dat de rapper er niets aan kon doen dat hij ziek was, maar ook wat hem te wachten zou staan wanneer hij daadwerkelijk naar kamer 312 toe zou gaan. Het idee opnieuw verkracht te worden, stond hem zodanig tegen dat hij plotseling niet meer zo zeker van zijn zaak was. De afgelopen weken had hij aldoor aan de rapper gedacht, geprobeerd uit te vinden wat hij zou kunnen doen om de situatie voor hen beide draaglijker te maken, er constant van overtuigd geweest dat hij terug zou gaan wanneer Bushido hem opnieuw een bericht zou sturen. Nu was hij daar echter niet zo zeker meer van.

Een nieuwe traan drupte op het briefje, zich vermengend met de gefrustreerde letters. Bill kon alle emoties van de rapper aflezen uit de manier waarop hij geschreven had: hij was verdrietig geweest, bang voor zichzelf, berouwvol, maar eveneens zo vol van lust dat hij Bill nodig had om alles beter te maken. Ergens was dit briefje zachtaardiger dan het vorige, maar aan de andere kant sprak het dezelfde urgentie uit: geen aanhef, korte en duidelijke zinnen, slechts ondertekend met een initiaal. Het was duidelijk dat Bushido Bill aan de ene kant geen keuze wilde laten door het kamernummer en het tijdstip zo op de voorgrond te plaatsen, maar dat hij hem aan de andere kant geen pijn wilde doen, wat bleek uit zijn spijtbetuiging. Het briefje was op vele manieren tegenstrijdig, wat de reden was dat Bill de conclusie trok dat hij het geschreven moest hebben toen hij tussen zijn twee persoonlijkheden heen en weer schommelde. Hij had geen idee welke van de twee Bushido’s hij zou aantreffen wanneer hij naar hem toe zou gaan.

Hij had er eveneens geen idee van welke waarde Bushido’s dreigementen nog hadden. In de laatste paar ogenblikken die ze met elkaar hadden doorgebracht, was de rapper zo zacht geweest dat Bill zich niet meer kon voorstellen dat hij Tom ooit aan hem zou kunnen verliezen. Als Bushido’s woorden waar geweest waren en Bill inderdaad het enige was dat hem op de been hield, had de rapper er niets aan diens tweelingbroer in zijn plaats te nemen. Zo langzamerhand was de zanger zich af gaan vragen of het geen loze dreigementen waren geweest die er enkel waren geweest om hem terug te laten komen; hij betwijfelde of Bushido werkelijk onmenselijk genoeg was om genoegen te nemen met zijn tweelingbroer terwijl hij het was die hij nodig had. Aan de andere kant wist hij niet of zijn vermoeden betrouwbaar genoeg was en of het het nemen van de risico’s waard was.

Opnieuw sloeg hij zijn blik op naar zijn spiegelbeeld. Hij vond het verschrikkelijk moeilijk zichzelf onder ogen te komen, tegenwoordig, zo slecht als hij eruit zag. Vroeger had hij het altijd prettig gevonden naar zichzelf te kijken, om uren achtereen voor de spiegel te staan zodat hij er op zijn best uit zou zien, maar tegenwoordig kon hij dat niet meer. Hij was een spook, een schaduw, een zweem van wat hij ooit geweest was en hoe meer hij in de spiegel keek, hoe meer hij zich dat begon te beseffen. Het was te zwaar voor hem om dat te kunnen dragen.

Voor de biljoenste keer die dag vouwde hij het papiertje op en stopte hij het terug in zijn broekzak, terwijl er een stille traan langs de contouren van zijn ingevallen gezicht naar beneden rolde. Met een ruw gebaar veegde hij hem weg, waarna zijn blik opnieuw die van zijn spiegelbeeld opzocht. Opnieuw schrok hij van zichzelf; hoe lang hij er ook al zo verschrikkelijk uit zag, het wende maar niet. Het was net alsof hij in twee maanden tijd tien jaar ouder was geworden en in principe voelde hij zich ook zo; hij kon niet meer lachen om Georgs infantiele grappen, twijfelde aan de songteksten die hij het jaar daarvoor nog zo volwassen had gevonden en wanneer David de jongens een les las, kon hij zich beter in de manager vinden dan ooit tevoren. Hij had het gevoel dat hij zijn plaatsje in de band langzaam aan het verliezen was, alsof zijn vrienden hem vroeger of later zouden zeggen dat hij niet meer bij hen paste en hoewel hij dat begreep, deed het hem onmetelijk veel zeer.

Zijn machteloosheid was te groot voor hem. Hij had geen idee wat hij moest doen.

Met zijn koude handen omvatte hij de rand van de wasbak, zo hard knijpend dat zijn knokkels er wit van werden, en leunde hij verder naar voren, zijn blik borend in die van zichzelf. Hij besefte zich dat het zo niet verder kon, maar hij moest wel. Als hij zou besluiten niet te gaan, zou hij zijn eigen leven daarmee redden – daarentegen zou hij, als hij wel zou gaan, twee levens redden: dat van zijn broer en dat van de rapper. De keuze was zo gemakkelijk en hij vervloekte zichzelf erom dat hij nog het lef had te twijfelen aan zijn beslissing. Het liefst wilde hij dat hij de tijd voor een moment stil kon zetten, zodat hij in een universum zou belanden waarin hij zijn beslissing nog lang niet hoefde te nemen. Hij werd gek van de vooruit stuwende kracht van de seconden die langzaam wegtikten; het voelde alsof hij in een kamer zat waarvan de wanden langzaam dichter naar elkaar toe schoven, totdat ze hem zouden verpletteren in al hun kracht.

Besluiteloos wreef hij zijn ogen droog, wetend dat hij terug moest naar het restaurant. Het zou opvallen als hij nog langer weg zou blijven – en al helemaal als hij vervolgens terug zou komen met bloeddoorlopen ogen. Of hij nu zou gaan of niet, het was noodzaak dat hij zo normaal mogelijk zou doen, dat hij uit niets zou laten merken dat hij bij Bushido verwacht werd. Hij mocht niet iedere minuut op de klok kijken, moest zijn bord leeg eten, mocht het briefje niet uit zijn broekzak halen, moest mee lachen met de andere jongens, mocht Tom op geen enkele manier recht in de ogen kijken omdat zijn broer hem dan zou doorzien, mocht zijn gedachten op geen enkele manier af laten drijven naar wat er boven in die hotelkamer zou gebeuren wanneer hij wel of niet zou komen.

Hij moest doen alsof er niets aan de hand was.

Het was een onmogelijke opgave.

Met het gevoel alsof er lood in zijn schoenen zat, verliet hij de mannentoiletten. De deur viel achter hem dicht met een knal die door de marmeren hal van het Hilton-hotel galmde, als een onheilspellend geluid in een film die gemaakt was om mensen de stuipen op het lijf te jagen. Bill voelde zich op dat moment precies zo; alsof hij in een film beland was die mensen angst moest inboezemen. Het was allemaal zo onwerkelijk, zo surreëel, zo waanzinnig vreemd. De helft van de tijd die hij doorbracht met de band, wist hij niet eens wat er gebeurde omdat hij constant in gedachten verzonken was. Hij was zich ervan bewust dat de jongens wisten dat er iets met hem aan de hand was, maar hij kon het niet tegenhouden zich te bedenken hoe het met Bushido ging. Voortdurend was hij zich blijven afvragen of de tweede keer misschien de laatste geweest was – of eigenlijk was het meer hopen geweest. Nu wist hij echter dat het zo gemakkelijk niet ging. Zo lang de rapper ziek was, zou hij Bill blijven vragen terug te komen. Hij had nooit genoeg.

Aan de andere kant van de hal bevond zich een glazen wand die het restaurant scheidde van de rest van het hotel. Daarachter lag in zijn ogen de wereld die hij op dat moment zo graag wilde ontlopen: de wereld van roddels, oppervlakkigheid, onterechte faam en negeren. De laatste maanden was hij zich meer en meer bewust geworden van het feit dat mensen graag hun ogen sloten voor de werkelijkheid. De media speculeerde wel over zijn toestand, plaatste artikelen in alle mogelijke bladen en zond filmpjes uit in alle denkbare programma’s, maar niemand vroeg hem concreet naar hoe het met hem ging, alsof ze het eigenlijk niet wilden weten terwijl zelfs een kind zou kunnen zien dat hij er slecht aan toe was.

Het was een harde wereld.

Zijn voetstappen echoden hol en melancholisch tegen de marmeren wanden; sloffende, trage voetstappen, alsof hij zijn mentale leed wezenlijk op zijn schouders moest meetorsen naar de andere kant van de hal. Vroeger liep hij altijd fier rechtop, trots op wie hij was. Nu had hij echter niets meer wat hij de wereld wilde laten zien. Hij was onrein. Onteerd. Gebroken.

Met zijn slanke vingers duwde hij de eveneens glazen deur open, waardoor een golf van geluid over hem heen spoelde. Vroeger had hij dat altijd prettig gevonden, omdat het betekende dat hij zich onder de mensen bevond en hij in het middelpunt van de belangstelling zou kunnen staan, maar nu wilde hij niets liever dan alleen zijn. Deze wereld paste niet meer bij hem – of hij paste niet meer in deze wereld; hij wist het niet. Hij zag er in ieder geval allerminst uit als een ster in zijn grijze joggingbroek en het vale shirt dat ooit donkerblauw geweest was. Het was bedrukt met een cupidoprint; op de één of andere manier gaf die print hem het gevoel dat hij een beschermengel had en voelde hij zich er veilig mee, ook al wist hij dat het bijgeloof was. Het was gewoon dat hij iets had om zich aan vast te klampen in al zijn wanhoop.

Na vanavond zou hij het shirt nooit meer dragen, omdat zijn fictieve beschermengel hem genadeloos in de steek zou laten.

Hij schoof aan bij de vier mensen die hij in het restaurant had achtergelaten. Behalve zijn broer was niemand die aandacht aan hem schonk: de jongens praatten geanimeerd verder en lagen constant dubbel om een verhaal waarvan Bill het niet de moeite waard vond het te volgen. In plaats daarvan pakte hij zijn glas vast en begon hij kleine slokjes water te drinken, de blik van zijn wederhelft ontwijkend, doend alsof hij om zich heen keek om te zien of er bekenden in het restaurant zaten. Al die tijd sprak er niemand tegen hem, deed niemand een poging hem bij het gesprek te betrekken, alsof ze hem reeds vergeten waren. Hij vroeg zich af of hij net zo onzichtbaar was als hij zich voelde.
Het duurde niet lang meer voordat het dessert opgediend werd. Ook al had Bill al meer dan genoeg gegeten en was hij te misselijk om vanilleijs met chocoladeglazuur en een berg slagroom te kunnen verorberen; hij pakte dapper zijn lepel op en begon, al was het enkel maar om de schijn op te houden. Hij wilde niet dat zijn broer zich zorgen om hem zou maken. Het was een verademing zijn wederhelft eindelijk weer te kunnen zien lachen met de andere jongens en ook al was het een fragiel beeld, hij wilde dat sprookje niet verstoren.

Al gauw verloor hij de werkelijkheid uit het oog en verdronk hij zich in de wazige wereld van zijn gedachten. Hij vroeg zich af wat de rapper zou doen als hij niet zou komen, hoe gevaarlijk zijn tweede persoonlijkheid dan voor zijn eerste zou zijn. Bill wist niet veel van schizofrenie af, maar had wel enig idee waartoe Bushido toe in staat zou zijn. De woorden die de rapper de laatste keer tegen hem gesproken had, had hij nog haarfijn in zijn herinnering staan. Je bent het enige dat me op de been houdt. Die uitspraak was op veel manieren op te vatten; tot in het extreme aan toe. De rapper zou uit elkaar vallen wanneer Bill er niet was om hem overeind te houden, of misschien nog wel erger. Kamer 312 zou zich goed op de vierde verdieping kunnen bevinden.

Hij schrok op toen een voet die van hem raakte; toen hij opkeek, ving een paar donkerbruine ogen zijn identieke blik. Direct voelde hij zich betrapt. In de ogen van zijn broer zag hij sporen van bezorgdheid en Bill merkte dat Tom ondanks zijn pogingen normaal te doen wist dat er iets gaande was waar hij geen weet van had. Direct kreeg hij de impuls te vluchten, want hij wist dat zijn wederhelft hem zou tegenhouden zodra hij in de gaten zou krijgen wat er precies aan de hand was. De stijgende spanning maakte Bill onrustig. Hij wendde zijn blik snel af – te snel om zijn agitatie onopgemerkt te laten. De klok wees vijf voor negen aan.

Hij moest weg.

“Sorry,” verontschuldigde hij zich door het gesprek van de overige bandleden heen terwijl hij zijn nagerecht van zich afschoof. “Is het heel erg als ik vast naar mijn kamer ga? Het spijt me maar – nou ja - ik voel me niet zo lekker en misschien is het beter als ik ga slapen, want anders ben ik niet fit voor de fotoshoot morgen, denk ik.”

Er viel een stilte rond de tafel – eentje die trilde van de spanning. Plotseling voelde Bill hoe alle ogen op hem gericht waren; het voelde zo ongemakkelijk opeens, zo onwennig. Onbewust hield hij zijn adem in, verwachtingsvol, wachtend op een antwoord. Het was de slapste smoes die hij ooit verzonnen had, maar het was het enige dat hij op dat moment kon verzinnen en tevens het enige dat David zover zou krijgen hem van tafel te laten gaan. Zijn manager zou alles doen om een aanstaande show zo goed mogelijk te doen verlopen en dat wist Bill, net zoals de rest van de band. Het was nog nooit eerder bij hem opgekomen er misbruik van te maken, maar op de één of andere manier kwam het hem nu goed uit. Hij moest weg zien te komen; David was de enige die hem daar de mogelijkheid toe bad.

Tom pikte alle seintjes feilloos op; Bills onrust, zijn nervositeit, zijn agitatie. Hij las het af uit iedere cel van zijn lichaam, de hele dag al. Zijn broertje zat overduidelijk met zichzelf in de knoop; dat kwam tegenwoordig wel vaker voor, maar vandaag was het erger dan gewoonlijk. Hij kon er echter niet achter komen wat daar de oorzaak van was. Al sinds het ontbijt probeerde hij een moment alleen met Bill te krijgen,maar het was net alsof zijn wederhelft hem probeerde te ontlopen. Het frustreerde hem, maar ontmoedigde hem allerminst. Bill sloot zich voor hem af en op de één of andere manier zorgde dat er alleen maar voor dat hij niet nieuwsgieriger werd. Hij wist dat zijn wederhelft nooit meer gelukkig zou zijn, maar hij zou er alles voor over hebben om hem in ieder geval een keertje te zien lachen.

“Ja, goed,” doorbrak David de stilte met een kleine glimlach. “Ik kom vanavond nog wel even bij je kijken, dan kunnen we even zien of -”

“Nee, dat is niet nodig,” onderbrak Bill hem vriendelijk doch gehaast terwijl hij opstond en zijn tas van de grond raapte. “Ik neem gewoon een aspirine en dan ga ik slapen, dan weet ik zeker dat ik morgen weer de oude ben, echt waar. Als je nog bij me komt, word ik misschien wakker en ik wil echt - écht heel graag slapen nu.”

Bill wist dat zijn leugen ontzettend ongeloofwaardig overkwam, maar David slikte het excuus als zoete koek. Zijn gezicht lichtte op bij het horen van de gekunstelde toewijding van de zanger, op zo’n manier als waarop een vader kijkt wanneer hij zijn zoon voor het eerst ziet fietsen. Direct wist Bill dat zijn plan geslaagd was en hoewel dat was waarop hij gedoeld had, maakte het hem ook verdrietig. Hij wist dat het niet uit liefde was dat David hem zijn rust gunde; het ging hem om het geld. Vroeger had Bill het geen probleem gevonden de dollartekens in de ogen van zijn manager te zien springen – het was immers altijd zijn droom geweest een ster te zijn en geld verdienen voor een manager hoorde daar nu eenmaal bij, maar op dat moment was het zo dat hij zichzelf daardoor alleen nog maar minder menselijk voelde. Hij was een product; enkel goed voor het bekoren van andermans lichaam en ziel.

“Oké,” zei hij stil met een trieste glimlach om zijn lippen. “Welterusten.”

“Welterusten,” echoden drie monden – Tom bleef stil. Hij had de weinige lichtjes in de ogen van zijn broer zien doven met de snelheid van de wind en voelde hoe de onrust in zijn eigen buik groeide met die van zijn wederhelft. Er was iets ontzettend mis en hij werd er gestoord van dat hij niet wist wat precies. De meest dramatische visioenen kolkten door zijn gedachten, variërend van extreme tot minder extreme dingen die uiteindelijk allemaal tot Bills zelfmoord zouden leiden. Hij had het gevoel alsof hij in een aardedonkere ruimte ronddoolde opzoek naar het knopje dat licht in het duister zou brengen. Het maakte hem gek dat hij daar niet in slaagde.

Bill keerde zich om en liep met snelle passen van hen weg, zijn hoofd en rug gebogen onder de last die hij met zich meedroeg. Een aantal plukken van zijn vettige, in een paardenstaart gebonden haar viel voor zijn lege ogen. Hij probeerde zijn gevoelens reeds uit te schakelen, opdat hij nergens aan zou hoeven denken wanneer de rapper hem opnieuw tot zich zou nemen. Dat vooruitzicht was zo kil dat hij eigenlijk precies datgene zou willen doen wat hij David beloofd had te doen; want hij was ook doodmoe en de fotoshoot van morgen zou verschrikkelijk zijn wanneer hij naar kamer 312 zou gaan, maar hij moest wel. Bushido wachtte op hem; dat wist hij, en hij zou voor eeuwig op hem blijven wachten wanneer Bill niet op zou komen dagen – zelfs in de zelfverkozen dood.

Terwijl zijn wederhelft hem nakeek, wierp hij opnieuw een blik op de klok aan de glazen wand. Het was twee voor negen.

Op dat moment vond Tom het lichtknopje in de donkere kamer van zijn hersenspinsels. Plotseling leek alles op zijn plaats te vallen – alle puzzelstukjes die hij gedurende de dag verzameld had. Hij schokte en beangstigde hem, vooral omdat dit misschien nog erger was dan Bills zelfmoord.

Bushido.

Hoe had hij zo stom kunnen zijn.

Zijn eerste impuls was op te springen en zijn broertje achterna te rennen, maar hij wist zichzelf te bedwingen. Gustav en Georg mochten nergens achter komen; David daarentegen moest zo gauw mogelijk te weten komen dat hij Bill zojuist de mentale dood in had gejaagd. Ergens voelde hij woede opborrelen jegens zijn manager – te oordelen naar de blikken die ze elkaar toewierpen op momenten dat Bill allerminst zichzelf was, was hij namelijk nog niet vergeten wat Tom hem een maand eerder toevertrouwd had – maar hij wist dat die woede onterecht was. Zijn broertje had slim ingespeeld op wat David het liefst wilde en was op die manier slinks onder iedere verdenking van diens kant uitgekomen. Er was maar één iemand die hier de schuld van kon krijgen en dat was hij: Tom had moeten aanvoelen dat Bill opnieuw bericht van de rapper gekregen had – hij was immers zijn tweelingbroer. Hij kon Bill altijd lezen als een open boek; het feit dat dat nu niet gegaan was, had een lichtje bij hem moeten doen branden, maar hij was stug verder gegaan met het leven van zijn leven en had alle overduidelijke gevarendriehoeken over het hoofd gezien. Hij voelde zich ontzettend schuldig, zelfs al wist hij dat het de keuze van zijn broertje geweest was en dat hij niets had kunnen doen die te veranderen.

Terwijl Gustav en Georg onwetend en onverstoord hun conversatie voortzetten, ving Tom Davids blik, proberend hem niet al te opvallend zonder woorden duidelijk te maken wat er gaande was. Het verbaasde hem dat de vierendertigjarige man hem al zo snel leek te begrijpen, al was dat misschien enkel omdat Tom zo overduidelijk in paniek was; David wist dat er in Toms leven slechts één ding was dat hem kon doen huilen en dat was het welzijn van diens wederhelft. Het feit dat de tranen opwelden in de ogen van de gitarist, maakte dat hij het probleem direct begreep. Hij probeerde razendsnel te bedenken wat ze zouden kunnen doen om Bill te redden zonder Georg en Gustav erbij te betrekken, maar Tom was hem al voor voordat hij eenmaal had kunnen beginnen met het rangschikken van zijn gedachten.

“Ik ga naar de WC.”

Hij zei het vanuit het niets, zonder erover nagedacht te hebben. Pas toen het gesprek tussen de overige twee bandleden stilviel, merkte hij dat hij daadwerkelijk gesproken had. De woorden weerklonken hol in de fictieve leegte van zijn hoofd, keer op keer, steeds indringender, totdat hij zich besefte dat hij Bills woorden van een halfuur geleden exact gekopieerd had. Het was ironisch te weten dat de woorden die zijn broertje nodig had gehad om te besluiten dat hij zichzelf op zou offeren, precies dezelfde waren als die die Tom wilde gebruiken om hem van dat lot te redden.

Zonder een antwoord af te wachten, stond hij op en begon hij aan zijn reis naar de glazen deur waardoor zijn wederhelft enkele momenten geleden verdwenen was. Op de één of andere manier waren die paar seconden de zwaarste van zijn hele leven. Met de gedachte aan hoe Bill zich voor de derde maal zou onderwerpen aan Bushido in zijn achterhoofd, was het vrijwel onmogelijk om rustig te blijven lopen, om niet te gaan rennen, maar hij moest wel. Anders dan zijn broertje had Tom een dergelijke tweestrijd in zijn hoofd nog nooit meegemaakt. Voor hem bestond er altijd enkelzwart en wit met een duidelijke scheidslijn in het midden waardoor hij die twee werelden apart van elkaar kon zien; zelden had hij ervaren hoe zwart en wit elkaar overlapten en hoe de lijn vervaagde tot een grijs gebied waarin iedere keuze zowel goed als slecht leek te zijn. Nog nooit had hij hiermee om hoeven gaan - niet in zijn eentje, in ieder geval, omdat Bill hem normaal gesproken altijd uit die grijze schaduwenwereld redde en zijn problemen voor hem oploste. Nu zijn wederhelft echter het probleem was, stond hij er moederziel alleen voor.

Zodra hij de deur bereikt had, duwde hij hem open en verliet hij het drukke restaurant. De plotselinge stilte was voor hem even bedrukkend als hoe het rumoer dat voor Bill geweest was. Een kort moment stond hij stil, badend in het abrupte gevoel van eenzaamheid, zijn oren gespitst, op zoek naar het doffe geluid van voetstappen. Heel even waande hij zich alleen in de grote, marmeren hal; tot op het moment dat hij uiteindelijk, heel ver weg, de sloffende tred van zijn broertje herkende. Zijn hart sloeg een slag over toen hij zich besefte dat hij hem nog niet kwijt was, dat hij nog een kans had, al was die kans heel klein.

Vanuit het niets begon hij te rennen, gedreven voor een kracht die hij eerder niet voor mogelijk had gehouden. Het geluid van zijn bonkende voetstappen overstemde dat van die van zijn wederhelft; ook al wist hij dat hij zijn broertje wellicht zou afschrikken hij peinsde er niet over halt te houden. Wanneer Bill aan zijn grip zou ontsnappen, wilde hij in ieder geval kunnen zeggen dat hij alles gegeven had om hem te redden.

Met zijn hart pijnlijk en onregelmatig kloppend in zijn keel rende hij door een gang die uitgemond was in de immense en marmeren hal waar hij vandaan gekomen was. Hij had geen idee aar de gang hem naartoe leidde, maar ergens wist hij gewoon dat zijn broertje niet ver van hem verwijderd was. De paniek die zijn bloed tegelijkertijd deed koken en bevriezen, dwong hem sneller te lopen dan hij wezenlijk kon. Zweet ontsnapte uit iedere porie van zijn lichaam, angstzweet vooral. Hij was volledig geconcentreerd op de hoek waar hij op af rende, met alles dat hij in zich had. Zijn lichaam deed hem zeer; iedere cel, iedere zenuw schreeuwde het uit van de pijn, maar hij was doof voor zijn eigen kreten. Hij wilde de naam van zijn broer schreeuwen, maar het was alsof een onzichtbare hand zich om zijn hals gesloten had, onlosmakelijk. Het was verschrikkelijk. Ook al was het ritme van zijn voetstappen even snel als dat van zijn hart, de hoek leek maar niet dichterbij te komen. Hij kreeg geen lucht, stikte in zijn miserie en angst en paniek en afgrijzen en voornamelijk in zijn schuldgevoel, want dat was nog het ergst.

Hij rende verder, met het gevoel alsof hij zich in een andere dimensie bevond De hoek kwam langzaam dichterbij, centimeter voor centimeter, opdoemend als een berg tegen de horizon. Nog nooit in zijn leven had hij een plaats zo graag willen bereiken, nog nooit had hij iets zo graag gewild als dit. Hij voelde hoe de spanning in zijn lichaam zich opbouwde naarmate hij dichterbij kwam, alsof hij naar een hoogtepunt toewerkte, alsof hij een ladder naar de zon beklom en dichterbij kwam met elke stap op een hogere sport. De fictieve zonnestralen brandden op zijn huid, feller met iedere extra stap die hij nam, zijn huid verschroeiend op een manier die hij heerlijk vond. Het witte licht verblindde zijn ogen, verlichtte zijn pijn, liet hem zweven in een wereld van oneindigheid die hem sneller deed bewegen dan wat dan ook in het gehele universum, tilde hem op in de lucht en droeg hem vooruit met de verwoestende kracht van liefde, naar de climax van alles dat hij wilde –

totdat alles wegviel.

Om de hoek bevond zich de lift. Zijn onverbiddelijke, grijsmetalen deuren waren gesloten. Aan de getallen in het metaal was te zien dat de lift zich naar boven bewoog, gestaag, en Tom besefte zich dat hij Bill kwijt was. Zijn broertje was hem als zand door de vingers geglipt, geruisloos en vlug. Hij voelde zich zo verloren, zo alleen, alsof hij in één klap de hele wereld was kwijtgeraakt. De zon was weg. Alles werd koud. Hij was zo dichtbij geweest.

Hij liet zich op zijn knieën vallen, zijn lichaam uitgeput van de inspanning. Zijn blik bleef gericht op de één voor één oplichtende getallen in het metaal, dat zo bevestigde wat zijn gevoel hem ook al zei: met iedere seconde geraakte zijn wederhelft verder van hem weg. Tom wist dat hij hem nooit meer in hou halen, hoe snel zijn hart hem ook zou leiden. Plotseling leek het zo definitief, alsof dit het einde zou zijn van alles dat zijn leven ooit zingegeven had. Zijn liefde voor zijn broertje reikte verder dan de horizon; opeens had hij het gevoel dat de zon nooit meer over diezelfde horizon heen zou kruipen. De wereld was gestopt met draaien, want er bestond geen leven zonder Bill. Tom had het gevoel alsof er niets meer was behalve een droge, uitgestorven woestijn die zich uitspreidde met iedere seconde dat zijn broertje van hem weg was. Zijn lichaam werd ijskoud, alsof het laatste restje zonicht tegelijkertijd met zijn wederhelft verdwenen was. Alles stierf. Niets bestond.

En voor het eerst besefte hij zich dat het warme vocht op zijn wangen geen zweet, maar tranen waren.

Bij Bill was het precies hetzelfde geval toen hij vanuit de lift in een uitgestorven hal stapte. Hij had gehoord hoe zijn broer hem achtervolgd had, rennen. Zelfs in de echo's had hij Toms wanhoop horen weerklinken maar hoeveel zeer het hem ook deed, hij had voor hem moeten vluchten. Hij kon hem niet het slachtoffer laten worden van iets dat hij in gang gezet had. Bill was ervan overtuigd dat zijn wederhelft hem tegen had willen houden, en dat waardeerde hij, maar het kon niet. Hij zat gevangen in een web van consequenties, de één nog erger dan de ander. Hij moest geestelijk sterven, zijn broer moest leven; dat had het lot nu eenmaal zobeslist. Hoeveel hij ook van zijn broer hield en hoe graag hij ook voor eeuwig bij hem wilde blijven, hij zou hem niet ten onder laten gaan als hij het kon voorkomen. Hij moest hun emotionele band zien te verbreken zodat hij Tom een kans zou gunnen een leven zonder hem te beginnen, voor zijn eigen bestwil. Hij zag niet in dat hun band net zo eeuwig was als de cyclus van de tijd.

Geruisloos schreed hij langs de deuren, aftellend naar nummer 312. Vreemd genoeg voelde hij op dat moment helemaal niets; geen angst, geen schaamte, geen weerzin. Alles werd onderdrukt door de allesoverstemmende liefde jegens zijn broer en het verdriet om het feit dat hij hem los zou moeten laten. Hij wist echter dat hij er goed aan deed, dat het het enige juiste was dat hij kon doen.

Toen hij eenmaal bij de juiste deur was aanbeland, klopte hij zonder er al te lang bij stil te staan. Hij zou lang of kort kunnen dralen, maar dat veranderde niets aan wat hem ongetwijfeld te wachten stond. Bushido was ziek en zou niet beter worden in die paar seconden dat hij moed stond te verzamelen. Bovendien zou hij er nooit klaar voor zijn opnieuw verkracht te worden; het zou niet wennen, het zou nooit minder beschamend zijn, het zou nooit minder zeer doen. Er was geen enkele reden om te wachten. Zijn trauma zou toch nooit verdwijnen.

Al gauw hoorde hij beweging aan de andere kant van de deur, waarmee hij voelde hoe er zich een knoop in zijn onderbuik situeerde, als een soort van opkomende misselijkheid die hij trachtte te onderdrukken. Niet lang daarna ging de deur open en verscheen Bushido in de deuropening, zijn gezicht vermoeid en grauw maar met de schaduw van een glimlach op zijn lippen en met glimmertjes in zijn ogen waarvan de zanger wist dat die enkel maar voor hem bedoeld waren. De rapper leek ontzettend rustig - iets waarvan Bill in de war raakte. Hij had verwacht oog in oog te komen te staan met de Bushido waar hij zo bang voor was, niet met de Bushido die van hem hield. Hij leek volstrekt ongevaarlijk en daardoor wist Bill niet wat hij moest denken; aan de ene kant wilde hij de muren om zijn ziel laten vallen omdat hij zich plotseling veel fijner voelde, maar aan de andere kant wist hij dat dat niet veilig was. Bushido was al even onvoorspelbaar als de toekomst.

“Hoi,” zei de rapper stil, timide bijna, terwijl hij de deur verder opende en opzij stapte, Bill al die tijd aankijken. “Kom verder.”

De begroeting was dermate anders dan die van de vorige keer dat de zanger een aantal keer met zijn ogen moest knipperen voordat hij zich besefte dat hij niet droomde. Het klonk alsof hij vrij was, alsof hij de keuze had om naar binnen te gaan of niet. Hij wist echter dat dat niet zo was. Misschien was het zo dat deze Bushido hem de kans gaf weg te gaan, maar zijn tweede persoonlijkheid zou dat zonder twijfel niet doen. Bill wilde niet weten wat de consequenties zouden zijn als hij rechtsomkeert zou maken.

Hij stapte langs de rapper heen naar binnen en merkte direct dat de kamer anders was dan de twee vorige die hij gedwongen aanschouwd had - luxer. In plaats van een tweepersoonsbed stonden er twee éénpersoonsbedden waarvan de lakens van zwart satijn waren. De donkere gordijnen voor de ramen waren gesloten en de crèmekleurige muren waren behangen met schilderijen die zo kil waren dat ze Bill angst inboezemden. Op het hoogpolig tapijt stonden bovendien meer koffers dan normaal. Dat - gecombineerd met het feit dat hij kon horen dat er iemand onder de douche stond - deed hem concluderen dat ze niet alleen waren.

Geschrokken draaide Bill zich om naar de rapper, wie precies op dat moment de deur sloot. Plotseling steeg de paniek weer naar zijn hoofd; ook al maakte Bushido geen aanstalten het slot dicht te draaien, hij kreeg het gevoel alsof hij werd opgesloten. Er was nog iemand in de kamer – dat kon weinig goeds betekenen. Hij kon de rapper niet doorgronden, maar hij had inmiddels geleerd altijd op zijn hoede te zijn. In iedere seconde die verstreek, kon er iets minimaals gebeuren waardoor de twee persoonlijkheden waarmee hij te maken had van plaats zouden kunnen verwisselen. Het feit dat er een derde persoon aanwezig was, zou het proces van verwisseling kunnen versnellen.

“Rustig maar,” zei Bushido zorgzaam bij het zien van Bills doodsbange gezicht. “Kingsize is hier, een vriend van me. Hij wil me helpen – er is geen enkele reden om bang te zijn.”

Op de één of andere manier deed die geruststellend bedoelde zin niets om Bill te kalmeren. Kingsize’s naam riep een gevoel bij hem op dat de paniek in zijn borst enkel maar deed groeien; in dat ene woordje rustte precies de dreiging die hij op dat moment niet voelde in Bushido’s bijzijn, hetgeen dat hij gemist had. Het kwam als een klap in zijn gezicht te weten dat de veiligheid die hij heel even gevoeld had, in werkelijkheid een schijnveiligheid bleek te zijn.

Bushido voelde zijn hart breken bij het zien van Bills geschrokken gezicht, wetend dat hij degene was die die angst in hem had doen ontstaan. Ergens wilde hij niets anders dan het goedmaken, Bill in zijn armen nemen, hem zeggen dat hij van hem hield en dat hij hem nooit meer pijn zou doen, maar hij was bang dat hij de zanger daar alleen maar meer mee zou afschrikken. Er was teveel dat gezegd moest worden; zoveel dat hij niet wist waar hij moest beginnen. Soms, wanneer hij niet kon slapen of onderweg was, probeerde hij te bedenken waar hij Bill allemaal over moest vertellen, maar dan begonnen de woorden zodanig door zijn hoofd te wervelen dat hij al stopte voordat hij eenmaal begonnen was. Zijn spijt reikte verder dan de grenzen van taal.

Hij pakte Bills slanke hand in die van hem en leidde hem naar bet bed, teder en geduldig. Hij wilde de bleke jongen nergens meer toe dwingen – nooit meer. Het enige dat hij wilde, was van Bill houden zoals andere mensen van hun geliefde hielden, op een wijze die hen beide rijker zou maken in plaats van arm. Het deed hem zo’n zeer te weten dat hij de reden van Bills gebogen houding was, dat hij hem met zijn eigen handen gebroken had. Bill zou nooit meer worden wat hij geweest was. Bushido had hem verminkt, had diepe littekens in zijn hart achtergelaten en was in staat nog meer wonden te creëren, maar nog altijd was hij niet in staat hem los te laten. Hij wist dat het moest, maar hij kon het niet. Nog niet.

Ze lieten zich op het zachte satijn zakken, Bill geleid door de rapper, zijn ogen neergeslagen. De zanger voelde zich aan de ene kant heel geborgen, door de manier waarop Bushido hem vasthield, maar aan de andere kant leefde hij nog altijd in angst. Hij durfde zich niet open te stellen voor de rapper, maar wist dat hij wel zou moeten wanneer hij zijn broer wilde beschermen. Nu Kingsize in het verhaal betrokken was, vreesde hij meer voor Tom dan ooit. Hij had gehoopt dat het beter zou gaan nu Bushido zo overduidelijk hulp wilde zoeken, maar Bill was er zeker van dat hij dat in de verkeerde persoon gezocht had. Kingsize zou hen niet helpen. Hij zou het alleen maar erger maken.

Hij keek op toen hij Bushido’s blik op zijn naar beneden gekeerde gezicht voelde branden en verloor zichzelf direct in de donkerbruine ogen. De rapper leek zo onschuldig, zo kinderlijk, zo verliefd – het leek bijna absurd dat Bill zo’n angst jegens hem koesterde. Wanneer hij op die manier naar hem keek, was het niet meer voor mogelijk te houden dat de rapper behuisd werd door nóg een persoon; eentje die zo ver van hem afstond dat het bijna niet voor te stellen was. In Bushido’s blik rustte op dat moment alleen maar liefde; pure, onvervalste liefde die Bill zo in de war maakte dat hij niet eens doorhad dat de rapper zijn gezicht steeds dichterbij het zijne bracht.

Toen Bushido Bills zachte, volle lippen onder die van hem voelde, had hij het gevoel alsof alles was zoals het moest zijn. Alleen zij samen, omgeven door sferen die zoet aanvoelden vanwege de spanningen tussen hen – het was zo pijnlijk en tegelijkertijd zo mooi. Bill smaakte naar aardbeienijs en room; smaken die zijn begeren enkel groter maakten, zoals alles aan de kleine jongen dat leek te doen. Hij waande zich verloren in Bills aura, doch hij wist dat hij zich niet mee mocht laten voeren door zijn lust; dit korte moment bevatte alles wat hij zijn gehele leven al mistte en hij wilde dat dat gevoel van volledigheid nog even bij hem zou blijven.

Bill gaf gemakkelijk mee toen Bushido de kus verdiepte en hem langzaam achterover op het bed dwong. Ook al voelde de rapper zich op dat moment gedrogeerd; er was niets dat gebeurde zonder dat hij erbij nadacht. Hij hield zijn handen bewust weg van Bills onderlichaam zodat hij het zichzelf niet onnodig moeilijk zou maken en zorgde ervoor dat hij niets overhaastte. Hij concentreerde zich tot het uiterste, zodat hij ieder signaal van de jongen op zou vangen wanneer die zich bang of bedreigd zou voelen, maar er gebeurde niets waaruit de rapper op kon maken dat Bill zich onveilig waande. Meer dan ooit was hij zich ervan bewust dat hij een juweel onder zijn vingers had en hij wilde dat ondanks diens beschadigingen met zoveel mogelijk zorg behandelen.

Bushido verstrengelde zijn vingers met Bills ravenzwarte haren terwijl hij hem alles gaf wat hij in zich had. Gepassioneerd streelde hij Bills tong met de zijne, proefde hij de zoete smaak van zijn mond en plunderde hij het diepste van zijn hart, op zoek naar de wensen die daar verborgen lagen. Hij wenste dat het nooit zou eindigen, dat dit moment eeuwig zou blijven. Dit was hoe zijn leven eigenlijk had moeten zijn.

Bill voelde zich al even gedrogeerd als de rapper, hetzij op een andere manier. Plotseling voelde hij zich veilig en warm, alsof Bushido een warme deken was die hem beschermde tegen de kilte van de wereld. Ergens wist hij dat hij zijn verstand moest bewaren, maar anders dan de rapper liet hij zich gewillig meevoeren door de sensaties die hem op dat moment overvielen. Het voelde zo goed. Na al die weken van eenzaamheid kwam dit moment als een zegen, hoe ironisch dat ook mocht zijn. Hij klampte zich vast aan Bushido’s shirt zoals hij zich aan zijn vader had vastgeklampt toen hij voor de laatste maal de deur uit dreigde te lopen. Het verschil was echter dat de rapper zijn vingers niet lostornde en hem niet eenzaam snikkend achterliet, zoals Jorg dat wel gedaan had, en hij wist dat dat ook nooit zou gebeuren. Bushido hield van hem op een manier waarop zijn vader dat nooit gedaan had. Hij zou hem niet alleen laten.

Ze zoenden elkaar totdat hun lippen gevoelloos waren en hun hartslag sneller liep dan de tijd. Voor hen beide leek het alsof er dagen verstreken waren sinds het moment dat hun lippen voor het eerst contact met elkaar gemaakt hadden, alsof de wereld twee keer zo snel gedraaid had doordat zij het evenwicht verstoord hadden. Het voelde gewoon zo goed, iedere fractie van een seconde: het was precies wat ze allebei nodig gehad hadden. Warmte, liefde, mededogen. Plotseling maakte het niet meer uit dat Bill minderjarig was en Bushido geestesziek was, want dat veranderde niets aan het gevoel dat hen verbond. Er was geen kloof meer tussen hen en dat was bijzonder voor hen beide.

Het hemelse moment verdween op het moment dat de badkamerdeur met een klap dichtsloeg en Kingsize de sferen om hen heen ruw verbrak.

“Kleed je uit,” gebood hij Bill zonder hem aan te kijken, terwijl hij verder liep naar een hoge, glazen kast die zich niet ver van het bed bevond. Op de verschillende niveaus bevonden zich allerlei flesjes drank – whiskey, wodka, likeur; precies datgene dat Kingsize nodig had om zijn plannen die avond te laten slagen. Hij grijnsde ongezien.

Bill was met stomheid geslagen, had geen idee wat hij moest doen. Hij had gedacht dat Bushido’s vriend kwam helpen; niet dat hij – hij wilde er niet eens bij nadenken. Terwijl er een rilling over zijn ruggengraat gleed, wendde hij zijn verbaasde en tevens bange gezicht richting de rapper, op zoek naar steun. Hij hoopte dat Bushido voor hem op zou komen, dat hij op zou springen, Kingsize zou zeggen dat hij niet goed bij zijn hoofd was en dat hij op moest flikkeren, om Bill daarna weer in zijn armen te nemen en hem er met zijn rozige lippen van te overtuigen dat hij daadwerkelijk liefde verdiende.

Maar dat was niet wat er gebeurde.

Bushido knikte.

Ondanks de vele protesterende gevoelens die Bills ronde, smekende ogen bij hem opriepen, wist hij dat hij moest doen wat Kingsize hem opdroeg. Zijn vriend had hem uit zichzelf voorgesteld hem te helpen met de problemen waarmee hij kampte; waarom zou hij dan iets compleet anders willen doen? Zijn aanpak was anders dan Bushido gedacht had, maar de rapper besefte zich dat een buitenstaander anders tegen de situatie aankeek dan hijzelf. Het was het beste om mee te gaan in de ideeën van de producer, omdat die er ongetwijfeld meer verstand van had. Bovendien was er geen enkele reden Kingsize niet te vertrouwen; hij was een vriend en vrienden bedrogen je nu eenmaal niet.

Dacht hij.

De rapper hielp de zanger bij het uittrekken van zijn T-shirt. Toen de zanger de donkerblauwe stof doelloos op de grond liet vallen, besefte Bill zich dat hij zijn beschermengel kwijt was. Hij voelde de bedrukkende spanning, de dreiging, en ook al leek Bushido te denken dat Kingsize enkel goede dingen in de zin had, hij voelde dat dat niet zo was.

Bushido haakte zijn vingers om de band van Bills joggingbroek en ontdeed hem er vervolgens van. Al die tijd moest hij zich volledig concentreren op het gerinkel van volle flessen alcohol op de achtergrond opdat hij zichzelf niet zou verliezen in zijn lust bij het blootstellen van Bills lichaam. Hij wist dat hij het onbeschrijfelijk moeilijk zou krijgen, maar hij was bereid de strijd met zichzelf aan te gaan; wanneer het zou betekenen dat hij Bill van hem kon laten houden, zou hij al het mogelijke doen om dat te bereiken.

Op het moment dat zijn vingers de donkergrijze stof van Bills boxershorts beroerden, omvatten de handen van de zanger die van hem. Toen hij opkeek, staarde hij recht in een angstige, donkerbruine blik die meer zei dan duizend woorden. Bill keek zo hulpeloos, zo bang, zo gebroken. Bushido besefte zich dat hij te ver had willen gaan en dat berouwde hij. Hij bracht een grove, grote hand naar het tere gezicht van de zeventienjarige jongen en streelde diens kaaklijn zacht met zijn duim terwijl hij een kleine, troostende glimlach over zijn lippen liet glijden. Vervolgens drukte hij een liefdevolle kus op Bills voorhoofd; begripvol en teder, maar eveneens met spijt. Hij wilde de zanger nergens meer toe dwingen; alles wat er gebeurde, mocht enkel geschieden moet goedkeuring. De wereld was nu even van Bill.

Ze keken beide op toen Kingsize terugkeerde, zijn handen vol minuscule flesjes in alle kleuren van de regenboog. Zijn blik stond vol anticipatie en verwachting – iets waar Bill alleen maar bang van werd. Het leek hem plotseling ontzettend aantrekkelijk die gigantische hoeveelheid drank in zijn eentje op te drinken, zodat hij niets meer zou merken van alles dat Kingsize ongetwijfeld met hem zou gaan doen wanneer de rapper niet in zou grijpen. Hij kneep zacht in Bushido’s hand zoekend naar steun, hopend dat de rapper hem zou beschermen tegen de grote man tegenover hen. Toen hij een klein kneepje als respons kreeg, besefte hij zich dat hij er niet helemaal alleen voor stond.

De producer zette de flesjes stuk voor stuk op het nachtkastje naast het bed, terwijl hij naast Bill ging zitten. De onrust in Bills buik groeide met de seconde terwijl hij onafgebroken naar Kingsize’s handen staarde; grote, grove handen die gemaakt leken te zijn om mensen mee te domineren. Bill voelde hoe de tranen achter zijn ogen zich opdrongen, uit pure paniek. Hij durfde niet op te kijken, voelde zich naakt onder de brandende blik van beide volwassen mannen. Instinctief wist hij dat er vreselijke dingen te gebeuren stonden; dat voelde hij in alles, van Kingsize’s blik tot Bushido’s aanraking. Alles ademde een zekere spanning uit; alles was geladen met de tinteling van een angst die zo groot was dat Bill het bijna niet kon vasthouden.

Bill liet zichzelf opnieuw achterover op het bed duwen – door Kingsize dit keer. Het gevoel van de grote, ruwe hand tegen zijn borst en schouders riep weerstand bij hem op, maar hij wist zichzelf in toom te houden. De man had iets angstaanjagends over zich, iets dat Bill van top tot teen deed rillen; alleen al de manier waarop de producer naar hem keek deed kippenvel over zijn gehele huid ontstaan. Het deed hem denken aan de eerste keer dat Bushido hem verkracht had; precies diezelfde krankzinnige, eisende blik lag nu ook in Kingsize’s ogen. Hij sloot zijn ogen toen hij de zachte aanraking van een paar lippen op zijn kaaklijn voelde, zichzelf proberend te beheersen. Proberend te aanvaarden dat dit zijn lot was.

Hij voelde dat Bushido aan zijn andere kant kwam liggen. Diens mannelijke geur was plotseling overal, evenals zijn handen. Bill voelde hoe de rapper met zijn vingertoppen over zijn gezicht streek, terwijl Kingsize’s handen over de rest van zijn lichaam zwierven. Zijn ogen hield hij constant gesloten, zichzelf overgevend aan wat hem op dat moment gebeurde. Hij had het gevoel alsof hij dreef – of misschien eerder zweefde op de massa gedachten en emoties in zijn hoofd. Het was allemaal veel groter dan hij kon bevatten.

Toen hij zijn gezicht naar de rapper wendde, werd zijn mond direct gevangen in een warme kus. Hij probeerde zich uit alle macht niet te concentreren op Kingsize’s handen, maar dat ging hem niet gemakkelijk af. De vingertoppen van de producer lieten warme sporen achter op zijn reeds verhitte huid, kippenvel creërend op iedere plaats die ze beroerd hadden. Instinctief probeerde Bill van de aanraking weg te vluchten, drukte hij zich dichter tegen de rapper aan, maar Kingsize liet het niet toe. Zacht doch autoritair trok hij aan het donkere haar van de zanger, hem dwingend Bushido’s lippen los te laten, en hief hij Bills hoofd een stukje op. Diens ogen waren nog altijd gesloten.

“Mondje open,” gebood hij met een stem die overduidelijk geen tegenspraak duldde. Bill gaf onmiddellijk respons en deed wat hem gezegd werd, in gedachten teruggezogen naar hoe Bushido hem al vele malen eerder op dezelfde manier gecommandeerd had. Het maakte iets kouds in hem los, iets wat hem nog banger maakte dan hij al geweest was – niet zozeer omdat hij niet wist wat hem te wachten stond maar omdat hij er nu zeker van was dat hij op geen enkele manier zou kunnen ontkomen.

Hij schrok op op het moment dat Kingsize iets in zijn mond schonk; schrok van de bitterzoete smaak ervan. Hij kon het goedje niet identificeren, maar wist dat hij er hoe dan ook meer van zou willen, om te ontsnappen aan de greep die de producer op zijn geest had. Lichamelijk zat hij dan misschien wel gevangen, maar dat wilde niet zeggen dat hij zich niet mentaal weg zou kunnen laten voeren, zodat alles achteraf enkel een boze droom zou lijken.

“Slikken,” commandeerde Kingsize hem kort. Bill slikte de vloeistof direct door, bang voor de gevolgen wanneer hij niet onmiddellijk zou doen wat de producer hem opdroeg. Zijn keel begon te branden, evenals zijn slokdarm en maag. Hij hoopte dat hij dat brandende gevoel ook in zijn hoofd kon krijgen, via zijn bloed, zodat het zijn brein zou verlammen en hem ervan zou weerhouden ooit nog iets te kunnen voelen. Nooit meer wilde hij terugdenken aan de momenten met Bushido samen – hij wist echter dat hij het nooit meer zou kunnen vergeten. Het had hem simpelweg teveel zeer gedaan, zowel mentaal als fysiek. Hij was voor het leven getekend en niets zou daar nog iets aan kunnen veranderen – zelfs Toms liefde was geen medicijn. De wonden waren gewoon te diep.

Hij hoestte zachtjes, zijn keel protesterend tegen het schrijnende gevoel. Hij keerde zich naar de rapper, vluchtte weg van Kingsize’s handen en verstrengelde zijn vingers met de zoom van Bushido’s T-shirt. Ondanks het brandende gevoel in zijn buik voelde hij zich kil en koud; Bushido’s lichaam was heerlijk warm. Hij hoopte dat de rapper hem zou behoeden, dat hij tegen Kingsize zou zeggen dat hij van hem af moest blijven, maar dat gebeurde niet. Eigenlijk was angst het enige dat hij op dat moment voelde, afgezien van de wens te kunnen vergeten. Hij drukte zijn gezicht in de hals van de rapper, op zoek naar bescherming. Alles in zijn tengere lichaam schreeuwde om hulp waarvan de zanger wist dat het hopeloos was ernaar te vragen, huilde van angst en sprak de boodschap die precies hetzelfde luidde als de zin die als een echo in Bills gedachten waarde.

Red me.

“Meer?” vroeg Kingsize, hoewel het wederom meer een gebod dan een vraag was. Bill knikte en draaide zich op zijn rug, nog altijd met zijn ogen gesloten. Zodra hij gewillig zijn mond opende, proefde hij opnieuw een slok sterke drank – hoewel die zoeter was dan de vorige, brandde het nog altijd. Toen hij slikte, rilde hij door de bittere smaak. Hij was het niet gewend sterke drank te drinken, maar op dit moment wilde hij het meer dan wat dan ook; hij zou iedere kans aangrijpen te kunnen ontvluchten aan de werkelijkheid.

Hij voelde hoe de handen nog altijd over zijn lichaam dwaalden; over zijn borst, langs zijn navel, naar de rand van zijn boxers. Direct bewoog ook hij zijn handen naar beneden, als in een schrikreactie, om Kingsize’s vingers van de stof los te tornen. Tot zijn verbazing liet de producer hem direct los, werd hij niet gedwongen verder te gaan – ook dat bracht hem in de war. Hij wilde schreeuwen dat ze op moesten houden, maar het was net alsof zijn lichaam en zijn hoofd niet meer met elkaar communiceerden; alsof zijn lichaam in dit stadium beter wist wat het moest doen hijzelf.

Bill proefde vloeistof na vloeistof, gewillig zijn mond openend wanneer Kingsize hem gebood dat te doen. Hij hield zijn ogen al die tijd gesloten, hopend dat dat hem zou helpen zich in te beelden dat hij ergens anders was. Tussen de twee mannen voelde hij zich zo gevangen; hij wilde zich vrij voelen, ook al wist hij dat hij op dat moment niet zou kunnen. De vleugels die zijn moeder hem gegeven had door hem te leren dat hij altijd zijn droom na moest streven, waren hem op ruwe wijze door de rapper ontnomen en hij wist dat hij hen nooit meer terug zou kunnen krijgen. Het deed zo’n zeer te weten dat hij voor eeuwig met beide benen op de aarde moest blijven staan terwijl zijn vrienden hoog boven hem vlogen en hem alleen zouden laten, al was dat dan zijn eigen schuld.

Iemand claimde zijn lippen, warm en zacht. Bedwelmd door alcohol opende hij zijn mond en liet hij zich zoenen, zelf passief blijvend omdat hij geen kracht in zijn lichaam had. Hij voelde een naakt lichaam tegen dat van hem, voelde de handen overal op zijn huid. Gulzig dronk hij alles dat Kingsize hem aanbood om maar zo min mogelijk te merken van wat er gebeurde, geen aandacht schenkend aan het feit dat hij zichzelf zo in een coma zou kunnen drinken. Het interesseerde hem niets meer. Ergens in zijn achterhoofd wist hij dat hij doodsbang moest zijn, maar hij voelde niets van die emotie, alsof de alcohol zelfs zijn bewustzijn verlamd had.

Op een gegeven moment raakte Bill het spoor van de tijd kwijt. Al zijn zintuiglijke waarnemingen liepen door elkaar, vormden in zijn hoofd een mengelmoes die hij niet begreep: de smaak van alcohol was vederlicht, de aanraking van zijn huid suikerzoet, de nagels die over zijn buik krasten bitter en brandend. Hij belandde in een roes waarin hij zijn gedachten en emoties niet meer kon ordenen en ook al vond hij het angstaanjagend de controle te moeten verliezen, het was precies wat hij verlangde.

Hij merkte het niet toen Kingsize opnieuw zijn vingers om de band van Bills boxershorts haakte en hen succesvol naar beneden trok, het lichaam van de jonge zanger in zijn geheel blootstellend aan de gevaren die hem omringden. De producer drukte zichzelf nog dichter tegen hem aan, de witte badjas die hij tot even daarvoor gedragen had op de grond duwend zodat hij een vol flesje Malibu kon pakken. Met zijn tanden schroefde hij het dopje open, waarna hij Bushido gebood de kus waarin hij en Bill nog altijd verstrengeld waren te verbreken. Bushido deed onmiddellijk wat hem gezegd werd, er nog altijd van overtuigd dat zijn vriend hier was om hem te helpen. Hij had niet naïever kunnen zijn.

Kingsize tilde Bills verzwaarde bovenlichaam een stukje op en liet hem de bitterzoete vloeistof drinken. Bill slikte alles gehoorzaam door, zijn ogen openend om zijn blik wanhopig in die van Kingsize te boren, wat de producer zelfgenoegzaam deed grijnzen. Net als voor Bushido was het altijd zijn droom geweest het bed te delen met de androgyne zanger van de band die heel Duitsland op zijn kop gezet had en nu hij hem eindelijk binnen handbereik had, zou hij er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hij niet zomaar weg zou kunnen lopen.

Bill kreunde zachtjes, van terging. Hij sloot zijn vermoeide ogen opnieuw in de hoop dat het dan niet meer zou lijken alsof hij in een doorgedraaide kermisattractie zat, maar het maakte geen verschil. Zijn ledematen leken wel van lood te zijn, evenals zijn hoofd en zijn borst. Hij voelde zich misselijk en slap, niet in staat langer weerstand te bieden aan zijn belagers. Zijn hart bonkte razendsnel, maar zijn gedachtegang ging trager dan ooit. Hij had het gevoel alsof de aarde stilstond maar tegelijkertijd met duizend toeren per minuut rond haar as draaide – dat zou in ieder geval dat draaierige gevoel in zijn hoofd verklaren. Hij probeerde zich te herinneren hoeveel hij al gedronken had, maar daar stond hem niets meer van bij, alsof er een zwart gat in zijn geheugen was geslagen.

En op de één of andere manier stelde dat hem gerust.

Hij zonk terug in de onwaarschijnlijk wazige wereld die Kingsize voor hem gecreëerd had en besloot niet meer na te denken. Hij gaf zich over aan de gretige aanrakingen van de mannen naast zich, liet zichzelf gewillig dronken voeren. Zijn lichaam voelde oververhit aan, maar hij was gehuld in een deken van kippenvel en rilde van top tot teen.

Toen hij Kingsize’s erectie tegen zijn been voelde drukken, draaide hij zich automatisch van hem weg, zichzelf tegen Bushido aannestelend. De rapper was nog volledig aangekleed, warm en zacht, en drukte Bill teder tegen zich aan. De zanger merkte hoe Bushido’s sterke arm rond zijn middel gleed en voelde zich plotseling beschermd, alsof de rapper hem met dat simpele gebaar afschermde van de persoon waar hij op dat moment de meeste angst jegens koesterde. Hij verborg zijn verhitte gezicht in de hals van de achtentwintigjarige man en klampte zich aan hem vast, plotseling even vergeven van angst. De dreiging was opeens zo dichtbij, zo wezenlijk. Hij wilde dit niet meer.

“Help,” ademde hij, zo zacht dat hij geen idee had of de rapper hem wel kon horen, zijn hart nog zwaarder dan de rest van zijn lichaam en de herinneringen aan de eerdere keren kolkend door zijn hoofd, wetend dat hij verloren was.

Bushido verstond hem, luid en duidelijk, en kon niets anders doen dan hem nog dichter tegen zich aantrekken. Bills wanhoop raakte hem maar hij wist niet wat hij zou kunnen doen om de zanger ervan te overtuigen dat er geen reden was om in paniek te raken. Kingsize was een vriend van hem – dat bleef hij zichzelf iedere keer wijsmaken wanneer de producer een stap ondernam die hij niet begreep. Wanneer iemand blijft vasthouden aan een leugen, gaat hij er vanzelf in geloven.

“Wil je meer drinken, Bill?” klonk Kingsize’s stem duister, zijn adem dansend over Bills oor. De zanger voelde zich ongesloten en zag geen andere keuze dan te knikken, bang voor de eventuele gevolgen van zijn ongehoorzaamheid. Al die tijd bleef hij zich echter aan de rapper vastklampen, Bushido’s veilige geur zodanig diep inademend dat hij zichzelf voelde wegzakken in een staat van sereniteit. Hij wilde niet meer drinken, maar had het gevoel alsof hij moest omdat hij anders zou breken door de geestelijke ballast die hij zich op de hals zou halen.

Hij voelde hoe iemand hem omhoog trok en hem op zijn eigen voeten hielp, daardoor direct voelend hoe krachteloos hij was – hij moest zichzelf aan Kingsize vastklampen om er zeker van te zijn dat hij niet zou vallen. Twee brede armen glipten om zijn middel, hielden hem overeind. Bill zag enkel zwarte schaduwen, schimmen en vlekkerige kleuren; zijn beeld was bijna net zo angstaanjagend als de schilderijen die hij eerder die avond aan de muren had zien hangen. Een misselijk gevoel vulde warm zijn buik, tezamen met een golf van paniek toen de onbekende geur van de producer zijn reukorgaan bereikte.

“Rustig, Bill,” zei Kingsize weinig kalmerend. “Deze kant op.”

De producer leidde hem langzaam vooruit, Bill nog altijd met twee armen ondersteunend zodat hij niet door zijn benen zou zakken. Kingsize voelde zich ontzettend machtig op dat moment, alsof hij de absolute controle over de zanger had; Bill voelde zich verschrikkelijk, alsof hij uit elkaar gescheurd werd. Aan de ene kant wilde hij lachen om de absurdheid van de hele situatie, dat hij zich dronken had laten voeren om niets van zijn verkrachting mee te hoeven maken; en aan de andere kant wilde hij huilen omdat hij zich zo machteloos voelde. Hij dacht aan Tom, die hij huilend bij de lift achter had moeten laten om hem te beschermen en vervloekte zichzelf opnieuw voor de vicieuze cirkel waarin hij zichzelf had weten te manoeuvreren. Tom hield van hem en verdiende het op geen enkele manier zo behandeld te worden, doch Bill kon niet anders. Hij realiseerde zich op dat moment meer dan ooit hoe moeilijk het was te leven met het besef dat de tijd slechts één richting op liep. Hij kon het niet meer goed maken.

Plotseling stopte Kingsize met lopen, daarmee Bill eveneens tot een halt roepend. Toen de zanger probeerde zijn blik te focussen, merkte hij dat hij voor de minibar stond. Zijn reflectie weerspiegelde vaag in het dunne glas; hij schrok van wat hij zag. Zijn wangen en ogen waren bloedrood, zijn haar stond iedere mogelijke kant op en zijn blik stond verward. Het was net alsof hij naar een ander keek, iemand die hij niet herkende. Hij herinnerde zich hoe Tom en hij drie jaar geleden op precies dezelfde manier voor de spiegel hadden gestaan, toen Bill door het plotseling zo denderende succes van de band niet meer wist wie hij daadwerkelijk was. Zijn broer had hem gedwongen zichzelf te zien, om iedere vezel van zijn lichaam in zich op te nemen en zichzelf in de ogen kijken – dat hij zou zien wat Tom zag wanneer die naar hem keek. Het had niet lang geduurd voordat Bill had kunnen zeggen dat hij tevreden was met wat hij zag: een unieke jongen, nog aan het begin van zijn leven, die de fantastische kans kreeg zijn droom te leven, samen met de persoon met wie hij al zijn hele leven samen was.

Wanneer hij zichzelf nu aankeek, zag hij niets meer dan een gebroken lichaam, een gebroken hart, een gebroken geest en een gebroken ziel. Alles was kapot, van zijn liefde tot zijn eigenwaarde, van zijn hoop tot zijn dromen. Hij was compleet gesloopt.

“Pak maar iets,” zei Kingsize op een fluistertoon terwijl hij de glazen deur opende, Bill zo dwingend het oogcontact met zijn spiegelbeeld te verbreken.

Bill had geen idee wat hij moest doen. Er was zoveel waaruit hij kon kiezen dat hij daardoor geblokkeerd raakte, op de één of andere vreemde manier. Bovendien kon hij zich maar moeilijk concentreren; alle kleuren en vormen leken gelijk aan elkaar te zijn, zodat hij in ieder flesje precies hetzelfde zag: een medicijn dat hem zou verdoven en hem gevoelloos zou leiden door wat hem die avond nog te wachten stond.

Hij verstarde toen hij Kingsize’s rechterhand over zijn schouder voelde strijken, via zijn hals afdalend naar zijn naakte rug. Op de één of andere manier was hij zich van die aanraking meer bewust dan van wat er voor de rest gebeurde, alsof hij en de producer samen in een luchtbel zaten die hermetisch was afgesloten voor de wereld om hen heen. Met iedere centimeter die Kingsize naar beneden afdaalde, voelde hij hoe zijn angst verder toenam, als een ballon die werd opgepompt in zijn borstholte. Hij probeerde zichzelf zachtjes los te trekken, om weg te komen van de aanraking die koude rillingen over zijn ruggengraat zond, maar de linkerarm van de producer zat als een bankschroef klem om zijn middel. Met zijn ogen gesloten ademde hij diep in en uit, trachtend zijn paniek onder controle te houden, maar het deed niets om het trillen van zijn handen te verminderen. De tranen sprongen in zijn ogen, zijn blik vertroebelend, al was zijn geest plotseling kraakhelder.

“Shhh,” fluisterde de producer in zijn oor terwijl hij Bills lichaam van zijn linkerarm ontdeed en diens armen achter zijn slanke rug dwong, zijn polsen bij elkaar klemmend zodat hij nog weerlozer was. Zijn rechterhand gleed verder naar beneden, over Bills billen naar zijn dijen en weer naar boven, een koud spoor achterlatend op de warme huid. Hij grijnsde breed bij het zien van de trillende, geloken oogleden van de kleine jongen, voelend dat hij alle macht over hem had. Bills lichaam werd week onder zijn aanrakingen door de gigantische hoeveelheid alcohol in zijn bloed en dat was precies wat de volwassen man gewild had.

Bills adem stokte in zijn keel toen hij Kingsize’s vingers over zijn opening voelde strijken, eisend. De ballon van zijn paniek werd groter en groter naarmate zijn ogen vochtiger werden, zijn hart platdrukkend tegen zijn pijnlijk aanvoelende ribben. Hij wilde schreeuwen van angst, schreeuwen om hulp, maar het was net alsof de ballon zijn stembanden onklaar gemaakt had. Zijn lichaam trilde van top tot teen. Hij schudde zijn hoofd bij gebrek aan woorden, hopend dat de producer zou stoppen wanneer hij duidelijk zou maken dat hij niet wilde, maar zoals hij al verwacht had, gebeurde dat niet. Wanhopig balde hij zijn vuisten, zijn nagels borend in het zachte vlees van zijn handpalmen, proberend zichzelf onder controle te houden. Ondanks alles dat hij gedronken had, was hij nog nooit nuchterder geweest dan op dat moment.

Toen Kingsize twee sterke vingers bij Bill naar binnen duwde, was het alsof de ballon knapte. Plotseling gebeurde alles tegelijk; hij stribbelde tegen, probeerde wanhopig los te komen en had niet door dat hij de minibar zijn evenwicht deed verliezen. Het geluid van zijn getergde schreeuw vermengde zich met dat van brekend glas – Bill liet zichzelf direct voorover vallen, zich door de adrenaline in zijn aderen niet bewust van het feit dat de vluchtweg die hij verkoos gevaarlijker was dan dat waar hij voor vluchtte. Op het moment dat zijn hoofd zwaar in contact kwam met de vloer, hoorde hij de stem van Bushido, heel ver weg, als in de echo van een hersenspinsel, maar hij kon niet verstaan wat hij zei. Kingsizes stem kwam echter van heel dichtbij, alsof de demon van diens handelen in zijn hoofd gekropen was.

“Je moet leren niet meer van hem te houden,” hoorde hij luid en duidelijk. “Daar kom ik je mee helpen.”

Het waren de laatste woorden die de zanger hoorde voordat hij zichzelf weg liet glijden in een wereld die al even duister was als de kern van zijn emoties.

Hij was eindelijk vrij.

Toen hij een poos later weer bijkwam, had hij het gevoel dat hij dood was – hoewel het wellicht meer leek alsof hij zojuist opnieuw geboren was. Zijn haren en huid plakten, zijn lichaam deed zeer en zijn hoofd was zo gevoelloos dat hij zichzelf serieus afvroeg of het misschien geëxplodeerd was. Iedere beweging kostte hem eindeloos veel energie. Op het moment dat hij zijn loodzware oogleden op probeerde te lichten, werd hij verblind door een wit licht dat hem deed denken aan de hemel – ergens hoopte hij dat hij daar nu zou zijn, ver weg van Kingsize en zonder vleugels hoger zwevend dan zijn vrienden dat ooit in hun leven zouden kunnen.

Naarmate de seconden verstreken, realiseerde hij zich echter dat hij nog altijd op aarde was. Hij rook de familiaire geur van Bushido’s huid en voelde hoe diens handen hem droegen. Op slag voelde hij zich veilig. Het feit dat Bushido hem vasthield, maakte dat hij zich beschermd voelde, omdat hij aanvoelde dat de rapper voor hem zou vechten wanneer hij in gevaar zou zijn.

Bushido merkte dat Bill bij kennis was op het moment dat hij zijn donkere oogleden zag bewegen. Terwijl hij verder liep, met de jongen nog altijd in zijn armen, drukte hij hem nog dichter tegen zijn borst, vol schuldgevoel. Hij vervloekte zichzelf om het feit dat hij Kingsize zo blindelings vertrouwd had, dat hij automatisch was uitgegaan van het goede in de mens. Het was zo naïef van hem geweest. Hij had het gevoel alsof hij met zijn ogen open in een onafgedekte valkuil was gelopen. Nog nooit eerder had hij zich zo stom gevoeld, had hij zoveel berouw gehad.

Voorzichtig legde hij Bills gebroken lichaam in de badkuip en streek hij diens haar uit zijn onnatuurlijk bleke gezicht. De zanger kreunde zachtjes, met zijn vingers op zoek naar een aanraking, als in een automatisme. Bushido pakte teder zijn slanke hand en verstrengelde hun vingers met elkaar, zijn andere hand gebruikend om ervoor te zorgen dat de fragiele jongen niet in elkaar zou zakken. Langzaam leunde hij naar voren, zodat hij met zijn lippen over Bills kaaklijn kon strijken, de zoetige smaak van de verdampte alcohol proevend op zijn huid toen hij hem zacht kuste. De tranen welden op in zijn ogen.

“Kingsize,” zei Bill zachter dan fluweel.

“Kingsize is weg, lieverd,” zei Bushido terwijl hij naar de douchekop tastte. “En hij komt ook nooit meer terug.”

Zijn stem brak bij het uitspreken van die laatste zin, maar hij wist zichzelf bij elkaar te rapen. Hij mocht niet breken nu, moest sterk zijn voor Bill. Terwijl een aantal opkomende tranen zijn blik vertroebelden, liet hij zijn ogen over het magere lichaam onder zich dwalen, zich fixerend op de talloze kleine, rode sneetjes die de zanger zichzelf had toegebracht door zichzelf op de scherven te laten vallen. Ieder wondje contrasteerde meedogenloos tegen Bills sneeuwwitte huid, op dezelfde wijze als waarop zijn zwarte gevoelens en zijn witte tegenovergesteld waren. Zijn blik bleef hangen op hun ineenverstrengelde handen, wat ergens een sprankje geluk losmaakte omdat hij voor de eerste maal het gevoel had dat Bill hem net zo hard nodig had als andersom.

Hij draaide het warme water open en liet een dunne straal over het lichaam van de zanger lopen, proberend de sporen van bloed en alcohol weg te spoelen. Bill verkrampte direct, had het gevoel alsof zijn huid in brand stond. Zijn mond viel open in een geluidloze schreeuw toen zijn adem in zijn keel stokte, de tranen samenklonterend achter zijn gesloten oogleden. Hij bundelde al zijn krachten om weg te draaien van het vuur, maar het haalde niets uit; een koude, witte wand belemmerde hem te vluchten. Toen hij zijn hand omhoog bracht en met zijn zwarte nagels over het gladde oppervlak kraste, druppelde het eerste zout uit zijn oog, wetend dat hij opnieuw gevangen zat.

“Shhh,” fluisterde de rapper, Bill weer terug op zijn rug draaiend. “Stil maar, ik ben hier.”

De rapper voelde hoe de hete tranen langs zijn wangen naar beneden begonnen te stromen, als watervallen die zich roekeloos de diepte min stortten. Bills lijden deed hem verschrikkelijk veel zeer en de wetenschap dat hij zijn schuld was, maakte hem langzaamaan kapot. Het was altijd zijn droom geweest met de zanger samen te mogen zijn, zijn leven met hem te mogen delen, hem te mogen vasthouden, zijn lippen op die van hem te mogen drukken en hun wensen te mogen verwezenlijken – Bill was zijn droom geweest. Hij zag zijn droom letterlijk voor zijn ogen afbreken, en dat was allemaal zijn schuld.

“Het doet zo’n zeer.”

De woorden waren zo zacht als een warme zomerbries, maar deed de rapper desondanks rillen. Hij dacht terug aan hoe Kingsize de jongen weinig zachtzinnig op het bed gesleept had en hem had geneukt, voor Bushido’s ogen, zonder enige voorbereiding – hij had als verlamd toegekeken, totdat de producer zijn gehele vuist bij Bill – hij durfde de gedachte niet eens af te maken. Een ijskoud gevoel verspreidde zich via zijn ruggengraat door de rest van zijn lichaam terwijl de tranen nog altijd over zijn gezicht liepen. Hij had Bil moeten beschermen, ervoor moeten zorgen dat Kingsize hem niets aan had kunnen doen, voor hem moeten vechten, maar hij had het niet gekund. De producer had hem dermate gechoqueerd met zijn woorden dat hij niets had kunnen doen – tot op het moment waarop hij de zanger zacht en bewusteloos had horen kreunen van pijn. Dat had een knop bij hem omgezet. Furieus was hij opgesprongen en had hij Kingsize van het bed getrokken, gedreven door de kracht van onbeantwoorde liefde, schreeuwend dat hij op moest donderen en zijn manipulatieve kop nooit meer moest laten zien. De producer was direct vertrokken, Bushido achterlaten met Bills bewegingsloze lichaam in zijn armen.

“Het spijt me, Bill,” fluisterde hij gebroken, vanuit de grond van zijn hart.

Zodra de zanger het verdriet in Bushido’s stem hoorde, kneep hij zachtjes in diens hand en opende hij zijn ogen, niet meer denkend aan de pijn. Zijn blik werd direct gevangen door de van de rapper - hij werd getroffen door wat hij in zijn ogen zag. Het was alsof hij recht in zijn ziel keek. Alsof hij het diepste van zijn gevoelens kon doorgronden. Hij zag precies wat de rapper voelde; pijn, verdriet, het idee alleen te zijn – en hij voelde precies hetzelfde. De tranen die nog altijd via Bushido’s wangen naar beneden rolden, ontroerden hem diep. Hij had hem nog nooit zien huilen en voelde hoe het besef van zijn spijt zich langzaam in hem vastbeet. Bushido had geen schuld. De enige schuldige was hij.

“Niet huilen,” fluisterde de zanger stil en harmonisch terwijl hij zachtjes in Bushido’s grove hand kneep, hem zo non-verbaal laten wetend dat hij niet de enige was die streed met zijn in elkaar vervlochten gevoelens.

Hij sloot zijn ogen.

Pas toen Bill voor zijn gevoel enige tijd later opnieuw zijn ogen opende, merkte hij dat hij weer in slaap gevallen was. Het was donker in de slaapkamer, afgezien van de dunne baan maanlicht die tussen de gordijnen doordrong en mysterieus op het gezicht van de rapper naast hem viel. Bushido sliep, de vingers van zijn ene hand nog altijd verstrengeld met die van Bill en zijn andere hand tot een vuist gebald, rustend naast zijn hoofd. Zijn borst ging langzaam op en neer, in een ritme dat Bill deed denken aan de manier waarop zijn broer sliep. Hij kon urenlang naar Tom kijken wanneer die in dromenland was, de tijd uit het oog verliezend omdat hij zo werd gevangen door het moment. Nu was dat precies hetzelfde. De rapper zag er zo vredig uit, alsof hij geen vlieg kwaad zou doen en dat raakte Bill, omdat hij wist dat hij op dit moment de echte Bushido aanschouwde.

Op het moment dat hij langzaam overeind probeerde te komen, voorzichtig om de rapper niet wakker te maken, voelde pas hoe vermoeid zijn lichaam was. Het was net alsof hij de dag ervoor een marathon gelopen had; de pijn die hij voelde, was vergelijkbaar met die van spierpijn, zeurderig en intens. Zijn hoofd voelde zwaar aan door de gigantische hoeveelheid alcohol die hij toegediend had gekregen en hij kon zich maar moeilijk bewegen omdat iedere verkeerde beweging een pijnscheut door zijn gehele lichaam deed snijden. Hij zette echter door, wetend dat als hij niet op tijd terug zou zijn in zijn eigen hotelkamer, David achterdochtig zou worden. Hij was nobel genoeg ervoor te willen zorgen dat zijn manager het niet nog drukker zou krijgen dan hij het al had – en bovendien moest hij Tom beschermen.

Hij wendde zijn blik van de rustig slapende rapper af en richtte zijn aandacht op het rode schijnsel van de wekkerradio.

04:07

Voorzichtig verbrak hij al het lichamelijke contact met de rapper, de gedachte aan hoe verschrikkelijk het voor hem moest zijn om alleen wakker te moeten worden naar een donker hoekje van zijn gedachten schuivend, en klom hij van het bed af. In het duister ging hij op zoek naar zijn kleding, kleedde hij zich aan en zocht hij alles bij elkaar dat hem toebehoorde, ervoor zorgend dat hij niet in het gebroken glas zou gaan staan. De sneetjes in zijn huid prikten brandend toen ze in contact kwamen met de stof van zijn T-shirt, maar hij voelde het bijna niet. De pijn in zijn hart overheerste op dat moment.

De wekkerradio wees kwart over vier aan op het moment dat hij klaar was de hotelkamer achter zich te laten, voor eens en altijd. Muisstil sloop hij naar de deur, de stilte drukkend op zijn trommelvliezen, alsof hij zich onder water bevond. Toen hij zijn hand op de deurklink legde, kon hij de verleiding om te kijken niet weerstaan – op het moment dat hij het deed, wenste hij echter dat hij het niet gedaan had. Het beeld van de nog altijd slapende rapper raakte hem zo diep dat hij eigenlijk bij hem zou willen blijven, zodat ze samen de nieuwe morgen tegemoet zouden gaan, maar hij wist dat dat niet kon. Hij voelde zich echter schuldig, omdat hij wist dat Bushido het niet aan zou kunnen wakker te worden en te ontdekken dat Bill weg was.

Maar hij moest gaan.

Zonder enig geluid te maken, drukte hij de deurklink naar beneden, een laatste blik op de rapper werpend. Een glimlachje sierde zijn rozige lippen bij het aanschouwen van het vredige tafereel dat zich voor zijn ogen uitstrekte. Hij had plotseling niet meer het gevoel dat hij naar Bushido keek, maar naar Anis Ferchichi, de jongen wiens vader er vandoor gegaan was toen hij nog geen drie jaar oud was, de jongen die samen met zijn moeder opgroeide in de criminele wereld van Berlijn, de jongen die ondanks de mentale grenzen van Oost Duitsland zijn droom naleefde en uiteindelijk wist te verwezenlijken. De rapper en hij hadden meer gemeen dan Bill zich ooit beseft had.

Hij opende de deur en verdween de donkere hal in, strijdend met zijn schuldgevoelens. Ergens, diep weggestopt in het meest donkere hoekje van zijn hart, was hij van de rapper gaan houden. Het kwam hem zo vreemd voor te kunnen houden van de persoon die in één klap al zijn toekomstperspectieven verbrijzeld had, maar hij kon er niets anders van maken dan dat.

Verward zocht hij zijn weg door de donkere gangen, in gedachten nog altijd bij de man die hij zojuist eenzaam achtergelaten had. Het bleef maar door zijn hoofd malen. Hij en Bushido hadden misschien ooit samen kunnen komen; ware het niet dat de rapper schizofreen was en zo onberekenbaar en verwoestend als een orkaan. Een relatie tussen de twee was simpelweg onmogelijk. Bill had de kracht niet meer Bushido’s liefde te kunnen beantwoorden, simpelweg omdat hij zodanig afgebroken was dat hij nooit meer zoiets met iemand zou kunnen delen. Door wat er tussen hen voorgevallen was, had Bill het vertrouwen in de mensheid verloren. Nooit meer zou hij zichzelf voor anderen open durven stellen, nooit meer zou hij iemand in vertrouwen kunnen nemen, nooit meer zou hij intiem met iemand kunnen zijn zonder daarbij te denken aan wat Bushido hem aangedaan had. Het zou nooit meer verdwijnen.

Pas toen zijn voeten halt hielden, merkte dat hij voor zijn hotelkamerdeur stond. Een klein glimlachje kroop over zijn bleke gezicht. Doordat hij verdwaald was geraakt in de wereld van zijn gedachten, had hij niet gemerkt dat zijn benen hem automatisch naar zijn gevoelsmatige thuis gedragen hadden. Hier zou hij de hele nacht slapeloos in bed liggen, hopend dat hij weg kon zakken in een inktzwarte droom om nooit meer wakker te worden, tot de dag aan zou breken en hij weer verder moest, met kilo’s extra gewicht op zijn schouders. Hij wist dat hij zou breken. Buigen kon hij al lang niet meer.

Misselijk en vermoeid stak hij de sleutel in het slot en opende hij de deur, om vervolgens geschrokken terug te deinzen, zijn adem stokkend in zijn reeds gezwollen keel. Zijn hart sloeg drie slagen over en begon vervolgens zo hard te bonken dat de grond onder zijn voeten trilde. De tranen sprongen in zijn ogen toen de paniek zo snel naar zijn hoofd steeg dat het hem even zwart voor de ogen werd.

Hij was niet alleen.

“Hé, Bill,” zei een lage, zachte stem. “Doe de deur maar dicht, alsjeblieft.”

Davids stem klonk kalmerend door de ruimte – of in ieder geval had het kalmerend moeten zijn; Bill raakte er echter alleen maar meer van in paniek. Hij wist dat er geen enkele manier meer was waarop hij zichzelf uit de situatie kon redden, waarop hij zou kunnen ontkennen dat er iets aan de hand was: zijn lichaam zat onder de littekens, Bushido’s geur was vermengd met die van zichzelf en zijn emotionele afstand was zodanig slecht dat het binnen drie seconden te merken zou zijn dat hem iets vreselijks overkomen was.

Hij deed wat de volwassen man hem vroeg, zijn blik glijdend naar de jongen die op de rand van het bed zat. Direct ving een identieke blik die van hem, bloeddoorlopen en rood van het vele huilen en de slapeloosheid. Een zwaard van schuldgevoel doorkliefde zijn hart bij het zien van zijn verdriet, zijn pijn, zijn lijden, wetend dat hij daar de schuld van was geweest. Hij wilde zo graag iets tegen hem zeggen, zijn excuses aanbieden en hem smeken hem te vergeven, maar de vele gevoelens die zich op dat moment in een rap tempo meester van hem maakten, maakten zijn lichaam gevoelloos. Hij kon simpelweg niets uitbrengen.

“Hij weet alles, Bill,” zei Tom, zijn stem rasperig en hees. “Je hoeft niet -”

Zijn stem stierf weg toen hij zijn hoofd in zijn handen verborg. Bill had het gevoel alsof zijn ziel uit elkaar gescheurd werd door die woorden – de gebroken klank van de stem van zijn broer deed hem zo mogelijk nog meer zeer dan die van zijn roodbehuilde ogen. Een stemmetje in zijn hoofd zei hem dat hij naar zijn wederhelft toe moest gaan, dat hij zijn armen om hem heen moest slaan en hem moest troosten zoals Tom dat andersom al talloze malen eerder had gedaan, maar hij stond als verlamd, niet in staat ook maar een vezel van zijn lichaam te verroeren.

“Niet huilen,” fluisterde hij terwijl de verder opwellende tranen zijn blik vertroebelden, zijn blik beschaamd naar de vloer gericht. Hij probeerde zich groot te houden, de schijn op te houden dat er niets noemenswaardigs was gebeurd en dat hij gewoon buiten een rondje was gaan lopen om wat frisse lucht te scheppen, maar op dat moment was het al te laat. Hij voelde hoe hij beetje bij beetje afbrak onder de spanning die er in de ruimte hing, onder de angst dat de enige persoon van wie hij ooit nog zou kunnen houden hem verachtte. Niets kon zijn tranen er nog van weerhouden hem genadeloos in de steek te laten, zoals alles op dat moment leek te doen.

Hij keek op toen hij twee warme handen op zijn schokkende schouders voelde en blikte recht in Davids bezorgde, vaderlijke ogen. Zijn brede doch zachte vingertoppen veegden de hete tranen van Bills ijskoude wangen, voorzichtig, alsof hij bang was dat Bills porseleinen huid zou breken wanneer hij hem te hardhandig behandelde. De zanger rilde zachtjes onder de tedere aanraking; alle haartjes op zijn huid gingen overeind staan toen een zweem van kippenvel zich over zijn armen verspreidde. Op dat moment was het even net alsof David het enige was dat hem nog overeind hield, het enige waar hij nog op kon leunen omdat alles om hem heen in elkaar gestort was.

“Shhh,” suste hij zachtjes. “Het is niet erg, Bill. Kom – ga even zitten.”

Hij sloeg een arm om Bills smalle middel en leidde hem naar het bed toe, waar hij hem op de witte, ongebruikte lakens duwde. Hij streelde zacht zijn haar en rug, proberend hem te laten stoppen met huilen. Het deed hem zo’n zeer te zien dat de zanger zo gebroken was – Bill was niet alleen een vriend, maar eveneens een soort van zoon voor hem. Het was Davids taak geweest voor hem te zorgen en hij voelde zich zo schuldig om het feit dat hij dat niet gedaan had, dat hij niet alert genoeg geweest was, dat het hem niet opgevallen was dat er iets gaande was. Als Tom niet in tranen naar hem toegekomen was, had hij waarschijnlijk nooit geweten dat de leadzanger van zijn band seksueel misbruikt was. Hij had nog nooit een manager ontmoet die slechter was dan hij – en dat wilde heel wat zeggen.

Bill liet zijn tranen de vrije loop; zeker op het moment dat hij behalve Davids armen ook Toms armen om zijn lichaam voelde. Plotseling voelde hij niets meer van de pijn in zowel zijn hart als zijn lichaam, alsof hun onvoorwaardelijke liefde een medicijn was dat al zijn leed deed verdwijnen. Voor het eerst besefte hij zich dat Bushido’s tirannie niet alleen hemzelf raakte, maar ook de mensen om hem heen. Hij voelde Toms tranen in zijn hals, voelde zijn lichaam schokken tegen dat van hem – het was meer dan hij kon dragen. Het moest stoppen. Hij kon niet aanzien hoe hij iedereen meetrok in een draaikolk die hen naar de bodem van een inktzwarte oceaan zou sleuren, maar hij moest zijn wederhelft beschermen. Bovendien kon hij Bushido niet alleen laten.

Het was allemaal zo ingewikkeld.

“Je moet hem aangeven,” fluisterde Tom tegen de zachte huid van Bills hals, zijn vingers verstrengelend met die van zijn wederhelft. “Ik kan niet meer.”

Bill had het gevoel alsof zijn hart in miljarden kleine stukjes brak. Het deed zoveel zeer zijn broer te zien lijden. Tom was altijd de sterkste van hen geweest, degene die nooit huilde en nooit ergens bang voor was, maar die Tom bestond nu niet meer. Bushido had niet alleen de zanger beschadigd, maar ook zijn wederhelft, omdat de tweelingbroers nu eenmaal één ziel deelden.

Hij opende zijn mond om iets te zeggen, maar was niet in staat iets uit te brengen. Er was zoveel dat hij Tom zou willen zeggen, maar er bestond geen taal om zijn gevoelens in uit te drukken. Het was allemaal zo complex, zo intens en zo groots dat aardse woorden niet voldeden. Dat wat hij en Tom samen hadden, ging zoveel verder dan de grenzen van de aarde. De woorden die hij aan zijn broer verspilde, waren hem eigenlijk niet waard. Niets was goed genoeg voor Tom. Hij verdiende meer liefde dan er op de planeet aanwezig was; meer dan Bill hem ooit zou kunnen geven. Ergens had de jongste broer altijd al geweten dat ze waren voorbestemd voor een hoger doel, een soort van hemel waarvoor het leven slechts een soort test was. Hun test was zwaar, maar Bill wist dat ze zich er uiteindelijk doorheen zouden slaan, samen. Hij kon dit niet alleen.

“Tom heeft gelijk, Bill,” weerklonk Davids vaderlijke stem. “Dit kan niet doorgaan, hij maakt je-”

“Kapot,” fluisterde de zanger ademloos, zijn ogen sluitend, zijn hoofd rustend op de schouder van zijn broer. “Ik weet het.”

Er viel een stilte tussen de drie; een stilte die vervuld was van miserie. Tom streelde afwezig het donkere haar van zijn broertje, zich voor de eerste maal beseffend dat hij en Bill werkelijk soulmates waren. Hij voelde precies wat zijn broertje voelde en wist dat dat andersom ook zo moest zijn; zo was het immers altijd al geweest. Altijd wanneer Bill emotioneel gezien een wrak was, wist Tom exact wat er in hem omging, wat hij voelde, wat hij dacht. Hij had zijn hele leven gedacht dat die band puur geestelijk was, dat hun hersenen in tijden van crisis met elkaar konden communiceren – nu pas besefte hij zich dat zijn ziel die van Bill was en andersom. Ze waren één persoon, gesplitst in twee verschillende lichamen, beide onvolledig maar compleet wanneer ze samen waren.

Tom zou zijn wederhelft nooit meer loslaten.

“Alsjeblieft, Bill,” smeekte hij, zijn broertje lostornend van zijn schouder zodat hij hem aan kon kijken. Bills ogen baadden in tranen, evenals die van hemzelf. Hij had het gevoel alsof hij in een spiegel keek. De ogen van zijn wederhelft reflecteerden zijn schuldgevoel, zijn angst en zijn liefde. Dat moment bevatte iets magisch, iets sprookjesachtigs; het was één van de mooiste dingen die de gitarist ooit had meegemaakt. Bill verbrak het oogcontact toen Tom zachtjes in zijn hand kneep, zijn blik naar beneden gericht, bijtend op zijn onderlip om zijn tranen binnen te houden, starend naar hun vervlochten vingers. Hij schudde zijn gebogen hoofd.

“Maar dan neemt hij jou,” zei hij stil, een nieuwe traan rollend over zijn porseleinachtige huid. “Ik kan toch niet – ik kan jou toch niet -”

Bill verviel in het huilen toen hij zich realiseerde hoezeer hij in de val zat. Zijn lichaam zou meer klappen niet kunnen verdragen, maar hij zou Tom nooit in zijn plaats laten gaan. Hij wilde zijn broer niet verliezen op de manier waarop hij zichzelf verloren was – zeker niet omdat het allemaal zijn eigen schuld was. Bovendien zou het niets veranderen. Toms lijden was zijn lijden. De schaamte zou alleen wat minder zijn.

Tom trok zijn broertje dicht tegen zich aan, het gehavende, tere lichaam verwarmend met het zijne. Hij voelde zich zo schuldig. Als hij tijdens de uitreikingen van de Echo’s bij Bill gebleven was in plaats van achter het vrouwelijk schoon aan te gaan, hadden ze hier nu niet gezeten, in het holst van de nacht. Hij kon er urenlang over nadenken waar ze nu zouden staan in het leven als ze samen naar het hotel waren gelopen, hoe gelukkig zijn wederhelft dan op dit moment geweest zou zijn. Het was zijn taak geweest op zijn broertje te letten, zijn taak om ervoor te zorgen dat hem niets overkwam. Het was zijn verantwoordelijkheid geweest. En hij had gefaald.

“Het heeft geen haast,” fluisterde David terwijl hij Bills haar uit zijn nek streek en een hand op zijn knokige schouder legde. “Ik zeg de interviews voor morgen af zodat je kan bijslapen en er rustig over na kunt denken, goed?”

Bill knikte en draaide zich naar David toe, een kleine, dankbare glimlach rustend op zijn rozige lippen. Op de één of andere manier voelde hij nu dat het goed zou komen, dat zijn manager alles zou doen wat in zijn macht lag om Bills ondergang te voorkomen. Zijn val in de diepe, donkere put werd gebroken door Davids sterke handen, welke hem omhoog zouden helpen, de duisternis uit, totdat de warmte van de zon Bills gehavende huid opnieuw zou kunnen strelen. Hij verlangde ernaar weer te kunnen leven, zonder vrees, angst en pijn en het feit dat hij nu zeker wist dat zijn broer daarbij aan zijn zijde zou staan, maakte dat hij durfde te hopen op een toekomst.

“Dankjewel, David,” bracht hij uit, wetend dat woorden nooit genoeg zouden zijn om uit te drukken hoe dankbaar hij was.

“Het is oké,” antwoordde de volwassen man. “Ik zal ervoor zorgen dat jullie allebei niets overkomt.”

Hij gaf Bill een klein kneepje in zijn ijskoude hand, ter aanmoediging het leven weer met opgeheven hoofd tegemoet te gaan, de glimlach die zich rond zijn mond uitstrekte vullend met ebgrip. De band was dan misschien zijn brood, maar de jongens waren zijn hart. Hij had geen idee hoeveel tijd het proces van genezing in beslag zou nemen, maar hij was ertoe bereid Bill die tijd te kunnen. Één blik op de gebroken jongen was genoeg om te weten dat hij rust nodig had, tijd om de gebeurtenissen van de afgelopen weken te kunnen verwerken. Het was zo zwaar voor hem geweest dat zelfs Tom eraan onderdoor was gegaan. David werkte al zo lang met de tweeling dat hij wist wat dat betekende. Al duurde het maanden voordat de jongens er weer bovenop zouden zijn, dat gaf niet. Hij zou er voor hen zijn.

David liet Bills hand los en liet zijn blik vangen door Tom, wie hem met grote, rode ogen aankeek. Hij schrok van de duisternis in zijn blik, de doordringendheid waarmee de jongen hem aanstaarde, alsof hij dwars door hem heen blikte. De gevaarlijke schittering in het zwart van zijn ogen verried de aanwezigheid van een vuur van woede, al stonden zijn ogen glaziger dan David ooit gezien had. Hij herkende het verschijnsel; Tom sloot zichzelf af voor alles om zich heen zodat hij zijn pijn in alle eenzaamheid kon verwerken. Hij besefte zich dat hij zijn jongens alleen moest laten. Ze wilden dit samen doen.

Hij stond op en liep naar de deur, nog één maal achterkom kijkend toen hij zijn hand op de koperen deurknop legde. Tom staarde nog altijd wezenloos voor zich uit, de blik in zijn ogen vertroebeld, het haar van de rillende jongen in zijn armen strelend alsof er niets op de wereld belangrijker was dan dat. Evenals de tweeling was David zich op dat moment meer dan ooit bewust van de band tussen de twee broers, hoezeer ze met elkaar verbonden waren. Nog nooit eerder had hij hen zo intiem gezien, zo op elkaar aangewezen. Het kwam wel vaker voor dat Bill zich een dag rot voelde en troost zocht bij Tom, dat de twee zich afzonderden in een hoekje van de bus of het vliegtuig of waar ze dan ook waren, maar dit was op de één of andere manier zoveel anders. Het leek net alsof de broers vastbesloten waren met elkaar te vergroeien, met elkaar te versmelten, hun zielen samen te laten komen. En dat raakte David. Heel diep.

“Dankjewel, David,” fluisterde Tom zacht, Bills woorden van eerder kopiërend, zijn gezicht verborgen in diens haar. “Het komt wel goed, echt waar.”

Hij had geen idee of hij David van dat feit probeerde te overtuigen of dat hij meer tegen zichzelf sprak. Op dat moment kon het hem ook niet schelen. Het enige dat hij wilde, was dat David weg zou gaan, zodat hij en Bill alleen konden zijn en samen in slaap zouden kunnen vallen, zonder dat er iemand in de buurt was om hen daarvan te kunnen weerhouden. Nooit meer zou hij iemand tussen hen in laten komen, nooit meer zou hij iemand de kans geven hen te vernietigen zoals Bushido dat gedaan had. Als het moest zou hij zijn wederhelft voor eeuwig vast blijven te houden. Hij zou alles doen om hem te beschermen.

Toen de deur achter David in het slot viel, liet Bill een lang ingehouden zucht ontsnappen, daarmee zijn lichaam van top tot teen ontspannend. Hij verstrengelde zijn lange, trillende vingers in Toms shirt en verborg zijn gezicht in de zachte stof, de vertrouwde geur van zijn broer opsnuivend, wetend dat hij veilig was. Tom zou hem niet verlaten. In Toms armen kon niemand hem pijn doen, kon niemand hem misbruiken, kon niemand hem deren. Plotseling leek alles zo perfect te zijn. Bill wenste op dat moment dat ze de aarde achter zich zouden kunnen laten, dat dit het einde van de test des levens zou betekenen, zodat ze samen het pad achter deze wereld zouden kunnen bewandelen, hand in hand, hun vingers verstrengeld.

Samen.